Als je dat eens naast de gruwelijkheden van K. Schilder zet zie je gelijk een groot verschil. K. Schilder verloochende de mensheid omwille van zijn God. Ik doel nu met name op Christus en cultuur, paragraaf 18.A. van de Beek schreef: We moeten weer vragen durven toelaten. Dat zijn de vragen die opkomen in ons hart. Geloven is niet vanzelfsprekend. Het is ook geen moeten, want liefde kun je niet dwingen. Alles wat in de weg staat moet gezegd kunnen worden.
We moeten ook weer vragen durven toelaten bij de Schrift. Dat geldt in alle opzichten. Dat geldt voor de gedeelten die we liever zouden overslaan. Ananias en Saffira en de 42 kinderen bij Eliza staan ook in de Schrift - net als de kinderen van Jericho die allemaal werden uitgeroeid in een etnische zuivering. Ik heb daarop ook geen antwoord, maar je kunt niet een groot stuk van de bijbel verzwijgen. Ook hier gaat het niet aan de aanvechting te ontlopen. Dat geldt ook voor de relatie van bijbelse geschiedenis en seculiere geschiedenis en voor de dingen die in de bijbel niet kloppen - of alleen niet kloppen op het eerste gezicht. Maar dat laatste moet je niet te gauw zeggen. Als Mozes herhaalt wat hij gehoord heeft als Gods eigen Woord, door Gods eigen vinger in de steen gebrand, zegt hij wat anders dan hij hoorde. De decaloog van Deuteronomium 5 is een andere dan die van Exodus 20. Wat is nu de ware decaloog? Neemt Mozes toch een loopje met de waarheid? De hele vraag naar de aard van waarheid en juistheid van de Schrift mag niet uit de weg gegaan worden.
Het pottenbakkers geloof van Romeinen 9 in zijn uiterste consequentie.K. Schilder schreef: En dat het ook na den val prolongeeren van den tijd „genade” wezen zou, dat is onjuist gedacht. Men wijst ons op de zwaarte der zonde en betoogt dan, dat „wij” verdiend hadden, dadelijk na den zondeval te worden geworpen in den „poel van vuur”; dat is niet gebeurd; ergo: genade. Men vergeet dat van dit betoog de eerste volzin niet minder dan fabuleerende is. Indien dadelijk na den val de verwijzing der gevallen menschen naar den „poel des vuurs” geschied ware, dan waren „wij” er niet geweest. Dan waren er twee menschen verdoemd, en meer niet; geen menschheid, dat subject der hypothetische oordeelen van zooeven.
Dus is er een groote verborgenheid geopenbaard, juist in het continueeren van den tijd ook na den val. Die continueering is geen genade. Dat is simpel genoeg te „bewijzen”: stel eens, dat God alleen maar had willen straffen zóóvele menschen als Hij metterdaad eeuwig straffen zàl, dan hadden die menschen toch eerst geboren moeten worden? En dit successief: de een uit den ander? Dan zou dus, reeds om tot een hel met zóó veel toorn-objecten als er eenmaal zullen zijn, te geraken, God den tijd hebben moeten continueeren. En dit niet alleen. Er zouden in dien tijd huwelijksverbintenissen moeten gesloten zijn, copulaties althans van mannen en vrouwen. Een b.v. economisch aequlibrium zou daarvoor onmisbaar zijn geweest. Cultuur had dus moeten geschieden. Cultuur is voorwaarde voor alle komen Gods, óók tot de hel.
Goed ik ga eigenlijk teveel offtopic. We kunnen eventueel wel verder in een ander draadje. Maar wat wel relevant is voor dit topic is dat de neiging om de christelijke God maar van alle schuld te ontheffen en volmaakt goed te noemen, leidt tot onmogelijkheden. Die onmogelijkheden roepen vragen op die de gereformeerde theologie niet kan beantwoorden en helaas is het Stefan Paas tot nu toe ook nog niet gelukt, naar mijn mening.