De gematigde Islam bestaat niet.
Moderator: Moderators
De gematigde Islam bestaat niet.
De gematigde islam bestaat niet
Zijn er twee islams, de een oorlogszuchtig en de ander tolerant en vredelievend? Volgens de Franse juriste en arabiste Anne-Marie Delcambre is dit een westers verzinsel om de onaangename waarheid niet onder ogen te hoeven zien: ,,Tussen islam en islamisme bestaat alleen een gradueel verschil. Het islamisme zit in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede en slechte islam, zoals er ook geen gematigde islam bestaat. Gematigde moslims bestaan wel:, dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.’’
Om de islam niet te hoeven betichten van geweld en terreur, hebben niet-islamitische westerlingen en sommige verwesterde moslims de term ’islamisme’ bedacht. Hiermee bedoelen zij een politieke, oorlogszuchtige ideologie die niets te maken zou hebben met de ware islam. Voor hen zijn er twee islams. De ene is verlicht, open, vredelievend, een godsdienst van liefde, tolerantie en vrede – en dit zou de godsdienst zijn zoals die door een overgrote meerderheid in alle rust wordt beleden. De tweede islam, het islamisme, is obscuur en in zichzelf gekeerd, sektarisch, fanatiek en oorlogszuchtig; een politieke, ontspoorde en zieke islam dus die niet te vergelijken is met de eerste, de ware, goede, gematigde, mystieke islam die de broeder is van het christendom en het jodendom, en die door zijn hoge graad van spiritualiteit vele niet-moslims aanzet tot bekering.
De uitvinding van ’de twee islams’ is heel praktisch omdat het de niet-islamitische westerling geruststelt over het karakter van de islam. Maar het is ook een grote leugen omdat er maar één islam is. Eén islam die niet twee gezichten heeft, maar verschillende aspecten. Het mystieke aspect en de terreur zijn twee extremen. Hiertussen bevinden zich vele facetten die altijd naast elkaar hebben bestaan en die alle uit dezelfde bron komen: de Koran, opgevat als het Woord van God dat zich openbaarde in Mohammed, die voor alle moslims, niemand uitgezonderd, het grote voorbeeld is.
Wie de Koran leest, moet wel erkennen dat de geboden van God alleen dan tot vrede oproepen wanneer er geen andere mogelijkheid bestaat. In soera 47, vers 35 staat: ‘Zo versaagt niet / en roept niet op tot de vrede / daar gij toch de overhand hebt / en God met u is.’
Wie zich hier niet aan houdt, maakt zich schuldig aan heiligschennis. De goddelijke boodschap houdt de gelovige gevangen, en deze denkt er geen moment aan te ontsnappen. Zoals de islamoloog en Turkoloog Jean-Paul Roux schrijft in zijn boek Les ordres d’Allah ’(De geboden van Allah’): ,,In de loop der eeuwen zijn er commentaren geschreven over deze teksten, ze zijn uitgelegd, men heeft geprobeerd ze te ontdoen van onduidelijkheden, maar ze zijn nooit in twijfel getrokken. Alle pogingen tot een liberale interpretatie waren gedoemd te mislukken, of het nou gaat om de Moetazilieten in de 9de eeuw, die betoogden dat de Koran niet van boven maar van beneden kwam, of die van de Ismaëlische sjiieten, die de Koran opvatten als een esoterisch geschrift. Iedereen die zijn intelligentie, zijn eigen vermogen tot oordelen gebruikte, moest wel falen, ook al waren zijn conclusies juist, want het is niet mogelijk het beter te weten dan Allah. Dit betekent dat elke historische en epistemologische studie, zoals die in het Westen is gedaan naar de Bijbel en de Evangeliën, ondenkbaar is en inderdaad ook nooit heeft plaatsgevonden.’
Dit is een ernstige kwestie, omdat ze gaat om de vraag of moslims tot in de eeuwigheid opgesloten zitten in hun heilige teksten. Jean-Paul Roux brengt Allahs geboden in kaart: ,,Moet de moslim in sommige gevallen zijn vrouw slaan, van haar scheiden en haar verstoten, vrouwen verbieden ongelovigen te huwen, het drinken van alcohol en kansspelen veroordelen, joden haten, zich inspannen om op alle mogelijk manieren zijn godsdienst op te leggen, ongelovigen doden? Zoals hij ook bescheiden moet zijn, geduldig en nederig, eerlijk, liefdadig, toegewijd aan zijn ouders? Je zou zeggen van wel, omdat elke innovatie laakbaar is en neerkomt op ketterij.’’
Als Jean-Paul Roux, die streeft naar wederzijds begrip en beslist niet wil provoceren, er al zo over denkt, dan hebben we alle reden ons zorgen te maken. Omdat Roux heeft geschreven over het Mongoolse rijk, Iran en Turkije, weet hij dat wat hij zegt van toepassing is op de gehele islamitische wereld. Het gevaar van de islam zit in het totale karakter ervan: het slokt het hele leven van de gelovige op, van de wieg tot het graf, en beheerst alle aspecten van het leven. Daarom is er geen scheiding tussen publiek en privé of politiek en religie. In de islam is er voor alles een regel, of het nou gaat om juridische, politieke of intieme kwesties.
We worden voorgelogen als wordt beweerd dat de islam een geloof is dat wordt gepraktiseerd in de privé-sfeer, zoals het christendom. De islam is tegelijk geloof, wet en recht. De sjaria schrijft voor de ongelovigen te bestrijden of klein te houden, en kent voor moslims vaste straffen voor precies omschreven misdaden (overspel, geloofsafval, blasfemie, diefstal, struikroverij, moord en natuurlijk het drinken van alcohol).
Mohammed is in alles een voorbeeld voor de gelovigen, maar zou dat dan niet gelden voor de passages uit zijn biografie waarin hij bloed laat vergieten, krijgsgevangenen maakt en de buit verdeelt? Martine Gozlan schrijft in haar boek Pour comprendre l’intégrisme islamiste (’Het begrijpen van de radicale islam’) over de twee gezichten van Mohammed; de een gefascineerd door het voorbeeld van Jezus, aangetrokken tot tederheid en gebed, en de Mohammed van Medina, de veroveraar die zich zo nu en dan van zijn wrede, rancuneuze kant laat zien. ,,Deze dualiteit van de islam kan niemand verdonkeremanen’’, schrijft zij. Maar juist op dit punt is haar analyse misleidend: de profeet met twee gezichten, de twee Korans, de islam en het islamisme. We moeten kennelijk concluderen dat de islam dubbel is, omdat we een verontrustend deel van deze religie niet willen zien. Daarom is ervoor gekozen het slechte deel ’fundamentalisme’, ’islamisme’, ’salafisme’, ’wahabisme’ te noemen. Eigenlijk weten we niet wat deze termen betekenen, maar we zijn tot alles in staat om woorden te vinden die kunnen dienen als zondebok om deze mooie godsdienst te ontlasten, de godsdienst die ten onrechte wordt aangevallen, besmeurd en geminacht.
