Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Geef hier je mening over boeken die je hebt gelezen.

Moderator: Moderators

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 10 jul 2013 06:55

Is het kerstverhaal wat betreft de volkstelling onder Quirinius geloofwaardig?

”Als in onze ogen een zaak niet geloofwaardig is, wil dat nog niet zeggen dat het niet zo is gebeurd”, is het antwoord van Strengholt.

Met geen woord rept hij over het grootste probleem dat kleeft aan het verhaal over de volkstelling in Lucas 2, namelijk dat die inderdaad plaatsvond, maar in het jaar 6, terwijl Herodes al stierf in het jaar 4 vóór het begin van de jaartelling. Bovendien heerste geen enkele Romeinse gezagdrager over Judea zolang Herodes de Grote nog leefde. Het verhaal van Lucas kan dus niet samengaan met het verhaal van Matteüs. Historici hebben ook erop gewezen dat bij Romeinse volkstellingen niemand vereist werd te moeten reizen naar de plaats van afkomst.

Dit probleem kan eenieder bestuderen via het Wikipedia-artikel betreffende de volkstelling van Quirinius: http://en.wikipedia.org/wiki/Census_of_Quirinius" onclick="window.open(this.href);return false; . Het artikel laat ook de talloze wanhopige pogingen zien die tientallen apologeten, beginnend met Calvijn, de eeuwen door hebben bedacht om het probleem op te heffen. Al in 1727 zette Nathaniel Lardner al die pogingen op een rijtje en verklaarde hij ze voor ongeldig of zeer dubieus. Pas precies een eeuw later, in 1827, met het verschijnen van het beroemde boek Das Leben Jesu, werd door David Strauss eindelijk uitgesproken wat tot dan toe de grootste taboe was: de schrijver van Lucas moest iets verzinnen waarmee hij de profetie van Micha, volgens welke de Messias uit Bethlehem zal komen, in vervulling kon laten gaan.
Uiteraard hebben apologeten zich hierbij nooit neergelegd, en zijn ze doorgegaan met het verzinnen van ingenieuze oplossingen, die volgens het Wikipedia-artikel door scholars betiteld worden met benamingen variërend van "implausible" tot "almost impossible" and "obviously a last-ditch solution to save the historicity involved".

De oplossing van Strengholt is misschien wel zo slim. In plaats van de lezer te vermoeien met het onderzoeksresultaat van vijf eeuwen doe je gewoon alsof je neus bloedt en niet weet waarover gediscussieerd wordt en merk je enkel op dat ”almost impossible” nog niet wil zeggen dat het niet zo is gebeurd. En schrijf je erachteraan dat je Lucas gelooft omdat hij ’duidelijk gebruik maakte van oudere bronnen die nog dichter bij de echte gebeurtenissen waren ontstaan’.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 11 jul 2013 06:44

Vraag 26 Jezus en geweld

Waarom ging Jezus te keer met een gesel tegen de verkopers? Hield hij zich niet aan zijn eigen ethiek van geweldloosheid?

De apologeet blijkt uit deze vraag geen hout te kunnen snijden. Eerst komt hij met een retorische vraag: “Is het erg om boos te zijn?” En hij eindigt met “Als mensen moeten we een vreedzame levensstijl hebben. Dat betekent niet dat we in geval van schrijnend onrecht niet heel boos zouden moeten worden!”

Maar het punt dat aangesneden werd was helemaal niet ‘boos worden’. Het was geweld aanwenden om je zin te krijgen of een statement te maken.
Boos zijn kan nog goed samengaan met een leer van liefde, zachtmoedigheid en vrede. Geweld niet.

Jammer dat Jezus nog niet in onze tijd leefde. Hij zou aan Amnesty International een voorbeeld kunnen nemen om het beter te doen. Amnesty International is al decennia lang boos op van alles en nog wat. Maar ze hebben nog nooit een aktie ondernomen om een bepaalde gevangenis waar ‘schrijnend onrecht’, zoals marteling, plaatsvindt bij verrassing te gaan bestormen en de gevangen daarin te bevrijden.

Jezus kan ook nog een voorbeeld nemen aan Greenpeace: “Sometimes the best way to get something done is to go out there and stand up for what you believe in, no matter what. Guiding all of our actions, always, is our commitment to nonviolence”.



Het kan toch niet dat Jezus met een zweep al die kooplui van het tempelplein verdreef? Dat is toch onvoorstelbaar?
Strengholt antwoordt weer wat hij al zo vaak geantwoord heeft: "Omdat iets onvoorstelbaar lijkt hoeft het nog niet onwaar te zijn".
Beter dan als een lame duck het spel voort te zetten had hij kunnen antwoorden dat het juist verre van onvoorstelbaar is. Overal kan men voorbeelden vandaan halen dat de regel juist is dat één persoon die ’verteerd wordt’ door een ideaal een hele grote groep mensen die gewoon bezig zijn met hun dagelijks leven, in de greep kan houden. Des te meer wanneer het nog gekoppeld wordt aan een grote charismatische persoonlijkheid die een wapen heeft en die bovendien onverschrokken is. Tel daarbij nog op dat hij gevolgd wordt door een groep volgelingen die meteen woedend zullen worden zodra de held aangevallen wordt.

Maar misschien begrijp ik de reden waarom hij niet op deze manier kon antwoorden. Dit verhaal van geweld in de tempel laat dus juist op de beste manier zien hoe het geweldadig optreden van zelfs één man al veel effectiever is dan pacifisme. En deze conclusie zou menig modern christen niet willen trekken.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 11 jul 2013 09:23

Vraag 27 Mythen over Jezus

Over zoveel helden bestaan mythen rond hun geboorte. Waarom zouden we die verwerpen en die van Jezus geloven?

Strengholt stelt dat het bij andere verhalen typisch om mythen gaat, terwijl de evangeliën pretenderen historische gebeurtenissen te beschrijven. Het gaat om een wezenlijk verschil. Maar zoiets beweren kan iedereen; het gaat uiteraard om het kunnen beargumenteren, want het is uiteraard maar net de vraag of dit inderdaad zo is. Dat de evangelieschrijvers de indruk wekken dat het een verslag is van historische gebeurtenissen zal niemand ontkennen, maar dat verschilt niet van geschriften als De Handelingen van Petrus en Het Leven van Apollonius van Tyana of het Boek van Henoch of het verhaal van Adam en Eva in het paradijs.
Evenzeer valt niet te ontkennen dat hoewel ze deze pretentie hebben, al deze geschriften bol staan met de beschrijving van mythische zaken, zoals een gesprek met Satan, het uitwerpen van demonen, het opwekken van doden, het luwen van een storm via een uitgesproken gebod, de verschijning van Mozes en Elia om een praatje te maken met de held, het maken van wijn uit water, het lopen op water, het voorspellen van de toekomst. Wanneer men bovendien de evangelieschrijvers om de haverklap ziet opmerken dat zus en zo geschiedde opdat een profetie vervuld zou worden, moet men wel heel blind zijn om niet op te merken dat we hier met tendensgeschriften te maken hebben en in plaats daarvan te denken dat het om geschiedschrijving gaat.

Wanneer een student van de Oudheid opmerkt dat deïficatie, het vergoddelijken van helden, een algemeen voorkomend verschijnsel was in de gehele hellenistische cultuur, waarom zouden al deze verhalen in de evangeliën juist wel serieus genomen moeten worden? Het idee van deïficatie was zó algemeen, dat het vroege christendom deze gedachte zonder discussie over of het gepast was zelfs over iedere gelovige deed uitstrekken. De pseudepigraaf 2 Petrus laat al horen dat de gelovigen kostbare beloften zijn gedaan “opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur” (2 Petrus 1: 4)
Irenaeus laat in overeenstemming hiermee weten: "Want hierom werd het Woord vlees, en de Zoon van God een zoon des mensen, opdat de mens via in relatie met het Woord te komen het goddelijk zoonschap zou ontvangen, een zoon van God zou worden”. Athanasius zegt het nog duidelijker: “Want hij werd mens opdat wij God gemaakt zouden worden”. Thomas van Aquino herhaalt het duizend jaar later nog eens: “de Eniggeboren Zoon van God, die ons wil laten delen in zijn goddelijkheid, nam onze natuur aan, zodat hij, eenmaal mens geworden, mensen goden zou kunnen maken”.
In de hele oosters-orthodoxe theologie is theosis (grieks voor het latijnse woord deïficatie) een centrale gedachte.


Deïficatie is dus een allesdoordringende gedachte in de oudheid, iets waar iedere bakker waar je je brood bij haalde wel zijn theologisch woordje over kon meepraten. Dat zoiets enkel voeten in aarde kan krijgen via de creatie van en het geloof in mythen is enkel vanzelfsprekend.

Een mensheid die opgroeit en via wetenschap leert waan en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden prikt door de mythen heen, net zoals ze door het hele begrip God heen prikt. Dat de evangeliën de mythen beter konden aankleden dan de talloze mysteriegodsdiensten, en het christelijk geloof in de stijl van een roman begonnen te serveren, mag een reden zijn om ze een compliment voor te geven, maar wellicht komt het gevoel dat het over echt gebeurde zaken gaat vooral omdat we zo aan die verhalen gewend zijn. Een modern persoon met enige scholing zal een verhaal dat demonen uit iemand gedreven werden door ze over te hevelen naar een kudde van 2000 zwijnen net zo min als ‘echt gebeurd’ opvatten als wanneer Gandalf een potje bovennatuurlijk vecht met Saruman. Dat er in het evangelie bij verteld wordt dat het gebeurde in het gebied van de Gerasenen en dat de evangelist ook nog weet dat de varkens aan hun eind kwamen doordat ze van een steile helling afvielen, maakt het verhaal echt niet historisch geloofwaardiger, zoals iedere lezer van Tolkien weet.

Evenzo zal men een vreemde eend in de bijt moeten zijn om in alle serieusheid een verhaal dat een ster boven een huis laat staan om het huis te kunnen vinden, en een leger engelen dat een stel herders toespreekt op te vatten als letterlijke geschiedenis.
Wikipedia geeft alweer een pracht-artikel waarin we kunnen lezen over geboortemythen van talloze helden. Interessant is ook wat het weet te vertellen over Augustus, aangezien het uit de tijd dateert waar het christelijk geloof direct op aansluit. Precies dezelfde ingrediënten als in het christelijk geloof: het verlangen naar een Heiland (redder), en het ontstaan van verhalen die de tekenen rondom zijn geboorte memoreren. En het eindresultaat: Augustus was een Zoon van Apollo.

Om een aardse held te zijn moest je nu eenmaal een goddelijke vader hebben in de zin van letterlijk voor de helft goddelijk zijn. Het was dus onvermijdelijk in de hellenistische tijd dat Jezus ook maagdelijk geboren werd. Het laat overigens goed zien hoe het christelijk geloof meer heidens is dan joods. In het orthodoxe jodendom is zoiets ondenkbaar en absurd.

De mode van de tijd niet herkennen, maar zijn eigen creatie uitroepen als uniek en 'wezenlijk verschillend' is niet erg slim, maar wellicht wel het beste wat je kunt doen indien je nu eenmaal in de reclamebusiness zit.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 12 jul 2013 06:56

Matteus zegt dat Jezus vanaf een hoge berg alle koninkrijken van de wereld zag. Moet Matteus een lesje aardrijkskunde hebben?

