Open geloven door Jart Voortman
Geplaatst: 09 nov 2015 16:22
Open geloven een verantwoording van het christelijk geloof, aldus de titel geschreven door een gepassioneerde en integere godzoeker (citaat Cliteur). Het boek is geschreven voor degenen die zich willen verdiepen in het christelijke geloof.
Nu ben ik zeker geïnteresseerd in het christelijk geloof, dit ontkennen zou tevens frictie opleveren met de 200 vragen aan christenen en het bijbehorende commentaar dat ik heb geschreven op freethinker. Echter de wegen die ik bewandel lopen niet geheel synchroon met de schrijver!
Er zijn zeker overeenkomsten een deel van zijn kritiek komt overeen met mijn opmerkingen echter bij mij ontbreekt een inductieve theologische methodiek waarbij bepaalde “waarheden” uit de Bijbel worden gehaald. Ook de implementatie van deze kennis op een deductieve wijze ontbreekt. De hermeneutiek die de Bijbel deels beschermt tegen fictie laat ik over aan anderen.
Deze korte intro met een paar fraaie uitdrukkingen is ter verduidelijking dat ik niet behoor tot de groep die hun geloof willen of moeten verantwoorden en hier geschikte literatuur voor zoeken. In tegendeel ik val er volledig buiten. Voor exegeten, catechisanten, leerlingen die Bijbelonderwijs volgen in het voortgezet onderwijs en personen die naast geloven hun algemene ontwikkeling op peil willen brengen is het een interessant boek. In mijn geval is het een kortstondig uitstapje naar de belevingswereld van Jart Voortman e.a. Die ik tevens bedank voor dit gratis exemplaar anders was ik er met veel plezier aan voorbij gelopen. Ik heb trouwens gekozen voor een mild positieve benadering waarbij ik rekening hou met de achtergrond van de persoon en de doelgroep waar dit boek eigenlijk voor bedoeld is.
Het boek start met een natuurwetenschappelijk pleidooi dat een lans breekt voor evolutie. Dit is helder uiteengezet in een neutrale stijl dat in een later deel van zijn boek verder wordt uitgewerkt middels een keurige uiteenzetting van voorbeelden die evolutie onderbouwen. Jart Voortman heeft trouwens een behoorlijke verzameling sceptische schrijvers op de plank staan, dit blijkt uit zijn literatuuropgave en in het hoofdstuk waarin hij diverse schrijvers tevoorschijn trekt die God afwijzen. De zinsnede die ik in dit deel tegen kwam, namelijk: “De kerk heeft niet het monopolie op moraal' stemt me tevreden. Dat hij tussen neus en lippen door stelt dat de dood een pijnpunt is voor atheïsten dat vervolgd wordt door een citaat van Leo Apostel die stelt dat: “Atheïsten net als gelovigen reizigers zijn zonder de zekerheid van een veilige aankomst”. Daar haal ik mijn schouders maar over op. Dit noem ik een zeer twijfelachtige premisse waarin een flink stuk geloof in verworven zit.
Het hoofdstuk “geheimenissen” is deels gevuld met casussen over wonderen. Interessant om te lezen en ondertussen kijk ik met een scheel oog naar het boek “De ongelovige Thomas heeft een punt”. De schrijver brengt tevens verslag uit van een bezoek aan de jaarvergadering van Skepp waar zijn anekdotes over wonderen niet serieus werden genomen. Bij mij ontstond op dit moment het gevoel dat de schrijver dit van te voren had kunnen weten. Misschien wou hij een bevestiging krijgen van zijn eigen vooroordeel? Dat wil niet zeggen dat Jart Voortman kritiekloos tegenover het paranormale staat, want in zijn pleidooi vraagt hij om dingen niet bij voorbaat af te schrijven.
