Bericht
door Gershom » 07 dec 2016 05:22
Ik weet niet meer in welk jaar het was, maar het was erg koud. Dat zegt niet zoveel want ik ben een vreslijke koukleum. Als iedereen zich met schaatsen vermaakte op het ijs zat ik achter de kachel met een spannend boek. Pas toe ik zelf kinderen had, ben ik mij vrijwillig op het ijs gaan begeven. Ik moest daarvoor eerst leren schaatsen tot grote hilariteit van mijn jongens. Het schijnt nogal vermakelijk te zijn je oude heer met enige regelmaat op zijn kont te zien flikkeren.Zelf mijn honden vonden dat schouwspel om je te benatten van het lachen.
Voor mij was het allesbehalve lollig, en ik had het voornamelijk heel erg koud.Soms werd ik gered door snel invallende dooi. En later door de zegeningen van de pubertijd, waardoor mijn aanwezigheid plotseling minder op prijs werd gesteld. En zo bracht ik de meeste winters in mijn leven door achter de kachel. Dat stille plezier kwam abrupt ten einde toen wij een huis betrokken dat voorzien was van centrale verwarming. Wat een armoede was dat. Waar je ook kwam in huis, het was overal even behaaglijk. Die heerlijke bron van warmte die je soms kon opjagen totdat de kachel roodgloeiend was
Dat mis ik nog steeds. Ga maar na, als kind sliep ik op zolder. Er was geen wastafel aanwezig, laat staan een douche. Terwijl de ijsbloemen op de ruiten stonden, moesten wij soms een gat hakken in het ijs van de lampetkan, om je te kunnen wassen. U zult begrijpen dat die wasbeurt zich onder die omstandigheden beperkte tot het even vochtig maken van de ogen. Daarna was het zaak om zo snel mogelijk naar beneden te komen waar hopelijk een kolenkachel stond te snorren. Dat was echter niet altijd het geval. Soms was de kachel snachts uitgegaan, en moest je door de sneeuw naar de schuur om houtjes te hakken en kolen te scheppen. Bibberend probeerde je dan de kachel aan te maken, want mijn pleegmoeder was die kunst niet machtig. Fikkie stoken is dan ook echt jongenswerk, en het verklaart ook waarom er maar zo weinig vrouwelijke pyromanen gevonden worden. Ze kunnen het niet! De emancipatie is op dat gebied stil blijven staan. Vrouwen kunnen niets ordentelijk in de fik zetten.
Ze kunnen wel de meest ingewikkelde receptuur bedenken om hun echtgenoot te vergiftigen zonder sporen na te laten, maar voor een vreugdevuur moet je niet bij hen zijn. Ze krijgen niet eens een krant in de hens!
Mijn dag begon vaak erg vroeg, want ik werkte voor een paar dubbeltjes bij de meest gierige boer die in heel het Gooi te vinden was. Hij was een vriendelijk man, en ik werkte ook niet voor het geld.
Welnee mijn grootste plezier bestond uit het melken van koeien. Daarbij had hij twee paarden, een paar varkens, een hok vol kippen, en als bijverdienste fokte hij ook nog konijnen. Eigenlijk woonde ik in het paradijs, als het niet zo koud was geweest. Maar in de zomer bij de opkomende zon een paard voor de wagen spannen en dan samen met de boer zwijgend naar de weilanden rijden, om met volle melkbussen terug te keren, dat geeft een onbeschrijfelijk geluksgevoel. Dat soort geluk verdween op slag met de komst van de tractor en de melkmachine. Kinderen in de randstad denken nu dat de melk uit een fabriek komt en niet uit een koe.
Maar in het koudste deel van de winter zo rondom de jaarwisseling was het ook heerlijk om in de stal te vertoeven. Als de meeste mensen nog in bed lagen zat ik al onder een koe, een wedstrijd te doen met de boer, wie van ons de meeste koeien kon uitmelken. Ik heb het uiteraard nooit van de man kunnen winnen, maar maakte wel vorderingen, naarmate de kracht in mijn handen toenam door die regelmatige oefening.
