In de Koran zijn gedetailleerde richtlijnen dan ook schaars. Het zijn dan ook de vertaalde Hadiths(overleveringen) die de moslimjeugd het radicalisme insturen. Pas daarin wordt opgeroepne tot martelaarschap e.d.
Eén van de auteuren van die overleveringen, Abou Houraira, zou zijn informatie van Aïcha de jongste vrouw van Mohammed hebben ontvangen. Historische onderzoek van de Marokkaanse hoogleraar Mostafa Bouhindi wijst uit dat Houraira nogal wat heeft verzonnen.
De Marokaanse theologe Khadija Al Batar richtte zich ook al tegen Al Boukhari Zij vroeg zich af waarom zijn overleveringe zoveel vrouwonvriendelijke teksten bevat. Haar conclusie was dat hij erg selectief en eenzijdig te werk is gegaan en dat hij de vrouwvriendelijke kant van de "profeet" opzettelijk heeft genegeerd.
Alle moslims moeten de woorden van Mohammed toch hoger achten dan alle andere verhalen die er later bijbedacht zijn. De fundamentalistische Moslims moeten daar maar eens aandenken voordat ze weer een vliegtuig nemen.