Ik vlieg door het boek heen en voor mijn gevoel doe ik de schrijver te kort want hij heeft veel meer te vertellen dan in deze bespreking inpasbaar is, ook de nuance ontbreekt niet. Gelukkig voor mij dendert hij ook voortvarend door een boek van Finkelstein en Silberman getiteld “De Bijbel als Mythe” en onze conclusies zijn deels gelijk namelijk moderne archeologie heeft de betrouwbaarheid van de Bijbel als historische bron aangetast. Hij pleit aan het eind voor een middenpositie en verwijst naar het werk van Arnold en Hess “Ancient Israels History. Het Nieuwe Testament acht hij betrouwbaarder dan het O.T., dit zet hij tamelijk oppervlakkig uiteen. Tussen de bedrijven staat een tekst van de schrijver van Johannes 1 (Joh 1:4) waarin een getuigenis wordt opgevoerd als voorbeeld dat het niet om fantasie gaat. Dat hij de auteur van Johannes hoog acht komt op een later moment in het boek terug. Op de literatuurlijst mis ik dit keer Price, Carrier, Ehrmann, Bultman, Slavenburg, Ludemann, Doherty en nog enkelen die zich kritisch uitlaten over de canonieke evangeliën.
De volgende hoofdstukken zijn een stukje verwondering over het heelal waar een psalmist een bijdrage aan mag leveren. Hierna is deels de rode draad BDE waarbij ik zelf bijna dood vaak vertaal als net nog levend. De kritische inbreng die van Woerlee inbrengt tegenover wonderlijke ervaringen vormt een prettig tegenwicht.
Eigenlijk is dit verslag nu voor mij afgelopen want de auteur gaat op de stoel van de dominee zitten. Niet onbekend voor hem want ooit was hij herder en leraar van een gemeente. Maar persoonlijke worstelingen noopten hem om afscheid te nemen. Maar zijn gedrevenheid is er niet minder om geworden. Domineesland berust veelal op geloof en dan ben je meestal snel klaar als buitenstaander. Maar ter afronding ga ik toch maar in sneltreinvaart door preken die draaien om vechten en roeping die door middel van Bijbelteksten worden uitgelegd. Geweldteksten in het Oude Testament worden volgens de schrijver door voortschrijdende openbaring genuanceerd en ook Jezus had naargeestige trekjes maar na zijn opstanding was dit voorbij. Dus het valt allemaal wel mee en de critici moeten volgens Jart Voortman vaker hun hart gebruiken bij de uitleg en minder hun verstand. Vooruit, dit is denk ik wel te onthouden door de catechisanten. Op bladzijde 209 kom ik het antwoord tegen op één van mijn vragen. Namelijk vraag 13: “En wat gebeurt er met mensen die voor Jezus zijn komst stierven? Of nooit van hem gehoord hebben?” Nu dan, deze vraag is thematisch niet aan de orde in het Nieuwe Testament, aldus Jart Voortman, en de auteur verwijst naar vergaande gevolgtrekkingen waar hij zelf bij uit de buurt blijft.
Daarna komen we terecht bij zonde, dat een tijdgebonden interpretatie is en de intro rond de brede en smalle weg zullen degenen met een reformatorische achtergrond wel kunnen vatten. Vervolgens een hoofdstuk met een pleidooi voor een christelijk geloof met zo weinig mogelijk dogma's. We komen terecht in een beknopte kerkgeschiedenis waarin plotseling Dan Brown ten tonele verschijnt om de gnostiek naar de 21ste eeuw te trekken met de notie dat bepaalde punten uit zijn boek onjuist zijn. Even dacht ik dat ik Tim Keller aan het lezen was, die ook veel werk maakt van Dan Brown.
Het slot bestaat uit gedichten die de opmaat zijn naar een persoonlijke geloofsbelijdenis. De schrijfstijl is gemakkelijk, moeilijke woorden ontbreken of worden didactisch verantwoord uitgelegd. Zoals ik al refereerde om een brug te bouwen met dit boek naar sceptici lijkt mij te hoog gegrepen maar om christenen mee te onderwijzen lijkt het mij een prima keus. Ik zie dat de schrijver op zijn site zijn dagen vult met het geven van lezingen als hij in de buurt is ga ik hem opzoeken en hoop dan alsnog een antwoord te krijgen op kritiekpunten die dusdanig uitgebreid zijn dat ze niet passen in een recensie maar die inmiddels via de elektronische post zijn verstuurd of nog verstuurd gaan worden.
