Korte text geïnspireerd op de Tao
Geplaatst: 29 sep 2012 21:46
DE VORM VAN HET EI
Het abstracte om doelstellingen en ingesteldheid te bereiken. Hoe gaan wij daar mee om en hoe vertalen wij dat naar de buitenwereld? De doelstellingen in zijn geheel en het globale concept. Wat zullen de kinderen van onze kinderen doen? Wat is de invloed van de technologie op de mens en zijn realiteit en hoe zal het evolueren?
"Inzicht geeft alternatieven en doelstellingen waar we als de mensheid kunnen naar streven. Die doelstellingen zijn voedingsbodem voor een positieve ingesteldheid en geeft een andere functie aan technologie om duurzaam en globaal te leven."
Het einde van het begin,
De drempel tussen de wetenschap en het bewust worden van het individu.
Hoe leert men zichzelf kennen? Ik kijk in de spiegel maar ik vertrouw het niet, mezelf nog minder. Snel weg met dat ding, er zit trouwens toch al een barstje in. Uit pure frustratie doe ik m'n kleren uit en ga ik afkoelen in de sneeuw. Ik besef dat ik iets van mezelf heb geleerd. Ik leer mezelf kennen door de bewustwording van lichaam en geest, het functioneren, het gevecht met de entropie. Het bewustworden is weten waarvan we afhankelijk zijn, extern, intern, een gedachte... Wat blijft er nog van mezelf over als ik al die dingen loskoppel van mijn persoon? De wetenschap staat al ver en geeft veel bevestiging in die richting maar het is ontoegankelijk. Hoe vind je iets als je niet beseft dat je het zoekt? Hoe zoek je iets als je niet weet waar het te vinden?
Het conflict tussen het collectief bewustzijn en de wetenschap met haar oneindige zoektocht.
Het leven ontstaat overal in het universum? Er is geen speciaal effect of rare gebeurtenis voor nodig? We krijgen daar steeds meer bevestiging van. Het is nu logischer geworden om aan te nemen dat het zo is volgens de wetenschap. Die bevestiging is quasi oneindig* Dat stelt ons voor een keuze en een dilemma* Hoe moeten we omgaan met een concept zonder vorm?
*Ik veronderstel dat het nog lang zal duren om een paar miljoen lichtjaar af te leggen in een roeibootje om te kijken wat daar leeft.
De technologie als projectie van de mens en de angst voor het abstracte.
Stel dat er overal leven is en het kan gebaseerd zijn op al de elementen. Zou dat leven ons universum en perceptie kunnen beïnvloeden in de mate dat het zich ontwikkeld heeft? Dit is ook omgekeerd toepasbaar op de technologie. Een individu met een ongekend abstract denken zou in theorie in staat kunnen zijn om een groot deel van onze kennis te wissen of ons totaal vernietigen.
"Kennis is alomtegenwoordig. Je hoeft het enkel te ontvangen zien en interpreteren. Zonder inzicht in jezelf krijg je geen inzicht in iets anders. Inzicht in jezelf komt uit jezelf en nergens anders." Lao-Tse
De machine in de geest,
Het collectieve en de sociale projectie.
Ik ga ervan uit dat we anders zijn beginnen denken sinds het computertijdperk. Dat is redelijk evident vind ik met de huidige sociale projectie en de enorme groei van het collectieve bewustzijn. De wereld is opeens piepklein. Als we dat bekijken in functie van tijd, wat zegt dat ons over onze huidige positie en mogelijke evolutie als de mensheid? Als we het zo bekijken, wat is de invloed op haar denken en zijn? Die invloed is volgens mij een groot deel van dat technologisch bindmiddel. Dat vertaalt zich dan weer rechtstreeks op de bewustwording van het individu en het aanvaardingsproces. Het stuiten op de drempel.
De technologie door kinderogen bekeken.
"De invloed van de technologie op een kind is veel minder. De band die wij hebben met onze kinderen kan ons helpen om een anders denken en toepassen van technologie toe te staan. Dit is in contact komen met onszelf de verzoening tussen geest en technologie mogelijk maken. Hoe wij dat interpreteren en vertalen bepaalt in een grote mate onze toekomst en bewustwording. Het is een basis voor technologie in functie van de mens, niet voor de mens. Het globale concept en haar identiteit, positie en doelstellingen."
Sinterklaas en de Draak.
