Bestaat islamofobie?
Het woord 'islamofobie' bestaat in de levende talen van tegenwoordig, wordt er regelmatig gebruikt en dit gebruik heeft zowel voorstanders als tegenstanders. Er bestaat heden veel begripsverwarring over en die gaat niet vanzelf weg. Dus (al dan niet emotionele) weigeringen om het begrip redelijk en kritisch te bespreken houden de begripsverwarring in stand. Zijn de weigeraars van begripsverheldering misschien allemaal tegenstanders van het begrip die voordeel bij deze begripsverwarring hebben? Wordt het woord 'islamofoob' echter niet vooral gebruikt door de voorstanders - denk aan EU-resolutie 1743 "Islam, Islamism and Islamophobia in Europe" die oproept om islamisme en islamofobie te bestrijden
eerder besproken - als wapen in hun psychologische oorlogsvoering tegen die islamofobe vormgevers van islamkritiek die extreme vormen van xenofobie en racisme als 'legitieme islamkritiek' vergoeilijken? Het knuppel van het begrip 'islamofobie' is mede door de EU al in het hoenderhok gegooid. Begripsverheldering van 'islamofobie' kan inmiddels ook verheldering zijn van een begrip dat opduikt in officiële Europese documenten, bijvoorbeeld al in het (op 75 rapporten gebaseerde) "Summary report on Islamophobia in the EU after 11 September 2001" uit mei 2002 van EU-waakhond European Monitoring Centre on Racism and Xenophobia (EUMC).
Islamofobie staat niet op de 'fobie en angst lijst' die steunt op medische bronvermeldingen:
Op deze pagina is de meest complete Nederlandstalige fobie en angst lijst te vinden. Omdat fobie een 'angst voor een bepaald iets' is, zijn er ontelbare soorten fobieën. De meeste mensen zullen bij de term fobie direct denken aan voorbeelden als spinnenfobie of claustrofobie. Er zijn echter nog veel meer, soms erg ongebruikelijke fobie soorten. In sommige namen uit deze lijst komt het woord 'fobie' niet voor. Dit is deels te verklaren omdat het Griekse woord 'fobos', waarvan fobie is afgeleid, letterlijk 'vrees' of 'angst' betekent. Zodoende valt bijvoorbeeld straatvrees ook onder de fobieën.
Bang zijn voor mooie vrouwen, bang zijn voor het heelal, bang zijn voor kinnen, bang zijn om te lopen, bang zijn voor schelpdieren, bang zijn voor linkshandigheid, of bang zijn voor lange woorden: veel van de angsten uit de fobie en angst lijst lijken onwaarschijnlijk. Toch bestaan alle vermelde angsten echt en hebben al deze soorten angst een officiële fobie naam. Bovenstaande
fobie en angst lijst is voor een groot deel een vertaling van The Phobia List, een Engelstalige fobie lijst waarin alleen fobie soorten worden opgenomen waarvan medische bronvermeldingen voor handen zijn. De vertaling is door therapiehulp.nl gedaan met medeweten en toestemming van The Phobia List.
Op deze lijst staat bijvoorbeeld wel het in dit topic eerder genoemde
smetvrees, ook al is dat niet een fobie maar eerder een soort angststoornis of (beter gezegd) een dwangneurose of obsessief-compulsieve stoornis met als onderliggende drijfveer angst voor vuil of besmetting. En ook homofobie (angst voor homoseksualiteit of de angst zelf homoseksueel te worden of zijn. Het woord omvat ook het gedrag dat uit de angst voortkomt).
Het begrip 'fobie' wordt meestal (bijv ook
hier) gebruikt als aanduiding voor een ziekelijke angst voor iets specifieks ter onderscheiding van de gegeneraliseerde angst die wordt aangeduid met de 'angststoornis' of 'paniekaanval' die plots opkomt.
Hoe onwaarschijnlijk sommige angsten of fobieën op de lijst ook lijken, zo wordt benadrukt, toch bestaan de vermelde (en bronvermeldde) angsten echt. Enkele opmerkelijke hebben als object van de angstervaring een (nationale) cultuur of religie:
-Anglofobie = angst voor Engeland, Engelsen of de Engelse cultuur.
-Bolshefobie = angst voor bolsjewieken.
-Gallofobie / galiofobie = angst voor Frankrijk of de Franse cultuur. Wordt ook francofobie genoemd.
-Germanofobie = angst voor Duitsland, Duitsers of de Duitse cultuur.
-Japanofobie = angst voor Japan, Japanners of de Japanse cultuur.
-Judeofobie = angst voor Joden of de Joodse godsdienst.
-Russofobie = angst voor Rusland of Russen.
-Sinofobie = angst voor Chinezen of voor de Chinese cultuur.
