Die vraag kan niet beantwoord worden. Ik kan 'God’ als denkobject maken en dan kan ik de vraag wél beantwoorden.ChaimNimsky schreef: ↑17 apr 2019 13:03Je omzeilt steeds de simpele vraag: wat bedoel je dan met 'God’?
Het is geen contradictie. Dat wat we 'het waarnemen’ noemen kan ik niet tot denkobject maken. Omdat waarnemen geen informatie is. Waarnemen is datgene wat de informatie waarneemt. Geef mij informatie omtrent jezelf (bv baard, blank, grijs etc) dan kan ik jou tot denkobject (een voorstelling) maken.Dezelfde contradictie. Je beweert het waarnemen niet tot denkobject te kunnen maken maar er tegelijkertijd wel over na te kunnen denken. Aangezien hetgeen waar je over nadenkt je denkobject is, waar denk je dan over na als je erover nadenkt?
Niets in wat je beschreef maakt het bestaan ergens werkelijker dan het nu al is. Is de werkelijkheid meer dan telkens simpelweg dit ene moment? Theoretiseren en het toevoegen van kennis door ordelijk uit te zoeken hoe het leven in elkaar steekt, zou nuttig kunnen zijn, maar het maakt het leven nergens werkelijker dan het altijd al is.
Ik denk niet dat je begrijpt wat ik bedoel. Dit mens-zijn is voor de meeste mensen totaal gefixeerd op informatie. Echter, degene die zich 'ik’ noemt is de waarnemer en de bedenker van informatie. De functies waarnemen of denken zelf is helemaal geen informatie!
Kijk naar kinderen. Ze bedenken monsters en zijn er vervolgens bang van. Dat impliceert ruimte tussen de bedenker (het kind) en de informatie (het monster). Anders kan er ook geen angst ontstaan. Waar ik het over heb is een eenvoudig stukje zelfkennis: er is altijd ruimte tussen datgene wat je waarneemt of datgene wat je bedenkt. Door het eigen maken van dit onderdeel zal iedere angst (indien aanwezig) verdwijnen.
En gezien dit onderwerp over het heelal gaat en het heelal in feite informatie is, dan zou het kunnen dat er een geestelijke 'Opperbouwmeester’ is die het heelal geschapen heeft. Die kan je God noemen. Maar bewijzen kan men het nooit, net zoals je de denker/waarnemer (ik) niet kan bewijzen.
Hetgeen wat er gedaan kan worden ivm 'ik’ is dat het 'er zijn’ de bewijsvoering is. Die bewijsvoering kan ik met God niet toepassen uiteraard.