De Sint vertelde mij dat er wel een oneindig aantal oplossingen zijn voor haar. Ik begreep ik dat ik iets niet snap.
Vervlogen dialoog,
Ergens ver weg.
"Vanaf nu krijg je complimentjes van een nul."
"uh?"
"Welja, het niets."
"Ha! Wacht tot ik dit aan moeder vertel, die komt niet meer overeind."
"Een beetje respect!"
"Je hebt gelijk."
"We zetten er iets achter, om mensen te herinneren dat ze niet vergeten."
0∞
▐ "I believe."▐
De bocht in de nul,
Het niets in de machine en het conflict met de geest.
"Ik veronderstel dat het niets en de nul niet bestaan. Het is een paradox met de machine, een conflict met identiteit. Het antwoord op de vraag of de vraag op het antwoord? Ik vind dat die invloed negatief is op ons denken omdat we zo deels het abstracte uitsluiten. Wat weet ik wel of wat weet ik niet?"
Metafysische balans en haar complex.
"Het niets bestaat weeral niet, maar ik weet ook niets, tot in de oneindigheid toe. Dat voelt rustig aan. Ik ben toch nieuwsgierig. Als ik dat vertaal op de technologie kan ik wel een oneindig aantal computers gebruiken die elk op een uniek wiskundig model werken."
Het niets en het sterretje.
"Een punt vertelde mij dat ik er genoeg van had. Gelukkig zei het ook dat alles kan. Ik was opgelucht. Ik heb al veel vragen gesteld, en sommige zelf stilletjes beantwoord. Het is mijn bescheiden mening als zieltje op deze aarde dat, moeilijk gezegd, de technologie in conflict ligt met de structuur toen de technologie nog niet bestond. Het is tijd om even stil te staan en te denken hoe we moeten denken."
De regeneratie van het lichaam,
Het stilstaan in de beweging.
"Ik ben op een speciale plek, voel me verbonden met de golf van beweging en ik voel de muziek en mensen rond me. Ik doe niets en sta stil."
De perceptie.
"Ik kijk in mezelf en lokaliseer mijn pijn, visualiseer mijn functioneren."
De transformatie.
"Ik houd mezelf vast in dat beeld en kanaliseer de energie in beweging, gericht op mijn pijn."
Ik zie zonder kijken,
Ik voel zonder tasten,
Ik denk zonder zijn,
Ik ben een druppel
in een Oceaan.
Opgezwolgen door de nacht, die verbrokkeld was door de vele pauzes en slaapgebrek. De stilte kwam boven het stadslawaai uit en gaf steeds een weldoende kracht. Als een waterval in de winter die onstuimig bruist. Ik ging ervan zweten, ook al was de temperatuur onder nul. Overal waar ik was uitgeweken hapte ik naar lucht, in en uit, tot ik mij beter voelde. Als een vroege vogel, ontwaakte ik in ademnood. Mijn angst verdwijnt als zij er is. Ze wist het, mijn onecht bestaan, zonder dat ik er haar ooit iets meer over had gezegd dan een luttele hint. Ze was de mooiste vrouw die ik ooit gezien had, zo zacht, het leek of ze luchtledig was, een fantasie. Ze was echt, omhuld in een fijn standvastig mens. Ze droeg de lichtblauwe baljurk van toen ik haar voor het eerst opmerkte. Ze had handen die zo teder waren dat ze doorschijnend leken. Het was de eerste keer dat ik haar gezicht zag. Toen ik haar iets wou zeggen was ze al halverwege verdwenen. Ik treur niet en droom van een handvol lef, lieftallig aangereikt door haar langs fluisterende engeltjes. Ik hou oneindig van haar omdat zij van mij houden, omdat er voor mij vette jaren blijven gevolgd door loze woorden. Haar ogen kijken naar de luxe en rust voor mezelf, haar aandacht als zijde om mijn vingers wetende dat dankbaarheid voor alles geld.
De volgende dag was ik laat wakker, de radio speelde nog nadat ik gisteren met een fles single malt de treurige ochtend tegemoet ging. Waarom deed ik het anders dacht ik, het weegde zwaar onbegrepen te zijn, eenzaamheid is voor mensen die zichzelf loochenen. De koeien waren weg naar de stad en ik tuurde naar de hemel. Alleen ik wist hoe de volgende dagen zouden evolueren. De complexe afspraak met enkel mezelf. De dwaling in mijn geest om het werkelijke spoor af te houden vergde een eindeloze inspanning. Mondeling, zo vol liefde en ritme, uit respect. Soms gepest door eigen vernuft, de verzinsels kende ik exact, grommend uit de diepte. Vrienden die dwars door me leken te kijken kwamen minder over de vloer naarmate ik in een dal zonk. Apathisch had ik voor me uit gekeken en met moeite geluisterd naar hun levensverhalen. De gordijnen waren al dicht en het enthousiaste lyrische draaiboek werd een trieste zakelijke sleur.
