Er is echter een drietal problemen die - lijkt me toe - om een oplossing vragen.
Om te beginnen: bij Johannes is de opwekking van Lazarus voor de Joodse autoriteiten de druppel die de emmer deed overlopen. Zij zaten Jezus al een tijdje met strikvragen en andere slimmigheden op de huid, maar dit overtrof alles! Zij waren geshockeerd en doodsbang dat het hele volk zich zou laten overtuigen om achter Jezus als de Messias (bevrijder) aan te gaan om daarmee de Romeinen uit te dagen tot gewelddadig repressief optreden. Vandaar dat de farizeeën onmiddellijk plannen maakten om zich van Jezus te ontdoen. En dit keer voor goed.
De opstanding van Lazarus wordt bij Johannes dus beschreven als de onmiddellijke aanleiding tot de arrestatie, het vonnis en de kruisiging.
Maar… dit is in flagrante tegenstelling met het beeld in de andere evangeliën, die van Matteüs, Marcus en Lucas. Marcus bijvoorbeeld vertelt in hoofdstuk elf aldus: '15 Ze kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, 16 en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. 17 Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’
18 De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen; ze waren bang voor hem, omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht'.
Hier is dus het optreden in de tempel de directe aanleiding tot de arrestatie van Jezus en het vervolg daarop.
Het gedoe in de tempel speelt zich bij Johannes af in het begin van Jezus' openbaar optreden, bij de synoptici helemaal aan het einde. Voor mij zat en zit hier een niet te ontkennen tegenspraak. Wannéér is nu wát gebeurd? Niettemin leerde destijds de theologie dat er géén tegenstelling was. Wie ziet ze nu vliegen, ik of die theologie?
De redenering waarom die tegenstelling er niet was heb ik nooit begrepen. Ik zie ook geen kans om uit het hoofd die redenering nog eens na te vertellen. Toch denk ik dat ik een logische gedachtegang moeiteloos kan onthouden. (Wie het vatten kan, vatte het!)
Het tweede dat me dwars zat en zit is dat aan de opwekking van Lazarus door de andere evangelisten volledig wordt voorbijgegaan. Zij spenderen er geen woord aan. Was het voor hen geen staaltje van bovenmenselijke kracht, dat bij zijn vijanden de deur dicht deed en - volgens Johannes - Jezus aan het kruis bracht? Niet één woord erover.
Volgens mij is de enige reden waarom er bij de andere evangelisten niets over te lezen valt: zij wisten van niets!
En is: 'Is het wel echt gebeurd'? dan een onverwachte of onterechte vraag? Destijds wel! Of… hoort het verhaal van Johannes niet tot de overlevering en heeft hij het verzonnen?
Maar ook voor dit probleem bleek een 'oplossing' te bestaan, die ik weer niet begreep. Beter gezegd: die mij niet overtuigde. Ik ben die oplossing ook vergeten en zie nog steeds het verschil.
Het derde probleem is - in mijn ogen dan - dat de geschiedschrijvers uit die dagen, de Joodse én niet-Joodse, zich in diepe stilte hullen. Denk eens aan de zogenaamd opengaande graven op de eerste Goede Vrijdag (te vinden bij Matteüs 27): '52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53 na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen'.
Hoe hebben dergelijke gebeurtenissen, waarvan de verhalen toch als een lopend vuurtje hebben moeten rondgaan, verborgen kunnen blijven voor de vele seculiere schrijvers, historici en andere getuigen? 'Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek'. En dat gaat over de ten leven wekking van de jongeling uit Naïn (Luc 7:17).
Maar de Joden (Romeinen en anderen) waren tegenstanders van Jezus en zijn volgelingen en dus hebben zij alles dood gezwegen. Zou dát de verklaring zijn
Ieder heeft het recht om zijn ideeën, wijsheden of overtuigingen aan de man te brengen. In welke vorm hij dat wil doen is óók zijn keuze. Daar weten we heden ten dage in Nederland alles van! Zo goten onder anderen de Egyptenaren hun 'levenswijsheden' in mythen en in mythen is alles mogelijk. Daar bestaan geen 'wonderen'. Geen problemen dus.
Maar als je van een mythe een waar gebeurde menselijke geschiedenis maakt, zadel je de wat meer ontwikkelde lezers en lezeressen op met allerhande onnatuurlijke, tegennatuurlijke 'wonderbaarlijke' onmogelijkheden. En die accepteren, zou dát dan 'zaligmakend geloven' zijn?
Of… is er eventueel een andere verklaring?
Daarover een volgende keer. Wie ziet de bui al hangen?
Groeten.
Fons.