-Walloonfobie = angst voor Wallonen.
Indien het bestaan van zulke onwaarschijnlijk lijkende angsten of fobieën medisch gezien wordt erkend,
is het bestaan aannemen van
-Islamofobie = angst voor Islamieten of de Islamitische godsdienst of cultuur'
medisch gezien niet zo vergezocht als het lijkt. De menselijke geest is creatief. Het zou in het huidige tijdperk bijvoorbeeld kunnen doorgaan voor de eigentijdse plaatsvervanger in het 'vrije westen' van wat russofobie was in het vorige tijdperk van de koude oorlog. Het zou vergelijkbaar zijn met judeofobie in de zin van angst voor een specifieke godsdienst en de beoefenaars daarvan.
Islamofobie wordt echter door voorstanders van het begrip meestal vergeleken met
Xenofobie = angst voor vreemdelingen. Gaat vaak gepaard met racisme en rassendiscriminatie. Xenofobie was volgens
Wikipedia eerst een neologisme, net als islamofobie nu, dat heden een geaccepteerd begrip is in de psychologie (DSM-IV) en in de woordenboeken (oa Oxford).
Xenofobie (Oudgrieks: ksénos/ξένος=vreemdeling; phóbos/φόβος=angst, vrees) is een irrationele en/of obsessieve angst voor vreemdelingen en/of buitenlanders. Xenofobie wordt in het Nederlands ook wel vreemdelingenangst genoemd. Xenofobie kan voortkomen uit racisme, en via vreemdelingenhaat leiden tot rassendiscriminatie, haat zaaien, geweld en zelfs genocide.
In ruimere zin betekent xenofobie ook wel de algemene angst en afkeer van de mens voor alles wat vreemd, ongewoon of zeldzaam is. De American Psychiatric Association definieert het in DSM-IV als een speciale vorm van fobie.
Welke vreemdelingen wanneer komen bloot te staan aan xenofobie hangt af van een veelheid aan factoren, en is als gevolg daarvan moeilijk te voorspellen. Xenofobieën verdwijnen vaak even plotseling als ze ontstaan. Zo is de huiver voor Italiaanse immigranten in de jaren '60 van de vorige eeuw in Nederland en België al bijna vergeten. Omgekeerd is er in Zuid-Italië geweld tegen buitenlandse arbeiders gepleegd, terwijl de Lega Nord in Noord-Italië regelmatig xenofobe acties onderneemt.
...
Xenofobie is afgeleid van het neologisme « xénophobe » dat toegeschreven wordt aan Anatole France in 1901 in verband met de Affaire Dreyfus. Julien Benda definieerde het als een modern aspect van patriotisme. Xenofobie kan omschreven worden als het geheel van beweringen en handelingen die de vreemdeling onrechtmatig kenschetsen als een probleem, een risico of een bedreiging voor de samenleving, waarbij het niet uitmaakt of hij reeds lang gevestigd is of in een ver land woont.
De Dictionary of Psychology definieert xenofobie als "angst voor vreemdelingen". Volgens de Oxford English Dictionary kan het angst of afkeer betekenen niet alleen jegens mensen uit andere landen maar ook jegens andere (sub)culturen en religieuze stelsels, dat wil zeggen afkeer van iedereen die aan bepaalde criteria omtrent afkomst, godsdienst, mening, gewoonte, taal enzovoorts voldoet. De angstige xenofobe persoon is van mening dat een bepaalde groep niet aanvaard wordt (of niet aanvaard zou moeten worden) door de samenleving. Zelf herkent de lijder aan xenofobie deze niet noodzakelijk als een angst of fobie.
Er zijn twee soorten xenofobie:
(1) Xenofobie kan zich keren tegen een bevolkingsgroep binnen een samenleving, die als vreemd wordt beschouwd. Het kan gaan om recente immigranten, maar ook om een groep die al eeuwen aanwezig is, of die door verovering of uitbreiding van een land deel ging uitmaken van een samenleving. Xenofobie tegen deze groepen kan leiden tot pogroms, massale verdrijving van immigranten of zelfs genocide, denk hier bijvoorbeeld aan de Holocaust.
(2) Xenofobie kan voornamelijk gaan om afkeer tegen culturele elementen, die als vreemd ervaren worden, bijvoorbeeld leenwoorden in een nationale taal. Deze vorm van xenofobie leidt haast nooit tot geweld tegen personen, maar kan wel politieke campagnes voeden voor taal- en cultuurzuivering. Samenlevingen die in hun geheel xenofoob zijn kunnen zich afsluiten van de buitenwereld (isolationisme), wat xenofobie verder kan bevorderen. Een extreem geval van culturele xenofobie is de italianisering onder Mussolini, die de Italiaanse taal oplegde aan Duits- en anderstalige minderheden.
