Bericht
door Tamara » 18 mar 2006 11:50
29. In zijn dagen reeds, namelijk in het laatste jaar van zijn regering, 610 v. Chr., bereidde de in vs. 26vv. <#2Ki 23.26> aangeduide gebeurtenis zich voor; want in dit jaar trok farao Necho, de koning van Egypte, van de bouwvallen in de landen aan de overzijde van de Eufraat en Tigris (zie DACHS "2Ki 20:12") gebruik makende, om zijn macht door veroveringen in Azië uit te breiden, op tegen koning Sardanapalus II of Sarak (zie DACHS "2Ki 15:20") van Assyrië, die destijds door Cyaxares van Medië en Nabopolasser van Babylonië aangevallen en later 3-4 jaar in zijn hoofdstad Ninevé belegerd werd, naar de rivier Frath, omdat het erop aankwam om daar een vaste positie te winnen en zich pas van Syrië, Phoenicië en Samaria als zijn deel van de erfenis van het Assyrische rijk te verzekeren; en koning Josia, 1) ofschoon hij deze door boden had laten melden, dat hij tegen hem en zijn rijk geen vijandige bedoelingen koesterde, trok nochtans hem tegemoet, toen hij met zijn troepen te Acco, noordelijk van het Karmelgebergte, landde, en hij, farao Necho, doodde hem, bracht hem dodelijke wonden toe, te Megiddo, 2) volgens Zach. 12:11 <#Zec 12.11> te Hadad Rimmon, 3/4 uur zuidelijk van Megiddo, toen hij hem gezien had, reeds bij het eerste treffen.