Het islamisme verantwoordelijk houden voor het geweld van de islam, is praktisch en erg makkelijk. Maar wat nu te doen met de Koran en de Profeet? Gaan we alle geboden die niet in overeenstemming zijn met de Rechten van de Mens schrappen? En de Profeet met zijn twee gezichten, moet dat een nieuwe Januskop worden met twee gezichten, die elk een andere kant opkijken?
Om aanslagen te verklaren, is een blik op het leven van de Profeet voldoende. Hij rechtvaardigde de politieke moord voor het heil van de islam. En mensen bang maken, terreur uitoefenen, werd voorgeschreven als een nobele methode om paniek te zaaien onder de vijanden van het geloof.
Het klopt dus eenvoudig niet om te zeggen dat het islamisme niets te maken heeft met de islam. Voor de moslim van gisteren en die van vandaag, is er maar één Koran zoals er ook maar één Profeet is. De islamist is net zo goed moslim als de mysticus, omdat beiden zich beroepen op deze twee fundamenten. En beide fundamenten, Koran en Profeet, roepen op tot strijd.
Hier op aarde moet de strijd voor de overwinning van de islam doorgaan zolang het pleit nog niet beslecht is. Vrede is alleen een optie wanneer de overwinning onmogelijk of twijfelachtig lijkt. Maar veel meer nog is vrede de beloning van het paradijs, wanneer de hele wereld gepacificeerd is. Natuurlijk is er een onmiskenbaar ideaal van vrede, maar dat is in feite een pacificatie-ideaal. Vandaar dat er geschreven staat, over vijanden: ’En indien zij neigen naar de vrede/ neigt gij dan ook daartoe’ (soera 8, 61-63). Maar lees ook het vers dat hieraan voorafgaat (verzen 60-62): ’En maakt voorbereiding tegen hen/ met wat gij kunt aan weerstandskracht/ En uitrusting van paardenvolk/ om daarmede te verschrikken/ Gods vijand en uw vijand.’
Tussen islam en islamisme bestaat geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Het islamisme is aanwezig in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede of slechte islam, net zoals er ook geen gematigde islam is. Daarentegen zijn er wel gematigde moslims: dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.
En daar zit nu het probleem. Wat is een goede moslim? Degene die de ongelovigen, de godslasteraars en de atheïsten stigmatiseert en doodt? Of degene die ervoor kiest de Koran op een westerse, verchristelijkte manier te lezen en die wordt beschouwd als een ketter omdat hij afwijkt van de traditionele islamitische interpretatie?
De struisvogels in het Westen hebben ervoor gekozen deze vraag niet te beantwoorden, en iedereen die durft te beweren dat de islam geen geloof van liefde, vrede en tolerantie is, wegens haatzaaien te veroordelen. Zij voelen zich gesteund door de islamitische struisvogels die het goed uitkomt de islam voor te stellen als een geïdealiseerde godsdienst, terwijl de echte moslims toch wel beter weten. En wat de anderen betreft: een snelle herislamisering zal hen spoedig weer op het rechte pad brengen. Bovendien moeten we niet vergeten dat de taqiyah, het veinzen, een integraal onderdeel van de sjiitische islam is (’Wie niet de taqiyah betracht is geen gelovige.’) De taqiyah is opmerkelijk genoeg ook door de soennieten overgenomen, wat hen in staat stelt ons een islam-light voor te schotelen, om de ware aard van hun religie beter te verbergen. Zij liegen niet werkelijk – zij verhelen en versluieren om de islam terreinwinst te laten boeken. Het aanzienlijke voordeel hiervan is dat niet-moslims zo nog worden aangetrokken tot deze Abrahamitische religie, die wordt voorgesteld als verwant aan het jodendom en het christendom.
Nu begrijpen we dus beter de consensus rond het handhaven of versterken van het onderscheid tussen islam en islamisme. Het ongelukkige is dat deze onwetende of oneerlijke struisvogels geen onbetekenende mensen zijn. Sommigen bekleden hoge posten in de religieuze hiërarchie. Rabbijnen, dominees, pastoors, Witte Paters en jezuïeten zijn het erover eens geworden dat er een dialoog moet komen tussen de religies. Dus wordt alles wat tot verdeeldheid kan leiden, wordt zorgvuldig weggewerkt.
Laten we die geïdealiseerde islam eens goed bekijken. Dat zou een islam zijn van filosofen en mystici. Maar het is gewoon niet waar dat dit niet óók een ’islam van verboden’ is. Geen enkele filosoof of mysticus heeft ooit de Profeet of de Koran ter discussie gesteld. Wie praat over een islam van de Verlichting als tegenpool van de juridische islam, heeft het over een islam die nog geboren moet worden.
Om de islam te accepteren, heeft Europa de mythe van Andalusië geschapen, een gouden tijdperk van de drie religies. Alle gevechten, de vernederende status van de niet-moslims – dat alles is zorgvuldig weggelaten; zozeer zelfs dat we gerust kunnen spreken van geschiedvervalsing. Hoe moeten we anders het commentaar van de joodse filosoof Maimo-nides uit 1204 verklaren over de Almohaden die Spanje veroverden: ,,Nooit eerder heeft iemand ons zo vernederd, getreiterd, naar beneden gehaald en gehaat zoals zij.’’
Je kunt je afvragen waarom de filosoof Avicenna in de 10de eeuw vanwege zijn ideeën gedwongen werd te vluchten voor Turkse soennieten. En waarom de grote mysticus Mansoer Al-Hallaj, geboren in 858, die alleen de liefde voor God tot in extase aanprees, ter dood werd veroordeeld in 922. De beulen hakten zijn voeten en handen af, en gaven hem 500 zweepslagen. Vervolgens werd hij gekruisigd. Zijn onthoofde lichaam werd verbrand, zijn as uitgestrooid. Het hoofd werd, gespietst op een lans, twee dagen aan de oevers van de Tigris tentoongesteld. In 1131 werd Ayn Al-Quzat Hamadani, Perzisch mysticus, van ketterij beschuldigd en levend gevild, opgehangen en in het vuur gegooid.