Waar deze waarheid was begraven wist ik niet. Het was een soep van bewogenheid die ik als jongetje voelde in de grote wereld. Het leed dat zich ontaarde prikte mij in de ogen tot ze op hun plaats zaten. Jouw koestering van die alwetende blik van het fenomeen stelden me steeds gerust. Soms gaf je me de indruk open te zijn, je kon elk onderwerp aansnijden zonder het uit de weg te gaan. Eigenlijk was dit slechts een blijk. Het leven is een bewuste keuze en een aaneenschakeling van dwalingen. Ik bevestigde onze vriendschap, het voorrecht als de wind goed zit.
Bibberend in mijn handen, je ziet je traject beschreven en de dorre struiken die er vroeger roodbruin uitzagen. De reis is al minder zwaar, je had al geoefend, dat was toen. Ik vraag je waar je mee bezig bent, met het uitschrijven van je toekomstige stappen. Je ging dood, maar niet zonder te zeggen hoe sommige klokken luiden en wiens zinnen niet voldoende zijn om het via de vrede te winnen. Ik verstop me in mezelf. Het sneeuwde dikke vlokken, de radio speelde nog, de volle maan bescheen het licht. Er was nu enkel een wit tapijt, het was alles wat ik zag. Haar zachtheid maakte mij rustig. De modder van de avond lag nu verborgen. Het ritme, de traagheid waarmee de zachte winterkristallen zich naar de grond wierpen maakten mij slaperig. Iets waar ik mij niet langer tegen verzette.
Op school was ik gedesinteresseerd en overmatig afwezig. Er was die extentiële angst in mijn kinderhart om gekend te zijn door onbekenden. Ik probeerde te ver vooruit te denken en zag jouw manifestering telkens op de juiste plek zonder het te beseffen. Het kind dat mijn wereld zou bedotten, dat plannen maakte terwijl niemand iets vermoedde. Inspiratie halen uit boeken waarvan niemand dacht dat een kind van mijn leeftijd ze las en begreep. Vluchten was het, steeds verdere treinhaltes nemen, andere bibliotheken, andere namen op verschillende lidkaarten. Het kind las, vroeg uitleg aan argeloze assistenten en kloosterzusters in bibliotheken. Ik leerde vroeg onthouden en ontwikkelde een zeer verfijnde woordenschat. De droom die ik leefde slorpte beetje bij beetje mijn eigen identiteit op. Het spel was te geacteerd dat ik werd meegezogen in mijn eigen bedrog.
In de spiegel tuurde mijn gezicht doordringend en ik dacht aan mijn toekomst, mijn echte leven, er was dan ook niemand die wist. De rol eiste verwarring die ik met alcohol verdronk, thuis en altijd alleen dacht ik aan wie ik werkelijk was, lang geleden. De fles was leeg. De drang om op te schrijven wat ik niet wilde vergeten welde op. In mezelf herhaalde ik mijn naam en het doel. Alleen met mijn waarheid, die niemand me kon afpakken. Het geduld dat ik moet aanleggen om mijn eigen plan te volgen maakte mij rustig en punctueel. Ik loop langs de zee. Het zand knarste tussen mijn tanden, net als toen ik aan de rand van de woestijn had gewoond met mijn Arabische volbloed, het paard kende de weg. Het sluizen van het water en de zandkorrels onder mijn voeten maakt me verbonden met de aarde en geeft een verfrissend gevoel. Plots kwam het over mij, het kind in mij dat zich verborgen hield. We liepen hand in hand. We glimlachten naar elkaar en gingen iets drinken op de dijk. Daarna liepen we het strand af, we vertrokken zoals we erbij stonden. Later woei het zand op, kilometers langs blote voeten, de zon straalde. Net als ik denk aan de reiger die hier soms vertoeft, slaat hij de vleugels uit en begint aan zijn tocht langs het water.