Strengholt merkt hier op dat geen enkele oorspronkelijke lezer dit geheel letterlijk genomen zal hebben, aangezien iedereen best wel wist dat je niet vanaf een berg de gehele wereld kunt zien. “Waar het om ging was dat Jezus werd verleid om wereldse leider te worden.”

Hoewel Strengholt hiermee gelijk kan hebben, komt bij een beetje vrijdenkend persoon op zo'n antwoord meteen de vervolggedachte op: is de vraag door wie Jezus werd verleid dan niet een evenzo domme vraag? Iedereen weet toch ook dat door een verlokkelijke gedachte zich aangetrokken voelen niets te maken heeft met een persoon genaamd duivel die jou opzoekt en met jou een gesprek aangaat? Het feit dat mensen dan altijd het werkwoord ‘influisteren’ gebruiken laat al zien dat het om beeldspraak gaat en we zo’n ‘gesprek tussen de duivel en een mens’ niet letterlijk moeten nemen.
Maar wat betreft deze duivel beweert Strengholt dat die juist weer wél opgevat moet worden als een letterlijk bestaand wezen. Hij noemt hem een paar hoofdstukken verder ‘een gevallen engel’. Blijkbaar moeten we de laatste zin van het verhaal van Matteüs: “Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen” volgens hem dus ook heel letterlijk nemen. Waaruit bestond het ‘zorgen voor’? Hadden de engelen die hem verzorgden de beroemde hemelse pannenkoeken (zonder pan gebakken!) mee? Of wellicht openden ze naar oude bijbelse gewoonte zijn ogen zodat hij een waterput zag? Of bestond hun verzorgen enkel in handgeklap voor dat Jezus telkens de juiste bijbeltekst vond om als superieur wapen te gebruiken om alle verleidingen te baas te zijn?

Strengholt geeft de vrijdenker een standje voor zo’n ontstellend onbegrip wat betreft literaire genres, maar blijkt er toch zelf ook behoorlijk moeite mee te hebben. Wellicht kan hij als je erop aandringt nog argumenteren dat het een zeer betrouwbaar verhaal is, omdat de in het verhaal bij naam genoemde ooggetuigen zelfs nu nog in leven zijn en eenieder het bij hen dus na kan vragen.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 13 jul 2013 05:54

Vraag 28 De wonderen van Jezus

In de oudheid gingen er over allerlei goden en godenzonen soortgelijke verhalen rond als over Jezus. Waarom moeten we die over Jezus serieus nemen en die anderen niet?


Strengholt antwoordt dat het feit dat andere religies wonderen melden die men niet serieus hoeft te nemen de christelijke wonderen niet automatisch diskwalificeert. Hij probeert dit argument te verduidelijken door op te merken dat het feit dat overal over de wereld politieke partijen zijn, geen argument is om te zeggen dat die in Nederland niet ‘echt’ zijn. Hoe dit een vergelijking kan zijn ontgaat me. De correcte vergelijking zou zijn op te merken dat wanneer je ziet dat alle politieke partijen in de wereld aankomen met verhalen over zichzelf alsof ze voor alles het juiste antwoord hebben, en je goede reden hebt om deze verhalen maar met een korreltje zout te nemen, die goede redenen waarschijnlijk ook wel op zullen gaan voor die van de partijen van Nederland.

Oftewel de vrijdenker bedoelt uiteraard te zeggen dat indien je redenen hebt om al die andere wonderen uit de oudheid te verwerpen als niet gebeurd, waarom zouden diezelfde redenen dan niet ook opgaan voor het geval van de wonderen van Jezus? De wonderen van Jezus onderscheiden zich namelijk weinig of niet van die waar andere wonderwerkers die men afwijst mee aankomen. Neem als voorbeeld één die onder andere in het boek Handelingen optreedt, Simon de Tovenaar. “Iedereen, van groot tot klein, keek vol ontzag naar hem op omdat ze werkelijk meenden dat de grote macht van God in hem zichtbaar werd”. Hij was zo beroemd dat er een eeuw later nog Simonianen rondliepen die hem beschouwden als een goddelijke incarnatie. Er is een zogenaamde ‘wet van biografische analogie’ die opgaat in de antieke oudheid: de carrière van eenzelfde soort held wordt met dezelfde soort tekenen en wonderen versierd. Een voorbeeld hiervan kwam hierboven al ter sprake: de geboorte van een held gaat in de oudheid altijd gepaard met ‘tekenen aan de hemel’. Dús produceert vroomheid op een gegeven moment een teken aan de hemel (geboorte van keizer Augustus). Evenzo in het christelijk geloof: Marcus weet nog van niets, maar Matteüs heeft een verhaal over een ster. Wanneer men de brieven van Paulus leest wordt het vermoeden dat de evangeliën latere verzinsels zijn nog sterker: Paulus verwijst nooit naar een wonder van Jezus, zelfs niet één keer! Hij presteert het zelfs iets te schrijven dat dicht bij het ontkennen van wonderen komt: “Immers, de Joden verlangen tekenen (=wonderen) en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid”. Een bijzonder vreemd geformuleerd argument indien hij op de hoogte was van de wonderen van Jezus, maar juist heel begrijpelijk wanneer we het opvatten als een redenatie van iemand die van de nood een deugd maakt.

In antwoord op de vraag naar de wonderen van Jezus kijkt Strengholt naar de mysteriegodsdiensten, en wijst hij erop dat de leringen daar meer lijken op de tegenwoordige newageovertuigingen. Hoewel we in de mysteriereligies overeenkomsten kunnen zien met het christelijk geloof ontbreekt de nadruk op het historische. Strengholt schijnt er niet bij stil te staan dat hij Paulus met deze redenatie net zo krachtig aan de kant zet als die mysteriereligies die volgens hem ’lichtjaren verwijderd zijn’ van de evangeliën die met een historische Jezus aankomen.

Het is alsof Strengholt de vraag niet begrijpt. Wanneer men het heeft over ’soortgelijke verhalen’ doelt men vanzelfsprekend op verhalen die ook iets van een ogenschijnlijke historiciteit hebben. Asclepius bijvoorbeeld, de genezende halfgod, zoon van Apollo en de maagd Coronis, die op aarde rondliep en zieken genas. Hij wekte zelfs iemand op uit de dood, maar toen werd Zeus boos, omdat zoiets enkel aan echte goden voorbehouden was, of misschien was het omdat hij er goud mee verdiende, of misschien was het omdat Hades bij zijn broer Zeus ging klagen dat als hij zo doorgaat er straks geen dode geesten meer naar de onderwereld zullen komen. Zeus doodde Asclepius. Maar Zeus wekte hem toch wel op om hem een plaats onder de Olympiërs te geven. Asclepius werd Heiland (Redder) genoemd, en maakte zich van tijd tot tijd nog steeds bekend op aarde. Zieken konden eeuwenlang hun smeekbeden tot hem richten in bepaalde heiligdommen waar ook gezondheidsbaden toe behoorden en kamers waarvan gezegd werd dat als je daar sliep je ’s nachts door hem bezocht kon worden of hij in een droom aan je zou verschijnen. Er zijn vanaf de derde eeuw voor de jaartelling talloze inscripties die over genezingen verhalen. Dat men in de vroege kerk al te horen kreeg dat het christelijk geloof een hoop had afgekeken van de verering van Asclepius laat Justinus Martelaar zien die omstreeks op de helft van de tweede eeuw op deze beschuldiging ingaat, en die beantwoordt met het argument dat de christenen het niet hebben geïmiteerd, maar dat Asclepius een voorafschaduwing was van Jezus. Hieruit kan men goed de gesteldheid zien van de mens in de oudheid. Wonderen waren voor de doorsnee mens feiten waar men niet omheen kon. Men was beduidend goedgeloviger dan nu.

De biografie over Apollonius van Tyana (geschreven ca 200) laat goed zien hoe een charismatische prediker (tijdgenoot van Jezus die echter wel zo’n honderd jaar werd), na een eeuw al helemaal omgeturnd is tot figuur die als twee druppels water lijkt op de Jezus uit de evangeliën. Het is goed mogelijk dat men hiervoor elementen uit de evangeliën heeft gebruikt, maar dat is juist het punt waar het om gaat: wie zegt dat de evangeliën gebaseerd zijn op nauwkeurig bronnenonderzoek om een historisch verslag te geven? De enige die dat beweert is de laat geschreven Lucas, en zelfs die kunnen we betrappen op het aanpassen van zijn bronnen wanneer het hem uitkomt. Waarom zouden de evangeliën niet eveneens producten zijn van hoe men in de oudheid gewend was te denken en te fantaseren, wanneer dat bij alle andere soortgelijke verhalen de regel is? De christenen hebben nota bene zelf het bewijs hoe men te werk ging in overvloed gegeven. Er zijn talloze vroegchristelijke boeken die de fiction production gewoon hebben voortgezet (bijvoorbeeld de jeugd van Jezus beschrijvend) en zelfs door het orthodoxe christendom aan de kant werden gegooid. Het gemak waarmee deze geschriften blijkbaar geschreven zijn is voor iedere gelovige die iets van oprechtheid en objectief willen zoeken naar de waarheid bewaard heeft, een zaak die bijzonder ontmoedigt en welhaast schreeuwt om een behoorlijke dosis skepticisme mee te nemen wanneer men zich op de bijbelse evangeliën stort.

Zelfs de opmaak van ieder wonderverhaal, of het nu grieks is of joods of christelijk, volgt vaste regels. Eerst komt er in ieder wonderverhaal een zin dat een beetje achtergrond geeft waar en in welke omstandigheden iets gebeurde (setting). Dan volgt een zin die even aangeeft hoe verschrikkelijk het wel niet was waar de zieke aan leed (case history). Dan geeft de wonderwerker te kennen of geeft hij een hint dat er een wonder gebeuren zal (announcement). Volgt punt vier, een opmerking over het skepticisme van de omstanders (ze lachten hem uit of vragen in hoogste verwondering hoe zoiets mogelijk zou kunnen zijn). Dan doet de wonderwerker het wonder, hij spreekt iets uit of doet iets (punt 5), waarna de zieke geneest, de blinde ziende wordt of de dode opgewekt (punt 6), en tenslotte nog een bewijs dat het een echt wonder was, en niet maar een inbeelding (punt 7, de opgewekte dode eet en drinkt, er zijn nog manden vol brood en vissen over, de lamme loopt ten aanzien van iedereen naar huis). En het verhaal eindigt met dat de menigte God en/of de godmens prijst (punt 8). Alle wonderverhalen volgen dit vaststaande schema.

Speurneuzen hebben opgemerkt dat de verhalen in de evangeliën vaak kunnen worden begrepen als varianten op verhalen die we in het Oude Testament tegenkomen. Soms komt zelfs dezelfde bewoording overeen (de NT-schrijvers lazen de Septuaginta). Ook komt men veelvuldig varianten van een verhaal tegen dat in een griekse setting de ronde doet.
Voorbeelden zijn de wonderbaarlijke vangst van 153 vissen, het vinden van een munt in de mond van een vis, het veranderen van water in wijn, het vermenigvuldigen van brood; zelfs een volgeling van Boeddha kan op water lopen.
Voor een boek dat deze zaken in-depth behandelt is dit aan te bevelen:
Robert Price: The Incredible Shrinking Son of Man
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 13 jul 2013 06:44

Waarom werden de evangeliën niet eerder opgeschreven? En waarom geven ze maar zo weinig informatie?

