De geboorte van alle religies had plaats op dát moment: het besef dat de 'horizontale' lijn van ons 'animal' zijn werd doorsneden door de 'verticale' lijn van zelfbewustzijn en het besef van iets goddelijks, KRST, in ons. Het kruis stelt volgens Kuhn voor: 'Het neergedaald zijn van de geest in de materie'. De technische term voor dat gebeuren is 'incarnatie' of 'vleeswording' of 'menswording'.
Het kruissymbool geeft het besef weer van wat voor die 'primitieve' mensen van toen een realiteit was. Vandaar dat het zo algemeen in het mensdom voorkomt als een voortdurende herinnering aan de werkelijkheid dat we aan de ene kant geworteld zijn in de aarde en aan de andere kant thuis horen 'in de hand van de of het Bestaan(de)' (om maar weer eens een andere formulering te gebruiken).
Het is bijna ontroerend te mogen vaststellen dat in het 'heidendom' en in het vroege Christendom het kruis altijd een teken van leven was en nooit een teken van dood. Wel van: 'In het lichaam zijn'.
Zo zou Jezus het wel eens bedoeld kunnen hebben toen Hij zei: "En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig" (Mt.10:38 ) en: "Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij". (Mt.16:24) En wat wilde Hij anders zeggen dan: 'Breng de discipline op en accepteer de moeite en pijn die het kost om een volledig zelfbewust mens te zijn, niet alleen een 'animal' maar ook een 'spiritus'?
De Grieken noemden het lichaam een 'graftombe voor de ziel' en zij 'speelden' met de woorden soma = lichaam en sema = graf.
Het kruis symboliseerde ook de viervoudige grondvesten van de wereld, de vier elementen (aarde, water, lucht en vuur) en de onderbouwing/ondersteuning van het menselijk bestaan. Allemaal symbolieken!!!
Zo is het beter te begrijpen dat in de eerste eeuwen het werkelijke 'logo' voor het Christendom niet het 'crucifix' (Jezus aan het kruis) was maar het kale kruis, soms met een lam eraan gehecht. Decennia lang is in de catacomben nooit een afbeelding van een man aan het kruis voorgekomen.
Pas in 692 n.C., tijdens de regering van keizer Justinianus II, is op het derde concilie van Constantinopel door de Kerk bepaald dat het kruis met daaraan Jezus voortaan het kruis met lam 'zoals in vroeger tijden' moest vervangen.
En nog steeds is dat kruisbeeld prominent aanwezig in de Rooms Katholieke wereld van vandaag.
En dit heeft iets ironisch. Voor meer dan een miljard Rooms Katholieken – en voor de miljarden andersdenkenden rond hen – is het centrale icoon van een 'levende God' een menselijke figuur, vastgenageld aan een kruis, in pijn en doodstrijd. Vreemde symboliek!
Bijna een wonder dat zo'n geloof zoveel van lijden maakt en tegelijkertijd zo blind en doof blijft voor het lijden dat een aantal van zijn leerstellingen veroorzaakt. Vaticaanse uitspraken over geboortebeperking en andere 'hormonale onderwerpen' kunnen als voorbeeld dienen.
Alsof religie en spiritualiteit niet over 'leven', over 'overvloedig leven', 'zich ontplooiend leven', 'transformerend en uiteindelijk triomferend leven' gaan.
Een leeg kruis kán dat alles voorstellen. Een crucifix stelt precies het tegenovergestelde voor.
Maar… dat is op zijn minst 'even wennen'.
Massey blijkt alle waardering te hebben voor de geschiedenis van Christelijke liefdadigheid en bewegingen voor sociale rechtvaardigheid, maar hij kan verbitterd uithalen naar het centraal staan van het crucifix, de afbeelding van een historische Jezus aan het kruis, omdat dat het idee voedde dat 'lijden goed is voor de mens', dat je 'jezelf diende te ontkennen' en daarnaar handelen. Hij had 'iets' tegen 'dolerend'.
En Bhagwan drukte het op zijn boertige manier uit: "Those stupid christians, they made christianity to crossianity"!
Dat veel uit het verhaal over 'Jezus' of 'Christus' al bestond in vroegere godsdienstige literatuur en riten doet het verhaal geen schade.
Als iets waar is of een diepe waarheid aanduidt blijft het eeuwig bestaan. Dingen zijn niet waar omdat iemand ze ooit uitsprak noch omdat ze in boeken staan zoals de Bijbel of de Egyptische papyrussen.
Ze zijn waar omdat ze authentiek klinken op 'het aambeeld van onze ziel' (aldus Kuhn, die bijkbaar ook eens in een poëtische bui was).
Groeten.
Fons.