Nu ben ik zeker geïnteresseerd in het christelijk geloof, dit ontkennen zou tevens frictie opleveren met de 200 vragen aan christenen en het bijbehorende commentaar dat ik heb geschreven op freethinker. Echter de wegen die ik bewandel lopen niet geheel synchroon met de schrijver!
Er zijn zeker overeenkomsten een deel van zijn kritiek komt overeen met mijn opmerkingen echter bij mij ontbreekt een inductieve theologische methodiek waarbij bepaalde “waarheden” uit de Bijbel worden gehaald. Ook de implementatie van deze kennis op een deductieve wijze ontbreekt. De hermeneutiek die de Bijbel deels beschermt tegen fictie laat ik over aan anderen.
Deze korte intro met een paar fraaie uitdrukkingen is ter verduidelijking dat ik niet behoor tot de groep die hun geloof willen of moeten verantwoorden en hier geschikte literatuur voor zoeken. In tegendeel ik val er volledig buiten. Voor exegeten, catechisanten, leerlingen die Bijbelonderwijs volgen in het voortgezet onderwijs en personen die naast geloven hun algemene ontwikkeling op peil willen brengen is het een interessant boek. In mijn geval is het een kortstondig uitstapje naar de belevingswereld van Jart Voortman e.a. Die ik tevens bedank voor dit gratis exemplaar anders was ik er met veel plezier aan voorbij gelopen. Ik heb trouwens gekozen voor een mild positieve benadering waarbij ik rekening hou met de achtergrond van de persoon en de doelgroep waar dit boek eigenlijk voor bedoeld is.
Het boek start met een natuurwetenschappelijk pleidooi dat een lans breekt voor evolutie. Dit is helder uiteengezet in een neutrale stijl dat in een later deel van zijn boek verder wordt uitgewerkt middels een keurige uiteenzetting van voorbeelden die evolutie onderbouwen. Jart Voortman heeft trouwens een behoorlijke verzameling sceptische schrijvers op de plank staan, dit blijkt uit zijn literatuuropgave en in het hoofdstuk waarin hij diverse schrijvers tevoorschijn trekt die God afwijzen. De zinsnede die ik in dit deel tegen kwam, namelijk: “De kerk heeft niet het monopolie op moraal' stemt me tevreden. Dat hij tussen neus en lippen door stelt dat de dood een pijnpunt is voor atheïsten dat vervolgd wordt door een citaat van Leo Apostel die stelt dat: “Atheïsten net als gelovigen reizigers zijn zonder de zekerheid van een veilige aankomst”. Daar haal ik mijn schouders maar over op. Dit noem ik een zeer twijfelachtige premisse waarin een flink stuk geloof in verworven zit.
Het hoofdstuk “geheimenissen” is deels gevuld met casussen over wonderen. Interessant om te lezen en ondertussen kijk ik met een scheel oog naar het boek “De ongelovige Thomas heeft een punt”. De schrijver brengt tevens verslag uit van een bezoek aan de jaarvergadering van Skepp waar zijn anekdotes over wonderen niet serieus werden genomen. Bij mij ontstond op dit moment het gevoel dat de schrijver dit van te voren had kunnen weten. Misschien wou hij een bevestiging krijgen van zijn eigen vooroordeel? Dat wil niet zeggen dat Jart Voortman kritiekloos tegenover het paranormale staat, want in zijn pleidooi vraagt hij om dingen niet bij voorbaat af te schrijven.