Dit onderscheid dat wiki maakt kan worden uitgelegd als het onderscheid tussen sociale xenofobie en culturele xenofobie, en daarvan kan nog de (mbv DSM-IV) psychologisch of psychopathologisch geduide vorm van het xenofobe individu worden onderscheiden. Xenofobie is in alle vormen problematisch, maar in het geval van de psychologische vorm is voor personen die irrationele en/of obsessieve angst voor vreemdelingen/buitenlanders bij zichzelf (h)erkennen (wat volgens wiki dus niet noodzakelijk is) biedt de psychologie oplossingen - terwijl de andere vormen van xenophobie respectievelijk een sociaal en een cultureel probleem zijn waarvoor de psychologie geen oplossingen in huis heeft. Beter gezegd: sociale en culturele xenofobie zijn bestaande problemen van de samenleving, van de sociaal-culturele samenleving (die als verticaal wordt onderscheiden van de horizontale zienswijze op de sociaal-economische samenleving).
De Engelse Wikipedia geeft een uitgebreidere begripsverheldering dan de Nederlandse wiki in het lemma
'islamophobia' (onder vertaald). Daarin wordt (sociale) islamofobie regelmatig geplaatst naast (sociaal) antisemitisme:
Islamofobie is bevooroordeeldheid tegen, haat of angst voor de islam of moslims. De term lijkt te dateren uit de late jaren 1980, maar kwam in gemeenschappelijk gebruik na de aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten waarin wordt verwezen naar soorten politiek discours die bevooroordeelde weerstand biedt tegen pro-islamitische argumentatie. In 1997 heeft de Britse Runnymede Trust islamofobie gedefinieerd als de "angst voor of haat van de islam en dus, de angst voor en afkeer van alle moslims," onder vermelding van dat het ook verwijst naar de praktijk van het discrimineren van moslims, door deze uit te sluiten uit het economische, sociale en publieke leven van de natie. Het omvat de perceptie dat Islam geen waarden gemeen heeft met andere culturen, inferieur is aan het Westen en meer een gewelddadige politieke ideologie is dan een religie. Professor Anne Sophie Roald schrijft dat er stappen werden genomen in de richting van de officiële toelating van de term in januari 2001 aan het Internationaal Forum inzake de bestrijding van onverdraagzaamheid te Stockholm, waar islamofobie werd erkend als een vorm van intolerantie naast vreemdelingenhaat en antisemitisme.
Een ervaren trend van toenemende 'islamofobie' in de jaren 2000 is toegekend door sommige commentatoren aan de aanslagen van 11 september, terwijl anderen het associëren met de snel groeiende bevolking van moslims in de westerse wereld, vooral in West-Europa, als gevolg van zowel immigratie en een hoge vruchtbaarheid. In mei 2002 heeft het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC), een Europese Unie waakhond, een rapport uitgebracht, getiteld "Beknopt verslag over islamofobie in de EU na 11 september 2001", dat een toename beschreef van de islamofobie-gerelateerde incidenten in de Europese lidstaten post-9/11. Hoewel de term wereldwijd wordt erkend en gebruikt, is het niet zonder controverse.
Definities
Het woord islamofobie is een neologisme gevormd uit 'islam' en 'fobie'. De verbindingsvorm 'islamo' bevat de thematische klinker 'o' en wordt gevonden in eerdere nieuw gevormde woorden zoals 'islamo-christelijk' uit de 19e eeuw. In tegenstelling tot zijnde een psychische of individualistische fobie, volgens de hoogleraar in religiestudies Peter Gottschalk, connoteert "islamofobie" een sociale angst voor de islam en moslims.
Een aantal personen en organisaties hebben pogingen ondernomen om het begrip te definiëren. Kofi Annan zei op een VN-conferentie over islamofobie in 2004: "Wanneer de wereld wordt gedwongen om een nieuwe term te omarmen om rekening te houden met het steeds wijder verbreide fanatisme, dan is dat een trieste en verontrustende ontwikkeling. Dit is het geval met islamofobie".
In 1996 heeft de Runnymede Trust de Commissie voor Britse moslims en islamofobie ingesteld, voorgezeten door professor Gordon Conway, de vice-kanselier van de Universiteit van Sussex. Hun rapport,« Islamofobie: Een uitdaging voor ons allemaal», werd gelanceerd in november 1997 door de minister van Binnenlandse Zaken, Jack Straw. In dit rapport werd islamofobie gedefinieerd door de Trust als "een outlook of kijk op de wereld waarbij een ongegronde angst en afkeer van moslims, hetgeen resulteert in praktijken van uitsluiting en discriminatie." Een van het eerste gedocumenteerde gebruik van het woord in de Verenigde Staten was in het conservatieve Amerikaanse Insight magazine in 1991, waar het werd gebruikt om de Russische activiteiten te beschrijven in Afghanistan. Overige vorderingen van het vroege gebruik omvatten het gebruik van de Iraanse geestelijken in 1979, of het gebruik ervan in 1921 door de schilder Étienne Dinet.