Als de groten denkt het kind
Als het kind denken de groten
Als vrijheid is
als botsende wolken
die aarde doen daveren
Het abstracte om doelstellingen en ingesteldheid te bereiken. Hoe gaan wij daar mee om en hoe vertalen wij dat naar de buitenwereld? De doelstellingen in zijn geheel en het globale concept. Wat zullen de kinderen van onze kinderen doen? Wat is de invloed van de technologie op de mens en zijn realiteit en hoe zal het evolueren?
"Inzicht geeft alternatieven en doelstellingen waar we als de mensheid kunnen naar streven. Die doelstellingen zijn voedingsbodem voor een positieve ingesteldheid en geeft een andere functie aan technologie om duurzaam en globaal te leven."
Het einde van het begin,
De drempel tussen de wetenschap en het bewust worden van het individu.
Hoe leert men zichzelf kennen? Ik kijk in de spiegel maar ik vertrouw het niet, mezelf nog minder. Snel weg met dat ding, er zit trouwens toch al een barstje in. Uit pure frustratie doe ik m'n kleren uit en ga ik afkoelen in de sneeuw. Ik besef dat ik iets van mezelf heb geleerd. Ik leer mezelf kennen door de bewustwording van lichaam en geest, het functioneren, het gevecht met de entropie. Het bewustworden is weten waarvan we afhankelijk zijn, extern, intern, een gedachte... Wat blijft er nog van mezelf over als ik al die dingen loskoppel van mijn persoon? De wetenschap staat al ver en geeft veel bevestiging in die richting maar het is ontoegankelijk. Hoe vind je iets als je niet beseft dat je het zoekt? Hoe zoek je iets als je niet weet waar het te vinden?
Het conflict tussen het collectief bewustzijn en de wetenschap met haar oneindige zoektocht.
Het leven ontstaat overal in het universum? Er is geen speciaal effect of rare gebeurtenis voor nodig? We krijgen daar steeds meer bevestiging van. Het is nu logischer geworden om aan te nemen dat het zo is volgens de wetenschap. Die bevestiging is quasi oneindig* Dat stelt ons voor een keuze en een dilemma* Hoe moeten we omgaan met een concept zonder vorm?
*Ik veronderstel dat het nog lang zal duren om een paar miljoen lichtjaar af te leggen in een roeibootje om te kijken wat daar leeft.
De technologie als projectie van de mens en de angst voor het abstracte.
Stel dat er overal leven is en het kan gebaseerd zijn op al de elementen. Zou dat leven ons universum en perceptie kunnen beïnvloeden in de mate dat het zich ontwikkeld heeft? Dit is ook omgekeerd toepasbaar op de technologie. Een individu met een ongekend abstract denken zou in theorie in staat kunnen zijn om een groot deel van onze kennis te wissen of ons totaal vernietigen.
"Kennis is alomtegenwoordig. Je hoeft het enkel te ontvangen zien en interpreteren. Zonder inzicht in jezelf krijg je geen inzicht in iets anders. Inzicht in jezelf komt uit jezelf en nergens anders." Lao-Tse
De machine in de geest,
Het collectieve en de sociale projectie.
Ik ga ervan uit dat we anders zijn beginnen denken sinds het computertijdperk. Dat is redelijk evident vind ik met de huidige sociale projectie en de enorme groei van het collectieve bewustzijn. De wereld is opeens piepklein. Als we dat bekijken in functie van tijd, wat zegt dat ons over onze huidige positie en mogelijke evolutie als de mensheid? Als we het zo bekijken, wat is de invloed op haar denken en zijn? Die invloed is volgens mij een groot deel van dat technologisch bindmiddel. Dat vertaalt zich dan weer rechtstreeks op de bewustwording van het individu en het aanvaardingsproces. Het stuiten op de drempel.
De technologie door kinderogen bekeken.
"De invloed van de technologie op een kind is veel minder. De band die wij hebben met onze kinderen kan ons helpen om een anders denken en toepassen van technologie toe te staan. Dit is in contact komen met onszelf de verzoening tussen geest en technologie mogelijk maken. Hoe wij dat interpreteren en vertalen bepaalt in een grote mate onze toekomst en bewustwording. Het is een basis voor technologie in functie van de mens, niet voor de mens. Het globale concept en haar identiteit, positie en doelstellingen."
Sinterklaas en de Draak.
De Sint vertelde mij dat er wel een oneindig aantal oplossingen zijn voor haar. Ik begreep ik dat ik iets niet snap.
