Verdachte uit Hofstadgroep Rachid spreekt
Geplaatst: 19 jan 2008 21:07
In de Volkskrant vandaag een interview met Hofstadverdachte Rachid, die werd vrijgesproken. Hij wil een aantal voorstellingen over 'de Hofstadgroep' bijstellen.
http://www.volkskrant.nl/incoming/artic ... _actiefilm‘Het beeld dat het OM heeft neergezet, klopt niet.’ Ook wil hij duidelijk maken wat de consequenties zijn van een terrorisme-etiket, en dat er net zoveel leugens als waarheden zijn verkondigd over Mohammed. Een vriend met wie hij maar weinig woorden hoefde te wisselen om elkaar te kunnen begrijpen. Over de islam dachten ze evenwel volstrekt verschillend: ‘Geweld kan nooit een oplossing zijn.’
(...)
Na de dood van zijn moeder, in het najaar van 2001, maakte Mohammed schoon schip. Hij meldde zich als vrijwilliger bij buurtcentrum Eigenwijks. En hij wilde van zijn woning af, die hij te veel met zijn oude bestaan associeerde. Een vriend kende een paar Marokkaanse jongens die illegaal in Nederland verbleven en het huis wilden onderhuren. Dat waren Nouredine el F. en Zine L.A. Zij kenden de Syriër Abu Khaled, die door de AIVD wordt beschouwd als de geestelijk leider van de Hofstadgroep. ‘Zo is het gekomen.’
Dit groepje verkondigde een strikte geloofsopvatting, waarbij niet-moslims en andersgelovigen worden verketterd (takfir). Door de komst van Abu Khaled ontstond een ‘soort strijd onder jongeren in de buurt’, zegt Rachid. Wilde je bij de gematigde moslims horen of bij het clubje van Abu Khaled, dat zich moeilijk liet verenigen met een leven hier? ‘We zaten in de auto en Mohammed twijfelde. Hij wist niet wat hij van die mensen moest vinden, maar voelde zich wel tot hun leer aangetrokken.’ Mohammed wilde niet de weg van de minste weerstand kiezen, hij wílde beproefd worden.
Langzaamaan raakte hij begeesterd en bezocht hij regelmatig zijn eigen onderverhuurde duplexwoning. In de kleine woonkamer verzamelden zich jongens uit de buurt om wat op te steken over het geloof. Althans, dat was de bedoeling, zegt Rachid. ‘Iedereen had z’n eigen motivatie om te komen. De een kwam omdat hij zich verveelde, de ander omdat hij vroeger ook al kwam.’ Rachid ging voor Mohammed. ‘Niet heel vaak, daarvoor had ik het te druk. En ik houd niet zo van grote groepen.’
Het was niet zo, zegt Rachid, dat er op bepaalde dagen en tijdstippen georganiseerde lessen werden gegeven. ‘We praatten over de islam, maar ook over politiek en ditjes en datjes.’ Rachid heeft nooit het gevoel gehad dat hij iets deed wat niet mocht. ‘Er werden dingen gezegd die anderen misschien verwerpelijk vinden, maar ik dacht niet dat dat strafbaar was.’ Zo vonden Abu Khaled en zijn geestverwanten dat een goede moslim niet mag stemmen, omdat alleen de wetten van Allah deugen. ‘Ik ging daar tegenin, want je kunt niet negeren dat je hier leeft. Zij vonden dat je geen geen rekening hoeft te houden met je omgeving. En: hoe meer mensen je tegen de haren in strijkt, hoe oprechter je bent in je geloof. Daar maakten ze naar mijn mening een denkfout.’