De Amerikaanse islamitische schrijver Stephen Schwartz heeft 'islamofobie' gedefinieerd als de veroordeling van de onderdelen van de Islam en haar geschiedenis als extremistisch; het ontkennen van het bestaan van een gematigde moslimmeerderheid; de islam beschouwen als een probleem voor de wereld; het behandelen van conflicten waarbij moslims zijn betrokken als hun eigen schuld; het er op aandringen dat moslims wijzigingen aanbrengen in hun geloof; en het aanzetten tot oorlog tegen de islam als geheel.
Een artikel uit 2007 in Journal of Sociology definieert islamofobie als anti-moslim racisme en een voortzetting van de anti-Aziatische en anti-Arabische racisme. Ook heeft John Denham parallellen getrokken tussen de moderne islamofobie en het antisemitisme van de van de jaren 1930. Net als Maud Olofsson, Professor Jan Hjärpe en George Galloway.
In een artikel uit 2008 in het "Journal of political ideologies" betoogt Jose P. Zuquete dat islamofobie een catch-all term is die moet worden vermeden. Islamofobie plaatst onder de brede paraplu van het 'angst of haat van de islam' discours en de islamkritiek die mogelijk verschillende bronnen, motivaties en doelen hebben. Hij pleit in plaats daarvan voor het gebruik van "anti-islamitisch" (omdat dit onderscheidt tussen verschillende vertogen over de islam).
Het in officiële EU-documenten gebruikte begrip 'islamofobie' duidt op het samenlevingsprobleem van die openbare uitingen van sociale angst voor de Islam en moslims die in de nabijheid verkeren van die uitingen van xenofobie en racisme en antisemitisme die sociale problemen veroorzaken, niet op een psychopathologische geestestoestand van individuen met islamkritische uitingen. Met weinig woorden het islamofobiebegrip afdoen als dom dhimmiegebabbel over een ziekelijke angst of als pathologisering die een ad hominem-drogreden behelst is hierdoor als een verderlicht argumentje van de discussietafel geblazen, want zulke tegenstanders van het begrip vatten islamofobie enkel psychisch op en negeren de sociale probleemstelling van de open verdraagzame samenleving die aan bod dient te komen in het ontwerpen van gedegen vormen van niet-islamofobe islamkritiek.
Hiermee is ook het verwijt van de baan van islamkritische tegenstanders van het islamofobiebegrip, dat het verwijtende begrip is bedoeld om islamkritici met het stigma 'islamofoob' monddood te maken of om het kritisch debat over de problemen die de islam stelt op te schorten, want het spoort juist aan tot werken aan niet-als-sociale-islamofobie-verwijtbare (sociale) islamkritiek ten dienste van de samenle-ving. Dhimmiestigmatisering als reactie op het psychologisch misvatte woord 'islamofobie' door eenkennige islamkritici die zich hebben ingegraven in hun loopgravenstelling gooit het probleem van de discussietafel dat sociale islamofobie stelt en dat vereist (zelf)kritisch te blijven kijken of de eigen en de anders' islamkritiek niet islamofoob is vanuit het sociale oogpunt van de open samenleving waarvan ook moslims deel uit maken.
Het woord 'islamofobie' is en blijft een (sociaal) scheldwoord, net als de woorden 'xenofobie' en 'racisme' en 'antisemitisme' hun functie hebben in een open samenleving om daarmee sociaal verwerpelijke taalfenomenen in de openbaarheid te kunnen aanwijzen en kritiseren, maar het wijst kritisch op sociaal verwerpelijke uitingen over de islam en islamieten/moslims waarin de islamkritiek (niet expliciet vreemdelingen of rassen of joden maar) expliciet moslims uitsluiten uit de open samenleving en discrimineert. Islamofobie is zo bezien geen scheldwoord voor personen, maar voor islamkritieken in het openbare debat van de samenleving. De vraag naar het bestaan van psychische islamofobie bij personen is irrelevant in vergelijking met de vraag naar het bestaan van sociale islamofobie in de geuite vormen van islamkritiek zodat een scherp onderscheid kan worden gemaakt tussen de islamfobe vorm(en) en niet-islamofobe of sociale vorm(en) van islamkritiek in het openbare debat van de open samenleving waar vrijdenkers en theïsten (waaronder moslims) verdraagzaam samen leven.