Het is hoog tijd dat we ons niet langer laten behandelen als idioten die niets weten over de bijdragen van de islam aan de Verlichting. Men vertelt ons nooit dat de Griekse teksten vertaald zijn door christenen in het Westen, vanuit het Oudsyrisch of direct uit het Grieks, en dat noch Averroës, noch Avicenna Grieks kende. Men moet ophouden ons te vertellen dat er een filosofische, mystieke islam is, die werd geaccepteerd door de meerderheid van de moslims. Het is precies andersom. De moslims zullen nooit accepteren dat men zich verwijdert van de letterlijke schriftlezing.
Ik wil de leugens die bedoeld zijn om ons in slaap te sussen niet meer horen. Moslims willen een verklede islam aanvaard krijgen, ontdaan van schokkende elementen. Zoals de islamologe Marie-Thérèse Urvoy opmerkt, ’weten zij aan te sluiten bij de thema’s die de Europeanen bezighouden en het bijpassende vocabulaire te gebruiken: de vrijheid van de vrouw, haar vrije keuze, haar rechten. De westerlingen doen er tegenover al dat moois en al die spirituele waardigheid beleefd het zwijgen toe. Waarom? Omdat we het slachtoffer zijn van onze schuldcultuur, zegt Urvoy. Wij geven onszelf van alles de schuld en koesteren een pathologische zelfhaat. Daardoor minachten we onszelf en prefereren we de ander boven onszelf. En de islam in Europa heeft snel begrepen dat hij de perfecte incarnatie is van die ander.
Maar ook de handigste islamitische strategen kijken wel uit om te spreken over afschaffende verzen en afgeschafte verzen. De afschaffende verzen, de meest harde en chronologisch gesproken de laatst geopenbaarde, stellen de zachtere buiten werking. Bovendien hebben de verzen die het meest zachtmoedig en barmhartig zijn, alleen betrekking op de gelovigen, dat wil zeggen de moslims. De moslim is de broeder van de gelovige moslim. Hij voelt zich absoluut niet de broeder van de jood of de christen. En nog minder van de atheïst of de goddeloze. Als het verboden is om te doden (soera 5, vers 32) gaat het over gelovige moslims. Het volgende vers (33) bevestigt dit duidelijk: ‘Doch de vergelding van hen / die God en Zijn boodschapper bestrijden / en zich beijveren / verderf te brengen in het land / is dat zij ter dood gebracht worden / of gekruisigd / of dat hun handen en voeten / worden afgekapt van weerszijden / of dat zij uit het land verbannen worden.’
En de liefde voor de joden komt naar voren in dezelfde soera 5, vers 64: ‘En de joden zeggen: / Gods hand is dichtgeknepen. / Mogen hun de handen / dichtgeknepen worden / en mogen zij vervloekt worden / om wat zij zeggen. / Neen / Zijn beide handen zijn wijd geopend / Hij schenkt gaven zoals Hij wil. / En wat tot u is nedergezonden / vanwege uw Heer / zal velen hunner nog doen toenemen / in overmoed en ongeloof / maar Wij hebben tussen hen / vijandschap en haat geworpen / tot de Dag der Opstanding. / Telkens wanneer zij een vuur / ontsteken tot de oorlog / dooft God het uit / terwijl zij pogen / in het land verderf te stichten. / Maar God bemint niet de verdervers.’
Verre van afgeschaft, is dit vers onlangs nog geciteerd, ter ondersteuning van een fatwa van de UOIF (een grote moslimorganisatie in Frankrijk), die relschoppende jongeren in de voorsteden eind vorig jaar tot kalmte moest manen. De regels over de joden waren geschrapt.
Soera 5 is trouwens de laatst geopenbaarde. Net zoals soera 9 is deze soera niet af te schaffen. Dit is precies tegengesteld aan wat men ons wil doen geloven, in een totale minachting van de traditionele islamitische literatuur (vanaf het commentaar van Tabani in de 9de eeuw tot het werk van Said Qutb, het grote voorbeeld voor de Moslim Broederschap, die werd opgehangen door Nasser in 1966. De commentaren herhalen zich eindeloos en gaan nooit in een milde richting.)
Maar wij luisteren liever naar de kalmerende woorden van onze struisvogels omdat we bang zijn voor wat we voorvoelen: als de islam gewelddadig is, moeten wij hem bestrijden, en daar hebben wij geen zin in.
Maar geheel gerust gesteld worden is moeilijk als we weten, zegt Marie-Thérèse Urvoy, dat in de laatste versie van het handvest van de Musulmans de France (een islamitische organisatie), het recht om van religie te veranderen is geschrapt, zonder dat dit tot grote protesten heeft geleid.
Jean-Paul Roux schrijft: ,,Door het prijzenswaardige streven van het humanisme of eenvoudig door de angst voor racist te worden uitgemaakt, worden netelige kwestie uit de weg gegaan. Of de waarheid wordt verdraaid, alsof het mogelijk is iets op te bouwen op grond van leugens, ook al zijn ze goed bedoeld.’ De waarheid is dat er maar één islam is, en dat in die islam het beeld van de jood, de atheïst en de christen verbroedering tussen hen en moslims onmogelijk maakt. Het probleem is niet het islamisme, maar de Profeet en de Koran.
Vertaling: Paul Kleis Jager.
Anne-Marie Delcambre
Anne-Marie Delcambre studeerde rechten en islamologie en publiceerde diverse boeken over de islam, waaronder La schizophrenie de l’islam (’De schizofrenie van de islam’)’ en L’islam des interdits (’De islam van de verboden’). Beide studies verschenen bij uitgeverij Desclée de Brouwer. Delcambre geeft Arabisch op het lycée Louis le Grand in Parijs, een van de meest elitaire scholen in de hoofdstad. Volgens Delcambre heeft niet zozeer het islamisme, als wel de Koran een probleem met de moderniteit: ,,De Koran is tegen gelijkheid tussen mannen en vrouwen, tegen gelijkheid tussen moslims en niet-moslims. De Koran is tegen de vrijheid van religie, tegen de vrijheid de islam te verlaten. De Koran is tegen de broederschap tussen moslims en niet-moslims.’’
Bron: trouw.nl
Zijn er twee islams, de een oorlogszuchtig en de ander tolerant en vredelievend? Volgens de Franse juriste en arabiste Anne-Marie Delcambre is dit een westers verzinsel om de onaangename waarheid niet onder ogen te hoeven zien: ,,Tussen islam en islamisme bestaat alleen een gradueel verschil. Het islamisme zit in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede en slechte islam, zoals er ook geen gematigde islam bestaat. Gematigde moslims bestaan wel:, dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.’’
