Zie verder achter de link
"Lees wat deze heiligen zagen in hun visioenen, huiver en bekeert u."
Dat is de teneur van dit stukje helse prediking.
Laten we regelmatig denken aan de Hel
Protestanten geloven wel in de visioenen van Johannes, beschreven in de Bijbel, maar niet in de boodschappen van de mensen, van na de Bijbelse tijden.De vier uitersten van de mens zijn: dood, oordeel, Hel en Hemel. Het is goed regelmatig aan ze te denken. Uiteraard is denken aan de Hemel het leukste. Heden wordt er ook bijna nooit nog over de Hel gesproken op de preekstoel, terwijl dit voor zovelen de eindbestemming is. Maar ik merk dat het denken aan de Hel heilzaam is om vuriger te bidden voor de bekering van de zondaars, de redding van zielen, en om groter inspanning te doen. Ik weet het, er zijn aangenamer dingen om aan te denken, maar onlangs had ik een periode – toen een vrij bekend figuur overleden was – dat ik vrij veel aan de Hel moest denken. Ook de zieners van Fatima deden, nadat ze van O.L.Vrouw het visioen van de Hel gezien hadden, niets anders dan denken aan die Hel en de zondaars die daarin terecht komen, om aldus verstervingen te doen en veel te bidden om zielen te redden. Want per slot van rekening strijden we, zoals St. Paulus zegt, niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten der duisternis die slechts één ding willen: zoveel mogelijk zielen in de Hel!.
Ook al wordt het in Johannis niet zo uitgebreid en expliciet gebracht als in de verhalen van de latere heiligen.
Maar de achterliggende boodschap is dezelfde.
Zo heb ik het ook in de protestante kringen vaak beschreven gezien en gehoord.
Dat heb ik als voorheen orthodox protestant gelovige al nooit begrepen.
Maar idd. ik huiver bij de gedachte wat mensen soms in hun psychoses moesten en nog steeds moeten beleven.
De ware hel.
En de angsten, die veel gelovigen meekrijgen, nu nog steeds.
Een aantal van hen zijn voor het leven beschadigd, van nabij ook familieleden van mij.
Als kind al had ik nachtmerries van eeuwig te moeten branden.
Vooral na verhalen over de martelaren op de brandstapels en een paar grote branden in mijn naaste omgeving.
En altijd weer als ik me brandde aan de kachel of ander vuur.