Op de eerste vraag gaat Strengholt niet in. Hij laat weten dat hij gelooft in wat algemeen door bijbelwetenschappers wordt aangenomen, dat Marcus het oudste evangelie is. Marcus geeft blijk weet te hebben van de val van Jeruzalem, hetgeen zijn evangelie ten vroegste omstreeks het jaar 70 neerzet.

We hebben hier dus te maken met een godsdienst die claimt dat een God, de Schepper van het universum, geïncarneerd wordt tot mens, en het geloof omtrent deze persoon millennia mee moet, omdat het voor eens en altijd gezien moet worden als de hoogste godsopenbaring, maar deze mensgod heeft geen woord zelf op schrift gezet, noch hebben anderen dat gedaan voordat er al 40 jaar verstreken was en het blijkbaar wel moest, omdat Jeruzalem verwoest was en men moest wegvluchten. Er is vóór Marcus wel nog een prediker van het christelijk geloof geweest die heel hoogdravende theorieën had over hoe men moest geloven, maar het niet de moeite waard vond om ook maar één moment te wijden aan iets over het historische leven van de godmens te vertellen.
Het klinkt niet alleen als de allerslechtste werkwijze die een God maar kan hebben, het is het ook. Een opmerking van Strengholt dat het evangelie zelfs 2000 jaar later nog steeds zijn kracht bewijst is een drogreden, aangezien alle grote godsdiensten millennia overleefd hebben en hun kracht bewijzen. Het laat enkel zien dat de mens verslaafd is aan godsdiensten en je hem welke godsdienst dan ook die maar uit te vinden is op de mouw kan spelden. We hebben enkel een reden te meer om skeptisch te zijn ten aanzien van wat de godsdiensten beweren.

Wanneer Strengholt de vraag waarom er maar zo weinig van het leven van Jezus is opgeschreven beantwoordt met dat ze zuinig met papier moesten omgaan, weet de lezer inmiddels niet meer of hij moet huilen of lachen. In dat geval had Matteüs en Lucas beter alles wat Marcus al had opgeschreven kunnen weglaten. :wink:
Strengholt herhaalt nog de claim die Johannes maakt in de laatste zin van zijn evangelie: "Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden." Hoe hij het kan gebruiken als een argument is mij ten ene male onmogelijk te begrijpen. Deze laatste zin van Johannes is wel het grootste kluitje waarmee ooit iemand het riet in is gestuurd.

Strengholt besluit met te zeggen dat de evangeliën geen zondagsschoolverhalen zijn, maar theologisch geredigeerde boekjes. Dat dit laatste juist de reden is waarom de vrijdenkers dan ook zo'n moeite hebben met de boekjes schijnt hem te ontgaan. Misschien komt dat omdat hij niet vat dat het verschil tussen een theologisch tendensgeschrift en een zondagschoolverhaal miniem is.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 13 jul 2013 12:30

Vraag 29 Kruisiging en opstanding

Volgens de evangeliën predikte Jezus in het openbaar in Jeruzalem. Waarom moest Judas hem aanwijzen bij zijn arrestatie?


Deze vraag wordt door Strengholt beantwoord door erop te wijzen dat Jeruzalem volgens hem honderduizenden inwoners had en Jezus niet erg bekend was. Een hopeloos antwoord, zelfs al raakt de vraag enkel het tipje van de ijsberg aan waaronder het verhaal van Judas te zuchten heeft.

Wie de zaak dieper bestudeert staat voor een groot aantal vragen. Ten eerste: hoe komt het dat Paulus schrijft dat de opgestane Jezus aan ”de twaalf” verscheen? Hij had dus nooit gehoord over een Judas die zogenaamd verried. Alleen dit feit al is van doorslaggevend gewicht wanneer men zich afvraagt of een verhaal waaraan talloze dubieuze vraagtekens kleven serieus genomen moet worden.

Stapel de zaken vervolgens maar op en trek je conclusies:

1. Het verraad zou weer een vervulling zijn van wat ooit al geprofeteerd werd. Aha. Gaat er al een lampje branden? De evangelieschrijvers hebben weer een prachtig idee waarmee ze hun Jezus-is-de-messias-verhaal kunnen bewijzen. Zoek eens op wat de profetie was en vraag je af hoe overtuigend die klinkt indien je er niet mee gehersenspoeld bent van kinds af aan. Bovendien is Matteüs wat betreft de profeet die de profetie uitsprak zo in de war dat zelfs Hiëronymus en Calvijn moesten toegeven dat hij hier een fout maakte.

2. Matteüs en Lucas komen niet overeen wat betreft de manier waarop hij stierf. Zelfs C.S Lewis zwichtte hier. Hij concludeerde uit deze contradictie dat de bijbel niet altijd historisch betrouwbaar is.

3. Wat hield het verraad in? Bij verraad moet sprake zijn van een beschuldiging. Waar klaagde Judas Jezus voor aan? Als godslasteraar, als terrorist? Als dief? Soms hoort men mensen speculeren dat hij teleurgesteld was dat Jezus geen zeloot was. Maar dan valt er juist des te minder te verraden. De hele rol van Judas is volkomen overbodig.

4. De evangeliën zelf vertellen dat er totaal geen geheimdoenerij was; Johannes laat het Jezus zelfs woordelijk zo zeggen. Hij was dagelijks te zien, preekte in het openbaar en maakte iedere dag gezellig ruzie met schriftgeleerden over voor een buitenstaander volkomen onbeduidende zaken die te maken hadden met theologie van ergens een jota meer of een tittel minder. Een buitenstaander zou ook nog weten dat mensen achter hem aanliepen omdat hij een wonderwerker is. Iedere Romein begreep dat het volk zoiets nou eenmaal nodig heeft.

5. De evangeliën geven een motief van 30 zilverlingen. Maar dit is duidelijk weer een opgemaakte zaak. Er moet weer een profetie in vervulling gaan. Kan men uit de evangeliën een ander motief opmaken? Klinkt het redelijk dat Judas heel boos werd omdat Jezus het gebruik van dure parfum om zijn voeten te masseren geen verspilling vond? Of dat de Satan nou eenmaal bezit van hem nam?

6. Volgens de evangeliën wist Jezus ervan, maar deed hij niets omdat het tot Gods plan behoorde. Wanneer de andere discipelen ervan horen gaat het ook het ene oor in en het andere weer uit. De evangeliën geven hier de indruk dat de hele geschiedenis van Jezus een soort afdraaien is van een hemelse film. Alles moet gebeuren opdat het goddelijk plan uitgevoerd wordt. Tezelfdertijd laat Jezus horen dat het beter voor Judas geweest zou zijn als hij niet geboren was geweest. De vreemde implicatie is – net als met de farao bij de exodus - dat hij geen vrije keus heeft, maar tezelfdertijd wel verantwoordelijk is voor zijn daden. Ook had Jezus’ dood niet moeten gebeuren, maar behoorde het wel tot Gods plan. Erasmus en Luther hebben over deze wonderlijke zaken nog een stevig robbertje welles-nietes gevochten. Calvijn was zo pienter dat hij opmerkte dat God het dan wel allemaal verordineerd had, maar hem dat toch net zo min schuldig maakt aan de dood van Jezus, als dat Judas bedankt mag worden voor het opgang brengen van het evangelie van verlossing en verzoening.

7. Waarom werd Judas niet opgeroepen bij de veroordeling van Jezus? Waarom had hij meteen spijt? En indien zo, waarom deed hij niets om het goed te maken?

8. Hoe in vredesnaam hebben christenen het gepresteerd om ook nog een Evangelie van Judas te schrijven waar alles omgedraaid wordt en hij als held wordt uitgeroepen?

9. Wie kwamen Jezus nu eigenlijk arresteren? Een stelletje ongeregeld (’bende’, Marcus en Matteüs)? Een stelletje ongeregeld (’horde’) plus hogepriesters en tempelwachten (Lucas)? Een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën? (Johannes). Soldaten? Romeinen? Of hadden de hogepriesters ook al soldaten? Oftewel alles wat maar verzonnen kan worden om hem uiteindelijk aan het kruis te nagelen?

Uiteraard kan men voor alles komen met een ’oplossing’, vooral als men al 2000 jaar op de juiste antwoorden gestudeerd heeft.

Al die oplossingen nemen echter nog steeds niet weg dat Paulus nog nooit over het verraad van Judas gehoord heeft maar hem gewoon een brave discipel laat zijn (1 Kor. 15:1-8: ” Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen.”). De uitspraak in Mt. 19:28 en Lucas 22:28-30 (waar Jezus de 12 discipelen, dus ook Judas, belooft dat ze zullen zitten op koningstronen om te heersen over de twaalf stammen van Israel) komt uit de zogenaamde Q-bron die ouder is dan de bijbelse evangeliën. Dat laat zien dat ook die bron geen weet had van een Judas als verrader. Marcus kende deze bron niet, vandaar dat hij het verhaal van het verraad kon uitvinden.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 14 jul 2013 08:28

Jezus’ opstandingslichaam en Tomas

Het is niet geheel duidelijk wat de vraag is waarmee de vrijdenker worstelt, maar men kan wel veilig stellen dat het aandachtig volgen van een paar afleveringen van de beroemde X-files met Scully & Mulder hem de ogen wel zou hebben geopend. Hoe de vrijdenker het heeft gepresteerd deze televisieserie, die wel een jaar of tien gedraaid heeft, te negeren mag een modern wonder heten.

Eigenlijk is de schande nog groter. Als bij een sprookje met een happy end een grootmoeder uit de buik van een wolf komt, moet je niet vragen hoe zij eruit zag en hoe ze überhaupt in de buik paste en heelhuids daarin terecht kwam. Dat een vrijdenker dit wel doet pleit niet voor zijn opvoeding, noch voor zijn schranderheid.

Kortom, het gaat hier om een opstandingslichaam dat aan de ene kant precies hetzelfde is als tevoren, maar aan de andere kant met wat Scully & Mulder en de gerenommeerde skeptische theoloog (voornaam N. Thomas!) Wright aanduiden als 'begiftigd met transfysikaliteit'. Dus de opgestane Jezus ziet er precies zo uit als tevoren, met het haar en baard van George Harrison uit de jaren dat hij My Sweet Lord zong, aangevuld met opgedroogde wonden van gaten in zijn handen en een speerwond in zijn zijde, die vanaf nu zijn trademark zijn. De ongelovige Tomas kan het allemaal betasten en, vreemd genoeg, hieruit concluderen dat Jezus juist geen mens is maar My Lord and my God. Jezus eet ook nog wat, waaruit we echter niet zomaar mogen concluderen dat er in de hemel blijkbaar ook toiletten zijn, want dat zou ons weer het onvoorstelbare simplisme van de vrijdenker opleveren. Tezelfdertijd namelijk kan zo’n transfysikaal lichaam als uit het niets verschijnen en voor onze ogen weer in een ondeelbaar ogenblik dematerialiseren, net zoals in de beste afleveringen van Star Trek. Zo’n opstandingslichaam heeft dus geen deuren meer nodig om ergens binnen te komen, waarom zou het dus een WC nodig moeten hebben om iets eruit te laten gaan? ”Dit niet kunnen begrijpen maakt het nog niet onwaar” is een verbluffend nieuwe insteek waarmee de apologeet ons ditmaal verrast.