Om de islam niet te hoeven betichten van geweld en terreur, hebben niet-islamitische westerlingen en sommige verwesterde moslims de term ’islamisme’ bedacht. Hiermee bedoelen zij een politieke, oorlogszuchtige ideologie die niets te maken zou hebben met de ware islam. Voor hen zijn er twee islams. De ene is verlicht, open, vredelievend, een godsdienst van liefde, tolerantie en vrede – en dit zou de godsdienst zijn zoals die door een overgrote meerderheid in alle rust wordt beleden. De tweede islam, het islamisme, is obscuur en in zichzelf gekeerd, sektarisch, fanatiek en oorlogszuchtig; een politieke, ontspoorde en zieke islam dus die niet te vergelijken is met de eerste, de ware, goede, gematigde, mystieke islam die de broeder is van het christendom en het jodendom, en die door zijn hoge graad van spiritualiteit vele niet-moslims aanzet tot bekering.
De uitvinding van ’de twee islams’ is heel praktisch omdat het de niet-islamitische westerling geruststelt over het karakter van de islam. Maar het is ook een grote leugen omdat er maar één islam is. Eén islam die niet twee gezichten heeft, maar verschillende aspecten. Het mystieke aspect en de terreur zijn twee extremen. Hiertussen bevinden zich vele facetten die altijd naast elkaar hebben bestaan en die alle uit dezelfde bron komen: de Koran, opgevat als het Woord van God dat zich openbaarde in Mohammed, die voor alle moslims, niemand uitgezonderd, het grote voorbeeld is.
Wie de Koran leest, moet wel erkennen dat de geboden van God alleen dan tot vrede oproepen wanneer er geen andere mogelijkheid bestaat. In soera 47, vers 35 staat: ‘Zo versaagt niet / en roept niet op tot de vrede / daar gij toch de overhand hebt / en God met u is.’
Wie zich hier niet aan houdt, maakt zich schuldig aan heiligschennis. De goddelijke boodschap houdt de gelovige gevangen, en deze denkt er geen moment aan te ontsnappen. Zoals de islamoloog en Turkoloog Jean-Paul Roux schrijft in zijn boek Les ordres d’Allah ’(De geboden van Allah’): ,,In de loop der eeuwen zijn er commentaren geschreven over deze teksten, ze zijn uitgelegd, men heeft geprobeerd ze te ontdoen van onduidelijkheden, maar ze zijn nooit in twijfel getrokken. Alle pogingen tot een liberale interpretatie waren gedoemd te mislukken, of het nou gaat om de Moetazilieten in de 9de eeuw, die betoogden dat de Koran niet van boven maar van beneden kwam, of die van de Ismaëlische sjiieten, die de Koran opvatten als een esoterisch geschrift. Iedereen die zijn intelligentie, zijn eigen vermogen tot oordelen gebruikte, moest wel falen, ook al waren zijn conclusies juist, want het is niet mogelijk het beter te weten dan Allah. Dit betekent dat elke historische en epistemologische studie, zoals die in het Westen is gedaan naar de Bijbel en de Evangeliën, ondenkbaar is en inderdaad ook nooit heeft plaatsgevonden.’
Dit is een ernstige kwestie, omdat ze gaat om de vraag of moslims tot in de eeuwigheid opgesloten zitten in hun heilige teksten. Jean-Paul Roux brengt Allahs geboden in kaart: ,,Moet de moslim in sommige gevallen zijn vrouw slaan, van haar scheiden en haar verstoten, vrouwen verbieden ongelovigen te huwen, het drinken van alcohol en kansspelen veroordelen, joden haten, zich inspannen om op alle mogelijk manieren zijn godsdienst op te leggen, ongelovigen doden? Zoals hij ook bescheiden moet zijn, geduldig en nederig, eerlijk, liefdadig, toegewijd aan zijn ouders? Je zou zeggen van wel, omdat elke innovatie laakbaar is en neerkomt op ketterij.’’
Als Jean-Paul Roux, die streeft naar wederzijds begrip en beslist niet wil provoceren, er al zo over denkt, dan hebben we alle reden ons zorgen te maken. Omdat Roux heeft geschreven over het Mongoolse rijk, Iran en Turkije, weet hij dat wat hij zegt van toepassing is op de gehele islamitische wereld. Het gevaar van de islam zit in het totale karakter ervan: het slokt het hele leven van de gelovige op, van de wieg tot het graf, en beheerst alle aspecten van het leven. Daarom is er geen scheiding tussen publiek en privé of politiek en religie. In de islam is er voor alles een regel, of het nou gaat om juridische, politieke of intieme kwesties.
We worden voorgelogen als wordt beweerd dat de islam een geloof is dat wordt gepraktiseerd in de privé-sfeer, zoals het christendom. De islam is tegelijk geloof, wet en recht. De sjaria schrijft voor de ongelovigen te bestrijden of klein te houden, en kent voor moslims vaste straffen voor precies omschreven misdaden (overspel, geloofsafval, blasfemie, diefstal, struikroverij, moord en natuurlijk het drinken van alcohol).
Mohammed is in alles een voorbeeld voor de gelovigen, maar zou dat dan niet gelden voor de passages uit zijn biografie waarin hij bloed laat vergieten, krijgsgevangenen maakt en de buit verdeelt? Martine Gozlan schrijft in haar boek Pour comprendre l’intégrisme islamiste (’Het begrijpen van de radicale islam’) over de twee gezichten van Mohammed; de een gefascineerd door het voorbeeld van Jezus, aangetrokken tot tederheid en gebed, en de Mohammed van Medina, de veroveraar die zich zo nu en dan van zijn wrede, rancuneuze kant laat zien. ,,Deze dualiteit van de islam kan niemand verdonkeremanen’’, schrijft zij. Maar juist op dit punt is haar analyse misleidend: de profeet met twee gezichten, de twee Korans, de islam en het islamisme. We moeten kennelijk concluderen dat de islam dubbel is, omdat we een verontrustend deel van deze religie niet willen zien. Daarom is ervoor gekozen het slechte deel ’fundamentalisme’, ’islamisme’, ’salafisme’, ’wahabisme’ te noemen. Eigenlijk weten we niet wat deze termen betekenen, maar we zijn tot alles in staat om woorden te vinden die kunnen dienen als zondebok om deze mooie godsdienst te ontlasten, de godsdienst die ten onrechte wordt aangevallen, besmeurd en geminacht.