Ik vlieg door het boek heen en voor mijn gevoel doe ik de schrijver te kort want hij heeft veel meer te vertellen dan in deze bespreking inpasbaar is, ook de nuance ontbreekt niet. Gelukkig voor mij dendert hij ook voortvarend door een boek van Finkelstein en Silberman getiteld “De Bijbel als Mythe” en onze conclusies zijn deels gelijk namelijk moderne archeologie heeft de betrouwbaarheid van de Bijbel als historische bron aangetast. Hij pleit aan het eind voor een middenpositie en verwijst naar het werk van Arnold en Hess “Ancient Israels History. Het Nieuwe Testament acht hij betrouwbaarder dan het O.T., dit zet hij tamelijk oppervlakkig uiteen. Tussen de bedrijven staat een tekst van de schrijver van Johannes 1 (Joh 1:4) waarin een getuigenis wordt opgevoerd als voorbeeld dat het niet om fantasie gaat. Dat hij de auteur van Johannes hoog acht komt op een later moment in het boek terug. Op de literatuurlijst mis ik dit keer Price, Carrier, Ehrmann, Bultman, Slavenburg, Ludemann, Doherty en nog enkelen die zich kritisch uitlaten over de canonieke evangeliën.
De volgende hoofdstukken zijn een stukje verwondering over het heelal waar een psalmist een bijdrage aan mag leveren. Hierna is deels de rode draad BDE waarbij ik zelf bijna dood vaak vertaal als net nog levend. De kritische inbreng die van Woerlee inbrengt tegenover wonderlijke ervaringen vormt een prettig tegenwicht.
Eigenlijk is dit verslag nu voor mij afgelopen want de auteur gaat op de stoel van de dominee zitten. Niet onbekend voor hem want ooit was hij herder en leraar van een gemeente. Maar persoonlijke worstelingen noopten hem om afscheid te nemen. Maar zijn gedrevenheid is er niet minder om geworden. Domineesland berust veelal op geloof en dan ben je meestal snel klaar als buitenstaander. Maar ter afronding ga ik toch maar in sneltreinvaart door preken die draaien om vechten en roeping die door middel van Bijbelteksten worden uitgelegd. Geweldteksten in het Oude Testament worden volgens de schrijver door voortschrijdende openbaring genuanceerd en ook Jezus had naargeestige trekjes maar na zijn opstanding was dit voorbij. Dus het valt allemaal wel mee en de critici moeten volgens Jart Voortman vaker hun hart gebruiken bij de uitleg en minder hun verstand. Vooruit, dit is denk ik wel te onthouden door de catechisanten. Op bladzijde 209 kom ik het antwoord tegen op één van mijn vragen. Namelijk vraag 13: “En wat gebeurt er met mensen die voor Jezus zijn komst stierven? Of nooit van hem gehoord hebben?” Nu dan, deze vraag is thematisch niet aan de orde in het Nieuwe Testament, aldus Jart Voortman, en de auteur verwijst naar vergaande gevolgtrekkingen waar hij zelf bij uit de buurt blijft.
Daarna komen we terecht bij zonde, dat een tijdgebonden interpretatie is en de intro rond de brede en smalle weg zullen degenen met een reformatorische achtergrond wel kunnen vatten. Vervolgens een hoofdstuk met een pleidooi voor een christelijk geloof met zo weinig mogelijk dogma's. We komen terecht in een beknopte kerkgeschiedenis waarin plotseling Dan Brown ten tonele verschijnt om de gnostiek naar de 21ste eeuw te trekken met de notie dat bepaalde punten uit zijn boek onjuist zijn. Even dacht ik dat ik Tim Keller aan het lezen was, die ook veel werk maakt van Dan Brown.
Het slot bestaat uit gedichten die de opmaat zijn naar een persoonlijke geloofsbelijdenis. De schrijfstijl is gemakkelijk, moeilijke woorden ontbreken of worden didactisch verantwoord uitgelegd. Zoals ik al refereerde om een brug te bouwen met dit boek naar sceptici lijkt mij te hoog gegrepen maar om christenen mee te onderwijzen lijkt het mij een prima keus. Ik zie dat de schrijver op zijn site zijn dagen vult met het geven van lezingen als hij in de buurt is ga ik hem opzoeken en hoop dan alsnog een antwoord te krijgen op kritiekpunten die dusdanig uitgebreid zijn dat ze niet passen in een recensie maar die inmiddels via de elektronische post zijn verstuurd of nog verstuurd gaan worden.