Dat het verhaal betrouwbaar is komt volgens de apologeet vooral tot uiting in dat de andere tien discipelen er ook bij waren en het een groteske gedachte zou zijn dat ze allemaal collectief hun mond zouden hebben gehouden als dit een leugen was die rondging. Dat Tomas van deze ontmoeting zeer onder de indruk was wordt ook bewezen door het feit dat hij later naar India reisde om daar het evangelie te prediken. Zoiets zou tenslotte niemand doen die er niet in gelooft. En daar heeft hij bovendien dit verhaal nooit tegengesproken. Hij bleef echter wel altijd bekend staan om zijn hoge mate van skepticisme. Toen het Maria’s tijd was om ten hemel te varen liet zij Tomas er dan ook getuige van zijn omdat ze wel wist dat hij het anders niet zou geloven. Omdat er wel meer zijn die gedegen bewijsmateriaal nodig achten voor religieus geloof liet zij haar gordel op Tomas vallen, http://www.ccel.org/ccel/schaff/anf08.vii.xliii.html" onclick="window.open(this.href);return false; , zodat hij die kon laten zien aan de andere apostelen - die ditmaal op hun beurt inderdaad zeer skeptisch waren aangezien het om een vrouw ging. Het evangelie van Tomas laat weten dat het vooral voor Petrus hard te verteren was dat Maria ten hemel voer. Hij was namelijk de opinie toegedaan: "Females are not worthy of life" ( http://www.earlychristianwritings.com/t ... as114.html" onclick="window.open(this.href);return false; ). De gordel was echter een duidelijk bewijs dat Tomas gelijk had, en daar zwichtte zelfs Petrus voor.

Met zo'n vracht aan betrouwbaar bewijsmateriaal vraag je je werkelijk af wat vrijdenkers bezielt om hier allemaal maar sceptisch tegenover te staan. :wink:
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 14 jul 2013 10:15

Bij de opstanding van Jezus gaan de graven open en herrijzen vele heiligen die overleden waren. Waarom wordt dit nergens anders vermeld dan in Matteüs?

De apologeet zegt het een ”bijzonder vreemd verhaal” te vinden en voegt eraan toe ”Ik weet niet zeker wat ik ermee aan moet”.
Wanneer een apologeet zo begint, kan men er altijd van verzekerd zijn dat hij zich in een wanhoopspositie bevindt, en zich dan altijd gaat bedienen van geleerde theologentaal om zich uit de benarde positie te wringen. Geleerde theologentaal is namelijk uitgevonden om precies dezelfde reden als wanneer men vermolmd hout bedekt met een zo dik mogelijke mooie verflaag. Verwacht nu niet te veel natuurlijk. De kleine catechismus is en blijft een boekje voor 9 tot 13 jarigen. De theologentaal wordt dan ook beperkt tot één woord:
”Ik kan me voorstellen dat deze beschrijving onderdeel was van Matteüs’ theologische poging om de opstanding van Jezus in een eschatologisch licht te plaatsen.” ’Eschatologisch’ betekent dat het betrekking heeft op de laatste dingen die zullen gebeuren in de geschiedenis. Volgens Strengholt profeteerde Zacharia al dat de Messias ’met zijn heiligen’ in Jeruzalem zou komen. Vandaar dat Matteüs er behoefte aan heeft om te laten zien dat deze profetie nu vervuld is. Het probleem is echter dat eschatologisch geen eschatologisch kan zijn indien de wereld daarna gewoon 2000 jaar verder draait. Dit vervolgprobleem bij de horens te pakken laat Strengholt wijselijk achterwege. Maar zou het inderdaad zo zijn dat de pientere Matteüs weer een bewijs erbij heeft opgevist uit het Oude Testament om zijn Jezus de beloofde Messias te laten zijn, is het probleem waarvoor we staan dan niet juist nóg groter geworden? Want ligt het dan niet vele malen meer voor de hand dat hij deze gebeurtenis verzint, en daarom niemand anders er weet van heeft, dan dat we iets serieus zouden moeten nemen waar enkel een onbenul uit Monty Pythons Life of Brian toe in staat is? Strengholt begrijpt dit volkomen, en noemt het dan ook een ’theologische compositie’. Maar in één adem kan hij erachteraan schrijven dat een theologische compositie toch niet betekent dat het historisch onjuist zou zijn. Dit is al even vreemd als toegeven dat The Lord of the Rings inderdaad een ’epic high fiction novel’ is, maar dat niet betekent dat het historisch onjuist zou zijn. Strengholts argument is voor de honderdste maal dat Matteüs niet lang na dato geschreven en verspreid is en mensen het dus konden natrekken, maar dit is nu juist precies wat iedere scholar die erop gestudeerd heeft tegenspreekt.

Overigens is het jammer dat de apologeet niet wat nauwkeuriger het verhaal heeft gelezen en de details ervan in het oog houdt. Zelfs de titel van deze vraag zet hij er verkeerd neer. In het verhaal dat men kan lezen in Mt. 27: 52-53 laat de schrijver namelijk weten dat de graven en herrijzenis al plaatsvond op het moment dat Jezus stierf. Deze opgewekte heiligen gingen echter pas nadat Jezus opgewekt werd uit hun graf om te verschijnen aan ’een groot aantal mensen’! Deze gang van zaken maakt het verhaal nog ongeloofwaardiger dan het al is.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 14 jul 2013 21:00

Waarom schrijft alleen Johannes over de opstanding van Lazarus?

Strengholt geeft een antwoord van enkel vijf zinnen, waarvan één luidt: ”Ik zie geen probleem”. Een antwoord dat nogal overeenkomt met wanneer op een donkere winteravond tot aller consternatie opeens de stroom uitvalt en een blinde huisgenoot dan opmerkt dat hij geen probleem ziet. Strengholt voegt er nog aan toe ”Sterker, stel je voor dat de evangelieschrijvers hadden geprobeerd hun verhalen te harmoniseren, dan zouden we met recht kunnen zeggen dat de historische geloofwaardigheid niet groot was”. Sterker? Ik kan me voorstellen dat een goede advocaat die een hopeloze zaak moet verdedigen met iets aankomt omdat dat nu eenmaal zijn taak is, maar om nu te zeggen ’sterker’. Alsof waar hij mee aankomt het alternatief zou zijn! Natuurlijk niet! Iemand met eenvoudige doch gezonde hersens stelt zich enkel iets heel natuurlijks en voor de hand liggends voor. Iemand die na tientallen netelige vragen waar niet naar behoren op geantwoord kan worden nog wanhopig zoekt naar iets wat steun zou kunnen geven om buitengewoon vreemde verhalen voor geloofwaardig te houden, zou hopen dat men van de vier evangelisten tenminste zou kunnen opmerken dat ze alle vier naar redelijke waarschijnlijkheid onafhankelijk van elkaar ongeveer hetzelfde verhaal vertellen. Dát zou tenminste iets zijn. Waar is de menigte aan ooggetuigen die Strengholt altijd meteen klaar heeft staan om over al deze zaken te getuigen nu we die nodig hebben? Moeten we in alle serieusheid de conclusie trekken dat Marcus, Matteüs en Lucas dit wonder der wonderen niet de moeite waard vonden om het over te hebben? Hadden ze net op dit punt toevallig een aanval van zuinig met papier om moeten gaan? Het enige alternatief is dat ze er echt totaal niets over wisten, dus dat dit wonder onder de gelovigen zo goed als vergeten was. In de optiek van Strengholt is het nóg erger. Marcus zou hebben opgeschreven wat Petrus allemaal gepreekt had, dus een persoon die erbij was, maar het nooit de moeite waard vond om het ooit nog over deze gebeurtenis te hebben! En Matteüs zou nota bene de opwekking van Lazarus ook met eigen ogen aanschouwd hebben, maar het hebben weggelaten te vermelden!

Genoeg prietpraat van de apologeet. Iemand die ook maar één theologisch boek over het evangelie van Johannes opslaat zal te horen krijgen dat het Johannes-evangelie onder mensen die er lang op gestudeerd hebben zeer weinig geloofwaardigheid geniet als historisch verslag. Als religieus gedicht kan het een pluim krijgen. Maar zelfs een outsider-leek die het boek voor het eerst leest zal al meteen de conclusie kunnen trekken dat een boek dat voornamelijk eindeloze theologische redevoeringen weergeeft duidelijk een door de schrijver kunstmatig in elkaar gezette creatie is met als doel een bepaalde theologie naar voren te brengen. De creaties strekken zich ook uit over de gebeurtenissen. De schrijver van Johannes creëert een verhaal over hoe de ongelovige Tomas het uiteindelijk ook moest geloven. Zijn oogmerk is rivaliserende Tomas-gelovigen die zich op het Tomasevangelie baseerden de wind uit de zeilen te halen ( http://www.brammoerland.com/thomasjohannes/" onclick="window.open(this.href);return false; ). Een boek over het Johannes-evangelie zal iedere sobere persoon al gauw overtuigen dat de synoptische Jezus met geen mogelijkheid in harmonie gebracht kan worden met die van Johannes. Dat een Johannesverhaal zoals over de wonderbaarlijke visvangst van 153 vissen ook al voorkomt in de school van Pythagoras. Dat Johannes 1 een hoop te maken heeft met allerlei filosofieën die uit Alexandrië komen. Dat Johannes de synoptische verhalen kent, maar ze bewust herschrijft. Dat hij vanuit een visie die men 'gerealiseerde eschatologie' noemt preekt. Dat hij oogmerken heeft zich tegen het jodendom af te zetten. Dat hij geen duivel en demonen kent. Enzovoort, enzovoort. Dat Johannes Jezus en Nicodemus (Jh. 3) zelfs in het Grieks laat converseren (er komt een woordspeling in voor die niet in het Aramees gezegd kan worden).

Wanneer je eenmaal de literaire bron voor het verhaal van Lazarus in het Johannes-evangelie aangewezen krijgt is het daarna onmogelijk het nog langer enige geloofwaardigheid te geven. Johannes gebruikte twee passages uit Lucas. Uit Lucas 10:38-42 kreeg hij de plaats waar het zou geschieden en twee ongetrouwde vrouwen, Martha en Maria. Uit Lucas 16:19-31 vist Johannes Lazarus op, die in Lucas een karakter is in een gelijkenis die door Jezus bedacht wordt. De Lazarus van de parabel gaat dood en iemand stelt dan voor dat hij terug zou mogen gaan om de levenden te waarschuwen. Maar volgens Jezus zou het nutteloos zijn; als iemand niet naar de bijbel luistert dan zal die ook niet naar Lazarus luisteren, zelfs al zou hij als een wonder weer in het land der levenden komen.
Johannes maakt van deze gelijkenis een echt gebeurd verhaal. Lazarus wordt bij hem de vriend van Jezus, en de broer van Maria en Martha. Hij laat Lazarus echt doodgaan en door Jezus weer tot leven komen. En de lering die Jezus al in Lucas gaf wordt nu gedemonstreerd via de opmerking dat het wonder geenszins zijn vijanden tot inkeer deed komen, maar integendeel, hun hart slechts verhard werd.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 15 jul 2013 09:29

Vraag 30 De Hemelvaart

Jezus steeg ten hemel en verdween boven de wolken. Is de hemel dus boven ons en hel onder ons?