Het islamisme verantwoordelijk houden voor het geweld van de islam, is praktisch en erg makkelijk. Maar wat nu te doen met de Koran en de Profeet? Gaan we alle geboden die niet in overeenstemming zijn met de Rechten van de Mens schrappen? En de Profeet met zijn twee gezichten, moet dat een nieuwe Januskop worden met twee gezichten, die elk een andere kant opkijken?
Om aanslagen te verklaren, is een blik op het leven van de Profeet voldoende. Hij rechtvaardigde de politieke moord voor het heil van de islam. En mensen bang maken, terreur uitoefenen, werd voorgeschreven als een nobele methode om paniek te zaaien onder de vijanden van het geloof.
Het klopt dus eenvoudig niet om te zeggen dat het islamisme niets te maken heeft met de islam. Voor de moslim van gisteren en die van vandaag, is er maar één Koran zoals er ook maar één Profeet is. De islamist is net zo goed moslim als de mysticus, omdat beiden zich beroepen op deze twee fundamenten. En beide fundamenten, Koran en Profeet, roepen op tot strijd.
Hier op aarde moet de strijd voor de overwinning van de islam doorgaan zolang het pleit nog niet beslecht is. Vrede is alleen een optie wanneer de overwinning onmogelijk of twijfelachtig lijkt. Maar veel meer nog is vrede de beloning van het paradijs, wanneer de hele wereld gepacificeerd is. Natuurlijk is er een onmiskenbaar ideaal van vrede, maar dat is in feite een pacificatie-ideaal. Vandaar dat er geschreven staat, over vijanden: ’En indien zij neigen naar de vrede/ neigt gij dan ook daartoe’ (soera 8, 61-63). Maar lees ook het vers dat hieraan voorafgaat (verzen 60-62): ’En maakt voorbereiding tegen hen/ met wat gij kunt aan weerstandskracht/ En uitrusting van paardenvolk/ om daarmede te verschrikken/ Gods vijand en uw vijand.’
Tussen islam en islamisme bestaat geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Het islamisme is aanwezig in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede of slechte islam, net zoals er ook geen gematigde islam is. Daarentegen zijn er wel gematigde moslims: dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.
En daar zit nu het probleem. Wat is een goede moslim? Degene die de ongelovigen, de godslasteraars en de atheïsten stigmatiseert en doodt? Of degene die ervoor kiest de Koran op een westerse, verchristelijkte manier te lezen en die wordt beschouwd als een ketter omdat hij afwijkt van de traditionele islamitische interpretatie?
De struisvogels in het Westen hebben ervoor gekozen deze vraag niet te beantwoorden, en iedereen die durft te beweren dat de islam geen geloof van liefde, vrede en tolerantie is, wegens haatzaaien te veroordelen. Zij voelen zich gesteund door de islamitische struisvogels die het goed uitkomt de islam voor te stellen als een geïdealiseerde godsdienst, terwijl de echte moslims toch wel beter weten. En wat de anderen betreft: een snelle herislamisering zal hen spoedig weer op het rechte pad brengen. Bovendien moeten we niet vergeten dat de taqiyah, het veinzen, een integraal onderdeel van de sjiitische islam is (’Wie niet de taqiyah betracht is geen gelovige.’) De taqiyah is opmerkelijk genoeg ook door de soennieten overgenomen, wat hen in staat stelt ons een islam-light voor te schotelen, om de ware aard van hun religie beter te verbergen. Zij liegen niet werkelijk – zij verhelen en versluieren om de islam terreinwinst te laten boeken. Het aanzienlijke voordeel hiervan is dat niet-moslims zo nog worden aangetrokken tot deze Abrahamitische religie, die wordt voorgesteld als verwant aan het jodendom en het christendom.
Nu begrijpen we dus beter de consensus rond het handhaven of versterken van het onderscheid tussen islam en islamisme. Het ongelukkige is dat deze onwetende of oneerlijke struisvogels geen onbetekenende mensen zijn. Sommigen bekleden hoge posten in de religieuze hiërarchie. Rabbijnen, dominees, pastoors, Witte Paters en jezuïeten zijn het erover eens geworden dat er een dialoog moet komen tussen de religies. Dus wordt alles wat tot verdeeldheid kan leiden, wordt zorgvuldig weggewerkt.
Laten we die geïdealiseerde islam eens goed bekijken. Dat zou een islam zijn van filosofen en mystici. Maar het is gewoon niet waar dat dit niet óók een ’islam van verboden’ is. Geen enkele filosoof of mysticus heeft ooit de Profeet of de Koran ter discussie gesteld. Wie praat over een islam van de Verlichting als tegenpool van de juridische islam, heeft het over een islam die nog geboren moet worden.
Om de islam te accepteren, heeft Europa de mythe van Andalusië geschapen, een gouden tijdperk van de drie religies. Alle gevechten, de vernederende status van de niet-moslims – dat alles is zorgvuldig weggelaten; zozeer zelfs dat we gerust kunnen spreken van geschiedvervalsing. Hoe moeten we anders het commentaar van de joodse filosoof Maimo-nides uit 1204 verklaren over de Almohaden die Spanje veroverden: ,,Nooit eerder heeft iemand ons zo vernederd, getreiterd, naar beneden gehaald en gehaat zoals zij.’’
Je kunt je afvragen waarom de filosoof Avicenna in de 10de eeuw vanwege zijn ideeën gedwongen werd te vluchten voor Turkse soennieten. En waarom de grote mysticus Mansoer Al-Hallaj, geboren in 858, die alleen de liefde voor God tot in extase aanprees, ter dood werd veroordeeld in 922. De beulen hakten zijn voeten en handen af, en gaven hem 500 zweepslagen. Vervolgens werd hij gekruisigd. Zijn onthoofde lichaam werd verbrand, zijn as uitgestrooid. Het hoofd werd, gespietst op een lans, twee dagen aan de oevers van de Tigris tentoongesteld. In 1131 werd Ayn Al-Quzat Hamadani, Perzisch mysticus, van ketterij beschuldigd en levend gevild, opgehangen en in het vuur gegooid.
