Rereformed schreef:
"Ze vertellen over Horon, een god die El van zijn troon wil stoten en als straf zelf uit de godenvergadering wordt gegooid. Horon transformeert zich in een slang en bijt een andere god: Adam. Die wordt daardoor menselijk."
Best wel opmerkelijk dat de mensheid zich blijkbaar altijd al heeft afgevraagd waar we vandaan komen.
En ook dat men heel creatief was in het bedenken van antwoorden: een godenoorlog met als resultaat de sterfelijke Adam.
De onderzoekers beweren dat ze de bron van Genesis hebben gevonden.
Als dat klopt kun je je afvragen wat de bron van het verhaal op de kleitabletten was.
En zo kun je altijd naar de bron van de bron blijven zoeken.
De kleitabletten gaan terug tot 1300 B.C.
4500 jaar B.C. maakte men in Soemerië echter ook al kleitabletten met godsdienstige teksten.
En Abraham kwam daar ook ergens vandaan. Als hij geen legendarisch figuur is geweest zou hij het nodige tot aan de ballingschap kunnen hebben doorverteld.....
Het zou daarom interessant zijn als men uit die tijd wat over het ontstaan van de eerste mens zou vinden.
Gelovigen hebben dit probleem niet.
Hun God schiep Adam 4000 B.C. en maakte dat door zijn Geest aan Mozes bekend, niks legendes, hun God is de bron van alles.
ps.
Mozes kon best wel mooi bidden:
Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.
Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!
Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.
Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;
In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.
Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.
Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.
Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.
Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.
Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?
Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
Keer weder, HEERE! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.
Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.
Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.
Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.
En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.
(psalm 90)
Ik mis hierin alleen wel een beetje het terugkijken naar het paradijs, uiteindelijk had zijn God hem persoonlijk gedicteerd hoe volmaakt alles daar was.
En het werk onzer handen bevestigen?
Niks bevestigen.
In t zweet uws aanschijns zult gij werken!!!
NB: Doe wel en zie niet om.