Uiteraard antwoordt Strengholt hierop dat hij dat zich niet zo voorstelt. Dat de bijbelschrijvers dit idee wel hadden laat hij uiteraard slim achterwege. Strengholt vraagt hoe Jezus anders het had moeten duidelijk maken dat hij naar de hemel ging. Goede vraag. Ik zou graag willen dat hijzelf die vraag eens zou beantwoorden door zich voor te stellen dat Jezus het zou moeten duidelijk maken aan iemand met de kennis van vandaag de dag. Ondanks dat we nu allemaal weten dat de hemel zich niet bevindt boven de azuren stolp die als een deksel op de aarde past, blijft hij tenslotte geloven dat er een plaats is die hemel genoemd kan worden, en waar zijn God en Jezus verblijft.

Strengholt vervolgt met een lezing over hoe betrouwbaar Lucas wel niet is (de enige die het de moeite waard vindt over een hemelvaart te vertellen). Als Lucas er een potje van maakte zouden al die ooggetuigen hem wel op het matje hebben geroepen, is Strengholts antwoord, alsof er toen al internet bestond. Hij haalt er zelfs nog Joodse en Romeinse tegenstanders bij die wel over de onwaarheden zouden hebben geschreven. Hoe dit alles kan slaan op het verhaal in kwestie, waar Jezus ten hemel vaart tenoverstaan van slechts een handvol volgelingen, dus op een zo geheim mogelijke manier, is mij een raadsel.

Een van de vervelendste zaken is dat hoewel Strengholt te kennen geeft dat zijn boekje voor vrijdenkers geschreven is, hij er nooit blijk van geeft ooit ook maar iets gelezen te hebben van wat vrijdenkers zelf aangaande de onderwerpen te berde hebben gebracht. Op het freethinkerforum wordt in een column uitgebreid aandacht besteed aan het verhaal van de hemelvaart (zie: Hoe betrouwbaar zijn de evangeliën , hoofdstuk 2). Alle zaken die daar aangekaart worden zijn Strengholt blijkbaar onbekend, of negeert hij bewust. De beste formule voor het onderhouden van christelijk geloof is uiteraard blijvend in zalige onwetendheid te verkeren. Strengholts boekje zou dan ook een pluim kunnen krijgen indien het een catechismus voor gelovige kinderen zou heten. Maar dat hij het uitgerekend aan freethinkers adresseert, een groep waar freaks bij zitten die het presteren iedere dag, jaar in jaar uit, met de kwestie van christelijk geloof kritisch bezig te zijn, en ongeloof kunnen prediken alsof ze Billy Graham naar de kroon willen steken, kan men niet anders begrijpen dan dat Strengholt zich er schromelijk op heeft verkeken en niet het minste besef heeft gehad van waar hij tegenop bokst. Indien men zo’n freethinker freak regelmatig kan horen opmerken ”christenen hebben nooit zoveel voor hun geloof over als ik voor het onderuit halen ervan” zou je je toch wel tweemaal moeten bedenken alvorens je met zo iemand in debat gaat. Met een niemandalletje aankomen kan je duur komen te staan wanneer de tegenpartij beschikt over een zo vurige geest van heilig gelijk willen hebben dat iedere heilige geest in vergelijking daarmee op een bijna opgebrand walmend waxinelichtje lijkt.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 15 jul 2013 16:45

Vraag 31 De wederkomst

Jezus vertelde aan zijn leerlingen dat velen* van hen zijn wederkomst nog zouden meemaken. Kwam hij zijn beloften niet na?


* Strengholt schrijft ‘velen’. De bijbel laat echter weten dat Jezus het had over ‘sommigen’.

Aan de oplossing voor het dilemma van de spoedige wederkomst besteedt Strengholt zowaar een dozijn zinnen!
Hij denkt het wat hem betreft te kunnen oplossen door te stellen dat Jezus’ eindtijdvoorspellingen het jaar 70 betroffen, het jaar dat de tempel in Jeruzalem verwoest werd door de Romeinen. Voor deze ramp gebruikte Jezus “eschatologische taal die in de twee eeuwen daarvoor populair was geworden”. Ja en? Wat moeten we daaruit concluderen? Dat wanneer Strengholt het over God heeft hij de tale Kanaäns gebruikt die ooit populair is geweest, maar we daaruit niet mogen concluderen dat hij ook bedoelt wat hij zegt?

Strengholt geeft toe dat we inderdaad nog steeds wachten op de vernieuwing van de hemel en de aarde. “Jongens wat duurt het lang. Maar waarom zou ik ongeduldig zijn, ik geniet nog enorm van het leven zoals dat nu is”, schrijft hij. Voor welke lezer denkt hij dat dit van enige relevantie zou kunnen zijn wanneer het gaat om het dilemma dat hem voorgeschoteld wordt?
Op over de helft van zijn boekje gekomen kan ik nu wel met zekerheid zeggen dat ik op het dieptepunt ben gekomen van alle apologieën die ik ooit in mijn handen heb gehad.

Laten we ons eens echt met de vraagstelling bezighouden:

Matteüs 16: 27, 28
"Wanneer de Mensenzoon komt , in gezelschap van zijn engelen en bekleed met stralende luister van zijn Vader, dan zal hij iedereen naar zijn daden belonen. Ik verzeker jullie: sommigen van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt."

Hier laat de evangelieschrijver Jezus voorspellen dat zijn wederkomst zal plaatsvinden nog tijdens het leven van sommige van zijn toehoorders! Het zou goed passen als climax op de grote rampspoed van het jaar 70, maar zo'n climax bleef uit. Er kwam geen tijd van koninklijke heerschappij van Jezus noch een algemene beloning van eenieder naar zijn daden.

Het is bijzonder komisch te zien hoe evangelische gelovigen zich uit deze tekst proberen weg te wurmen. Ze hebben opgemerkt dat het hoofdstuk dat er in Matteüs op volgt een verhaal geeft dat men ‘De verheerlijking op de berg’ noemt. Petrus, Johannes en Jacobus gaan met Jezus een berg op, en plotseling zien ze zijn gedaante veranderen, zijn gezicht straalt als de zon en zijn kleren worden wit als het licht. En dan verschijnen Mozes en Elia die met Jezus een gezellig praatje maken.
Een evangelische gelovige komt meestal aan met de uitleg dat dit verhaal de vervulling is van bovengenoemde voorspelling van Jezus.
Maar deze uitleg heeft geen enkel been om op te staan. Het is het toppunt van verwrongen interpretatie om te stellen dat wat zes dagen later (Mt. 17:1) gebeurde de vervulling zou kunnen zijn van een voorspelling "sommigen van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor...". Het laatste houdt namelijk vanzelfsprekend in dat er eerst nog een beduidend lange periode moet verstrijken zodat het merendeel wél overleden is. Bovendien is deze verheerlijking op de berg niet de verschijning waar Jezus het heel duidelijk over had: zijn komst 1) met engelen en 2) de inauguratie van zijn koninklijke heerschappij, waarbij 3) een ieder beloond wordt voor zijn daden.
Het verhaal van de verheerlijking op de berg heeft niets te maken met dit alles.

Het interessante is dat deze valse profetie duidelijk een blunder van Matteüs is. Het oudere evangelie dat hij voor zich heeft (Marcus), en voor het merendeel kopieert, heeft namelijk een andere tekst: ”Verder zei hij nog: ’Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk in al zijn kracht hebben meegemaakt" (Marcus 9:1). Deze oorspronkelijke uitspraak is zo geformuleerd dat men dit niet hoeft te verbinden aan de wederkomst van Jezus. Bij zijn uitblijven zouden de gelovigen dus gemakkelijk een theologie kunnen fabriceren die eenvoudig stelde dat ‘het koninkrijk in al zijn kracht’ de ontwikkeling van de christelijke kerk zou betekenen, of de komst van de heilige geest zoals dat in Handelingen verhaald wordt. Matteüs laat echter zien dat de vroege gelovigen het niet zo zagen, maar dat ze wel degelijk begrepen dat Jezus doelde op zijn wederkomst en zijn wereldregering. De profetie kwam echter niet uit en Matteüs heeft van Jezus dus zelf een valse profeet gemaakt, en het christelijk geloof tot een valse religie. Een christen die het niet leuk vindt voor Jezus kan natuurlijk ook Matteüs de schuld geven van het verdraaien van Jezus’ woorden op dit punt. Hij kan dan met de goede herder nog verder op stap in een ander evangelie. 

Waarom verbindt Strengholt deze vraag meteen aan de gebeurtenissen van het jaar 70? Aangezien de wederkomst ook nog wordt voorspeld in de zogenaamde "rede aangaande de laatste dingen" die Jezus hield. Daarin staat eenzelfde soort voorzegging:

Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. (Mt. 24: 34, Mc. 13:30, Lc. 21:32)

Over welke dingen heeft Jezus het? Jezus begint zijn redevoering met een uiteenzetting van een toekomstige verwoesting van de tempel, die inderdaad in het jaar 70 plaatsvond:

Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’ Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’
Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?
(Marc. 13:1-4)

Op dit punt gekomen moet weer op een belangrijke zaak gewezen worden: zoals men tegenwoordig weet is het evangelie van Marcus het eerst geschreven. En Matteüs en Lucas hadden dit evangelie vóór zich toen zij hun eigen evangelies schreven. Naast dat deze evangelies veel nieuw materiaal bevatten, kopiëren ze Marcus voor zo'n 97%, maar verbeteren ze voortdurend eigenhandig de zogenaamd door Jezus uitgesproken tekst van Marcus. Lees nu de paralleltekst in Matteüs 24:

"Nadat Jezus de tempel had verlaten, wendden zijn leerlingen zich onderweg tot hem en vestigden zijn aandacht op de tempelgebouwen. Hij zei tegen hen: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’
Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?"



Uit de laatste woorden van de paralleltekst van Matteüs (die hij dus zelf erbij verzon omdat ze ontbreken bij Marcus) blijkt duidelijk dat hij de verwoesting van de tempel als een onderdeel beschouwde van die eindtijd die zijn hoogtepunt spoedig daarna zou bereiken met de wederkomst van Christus. Oftewel het eerste zou een duidelijk teken zijn dat de wederkomst er zeer spoedig op zou volgen. Dit wordt ook door Lucas bevestigd. Lucas is duidelijk een flinke tijd ná die verwoesting van de tempel geschreven. Dit kan men opmaken uit het feit dat hij de woorden van Jezus een draai moet geven. Hoe langer de wederkomst van Jezus op zich liet wachten, des te meer men iets moest verzinnen om het te kunnen uitleggen. Lees hier hoe hij zich eruit wurmt dat Jezus niet meteen terugkwam na het jaar 70 (Lucas 21 vanaf vers 20):

"Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is. Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen. Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!"

Deze tekst laat allereerst zien dat de verwoesting van de tempel in het jaar 70 het centrale teken is waaraan men zal weten dat alles nabij is, "want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan." Omdat het al een flinke tijd later is voegt Lucas er eigenhandig aan toe dat Jeruzalem nog een tijd vertrapt zal worden totdat de tijd der heidenen voorbij is. Maar het laatste vers ”Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd”…laat weer zien dat die tijd niet lang geacht wordt, het zijn nog steeds dezelfde mensen die de verwoesting van de tempel meemaakten die ook de komst van Jezus zullen meemaken.

