Devious schreef:Ik hou er zélf overigens niet van om gelovigen dom, lui, gemakzuchtig of laf te noemen. Ik ben er zélf één geweest, en ik weet hoe sterk de kracht van zo'n overtuiging kan zijn.
...Het zou kunnen dat er een natuurlijke aanleg bestaat voor godsdienst in de mens. Ik denk echter dat het voornamelijk te maken heeft met intelligentie. Mijn theorie is dat een intelligent en zelfbewust levend wezen - een wezen dat ook besef heeft van verleden en vooral de toekomst - bijna niet anders kan dan geloven in magische krachten, zolang dit wezen de kennis ontbeert over de werking van de natuur. Het is voor een intelligent wezen veel gemakkelijker om de bliksem of het stormen te verklaren door de activiteiten van een god, of een pantheon aan geesten en goden, dan de kennis te verkrijgen over electronen en protonen, of hoge en lage drukgebieden. Die kennis ontstaat pas na duizenden jaren, onder zeer specifieke omstandigheden. Zodra men de werking doorziet, dan verdwijnt bij de meeste mensen ook de behoefte om dergelijke fenomenen aan goden toe te schrijven. De rol van god in de natuur lijkt steeds verder te krimpen. Maar er is zoveel waarover we nog weinig weten, en er is de rol die goden spelen in de vervullingen van onze wensen en het tegengaan van onze angsten, dat er voor degene die dit persé wil, nog steeds genoeg ruimte over is om te kunnen geloven in een god.
Ik heb genoten van je uitgebreide commentaar.
Ik ga alleen op deze passages even in.
Zie je dat je eerste en je tweede uitspraak -die ik voor het gemak even meteen achter elkaar heb gezet- elkaar enigszins tegenspreken?
Wat je eerste opmerking betreft: je geeft als argument dat je er zelf zo één geweest bent, maar wat let je om in je jongere zelf -ondanks dat je intelligent was- ook die aspekten van domheid, luiheid, gemakzuchtigheid en lafheid te onderkennen? In feite doe je het ook. Je laat weten dat een materialistisch wereldbeeld je grote
angst inboezemde. Zou je niet ook
te voorzichtig kunnen zijn wanneer je een ander altijd zoveel mogelijk probeert vrij te waren van pijnlijke gebreken?
Ik mag dan een ander zonder een blad voor de mond te nemen dom noemen, of beschuldigen van luiheid of gebrek aan moed, maar dat doe ik omdat ikzelf ook de eerste ben die zal zeggen zulke dingen in mezelf te zijn tegengekomen. Ik vind het niet zo'n probleem om het erover te hebben. Volgens mij kunnen deze zaken die je hier in vier woorden opsomt wel eens de kern van het probleem van de hardnekkigheid van ondeugdelijke geloofsovertuigingen zijn en moet een mens
juist worden gewezen op zaken die hij/zij liever niet wil zien en onderkennen. De enige manier om tot dit soort zelfkennis te komen is wanneer iemand je bikkelhard confronteert met een beschuldiging van domheid, geestelijke lafheid, luiheid en gemakzucht.
Wat heeft die Nietzsche mij eens door elkaar gerammeld! Niemand anders had zoiets ooit gedaan, niemand anders had de kracht om mijn ingenomenheid met mijn eigen geest te breken. Ik zou nooit van mijn religieuze waan afgekomen zijn en de geestelijke moed ervoor verzameld hebben indien hij mij niet deze schrikwekkende behandeling, bijna onbeschaamde aanval had uitgevoerd, en een voorbeeld had gegeven van hoe het wél moet en met dezelfde onbeschaamdheid had uitgesproken wat superieur is.