Vervlogen dialoog,
Ergens ver weg.
"Vanaf nu krijg je complimentjes van een nul."
"uh?"
"Welja, het niets."
"Ha! Wacht tot ik dit aan moeder vertel, die komt niet meer overeind."
"Een beetje respect!"
"Je hebt gelijk."
"We zetten er iets achter, om mensen te herinneren dat ze niet vergeten."
0∞
▐ "I believe."▐
De bocht in de nul,
Het niets in de machine en het conflict met de geest.
"Ik veronderstel dat het niets en de nul niet bestaan. Het is een paradox met de machine, een conflict met identiteit. Het antwoord op de vraag of de vraag op het antwoord? Ik vind dat die invloed negatief is op ons denken omdat we zo deels het abstracte uitsluiten. Wat weet ik wel of wat weet ik niet?"
Metafysische balans en haar complex.
"Het niets bestaat weeral niet, maar ik weet ook niets, tot in de oneindigheid toe. Dat voelt rustig aan. Ik ben toch nieuwsgierig. Als ik dat vertaal op de technologie kan ik wel een oneindig aantal computers gebruiken die elk op een uniek wiskundig model werken."
Het niets en het sterretje.
"Een punt vertelde mij dat ik er genoeg van had. Gelukkig zei het ook dat alles kan. Ik was opgelucht. Ik heb al veel vragen gesteld, en sommige zelf stilletjes beantwoord. Het is mijn bescheiden mening als zieltje op deze aarde dat, moeilijk gezegd, de technologie in conflict ligt met de structuur toen de technologie nog niet bestond. Het is tijd om even stil te staan en te denken hoe we moeten denken."
De regeneratie van het lichaam,
Het stilstaan in de beweging.
"Ik ben op een speciale plek, voel me verbonden met de golf van beweging en ik voel de muziek en mensen rond me. Ik doe niets en sta stil."
De perceptie.
"Ik kijk in mezelf en lokaliseer mijn pijn, visualiseer mijn functioneren."
De transformatie.
"Ik houd mezelf vast in dat beeld en kanaliseer de energie in beweging, gericht op mijn pijn."
Ik zie zonder kijken,
Ik voel zonder tasten,
Ik denk zonder zijn,
Ik ben een druppel
in een Oceaan.
Opgezwolgen door de nacht, die verbrokkeld was door de vele pauzes en slaapgebrek. De stilte kwam boven het stadslawaai uit en gaf steeds een weldoende kracht. Als een waterval in de winter die onstuimig bruist. Ik ging ervan zweten, ook al was de temperatuur onder nul. Overal waar ik was uitgeweken hapte ik naar lucht, in en uit, tot ik mij beter voelde. Als een vroege vogel, ontwaakte ik in ademnood. Mijn angst verdwijnt als zij er is. Ze wist het, mijn onecht bestaan, zonder dat ik er haar ooit iets meer over had gezegd dan een luttele hint. Ze was de mooiste vrouw die ik ooit gezien had, zo zacht, het leek of ze luchtledig was, een fantasie. Ze was echt, omhuld in een fijn standvastig mens. Ze droeg de lichtblauwe baljurk van toen ik haar voor het eerst opmerkte. Ze had handen die zo teder waren dat ze doorschijnend leken. Het was de eerste keer dat ik haar gezicht zag. Toen ik haar iets wou zeggen was ze al halverwege verdwenen. Ik treur niet en droom van een handvol lef, lieftallig aangereikt door haar langs fluisterende engeltjes. Ik hou oneindig van haar omdat zij van mij houden, omdat er voor mij vette jaren blijven gevolgd door loze woorden. Haar ogen kijken naar de luxe en rust voor mezelf, haar aandacht als zijde om mijn vingers wetende dat dankbaarheid voor alles geld.
De volgende dag was ik laat wakker, de radio speelde nog nadat ik gisteren met een fles single malt de treurige ochtend tegemoet ging. Waarom deed ik het anders dacht ik, het weegde zwaar onbegrepen te zijn, eenzaamheid is voor mensen die zichzelf loochenen. De koeien waren weg naar de stad en ik tuurde naar de hemel. Alleen ik wist hoe de volgende dagen zouden evolueren. De complexe afspraak met enkel mezelf. De dwaling in mijn geest om het werkelijke spoor af te houden vergde een eindeloze inspanning. Mondeling, zo vol liefde en ritme, uit respect. Soms gepest door eigen vernuft, de verzinsels kende ik exact, grommend uit de diepte. Vrienden die dwars door me leken te kijken kwamen minder over de vloer naarmate ik in een dal zonk. Apathisch had ik voor me uit gekeken en met moeite geluisterd naar hun levensverhalen. De gordijnen waren al dicht en het enthousiaste lyrische draaiboek werd een trieste zakelijke sleur.