Wel, hiermee is de kous af. Je kunt als gezond denkend mens nu ofwel concluderen dat Jezus (of de vroege christenen die hem dit alles in zijn mond hebben gelegd) wat te enthousiast was, en zijn wederkomst voorspelde voor het moment dat de grootste crisis in het Jodendom plaatsvond, maar zich vergiste, ofwel je moet als gelovige nu concluderen dat hij inderdaad toen is teruggekomen, namelijk als de wreker en oordeler, als de onzichtbare godheid die de ultieme leiding had van alles wat er toen geschiedde. Het eerste alternatief is voor een christen in de regel te moeilijk, aangezien hij dan heel eerlijk zou moeten worden en zoiets voor iemand die met een geloofsvirus is aangetast niet mogelijk is. Dat laatste is echter een uitleg die door vele christelijke uitleggers dan ook gegeven is. Zij worden preteristen genoemd (het omgekeerde van futuristen). Wellicht lost Strengholt het zo op. Indien het christelijke geloof je te dierbaar is om overboord te gooien kan men er op deze manier proberen uit te komen. Maar dan moet men dus de letterlijke, voor iedereen zichtbare, wederkomst en alle profetieën aangaande een eindtijd in de toekomst volledig schrappen, want dan is volgens de tekst alles wat voorzegd werd al in vervulling gegaan en heeft 'eschatologie' praktisch geen betekenis meer. De laatste woorden van de frase in Matteüs “uw komst en de voltooiing van deze wereld” worden m.i. dan ook volledig absurd. Zelfs Strengholt kan hier niets anders op zeggen dan "Jongens, het duurt wel lang."

Laten we nog even verder lopen met de zogenaamde futuristen, dus de christenen die toegeven dat de wederkomst van Christus nog niet is geschied en zijn koninklijke heerschappij nog niet is aangebroken, iets waar de tweede eeuwse schrijver van 2 Petrus tenslotte ook vanuit gaat wanneer hij de mensen die zeggen "Jongens, het duurt wel lang" spotters noemt.

Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. (Mt. 24: 34, Marc. 13:30, Luc. 21:32)

De evangelische futuristen hebben er natuurlijk wat op moeten vinden om dit akelige bijbelvers uit de weg te ruimen. Eén uitleg is dat de woorden ‘deze generatie’ verwijzen naar een toekomstige generatie, de generatie die alle tekenen des tijds zullen meemaken. Een hopeloze uitleg uiteraard, aangezien de verwoesting van de tempel juist het meest duidelijke teken was! Om hier weer uit weg te kunnen wurmen komen de bijbeluitleggers meestal met een betoog dat in de bijbel soms een gedeeltelijk uitkomen van een profetie plaatsvindt, een soort eerste vervulling, en dat diezelfde profetie dan later nóg een keer vervuld zal worden, en dan in zijn geheel. Een onpartijdige onderzoeker zal zonder moeite zien dat zulke argumenteringen uit verlegenheid geboren zijn: indien een profetie niet uitkomt móet je namelijk wel met zoiets aankomen indien je je geloof eraan nog steeds niet kunt opgeven! Maar het lukt zelfs niet het op deze manier op te lossen. In dit geval schreeuwt de bijbel namelijk het tegendeel. Lees het hoofdstuk in Matteüs dat aan de rede over de laatste dingen voorafgaat, dus Matteüs 23. Een heel hoofdstuk gevuld met “Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars...”. In vers 36 komen we weer exact dezelfde frasering tegen: “Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen.” Jezus had dus precies die generatie in zijn hoofd tegen wie hij zijn vernietigende dreigpreken afstak. En hij zegt steeds ‘dit alles’, ‘al deze dingen’.

Een andere belabberde uitweg is de woorden ‘deze generatie’ te vertalen als ‘dit geslacht’, (engels: this race), en uit te leggen dat het het joodse volk betekent. In elk theologisch commentaar kan men lezen dat dit een uiterst geforceerde interpretatie is, een ‘oplossing’ om de overduidelijke betekenis maar niet onder ogen te hoeven zien. De uitdrukking deze generatie komt vele malen in de synoptische evangeliën voor, maar heeft nooit de betekenis van ‘het joodse ras/volk’.

Dat het de generatie was waartegen Jezus sprak is ten overvloede ook nog hieruit duidelijk dat de uitdrukking telkens twee woorden bevat: het gaat om deze generatie. Indien het om een toekomstige generatie zou gaan die ooit die tekenen van de eindtijd zou meemaken dan zou er uiteraard die generatie hebben moeten staan. Ook valt nog op te merken dat Jezus in de rede over de laatste dingen telkens zijn toehoorders aanspreekt met het woord jullie: “Als iemand dan tegen jullie zegt…Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd…. Wanneer ze dus tegen jullie zeggen…Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.” Stel je nu voor zelf een toehoorder te zijn geweest. Zou je ooit deze woorden horen alsof ze het eigenlijk over heel anderen hebben dan over jouzelf en jouw generatie?

In de rest van het Nieuwe Testament komt ook heel duidelijk naar voren dat de wederkomst van Jezus verwacht werd door de schrijvers van de teksten in hun eigen tijd:


"Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 'Aan het
einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitstorten." (Toespraak
van Petrus op de eerste pinksterdag, 2000 jaar geleden, Hand. 2:16,17)

"Houdt moed, want de Heer zal spoedig komen." (Jakobus 5: 6)

"Nog een heel korte tijd, dan komt hij die komen zal, hij blijft niet lang meer weg."
(Hebr. 10:37)

"Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God
te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet...Want de tijd is nabij." (Openbaring van
Johannes 1:1-3)

"Kinderen, het laatste uur is aangebroken...Dit wilde ik u schrijven over hen die u proberen
te misleiden. (1 Johannes 2:18, 26)

"Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees
helder van geest." (1 Petrus 4: 7)


Helder van geest zijn blijkt helaas moeilijk samen te gaan met christelijk geloof. Tot bezinning komen is voor vele christenen ook teveel gevraagd. Zoveel is duidelijk.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 16 jul 2013 06:32

Vraag 32 Paulus als boosdoener

Paulus heeft brieven geschreven, waarvan een aantal (die aan Timoteüs en Titus) als onecht worden beschouwd. Is het Nieuwe Testament dus onbetrouwbaar?


Het is bijzonder grappig dat Strengholt voor vraag 32 de titel verzint “Paulus als boosdoener”, terwijl de eerste opmerking juist impliceert dat men in ieder geval Paulus niet kan beschuldigen.

Strengholt komt hier aan met verbazingwekkend oppervlakkig commentaar. “Wetenschappers worden geprezen als ze met iets nieuws op de proppen komen, dus komen ook theologen telkens weer met nieuwe ideeën.”
Dit komt in het geval dat we het over de pastorale brieven hebben exact overeen met wanneer een creationist met deze woorden de evolutietheorie van tafel zou willen vegen. Erger nog, terwijl Darwin zijn nieuwe ideeën pas in 1859 de wereld voorlegde, kwam Ferdinand Baur met dit theologische nieuwtje al in 1835. Iemand die ook maar iets weet over de macht van religie in de 19e eeuw weet ook dat ieder nieuwtje op theologisch gebied iemand zijn baan of in ieder geval zijn goede reputatie kon kosten en het zeker niet uit verveling of zucht naar roem gedaan werd. Deze Ferdinand kwam overigens met zoveel theologische nieuwtjes dat er na hem weinig nieuws onder de zon meer is geweest. Tesamen met goed gemikte steentjes uit de slingers van David Strauss (Das Leben Jesu, ook uit 1835) en Ludwig Feuerbach in 1842 (Das Wesen des Christentums) zette hij het christelijk geloof op de plaats waar ooit David de reus Goliat neerlegde en het sindsdien nooit meer van opgestaan is.
Zoals men ziet bereiken sommige nieuwtjes de oren van orthodoxe gelovigen maar zeer langzaam.

Net als het geval is met de wetenschappelijke evolutietheorie wordt in de tekst-critische wetenschap van het Nieuwe Testament met een vrijwel unanieme overeenstemming de niet-paulinische oorsprong van de zogenaamde pastorale brieven als feit beschouwd. Men kan ook nog de tweede brief van Petrus hierbij optellen, waaromtrent ook ‘virtually unanimous consensus’ heerst (zelfs Calvijn zwichtte hiervoor!) dat we hier te maken hebben met een pseudepigraaf. Een pseudepigraaf is een geschrift dat geschreven is onder de valse pretentie dat het afkomstig zou zijn van een beroemd persoon, in dit geval van een religieuze autoriteit.

Uiteraard zal men zo’n uitspraak niet licht moeten doen, aangezien zo’n conclusie bijzonder drastische gevolgen heeft voor hoe we tegen een religie aankijken. Hoewel een orthodox christen uiteraard altijd de resultaten van wetenschappelijk onderzoek kan negeren wanneer het een uitspraak doet over een geschrift dat de bijbel heeft gehaald, het vervelende voor zulke gelovigen is dat ze opeens wél over critische zintuigen beschikken wanneer het over pseudepigrafen gaat die de bijbel niet hebben gehaald. Dán zijn ze het opeens wel roerend met wat wetenschappelijk onderzoek uitwijst eens. De christelijke kerk heeft namelijk in de eerste eeuwen aan de lopende band geschriften geproduceerd die geschreven werden op naam van een klinkende autoriteit. Om een goede indruk te geven waarover we het hebben kan Bart Ehrman worden geciteerd, een tekst-criticus die er oorspronkelijk sterk evangelische opinies op nahield, maar in de loop van zijn theologische studies zeer teleurgesteld werd: “Forging books in Peter’s name was a virtual cottage industry”, laat hij weten in zijn boek Jesus Interrupted. Ehrman geeft voorbeelden zoals het Evangelie van Petrus, de Brief van Petrus aan Jacobus, verscheidene Handelingen van Petrus, en drie verschillende Apocalypsen van Petrus.

Strengholt vervolgt: “Hoewel hun stellingen niet altijd standhouden blijven ze wel vaak doorsudderen”. Hoewel vele opvattingen van zo'n radikale theoloog als Baur bepaald niet voor zoete koek geslikt zijn, is ook deze opmerking niet op zijn plaats. Dat de drie pastorale brieven niet van Paulus afkomstig zijn is sinds de argumenten ervoor op tafel zijn gelegd altijd de algemeen gedeelde opinie geweest. “Er is geen doorslaggevende reden om de genoemde brieven in het Nieuwe Testament niet als authentiek te beschouwen. Laat je niet inpakken door onterechte zekerheid van critici”, probeert Strengholt nog. Het punt dat de apologeet hier omzeilt is dat we geloof beschouwen. Geloof behoort zich te laten leiden door wat het waarschijnlijkst is. In bepaalde gevallen, zoals in het geval van de evolutietheorie of in dit geval van de pastorale brieven, is de bewijslast zo groot dat vrijwel alle wetenschappers uitkomen op een eensluidende conclusie. Uiteraard kan men de onderzoeksresultaten blijven tegenspreken, net zo goed als wanneer men vandaag de dag nog steeds wil volhouden dat de groene marsmannetjes wel degelijk bestaan (ze zitten allemaal heel diep onder het oppervlak van Mars), omdat zekerheid erover niet bestaat.

