In de oude wereld, o.a. die van de Egyptenaren, werd "Christusverhaal" ook onmiddellijk begrepen en ingevuld. Anders begrepen en anders ingevuld natuurlijk. Op Egyptische sarcofagen komen de letters KRST voor en die staan voor "Karast' of 'Krist'. En Karast betekent: 'Gods aanwezigheid in de mens', 'Goddelijke vonk in de mens', 'Gods geest in de mens', het 'goddelijke in de mens'. "Krist' werd in het Grieks vertaald in 'Christos' en dat betekent 'gezalfde'. God was in de eindige, sterfelijke wereld neergedaald, Hij was er in tegenwoordig, Hij was schepsel geworden. Bij wijze van spreken dan en niet letterlijk 'geworden'. Maar hoe zul je het anders onder woorden brengen?
En… de Egyptenaren bestudeerden de sterrenhemel. Dat was hún Bijbel. Wij kijken zelden of nooit naar de sterren. Wij kijken als het donker is TV!
De zon is aan de hemel de meest indrukwekkende verschijning. Zonder zon zou geen leven op deze aarde bestaan, ook geen mensen. Door het licht van de zon kunnen wij alles dat bestaat zien en kennen en louter en alleen om die reden was de zon het 's-y-m-b-o-o-l' (!!!) voor de 'Schepsel geworden Oneindige Bestaande' die wij dan 'God' noemen. Wat is 'heidens'?
De zon was voor die oude religies de sublieme 'voorstelling', EN van de Godheid zelf EN van de mens, in wie die Godheid aanwezig werd geacht. De zon was de 'grootse en ideale uitbeelding' van het mens-zijn en van het God-zijn. En de uitbeelding werd gepersonaliseerd en kreeg verschillende namen: Tammuz, Adonis, Mithras, Dionysius, Krishna, Horus, KRST. Daar komen dus de verhalen, de mythen, over een 'ideale mens' vandaan.
De 'fasen van God worden' en de strijd die dat kostte werden uitgebeeld door de dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse 'opgangen en neergangen' van de zon. Nachtevening en zonnewende 'betekenden' iets, 'beeldden' iets uit. Het ideale mensbeeld was op die manier op zon, maan en andere hemellichamen gebaseerd, niet op de Bijbel zoals wij die verstaan.
Denken dat die 'gelovigen' zon, maan en sterren 'aanbaden' is echter een miskleun van jewelste. Die gedachte is het resultaat van verkeerde voorlichting. In die zin waren de Egyptenaren geen 'heidenen'. Het woord 'heiden' heeft al eeuwen geleden de verkeerde betekenis meegekregen. Die betekenis zijn we 'dus' niet zo gauw meer kwijt. Het zal dan ook wel enige tijd van gewenning vragen om er op een andere manier tegen aan te kijken.
Men geloofde wel degelijk in één God (Ra), maar Die was dermate ver verheven boven de sterrenhemel dat over Hem beter maar niet gesproken kon worden. Als Boeddha een vraag over God werd gesteld begon hij altijd ergens anders over. De zon was de mooiste metafoor. Sprekend over de grootheid van de zon, spraken zij, als zij waren 'ingewijd', over de grootheid van God en… van henzelf.
Mythe en ritueel gaan altijd hand in hand. De menselijke communicatie verloopt immers via woord én gebaar. Ook de rituelen gaan altijd over de strijd van opstaan, sterven en weer opstaan, symbolisch te verstaan. Alle religieuze mythen, allegorieën, parabels, riten en 'fabels' gaan over die ene waarheid dat wij "in een lichaam gevangen zielen of geesten zijn met als een eeuwig doel: de stralende eeuwigheid, bereikbaar door de kracht van de goddelijk vonk".
En hierbij laat ik het even. Er is al zoveel beweerd en er valt nog zoveel uit te leggen. Probeer je te realiseren wat ik heb geschreven. En dan zien we wel weer.
Groeten.
Fons.