Waar deze waarheid was begraven wist ik niet. Het was een soep van bewogenheid die ik als jongetje voelde in de grote wereld. Het leed dat zich ontaarde prikte mij in de ogen tot ze op hun plaats zaten. Jouw koestering van die alwetende blik van het fenomeen stelden me steeds gerust. Soms gaf je me de indruk open te zijn, je kon elk onderwerp aansnijden zonder het uit de weg te gaan. Eigenlijk was dit slechts een blijk. Het leven is een bewuste keuze en een aaneenschakeling van dwalingen. Ik bevestigde onze vriendschap, het voorrecht als de wind goed zit.
Bibberend in mijn handen, je ziet je traject beschreven en de dorre struiken die er vroeger roodbruin uitzagen. De reis is al minder zwaar, je had al geoefend, dat was toen. Ik vraag je waar je mee bezig bent, met het uitschrijven van je toekomstige stappen. Je ging dood, maar niet zonder te zeggen hoe sommige klokken luiden en wiens zinnen niet voldoende zijn om het via de vrede te winnen. Ik verstop me in mezelf. Het sneeuwde dikke vlokken, de radio speelde nog, de volle maan bescheen het licht. Er was nu enkel een wit tapijt, het was alles wat ik zag. Haar zachtheid maakte mij rustig. De modder van de avond lag nu verborgen. Het ritme, de traagheid waarmee de zachte winterkristallen zich naar de grond wierpen maakten mij slaperig. Iets waar ik mij niet langer tegen verzette.
Op school was ik gedesinteresseerd en overmatig afwezig. Er was die extentiële angst in mijn kinderhart om gekend te zijn door onbekenden. Ik probeerde te ver vooruit te denken en zag jouw manifestering telkens op de juiste plek zonder het te beseffen. Het kind dat mijn wereld zou bedotten, dat plannen maakte terwijl niemand iets vermoedde. Inspiratie halen uit boeken waarvan niemand dacht dat een kind van mijn leeftijd ze las en begreep. Vluchten was het, steeds verdere treinhaltes nemen, andere bibliotheken, andere namen op verschillende lidkaarten. Het kind las, vroeg uitleg aan argeloze assistenten en kloosterzusters in bibliotheken. Ik leerde vroeg onthouden en ontwikkelde een zeer verfijnde woordenschat. De droom die ik leefde slorpte beetje bij beetje mijn eigen identiteit op. Het spel was te geacteerd dat ik werd meegezogen in mijn eigen bedrog.
In de spiegel tuurde mijn gezicht doordringend en ik dacht aan mijn toekomst, mijn echte leven, er was dan ook niemand die wist. De rol eiste verwarring die ik met alcohol verdronk, thuis en altijd alleen dacht ik aan wie ik werkelijk was, lang geleden. De fles was leeg. De drang om op te schrijven wat ik niet wilde vergeten welde op. In mezelf herhaalde ik mijn naam en het doel. Alleen met mijn waarheid, die niemand me kon afpakken. Het geduld dat ik moet aanleggen om mijn eigen plan te volgen maakte mij rustig en punctueel. Ik loop langs de zee. Het zand knarste tussen mijn tanden, net als toen ik aan de rand van de woestijn had gewoond met mijn Arabische volbloed, het paard kende de weg. Het sluizen van het water en de zandkorrels onder mijn voeten maakt me verbonden met de aarde en geeft een verfrissend gevoel. Plots kwam het over mij, het kind in mij dat zich verborgen hield. We liepen hand in hand. We glimlachten naar elkaar en gingen iets drinken op de dijk. Daarna liepen we het strand af, we vertrokken zoals we erbij stonden. Later woei het zand op, kilometers langs blote voeten, de zon straalde. Net als ik denk aan de reiger die hier soms vertoeft, slaat hij de vleugels uit en begint aan zijn tocht langs het water.
Als de groten denkt het kind
Als het kind denken de groten
Als vrijheid is
als botsende wolken
die aarde doen daveren