De pastorale brieven zijn tegenwoordig zelfs zó nauwkeurig geanalyseerd dat men kan zeggen dat ze 848 verschillende Griekse woorden bevatten, waarvan 306 niet voorkomen in de andere zogenaamde Paulinische brieven. En 200 van die 306 woorden komen regelmatig voor in tweede eeuwse christelijke geschriften (zoals Didache, Barnabas, 1 Clement, 2 Clement, Diognetus, Ignatius)! Unieke woorden noemt men "hapax legomena". De pastorale brieven tellen 13 tot 16 per bladzijde. Alle andere brieven van Paulus hebben er slechts 3 tot 6 per bladzijde. Dit moderne microscopische taalonderzoek is als het moderne DNA-onderzoek dat verbluffend de basisinzichten bevestigt waartoe Darwin al meer dan een eeuw tevoren op heel andere gronden zich gedwongen zag. Dat de pastorale brieven niet uit Paulus’ tijd dateren werd oorspronkelijk geconcludeerd uit zaken zoals dat de kerk in die brieven al een hiërarchische structuur heeft (opzieners, bisschoppen, diakenen, zelfs een orde van weduwen, nonachtige maagden die Christus als bruidegom hebben), ‘geloof’ niet meer een relationeel woord is maar gebruikt wordt in de zin van ‘het geloof’ (een stapeltje dogma’s die je onderschrijft), en de afwezigheid van de gedachte aan de nabije komst van Jezus, waar Paulus mee leefde, en dat het waarschuwt voor allerlei sekten waar de latere kerk mee in strijd was.

Van het één komt men op het ander, daar heeft Strengholt inderdaad gelijk in. Wanneer je ogen voor één zaak open gaan, worden je vaak ook andere zaken duidelijk. Men heeft er bijvoorbeeld op gewezen dat ook die regels om de vrouw onderdanig te laten zijn die we in de pastorale brieven kunnen lezen, moeilijk overeen kunnen komen met de boodschap van Paulus dat er in Christus helemaal geen onderscheid is tussen man en vrouw. Behoudende christenen komen dan natuurlijk meteen aan met 1 Cor. 14:34-35: “Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt”. Maar wanneer je eenmaal weet dat er in het christelijk geloof van pseudepigrafen sprake is, en de oudst bewaard gebleven kopieën van de geschriften dateren uit een veel latere tijd dan de oorspronkelijke tekst, is het gemakkelijk in te zien dat ook brieven die wel als authentiek worden beschouwd niet geheel betrouwbaar zijn overgeleverd, maar door de latere kerk zijn aangepast. Zo zijn bovengenoemde verzen duidelijk een latere insertie, hetgeen bijzonder gemakkelijk is te zien wanneer men de verzen in 1 Cor. 14 in hun contekst leest:

26 Broeders en zusters, wat betekent dit voor uw samenkomsten? Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan. Laat alles tot opbouw van de gemeente zijn. 27 Er mogen twee, hoogstens drie van u in klanktaal spreken, ieder op zijn beurt en bovendien met iemand die de uitleg geeft. 28 Is er niemand die dit kan, dan moeten ze zwijgen en alleen voor zichzelf tot God spreken. 29 Laat van hen die profeteren er telkens twee of drie spreken; daarna moeten de anderen het beoordelen. 30 Wanneer aan iemand die nog op zijn plaats zit iets geopenbaard wordt, moet degene die op dat moment spreekt verder zwijgen. 31 U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd. 32 En wie profeteert heeft macht over zijn geest, 33 want God is niet een God van wanorde maar van vrede. 34 Zoals in alle gemeenten van de heiligen moeten vrouwen gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. 35 Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt.
36 Heeft het woord van God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt? 37 Wie van u denkt te kunnen profeteren of in het bezit van de Geest te zijn, dient te erkennen dat wat ik u schrijf een bevel van de Heer is. 38 Doet hij dat niet, dan wordt hij zelf niet erkend. 39 Kortom, broeders en zusters, streef ernaar te profeteren en verhinder niet dat er in klanktaal gesproken wordt. 40 Alles moet op gepaste wijze en in goede orde gebeuren.


Vers 26 heeft het heel eenvoudig over dat iedereen wel wat bijdraagt. Vers 36 sluit direkt aan op vers 33, en de vervolgverzen gaan allemaal door op waar Paulus het over had van vers 26 tot 33, het profeteren en het spreken in klanktaal. De verzen 34 en 35 zijn er dus eenvoudig later aan toegevoegd. Men vond een mooie plek om ook deze latere kerkregel een apostolische autoriteit te geven, maar was niet zo slim zich te bedenken dat Paulus nooit zijn argument zou versterken door er ook nog bij op te merken dat de wet van Mozes het voorschrijft. Die zoiets overigens helemaal niet voorschrijft! Het kan ook zijn dat de schrijver van deze toevoeging de kerkwet (oftewel het kerkrecht of canonieke recht) in zijn hoofd heeft, maar ook dan geeft hij zichzelf weg als een latere toevoeging.

Strengholt vervolgt: ”Als de oude kerk die Paulus en de andere apostelen nog had gekend deze brieven erkende als brieven van Paulus, hoe zouden moderne wetenschappers dan met stelligheid kunnen beweren dat iedereen zich vergist heeft?” Het antwoord is, zoals wel vaker, simpel: wetenschappers zijn slim, meneer Strengholt, ze weten ontzettend veel, en kunnen een zeer grote hoeveelheid touwtjes aan elkaar vast knopen. Eén van hun geheimen is dat ze soms wel 200 jaar lang werken aan hetzelfde gebouw dat ze met elkaar optrekken. Wetenschappers weten bijvoorbeeld iets wat u niet schijnt te weten, dat ’de kerk’ helemaal niet bestond, maar er overal verschillende versies van het christelijk geloof de ronde deden. Ze weten bijvoorbeeld dat de Syrisch Orthodoxe kerk deze brieven eeuwenlang niet als authentiek beschouwde. Ze weten ook dat Marcion een grote fan van Paulus was en hij geen weet had van deze brieven. Ook dat deze brieven goed gebruikt konden worden om het Marcionisme aan te vallen. Ook dat 'de twaalf' enkel maar een schim is waar zelfs de geschriften in het Nieuwe Testament vrijwel niets over kunnen vertellen. Enzovoort, enzovoort. Wetenschap is een ingewikkeld spel. Iedereen is er niet voor weggelegd. Het is wel heel gemakkelijk voor iedereen om zich boven de wetenschap te wanen. ;)

Als slotargument schrijft Strengholt: ”Zijn de brieven die ik vandaag schrijf ook niet behoorlijk anders dan die van twintig jaar geleden?” Aangezien Paulus al behoorlijk volwassen was toen hij aan zijn eerste brief begon zou een betere vergelijking zijn uw pasgeschreven boekje Kleine catechismus voor freethinkers te vergelijken met wat u over twintig jaar schrijft. Heaven knows dat we vurig mogen hopen dat uw inzichten zich inderdaad nog behoorlijk zullen ontwikkelen, maar persoonlijk ben ik pessimistisch wat dat betreft.
Overigens is dit argument ook al eerder aangevoerd. De linguisten hebben hierop geantwoord dat het "taal-DNA-onderzoek" ook laat zien dat de hapaxen zich uitstrekken tot hele kleine 'vingerafdrukken' zoals partikels, voornaamwoorden, en conjunkties. Dit soort woorden veranderen niet in iemands taal. Ze zijn niet afhankelijk van onderwerp, omstandigheden, humeur en leeftijd van iemand.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 17 jul 2013 07:57

Paulus heeft geen enkel evangelie gelezen, wat wist hij nou eigenlijk van Jezus?

Strengholt pareert deze kritiek als volgt: “We weten dat niet met zekerheid te zeggen. Marcus wordt vaak al in het jaar 50 gedateerd. Als dat klopt heeft Paulus dat evangelie vast wel gelezen.”
Strengholt bereikt hier zijn hoogtepunt aan amateuristische apologie. Iemand die zch afvraagt hoe Strengholt erbij kan komen dat het evangelie van Marcus “vaak al in het jaar 50” wordt gedateerd, terwijl men decennia lang boeken kan lezen over dit soort zaken zonder ooit deze buitengewoon vreemde bewering tegen te komen, zal lang moeten piekeren om erachter te komen hoe hij op deze bewering gekomen is. Men zal helemaal terug moeten gaan naar het jaar 1972 toen er ooit eens een opzienbarend krantenartikel rondging met het nieuws dat restanten van het evangelie van Marcus gevonden waren in een grot van Qumran. Zoals men weet zijn hier de dodezeerollen gevonden van een joodse groep fanatiekelingen die men Essenen noemt. Andere restanten in desbetreffende grot waren van het boek Exodus en de apocryfe brief die Jeremia geschreven zou hebben, iets wat meer overeenkomt met de interesses van deze joodse gelovigen. Het feit dat de snippers in het Grieks waren deed een Spaanse jezuiet en papyroloog Jose O’Callaghan de snippers met interesse bekijken. Hij vond een snipper zo groot als een postzegel waarop 20 Griekse letters stonden, verdeeld over vijf regels onder elkaar. Van de 20 letters waren drie niet leesbaar, en 8 zo onduidelijk dat ze op verschillende manier geïnterpreteerd konden worden. Van de 9 duidelijke letters vormden drie het woordje ‘kai’ dat ‘en’ betekent. Regel vier bevatte echter de letters ‘nnes’, tenminste, indien men de eerste en de laatste letter leest als n en s... Dit bracht de eerwaarde vader O’Callaghan, op het idee dat er wel eens Gennesareth zou kunnen staan! Daarna zocht hij alle plaatsen op waar in de evangeliën dat woord voorkomt, en vond hij een passage in Marcus (Mc. 6:52-53), die inderdaad op vijf korte regels geschreven kan worden waarin de letters passen. Een mathematicus berekende voor hem dat de kans dat het om een andere passage gaat 1 op 9 miljard is! Het enige probleem was dat O’Callaghan enige letters die vrij duidelijk waren moest lezen alsof het andere letters waren. Het laatste woord dat eindigde op ‘es’ zou moeten worden gelezen als ‘sa’, de letters ‘tO’ in regel drie als ‘ti’, en de letter ‘a’ in regel twee als ‘n’.
De datering van de snippers kon gedaan worden op basis van de stijl van het handschrift. Het zou geschreven zijn in een stijl die in omloop was van circa 100 vóór de jaartelling tot 50 ná de jaartelling.
Aangezien O’Callaghan tot de conclusie kwam dat het om Marcus zou gaan accepteerde hij de bovenlimiet, oftewel ‘ongeveer het midden van de eerste eeuw’. Strengholt maakt hier exact het jaar 50 van.
Het zal eenieder duidelijk zijn dat de opzienbarende vondst van O’Callaghan allang tot een leuke voetnoot is geworden in het debat; te vergelijken met de lijkwade van Turijn, de brokstukken van de ark op de Ararat en het graf van Jacobus die om de zoveel jaar de revue passeren om bij gelovigen de moed erin te blijven houden.