(Mede daardoor krijg ik nog steeds jampotten open zonder hamer en koevoet).
Na het melken was het tijd voor de vroegmis, en daarna door naar school. Na schooltijd haastte ik mij vaak terug om de koeien voor de tweede maal te melken en te verzorgen. Want ook dat laatste nam de nodige tijd in beslag. Gewapend met een emmer warm water en een borstel moest je de dieren goed schoonhouden. Een van de belangrijkste voorschriften die de boer mij inprentte was dat je altijd met de dieren moest praten, zodat je ze niet plotseling aan het schrikken zou maken. "Voor je eigen veiligheid" zei hij erbij. Ik begreep toen niet zo goed wat er onveilig zou kunnen zijn aan een koe, maar ik verzorgde al pratend zoveel mogelijk van die beesten.
En het geschiedde in die dagen dat de boer ziek werd....
Het was in de kersttijd, en een waarnemer bestond toen nog niet. Men was afhankelijk van burenhulp
maar de dichtstbijzijnde boer was ook ziek.
Geheel onverwacht stond ik als kind voor de taak om de zorg voor de dieren op mij te nemen. Gelukkig woonde de boer met zijn drie ongetrouwde zusters onder één dak, maar twee van hen waren eigenlijk bang van de dieren. In dat weekend werd ik met spoed volwassen, maar dat besef had ik toen niet.
Ik deed wat ik kon, voeren, melken en verzorgen, en ik genoot met volle teugen. Daarbij geholpen door de schandalige verwennerij van de zusters, die de lekkerste gerechten voor mij klaarmaakte.
En nadat ik een heel weekend keihard had gewerkt was alles geheel naar wens verlopen.
En juist op de laatste avond ging het mis. Een beetje opgelucht had ik vernomen dat de boer zich al wat beter ging voelen, zodat ik vermoeid maar gerustgesteld aan mijn laatste taak van de dag begon.
Het poetsen en borstelen van achtien koetjes. Of het de vermoeidheid was of slordigheid weet ik niet
maar geheel tegen de gewoonte in stapte ik naast de koe, zonder eerst het woord tot haar te richten.
In een schrik refleks trapte zij snoeihard achteruit. Loeiend van pijn en schrik verdween ik met emmer en bezem kopje onder in de giergeul.
Gadverdegaverdamme!!
Jankend van ellende wist ik uit de geul te komen, en probeerde ik wanhopig met bossen hooi de lauwe smurrie weg te vegen. Het werd alleen maar erger. Ik snelde naar het woonhuis, en riep om hulp, maar niemand reageerde. De deur bleef dicht, en ik moest weer terug naar de stal. Daar vond ik een tuinslang En kon ik mijzelf met koud water min of meer schoonspuiten.
Rillend van kou, vernedering en ellende ben ik toen maar tegen een koe aan gaan liggen, en moet daarbij in slaap gevallen zijn. Ik werd gewekt door één van de zusters, die waarschijnlijk aan de geur die ik verspreidde kon raden wat er gebeurt was.
Er werd een grote teil warm water klaargemaakt en hoewel ik protesteerde stonden zij er op dat ik daarin werd ondergedompeld in de staat waarin ik geboren was. En als ik niet snel ophield met protesteren dreigden zij mij "overal"! te gaan wassen. Dat wilde ik natuurlijk tegen elke prijs vermijden.Ik kon echter niet voorkomen dat zij ook nog de hulp van een dokter inschakelden omdat mijn been er zo "raar" uitzag. Een beetje blauw, en het stond ook een beetje scheef.
Na zes weken gips was het ergste leed wel geleden.
Goed, het zij dan zo...Dat feestelijke gevoel met kerstmis heb ik niet. Ik had al van nature een hekel aan verjaardagen, maar al helemaal aan de verjaardag van het kindje Jezus.En de hier beschreven gebeurtenissen dragen niet echt bij dat tot een dag te maken vol pret en jolijt.
Mijn levensvreugde keert echter op slag terug zodra het niet meer vriest.