HUXLEY EN AGNOSTICISME. 1889. Robert Green Ingersoll.
Ingersoll neemt het in dit artikel op voor het agnosticisme van T.H. Huxley.
http://www.freethinker.nl/huxley-agnost.htm
Enkele citaten:
'Het ware verschil is dit; de christen zegt dat hij kennis bezit; de agnost geeft toe dat hij geen kennis heeft; en tóch beschuldigd de christen de agnost van arrogantie, en vraagt hem waar hij de onbeschaamdheid vandaan haalt om de beperktheid van zijn eigen geest te erkennen. Voor de agnost is elk feit een toorts, en bij dit licht, en dit licht alleen, wandelt hij.'
'Voor de kerk is het heel natuurlijk om een ongelovige te haten. Voor de preekstoel is het natuurlijk om iemand te verachten die geen geld in de collectezak doet, die weigert te geven. Het is een financiële in plaats van een religieuze kwestie. De Anglicaanse Kerk heeft het instinct van zelfbehoud. Ze gebruikt haar kracht, haar invloed om contributie af te dwingen. Ze vergeeft de gever.'
'Barbaren verlangen naar wonderen, en derhalve schrijft de barbaarse biograaf wonderen toe aan zijn held. Wat zouden we heden ten dage denken van iemand die, als hij het leven van Charles Darwin beschrijft, hem allemaal bovennatuurlijke krachten zou toekennen? Wat zouden we zeggen van een bewonderaar van Humboldt, die zou claimen dat de grote Duitser demonen zou uitdrijven? We zouden van mening zijn dat Darwin en Humboldt gekleineerd zouden zijn; dat de biografieën voor kinderen zouden zijn geschreven en door mensen die de kinderkamer nog niet waren ontgroeid.'
'Is het menselijke lichaam tegenwoordig de woonplaats voor boze geesten, of zijn deze demonen uit de duisternis in rook opgegaan? Waar zijn ze? Als het Nieuwe Testament iets vaststelt, dan is het wel het bestaan van ontelbare demonen, en dat deze satanische wezens volledig bezit konden nemen van het menselijke bewustzijn. Is dit waar? Kan iets nog absurder zijn? Bestaat er enig intellectueel mens die de kwestie heeft onderzocht, die gelooft dat verdorven demonen in de lichamen van mensen leven? Nemen zij ruimte in? Leven zij van één of ander soort voedsel? Wat is hun vorm? Kunnen ze geclassificeerd worden door een naturalist? Rennen ze, of zweven ze, of vliegen ze? Als het ontkennen van het bestaan van deze veronderstelde wezen iemand tot een ongelovige maakt, hoe kan het woord ‘ongelovige’ dan een onaangename betekenis hebben?'
'Professor Huxley heeft met veel helderheid de houding van de agnost verduidelijkt. Het schijnt dat hij wat moeite heeft met de filosofie van het positivisme. Terwijl het moeilijk is om de correctheid in te zien van het vereren van menselijkheid als een wezen, is het gemakkelijk om de grootse droom van Auguste Comte te begrijpen. Is de mensheid het waard om aanbeden te worden door zichzelf – daarmee bedoel ik, zou het individu zichzelf moeten vereren? Uiteraard is de religie van de menselijkheid veel beter dan Katholicisme. Het vult de hemelen niet met monsters, noch vult het de toekomst met pijn.'
Professor Huxley en Frederic Harrison zijn voortreffelijke soldaten in het leger der vooruitgang. Zij hebben hun buitengewoon succesvolle offensief ingezet tegen de geheiligde en plechtige stupiditeiten van het bijgeloof. Beiden hebben het hoogste en meest nobele bereikt. Beiden zijn de vernietigers geweest van vooringenomenheid. Beiden hebben de wereld verlicht, en beiden hebben grote overwinningen behaald op het intellectuele slagveld. Zij kunnen het zich niet veroorloven om tijd te verspillen met aanvallen op elkaar.
Immers, de agnost en de positivist streven hetzelfde einddoel na; beiden geloven in de waarde van het leven in déze wereld.
De theologen, die merken dat ze niet in staat zijn om de aangevoerde argumenten te weerleggen, vervallen in de oude uitvlucht, het oude cliché dat agnosticisme iets waardevols wegneemt uit het leven van de mens. Neemt de agnost enige vertroosting weg uit de wereld? Heeft hij ook maar één ster uitgewist in de hemel van de hoop? Bestaat er iets dat meer vertroosting biedt dan te voelen, en te weten, dat Jehova geen God is, dat de boodschap van het Oude Testament niet afkomstig is van de Oneindige?
Is het niet genoeg om het brein te vullen met een onkenbare gelukzaligheid, om te weten dat de woorden ‘Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is’, nooit meer uitgesproken worden tot de kinderen der mensheid?
Een vriendelijke groet... Het hele artikel staat hier http://www.freethinker.nl/huxley-agnost.htm
'Huxley en agnosticisme' van Robert Green Ingersoll (vert.)
Moderator: Moderators
'Huxley en agnosticisme' van Robert Green Ingersoll (vert.)
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)