Daar komt nu echter bij dat Strengholt in het voorgaande liet weten dat hij de overlevering van de kerkvaders betrouwbaar acht, en hij het verhaal gelooft dat Marcus zijn evangelie geschreven zou hebben als herinneringen aan de preken van Petrus. Maar die overlevering laat het evangelie pas ontstaan tussen 65 en 70. Er zijn namelijk twee bronnen die uitdrukkelijk stellen dat Marcus zijn evangelie schreef ná de dood van Petrus (die onder Nero in 64 terechtgesteld zou zijn), het zogenaamde anti-marcionitische voorwoord dat men dateert op 160-180 en de overlevering van Irenaeus. De laatste schreef omstreeks 175 zelfs dat Marcus zijn evangelie opschreef na de dood van Petrus en Paulus! Alle andere evangeliën moeten nóg later gedateerd worden, met uitzondering van het evangelie van Thomas, waar men alle kanten mee opkan, maar dat echter nu juist niet door de christenheid aanvaard is als betrouwbaar.
Het is dus zelfs wanneer men niets wil weten van moderne wetenschappelijke conclusies die de bijbelse evangeliën laat dateren, niet mogelijk om Paulus bekend te laten zijn met de geschreven evangeliën. Iets wat Strengholt uiteraard best wel weet. Hij laat op zijn eerste zinnen dan ook meteen volgen dat de evangeliën ‘wellicht’ pas na de dood van Paulus op schrift zijn gesteld. Het feit dat hij toch aankwam met een buitensporige bewering die zelfs hijzelf niet serieus kan nemen laat goed zien hoe een apologeet te werk gaat. Het is een apologeet nooit te doen om de waarheid te achterhalen, of zelfs maar geïnteresseerd te zijn in het vraagstuk wat waar en onwaar zou zijn. De enige gedachte die een apologeet heeft is dat het geloof koste wat kost gelijk moet hebben. En dus haalt zo iemand letterlijk alles erbij wat de schijn maar zou kunnen wekken dat het geloof redelijk is.

Strengholt schiet dus net zelf de vlieger naar beneden dat Paulus de geschreven evangeliën kende, maar moet nu uiteraard meteen vervolgen met de volgende zin: “Dat wil niet zeggen dat Paulus allerlei verhalen niet kende”. Want er zou een mondelinge overlevering hebben moeten bestaan. Maar zelfs al zou die hebben bestaan, dan blijkt nog nergens uit dat die mondelinge overlevering ooit Paulus bereikte, op 1 Kor. 15: 3-8 na, waar hij naar alle waarschijnlijkheid een bestaande christelijke geloofsformule voorbij laat gaan. In al die brieven die Paulus schrijft geeft hij er namelijk geen blijk van behoefte te hebben ook maar ooit te refereren aan wat de historische Jezus deed of zei of wat daarmee te maken had. Op een vraag van de vrijdenker waarom Paulus het niet heeft over Judas antwoordt Strengholt met één zin, namelijk dat Paulus ook zijn moeder niet noemt. Maar hij omzeilt hiermee precies het punt waar het om draait: natuurlijk noemt hij zijn moeder niet, omdat hij een evangelist was, en heel zijn leven in het teken stond van de verkondiging van het evangelie. Maar juist daarom zou hij constant moeten verwijzen naar wat de historische Jezus zoal deed en zei en wat er om hem heen allemaal gebeurde. In plaats daarvan heerst een stilte van een stille oceaan.

Paulus heeft geen weet van Jezus’ maagdelijke geboorte, zijn vader Jozef, de kerstgeschiedenis, geen weet van Bethlehem, geen Nazareth of Galilea, geen Jeruzalem in verband met Jezus, geen weet van de jonge Jezus in de tempel, de verleiding in de woestijn, geen bruiloft in Kana, geen gesprek met Nicodemus, geen Samaritaanse vrouw. Hij weet niets van de doop van Jezus door Johannes de Doper, heeft weet van geen enkele gelijkenissen (zelfs geen verloren zoon, geen barmhartige samaritaan, zelfs geen goede herder op zoek naar een verdwaald schaapje), van geen enkel wonder van Jezus (zelfs geen Lazarus of genezing van blinden of tweemaal vermenigvuldiging van brood), geen weet van de talloze uitspraken van Jezus (zoals de bergrede of de lange preken van Jezus in het evangelie van Johannes, zelfs geen OnzeVader gebed of een 'Ik ben' uitspraak van Jezus), geen weet van duiveluitbanningen, geen weet van zijn voorspellingen, geen weet van zalving van Maria, van eten met zondaars, tollenaars en omgaan met lichte vrouwen, geen weet van Judas de verrader, geen weet van de zelfmoord van Judas (schrijft in 1 Cor. 15 zelfs dat Jezus zich aan de 12 liet zien!), geen weet van Herodessen en Pilatus, geen weet van de verheerlijking op de berg, geen weet van de farizeeën als tegenstanders van Jezus (Paulus was trots op zijn farizeërschap!), geen weet van de tempelreiniging, van de intocht in Jeruzalem, van voetwassing, geen weet van Getsemané, van de verloochening van Petrus, en dat de kruisiging in Jeruzalem plaatsvond, geen weet van de naam Golgotha, geen weet van de twee andere gekruisigden, van het graf van Jozef van Arimathea, geen weet van leeg graf, geen weet van de opstandingsverhalen in de evangeliën (geen weet van vrouwen die Jezus het eerst zagen, geen weet van de ongelovige Thomas), zelfs geen weet van de zendingsopdracht die door Jezus zou zijn uitgesproken. Hij weet niets van Jezus’ uitspraken over het Gehenna (de hel), geen weet van de rede van Jezus over de laatste dingen, geen weet van de hemelvaart. Hij weet zelfs niet over een ‘wederkomst’; het hele woord komt nooit bij hem voor. Hij heeft het enkel over ‘de komst’ van Jezus, alsof hij nog nooit op aarde verschenen is.

Ik noem deze opsomming waar geen eind aan komt om te laten zien hoe diepgaand de stilte is. Dit alles heeft velen doen inzien dat Paulus een heel ander soort christendom predikte, een mysteriegodsdienst. Zijn leer wordt helemaal gevoed door ‘openbaringen’ aan hem persoonlijk. Dat is dan ook de reden dat Paulus voor allerlei gnostieke richtingen de favoriet was, en waarom er tezelfdertijd (de eerste helft van de tweede eeuw) een ijselijke stilte heerst omtrent Paulus in wat men nu de katholieke (orthodoxe) richting noemt. Voor de orthodoxen was Paulus lange tijd een ketter, verbonden aan oa. het Marcionisme. Pas omstreeks het midden van de tweede eeuw heeft die orthodoxe richting Lucas en het boek Handelingen gefabriceerd, en de brieven van Paulus voorzien van de nodige redactie om hem aanvaardbaar te maken, en hem geannexeerd. Het gaat te ver hier uitgebreider op in te gaan. Moderne studies over Paulus zoals het boek van Robert Price, The Amazing Colossal Apostle, dat een paar maanden geleden uitkwam, staan tjokvol van informatie hierover.
Wel kan ik er nog op wijzen dat deze ijzige stilte aangaande de historische Jezus zich ook uitstrekt over tal van andere vroeg-christelijke geschriften, bijvoorbeeld de andere brieven in het NT. Clement van Rome (ca. 95), dus een vooraanstaand leider van de kerk van Rome op het eind van de eeuw, geeft geen blijk te weten dat er evangeliën bestaan. Hij verwijst honderd maal naar het Oude Testament, en heeft weet van Paulus en de Hebreeënbrief, maar weet niets van opgeschreven evangeliën. Interessant genoeg heeft hij wel twee citaten die Jezus uitgesproken zou hebben, maar die zijn ons niet bekend uit de evangeliën. Ignatius van Antiochië (ca. 107) is ook bekend met Paulus, maar zijn citaten wat betreft Jezus komen nooit overeen met wat we in een evangelie terugvinden, noch noemt hij de bron van zijn weten.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 17 jul 2013 12:12

Over de hemelvaart wordt door Paulus niet gesproken. Is dat dus wel echt gebeurd?

Strengholt antwoordt hierop dat Paulus hierover zelfs 'klip en klaar' spreekt, namelijk in Efeze 4:8-10 en in Fil. 2:9.

Hij begrijpt echter niet dat Paulus hier niet verwijst naar een hemelvaartverhaal van een historische Jezus, zoals waar wij nu meteen aan denken, maar hij spreekt als een adept uit een mysterieschool, een gnosticus, zo men wil.

Ef. 4:8-10 Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9 ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10 Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen.


Dat hij helemaal geen verhaal in zijn hoofd heeft zoals waar Lucas mee aankomt, kan men al hieraan zien, dat hij verwijst naar iets wat geschreven staat in het Oude Testament. Paulus verwijst hier naar Psalm 68:17-20, waar we kunnen lezen

Jahweh woont op de berg voor eeuwig.
Met machtige wagens, tweemaal tienduizend,
met duizenden en duizenden,
trok Jahweh van de Sinai naar het heiligdom.
U voerde gevangenen mee,
eiste gaven van opstandige mensen,
en steeg op naar uw woning, Jahweh, onze God.


Het gaat hier dus alweer om een eigenaardige interpretatie van oudtestamentische orakels die Paulus kan geven aan die oude teksten, die allang niet meer gelezen kunnen worden in hun oorspronkelijke betekenis en wereldbeeld. Via uniek en voor ons moderne mensen onbegrijpelijk nieuw inzicht dat hij via openbaring gekregen heeft kan hij ze ’duiden’ op hun 'eigenlijke', 'diepere' betekenis, of vervulling, zo men wil, in het verhaal over zijn mystieke, spirituele Christus. Met het ’afdalen naar wat lager ligt’ wordt niet de aarde bedoeld, zoals de nieuwe bijbelvertaling vertaalt, maar ’de diepten der aarde’, of ’de diepten onder de aarde’ (zoals het in vele andere bijbels vertaald wordt), oftewel het dodenrijk. Het verwijst naar een geloof dat ook in 1 Petrus 3:19 voorkomt, (en in de boeken de Hemelvaart van Jesaja en de Odes van Salomo), dat de rechtvaardigen die als gevangenen in het onderaardse Sheol leven, via dit werk van de Messias gered konden worden en naar de hemel boven getransporteerd. Juist dat Christus van deze diepste onderwereld naar de hoogste hemel gaat doet Paulus concluderen tot zijn laatste zin, dat hij alles met zijn aanwezigheid vult.

In de tekst van Fil. 2:9 gaat het al evenmin om een letterlijke hemelvaart, maar om een promotie om alle eer te krijgen:

Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8 heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

De passage is onderdeel van wat men een ’christologische hymne’ noemt, een gnostisch gedicht dat Paulus hier aanhaalt. De zaken waarover de hymne het heeft moet men zien als gebeurend in hemelse sferen, niet als een letterlijk gebeuren op aarde. Een goddelijk wezen doet de gestalte aan van een mens en wordt vernederd, om juist daardoor te zegenvieren en verhoogd te worden, uitgeroepen tot degene die de meeste roem krijgt. Het mythische verhaal werkt als voorbeeld, wat in hemelse sferen gebeurt is als archetype voor hoe de gelovige zijn leven op aarde moet leven, via het esoterische principe van ’zo boven zo beneden’.
Alweer is deze tekst door en door gnostisch, een religieus filosoferen op een manier die voor veel eerste eeuwers blijkbaar heel indrukwekkend en geloofwaardig schijnt te zijn geweest.

In niets hebben deze teksten ook maar enige betrekking op een verhaal aangaande een hemelvaart van een historische persoon zoals we die in het evangelie van Lucas en Handelingen tegenkomen.

Alles wat Paulus te zeggen heeft over de mythe van Jezus is iets wat zich in een hemelse sfeer, een spirituele wereld plaatsvindt, precies zoals ook de schrijver van de Hebreeënbrief kan filosoferen.

Zoals gezegd kan dit ook worden opgemerkt uit het feit dat Paulus niet de term ’wederkomst’ kent.
Born OK the first time

Gesloten