Uit deze recensie :
De Gülenbeweging heeft vijf miljoen aanhangers, mijdt doelbewust de confrontatie en provocaties, maar zet integendeel eindeloos geduldig soft power in, niet alleen in Turkije maar over heel de wereld, ook in België en Nederland. Het succesrijkst was Gülen tot dusver in zijn vaderland. Samen met Erdogan en zijn islamitische partij AKP heeft hij de afgelopen decennia Turkije van een seculiere kemalistische staat haast geruisloos omgekneed tot een intens islamitische autoritaire republiek door overal eigen vrome mannetjes (geen vrouwtjes) te plaatsen in het onderwijs, in rechtbanken, in de industrie, bij politie, leger en andere staatsinstellingen, in de pers, tv-stations, wijkorganisaties, artsenpraktijken, enzovoort. Gülen: ‘Jullie moeten de aderen van het systeem binnendringen zonder dat iemand zich van jullie bestaan bewust is, totdat je alle centra van de macht hebt bereikt.’ Een wolf in schaapsvacht dus of in de woorden van Betsy Udink: ‘een sluipwesp’.
Recep Tayyip Erdogan krijgt, net als Gülen, een apart hoofdstuk in het boek van Udink. Ook van die man word je niet vrolijk. De president bemoeit zich met alles. Wie geen kinderen heeft – Gülen bijvoorbeeld – wordt als landverrader weggezet, keizersneden wil hij verbieden, geschiedenishandboeken worden in zijn opdracht in nationalistisch islamitische zin herschreven, al was het maar omdat Erdogan vindt dat een Turk Amerika ontdekt heeft en niet Columbus, de persvrijheid wordt voortdurend geschonden en journalisten opgesloten, de rechtstaat is nagenoeg afgebroken, Turken in het buitenland moeten Turkse onderdanen blijven en mogen zich niet assimileren en minderheden zoals ongelovigen, kemalisten, christenen en alevieten is de oorlog verklaard, om van de Koerden maar te zwijgen. En democratie beschouwt hij uitsluitend als een middel om aan de macht te komen.
Erdogan: ‘Voor ons (islamisten) is democratie als een tram. We rijden mee tot we zijn waar we moeten zijn en dan springen we eraf.’