Kochimodo schreef:Theoloog schreef:.
Vraag: Hoe weet je dat God almachtig is?
Antwoord: Omdat dat voortvloeit uit de definitie van God
Vraag: Welke definitie van God?
Antwoord: God als het hoogst denkbare dat gedacht kan worden.
Vraag: waar haal je de definitie van God vandaan?
Antwoord Theoloog: ?
? = Vraag dat eens aan een hindoe, zou ik zeggen, of hij kan instemmen met de definitie, dat God het hoogste is dat gedacht kan worden. Of vraag het Samante.
Het antwoord op je vraag luidt: uit de rede. Als er een God is, moet Hij, wil Hij werkelijk God zijn, het Hoogste zijn dat gedacht kan worden.
Daar hebben we meteen de oplossing voor Cabbage probleem: hij stelt God voor een taak die niet gedacht kan worden, hetgeen een taak is dat Het hoogste dat gedacht kan worden niet hoeft op te lossen om Het hoogste dat
gedacht kan worden te zijn.
Cabbage schreef:Ik trek geen conclusie, ik stel alleen de vraag wat er dan met almachtigheid bedoeld wordt als het niet almachtigheid, waarbij logische onmogelijkheden eventueel mogelijk zouden zijn, beslaat.
Dit is niet helemaal eerlijk van je. Je stelt niet alleen een vraag, je suggereert ook dat er geen logisch kloppend antwoord is op de vraag en dat derhalve de voorstellingen van alwetendheid en almacht elkaar bijten, en dat de voorstelling van alwetenheid het persoonsbegrip uitholt en betekenisloos maakt.
Als je dat nu gaat ontkennen vanuit een retorische tactiek, dan staak ik het gesprek, want dan kan ik je niet serieus nemen. Dat is alsof je met iemand een denkbeeldig schaakspel speelt die z'n openingszetten gaat ontkennen.
Cabbage schreef:Religie lijkt mij daarintegen wel kinderspel, aangezien kinderen ook eigenschappen toekennen aan dingen die dat niet kunnen bevatten, zoals een pratende broodtrommel met een eigen wil.
Ik raad je aan je wat te verdiepen in de religieuze ontwikkelingspsychologie.
Stages of faith van John Fowler is een goede om mee te beginnen. Fowler laat duidelijk zien hoe kinderen anders (veel naiever) met geloof omgaan dan tieners, en volwassenen in verschillende fasen van hun leven.
Verder klopt je redenering niet. Het feit dat kinderen iets doen dat irrationeel is, wil niet zeggen dat het
dus kinderlijk is om het te doen. Het is heel menselijk te personaliseren. Als mijn computer vastloopt heb ik ook de neiging het scherm kapot te slaan. Veel mensen zelfs, gezien het feit dat je softrubberen hamertjes met software kunt kopen waarmee je op je scherm kunt slaan waarna er de illusie van deuken en barsten in komen.
Ik herinner me dat toen ik als tiener met mijn ouders meeging op vakantie naar Italie en Zuid-Frankrijk, mijn vader op twee derde van de rit op het dashboard tikte en de auto bemoedigend toesprak, alsof hij het had tegen een pakezel die de berg op moest klauteren. Als je hem op de irrationaliteit ervan aansprak ("Een auto is een machine pap, die hebben geen bewustzijn of psyche") dan bezwoer hij dat het verschil uitmaakte. Ik denk dat hij bang was dat als hij met panne langs de kant van de weg zou komen te staan, hij zichzelf vertwijfeld zou gaan afvragen of hij iets kleins over het hoofd had gezien en zichzelf dan in staat van beschuldiging zou stellen: had ik maar, had ik maar, had ik maar... Het personaliseren en bemoedigend tappen op het dashboard van de auto ('Goed zo beestje') was voor hem waarschijnlijk een manier om al die verborgen mogelijkheden te bezweren met een symbolische handeling.
Het is niet rationeel, het neigt naar dezelfde vorm van bijgeloof als voetballers die voor de wedstrijd eerst hun linkerschoen aandoen of een poppetje van de H. Maagd kussen, maar het is tevens volstrekt ongevaarlijk en het bezweert allerlei verborgen angsten: kortom: het werkt! En omdat het werkt (geruststellend effect) gaan mensen er mee door!
Dat is heel wat anders dan kleuters die, wanneer ze tegen de stoel aanlopen, en zich bezeren, de stoel 'terug' schoppen: 'Stoute stoel!'. Mijn vader beseft dat een auto een machine is die geen bewustzijn heeft, (en toch.. en toch...). Hij is in staat te 'schakelen' tussen verschillende manieren van kijken naar/ beleven van de werkelijkheid. Een kind is dat niet.
Religie idem dito: wanneer je met gelovigen spreekt, sta je soms versteld van de naiveteit waarmee ze mythische voorstellingen onproblematisch als werkelijkheid denken, maar als je wat doorvraagt zijn ze heel wel in staat om onderscheid te maken tussen hun voorstellingen (die praktisch functioneren: als het over God in de hemel gaat, kijk ik ook altijd naar de blauwe lucht, alsof ik een antiek mens ben die denkt over de werkelijkheid als een poppenhuis met drie verdiepingen) en een meer abstracte kijk op hoe dat dan 'in werkelijkheid, theoretisch' zit.