Het Nederlands Dagblad interviewde kerkplanter Theo Visser (41) over gebed. "De essentie van bidden is voor mij dat ik in Gods tegenwoordigheid kom. Dat gaat niet vanzelf. Soms is mijn hart zo onrustig of zit ik zo vol met andere zaken, dat ik tijd nodig heb om mijzelf leeg te maken. Dan pas ervaar ik zijn aanwezigheid. Ik heb een hekel aan standaardgebeden, aan automatismen in het geloof. Ik wil Hem echt ontmoeten, verbinding ervaren, zijn Geest door mijn aderen voelen stromen. Als ik God niet opzoek, ga ik mijn werk als een robot doen en dat wil ik niet."
Theo Visser heeft een gebedskamer. "Ik betreed mijn gebedskamer niet omdat ik zo’n goede gelovige ben. Juist niet. Ik steek zo rot in elkaar dat ik verdrink in mijn eigen wil en gedachten als ik niet bid. Dan ben ik een gevaarlijk mens, een en al onheiligheid. Als ik een ontmoeting heb gehad met God, ziet mijn vrouw het aan mijn gezicht: ik straal helemaal. Ik ben blij dat ik leef."
Dit sektarische cliché van kerkplanter Theo Visser (41), oprichter van de multiculturele gemeente ICF Rotterdam leek me geschikt voor freethinker. Dat bidden iemand op het rechte spoor moet houden. Dan ben je als mens diep gezonken. Hoe denken jullie hierover?