Het is hoog tijd dat we ons niet langer laten behandelen als idioten die niets weten over de bijdragen van de islam aan de Verlichting. Men vertelt ons nooit dat de Griekse teksten vertaald zijn door christenen in het Westen, vanuit het Oudsyrisch of direct uit het Grieks, en dat noch Averroës, noch Avicenna Grieks kende. Men moet ophouden ons te vertellen dat er een filosofische, mystieke islam is, die werd geaccepteerd door de meerderheid van de moslims. Het is precies andersom. De moslims zullen nooit accepteren dat men zich verwijdert van de letterlijke schriftlezing.
Ik wil de leugens die bedoeld zijn om ons in slaap te sussen niet meer horen. Moslims willen een verklede islam aanvaard krijgen, ontdaan van schokkende elementen. Zoals de islamologe Marie-Thérèse Urvoy opmerkt, ’weten zij aan te sluiten bij de thema’s die de Europeanen bezighouden en het bijpassende vocabulaire te gebruiken: de vrijheid van de vrouw, haar vrije keuze, haar rechten. De westerlingen doen er tegenover al dat moois en al die spirituele waardigheid beleefd het zwijgen toe. Waarom? Omdat we het slachtoffer zijn van onze schuldcultuur, zegt Urvoy. Wij geven onszelf van alles de schuld en koesteren een pathologische zelfhaat. Daardoor minachten we onszelf en prefereren we de ander boven onszelf. En de islam in Europa heeft snel begrepen dat hij de perfecte incarnatie is van die ander.
Maar ook de handigste islamitische strategen kijken wel uit om te spreken over afschaffende verzen en afgeschafte verzen. De afschaffende verzen, de meest harde en chronologisch gesproken de laatst geopenbaarde, stellen de zachtere buiten werking. Bovendien hebben de verzen die het meest zachtmoedig en barmhartig zijn, alleen betrekking op de gelovigen, dat wil zeggen de moslims. De moslim is de broeder van de gelovige moslim. Hij voelt zich absoluut niet de broeder van de jood of de christen. En nog minder van de atheïst of de goddeloze. Als het verboden is om te doden (soera 5, vers 32) gaat het over gelovige moslims. Het volgende vers (33) bevestigt dit duidelijk: ‘Doch de vergelding van hen / die God en Zijn boodschapper bestrijden / en zich beijveren / verderf te brengen in het land / is dat zij ter dood gebracht worden / of gekruisigd / of dat hun handen en voeten / worden afgekapt van weerszijden / of dat zij uit het land verbannen worden.’
En de liefde voor de joden komt naar voren in dezelfde soera 5, vers 64: ‘En de joden zeggen: / Gods hand is dichtgeknepen. / Mogen hun de handen / dichtgeknepen worden / en mogen zij vervloekt worden / om wat zij zeggen. / Neen / Zijn beide handen zijn wijd geopend / Hij schenkt gaven zoals Hij wil. / En wat tot u is nedergezonden / vanwege uw Heer / zal velen hunner nog doen toenemen / in overmoed en ongeloof / maar Wij hebben tussen hen / vijandschap en haat geworpen / tot de Dag der Opstanding. / Telkens wanneer zij een vuur / ontsteken tot de oorlog / dooft God het uit / terwijl zij pogen / in het land verderf te stichten. / Maar God bemint niet de verdervers.’
Verre van afgeschaft, is dit vers onlangs nog geciteerd, ter ondersteuning van een fatwa van de UOIF (een grote moslimorganisatie in Frankrijk), die relschoppende jongeren in de voorsteden eind vorig jaar tot kalmte moest manen. De regels over de joden waren geschrapt.
Soera 5 is trouwens de laatst geopenbaarde. Net zoals soera 9 is deze soera niet af te schaffen. Dit is precies tegengesteld aan wat men ons wil doen geloven, in een totale minachting van de traditionele islamitische literatuur (vanaf het commentaar van Tabani in de 9de eeuw tot het werk van Said Qutb, het grote voorbeeld voor de Moslim Broederschap, die werd opgehangen door Nasser in 1966. De commentaren herhalen zich eindeloos en gaan nooit in een milde richting.)
Maar wij luisteren liever naar de kalmerende woorden van onze struisvogels omdat we bang zijn voor wat we voorvoelen: als de islam gewelddadig is, moeten wij hem bestrijden, en daar hebben wij geen zin in.
Maar geheel gerust gesteld worden is moeilijk als we weten, zegt Marie-Thérèse Urvoy, dat in de laatste versie van het handvest van de Musulmans de France (een islamitische organisatie), het recht om van religie te veranderen is geschrapt, zonder dat dit tot grote protesten heeft geleid.
Jean-Paul Roux schrijft: ,,Door het prijzenswaardige streven van het humanisme of eenvoudig door de angst voor racist te worden uitgemaakt, worden netelige kwestie uit de weg gegaan. Of de waarheid wordt verdraaid, alsof het mogelijk is iets op te bouwen op grond van leugens, ook al zijn ze goed bedoeld.’ De waarheid is dat er maar één islam is, en dat in die islam het beeld van de jood, de atheïst en de christen verbroedering tussen hen en moslims onmogelijk maakt. Het probleem is niet het islamisme, maar de Profeet en de Koran.
Vertaling: Paul Kleis Jager.
Anne-Marie Delcambre
Anne-Marie Delcambre studeerde rechten en islamologie en publiceerde diverse boeken over de islam, waaronder La schizophrenie de l’islam (’De schizofrenie van de islam’)’ en L’islam des interdits (’De islam van de verboden’). Beide studies verschenen bij uitgeverij Desclée de Brouwer. Delcambre geeft Arabisch op het lycée Louis le Grand in Parijs, een van de meest elitaire scholen in de hoofdstad. Volgens Delcambre heeft niet zozeer het islamisme, als wel de Koran een probleem met de moderniteit: ,,De Koran is tegen gelijkheid tussen mannen en vrouwen, tegen gelijkheid tussen moslims en niet-moslims. De Koran is tegen de vrijheid van religie, tegen de vrijheid de islam te verlaten. De Koran is tegen de broederschap tussen moslims en niet-moslims.’’
Bron: trouw.nl
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)
- collegavanerik
- Superposter
- Berichten: 6347
- Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
- Locatie: Zuid Holland
ook gepubliceerd in:
Dagblad Trouw, zaterdag 19 Augustus 2006 Katern "Letter & Geest"
Dagblad Trouw, zaterdag 19 Augustus 2006 Katern "Letter & Geest"
Hebr 6: 5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
-
bad_religion
Je kan je afvragen of leerstellingen die een utopie voorstaan sowieso gematigd kunnen zijn. Wanneer een hele samenleving (en liefst de wereld) zich moet conformeren naar het systeem (of dogma's) om het utopie te bereiken dan kan het niet anders zijn dat er "dissidenten" zijn. Welnu, het utopia is alleen gedient met een collectivisme die allen het utopia nastreven volgens het systeem waarmee men het utopia kan bereiken. Drie maal raden waar de "dissidenten" opgenomen zijn in het plan?
