Deze man heeft, naar humanistische normen voor geluk, geen geluk. Ook blijkt dat heel wat ex-kampgevangenen zich in de Siberische omliggende dorpen blijvend vestigen. Want Rusland wil hen liever ver weg van Moskou houden.
Verder overlevend in bittere koude en ruwe omstandigheden woont en overleeft de ex-gevangene nu in het Siberië waaraan hij gewend is geraakt.
Daartegenover staat de gelukkige Westerse mens en intellectueel, zich van geen kwelling van Siberische strafkampen bewust. Levend met genoeg geld om zich een gemiddeld Westers leefcomfort te laten welgevallen, en zich tegoed doenend aan muziek, literatuur, kunst, cultuur, reizen en alles wat zijn hartje begeert.
Plots stelt het leven beide van deze mensen voor het noodlot. Hun beschavingen storten in, er heerst anarchie, geweld en oorlog en zij moeten beiden als individu zien te overleven en zichzelf zien te redden.
Wie zal door zijn levenswijze tot hiertoe het best bewapend zijn het noodlot tegemoet te treden?
De man die uit was op zo veel mogelijk geluk en zo weinig mogelijk lijden, zoals diens humanistische levensfilosofie hem voorschrijft?
Of de man uit Siberië, gehard en getraind door de bittere jaren, gegroeid in doorzettingsvermogen, volharding en een huid die die tegen wat weerstand kan?
Mij lijkt het dat de vluchteling vandaag, die gehard is door zijn bittere omstandigheden, waarin hij vrouw en kind moet beschermen en zelf geen materiële hulpmiddelen heeft, en overal op een bitter 'nee' stuit, veel meer opgewassen is tegen een eventueel noodlot dan de intellectueel die tijdens zijn leven vooral zo weinig mogelijk lijden en zoveel mogelijk vreugde opzocht in zijn leefcomfort, en dat ook als hoogste ideaal naar voren schoof, humanisme genaamd.
Deze laatste zal bij het minste tegenwindje omvallen, terwijl de geharde vluchteling of ex-Siberische gevangene, veel meer levenservaring en kracht heeft gewonnen dankzij zijn bittere omstandigheden.
Hoe ongelukkiger de omstandigheden, hoe meer de mens ontwikkeld raakt. Wat mij niet doodt sterkt mij.
Hoe comfortabeler en intellectueler het milieu, hoe minder zelfontwikkeling de mens doorstaan heeft.
De Westerse mens, met zijn leefcomfort en adagio: "zo weinig mogelijk lijden en zoveel mogelijk geluk' beseft niet dat de Oosterse mensen, waar hij soms op neerkijkt omdat zij minder ontwikkeld zouden zijn, door hun bittere leefomstandigheden veel verder staan in persoonlijke ontwikkeling dan hij.
Dat zal zich bewijzen wanneer het noodlot toeslaat.
(dit is geen dogma, maar om het eens van een andere invalshoek te bekijken