(Interessant leesvoer is; The Open Society And His Enemies van Karl Popper, het gaat zeker niet direct over godsdienst maar beschrijft uitstekend het mechanisme achter "social engineering" voor de ideale staat, en de bijkomende ellende.)
Zo kunnen godsdiensten met potentaatjes als Jezus, Mohammed, Allah etc. alleen maar desillusie en onderdrukking van het vrije denken aan ons schenken. Utopia voor alles!
(Interessant leesvoer is; The Open Society And His Enemies van Karl Popper, het gaat zeker niet direct over godsdienst maar beschrijft uitstekend het mechanisme achter "social engineering" voor de ideale staat, en de bijkomende ellende.)
Zo kunnen godsdiensten met potentaatjes als Jezus, Mohammed, Allah etc. alleen maar desillusie en onderdrukking van het vrije denken aan ons schenken. Utopia voor alles!
- collegavanerik
- Superposter
- Berichten: 6347
- Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
- Locatie: Zuid Holland
dit is wel een goede samenvatting:
Net zo goed als ik ook dol ben op gematigde katholieken en gematigde protestanten.
Ik ben dol op gematigde moslims.Anne-Marie Delcambre schreef:
Er is geen goede en slechte islam, zoals er ook geen gematigde islam bestaat. Gematigde moslims bestaan wel:, dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.
Net zo goed als ik ook dol ben op gematigde katholieken en gematigde protestanten.
Hebr 6: 5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
-
Akkersloot
- Banned
- Berichten: 648
- Lid geworden op: 08 feb 2005 18:41
- Contacteer:
En ik op gematigde nazi's.collegavanerik schreef:dit is wel een goede samenvatting:
Ik ben dol op gematigde moslims.Anne-Marie Delcambre schreef:
Er is geen goede en slechte islam, zoals er ook geen gematigde islam bestaat. Gematigde moslims bestaan wel:, dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.![]()
Net zo goed als ik ook dol ben op gematigde katholieken en gematigde protestanten.
Zouden we niet allemaal gematigde nazi's worden ? En dan later gaan brullen dat er van uit ons gematigde nazi's radicaal nazisme voortkomt. Hoe kan dat dan ineens.
Overigens hoor ik maar weinig "gematigde" moslims zich uitspreken tegen radicale moslims. Vandaar dat er voor mij ook geen gematigde islam bestaat.
Onder "gematigde" moslims versta ik natuurlijk niet regeringsleiders van moslimlanden die zich verstandiger gewijs voordoen als moslim i.p.v. als verstandige atheist.
4 van de 5 pilaren van de islam worden uitgevoerd met behulp van niet-moslim producten.
- collegavanerik
- Superposter
- Berichten: 6347
- Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
- Locatie: Zuid Holland
Er zijn gematigde en radicale moslims die beide een deel van de totale islamleer prediken, er is inderdaad geen gematigde islam.Akkersloot schreef:En ik op gematigde nazi's.collegavanerik schreef:dit is wel een goede samenvatting:
Ik ben dol op gematigde moslims.Anne-Marie Delcambre schreef:
Er is geen goede en slechte islam, zoals er ook geen gematigde islam bestaat. Gematigde moslims bestaan wel:, dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.![]()
Net zo goed als ik ook dol ben op gematigde katholieken en gematigde protestanten.
Zouden we niet allemaal gematigde nazi's worden ? En dan later gaan brullen dat er van uit ons gematigde nazi's radicaal nazisme voortkomt. Hoe kan dat dan ineens.
Overigens hoor ik maar weinig "gematigde" moslims zich uitspreken tegen radicale moslims. Vandaar dat er voor mij ook geen gematigde islam bestaat.
Onder "gematigde" moslims versta ik natuurlijk niet regeringsleiders van moslimlanden die zich verstandiger gewijs voordoen als moslim i.p.v. als verstandige atheist.
Ik heb niks tegen gematigde nazi's: dat waren de miljoenen gewone duitsers die zich door Hitler leten meeslepen.
Ik weet niet of ik in die tijd misschien ook wel een gematigde nazi zou worden: jodenhaat was immers al redelijk gemeengoed in die tijd, gecombineerd met een nationalistisch sausje en de nadruk op de dwangbetalingen van WO1 ben je al gauw om.
Hebr 6: 5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
Wellicht helpt het tot bespreekbare belichting en voorbij de oppervlakte van betrekking van stellingen te komen aan de hand van het navolgende artikel:collegavanerik schreef:Er zijn gematigde en radicale moslims die beide een deel van de totale islamleer prediken, er is inderdaad geen gematigde islam.Akkersloot schreef:En ik op gematigde nazi's.collegavanerik schreef:dit is wel een goede samenvatting:
Ik ben dol op gematigde moslims.![]()
Net zo goed als ik ook dol ben op gematigde katholieken en gematigde protestanten.
Zouden we niet allemaal gematigde nazi's worden ? En dan later gaan brullen dat er van uit ons gematigde nazi's radicaal nazisme voortkomt. Hoe kan dat dan ineens.
Overigens hoor ik maar weinig "gematigde" moslims zich uitspreken tegen radicale moslims. Vandaar dat er voor mij ook geen gematigde islam bestaat.
Onder "gematigde" moslims versta ik natuurlijk niet regeringsleiders van moslimlanden die zich verstandiger gewijs voordoen als moslim i.p.v. als verstandige atheist.
Ik heb niks tegen gematigde nazi's: dat waren de miljoenen gewone duitsers die zich door Hitler leten meeslepen.
Ik weet niet of ik in die tijd misschien ook wel een gematigde nazi zou worden: jodenhaat was immers al redelijk gemeengoed in die tijd, gecombineerd met een nationalistisch sausje en de nadruk op de dwangbetalingen van WO1 ben je al gauw om.
bron: Sam Janse in: Trouw, de Verdieping, Letter & Geest 2 september 2006.Hoe gelovigen afscheid kunnen nemen van hun gewelddadige heilige teksten
De drie monotheïstische godsdiensten – jodendom, christendom en islam – kennen een lange traditie van gewelddadigheid. Zie bijvoorbeeld het bijbelverhaal van Pinechas, kleinzoon van hogepriester Aäron. Hij vermoordt in naam van God een liefdespaar en hij wordt om zijn daad uitbundig geprezen.
Religie is in staat daden van grote zelfopoffering en naastenliefde in een mens boven te roepen, maar ze kan evenzeer het vuur van de totale destructie aanwakkeren. Het verhaal van Pinechas – niet de meest bekende figuur uit het Oude Testament, wél een die tot op de dag van vandaag doorwerkt – laat zien hoe ver religie kan gaan.
Geweld vinden we terug in alle grote monotheïstische godsdiensten – het jodendom, het christendom en de islam. De Aziatische religies vormen een verhaal apart. Uit de praktijk van India begrijp ik dat geweld niet beperkt is tot de monotheïstische religies, maar ik heb mijn handen hier wel vol aan en ik laat de godsdiensten van Azië rusten.
In elk geval is er tot op de dag van vandaag een verband aan te wijzen tussen geweld en deze drie religies. Yigal Amir is de 20ste-eeuwse Pinechas, die de afvallige Rabin doodschoot, omdat hij buiten de grenzen van de (goddelijke) wet ging. Dominee Paul Hill vermoordde in 1994 de arts John Britton en diens bodyguard James Barrett, die op weg waren naar de abortuskliniek. Uit islamitische hoek worden ons dagelijks voorbeelden geleverd.
Seksuele omgang
Het bijbelverhaal van Numeri 25 vertelt hoe het volk Israël, op weg naar het beloofde land, aan de grenzen van het land Moab komt en daar geconfronteerd wordt met de kracht van de Moabieten en de Midjanieten. Die bestaat niet uit het wapengeweld van hun mannen, maar uit de verleiding van hun vrouwen. Seksuele omgang met ’vreemde vrouwen’ is voor Israëlitische mannen een doodzonde. Buiten en binnen het huwelijk. Dat heeft niets met een puriteinse visie op seksualiteit te maken, ook niet met de ideologie van ’eigen volk eerst’, maar alles met het gevaar dat Israël via vreemde vrouwen voor vreemde goden zal bezwijken. Dat speelt ook in Numeri 25. De Israëlieten offeren voor Baäl-Peor, de god van Moab. Niet vreemdelingenhaat is in het geding, maar afgodendienst en dus verlies van Israëls identiteit.
Mozes treedt op goddelijk bevel en gezag streng op. De opdracht luidt: „Laat alle familiehoofden van het volk in het openbaar terechtstellen en ophangen, ten overstaan van de heer” (vers 4a). Maar dat is nog niet afdoende, want er volgt nog een verhaal over Zimri, een Israëlitische man, die een Midjanitische vrouw aan zijn zijde meevoert naar zijn tent. En dat en plein public.
Pinechas, kleinzoon van de hogepriester Aäron, en dus zelf ook hogepriester in spe, ontsteekt daarbij in woede, achtervolgt de twee en steekt hen beiden met zijn speer in het onderlijf. De tekst suggereert dat hij het met één stoot afkan. Dat zal wel betekenen dat die twee intussen een bepaalde houding hadden aangenomen. De rabbijnen wisten later te vermelden dat de speerstoot als door een goddelijk wonder precies door lid en schede heenging ten bewijze van de wandaad voor de buitenstaanders.
In het vervolg van de tekst wordt Pinechas om deze daad geprezen. Een godswoord tot Mozes zegt dat Pinechas door deze daad de goddelijke toorn over Israël heeft afgewend. „Hij heeft met een ijver voor Mij in hun midden geijverd.” Pinechas krijgt de belofte voor zijn nageslacht van een eeuwigdurend priesterschap. De perikoop eindigt met de opdracht om de Midjanieten uit te roeien vanwege hun listige handelwijze.
Het woord is intussen gevallen: ijver, geloofsijver – qin’ah in het Hebreeuws, zèlos in het Grieks. De Joodse zeloten van alle tijden hebben zich op Pinechas beroepen als hun schutspatroon. Elia lijkt op hem als hij op de Karmel vuur van de hemel doet neerkomen als bewijs dat jhwh de ware God is en niet Baäl, en daarna de 450 profeten van Baäl afslacht.
Mattatias, de vader van de makkabese broers, lijkt op hem als hij voor de God van Israël ’ijvert’ en de vertegenwoordiger van de Syrische koning, die het volk tot afgodendienst wil dwingen, doodt en het altaar omverhaalt. Het apocriefe boek 1 Makkabeeën vertelt hoe in de strijd die ontbrandt, de wetsverachters worden gedood en onbesneden kinderen alsnog onder dwang besneden worden. Want het gaat in de makkabese vrijheidsoorlogen niet alleen om vrijheid van religie en van godsdienstuitoefening voor Israël, maar ten diepste om de theocratie, om de ordening van het publieke leven volgens de geboden van God. Wie zich niet vrijwillig daaraan onderwerpt, moet ertoe gedwongen worden.
Dit is niet het hele Oude Testament. Die karikatuur is vaak gegeven als zou het hele boek van geloofsfanatisme, bloeddorst en wraakzucht getuigen. Het oudtestamentisch ideaal is dat iedereen in Israël in vrede ’onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom kan zitten (1 Koningen 4:25). Het profetisch visioen is dat de zwaarden omgesmeed worden tot ploegijzers (Jesaja 2:4). In het boek Zacharia staat de prachtige zin: „Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest!, zegt de here der heerscharen” (4:6). Daar gaat het de here der heerscharen dus uiteindelijk om.
Maar de teksten over en van de ijveraars staan er ook in. Geloofsijver die, zoals Israëls ijveraars geloven, van godswege geboden is en zelfs beloond wordt. Geloofsijver die de goddelijke toorn over de zonde verzoent en de straf doet ophouden.
Doodzwijgen
Nu zijn er binnen het christendom en het jodendom ook pogingen ondernomen om Pinechas onschadelijk te maken. Opvallend genoeg wordt hij in het Nieuwe Testament doodgezwegen. De grote favoriet van de makkabese vrijheidsstrijd (rond 160 voor Christus) wordt door Jezus en zijn volgelingen, voorzover wij weten, volledig genegeerd. Dat is een gebruikelijke vorm van kritische verwerking: doodzwijgen, negeren en intussen een ander spoor trekken.
Dat kon niet met die andere ijveraar, de profeet Elia. Zijn plaats in de Schriften en in de volksreligie was te prominent om hem te verzwijgen. Wat gebeurt er met hem in het Nieuwe Testament? In de traditie is hij onafscheidelijk verbonden met zijn opvolger Elisa. De boeken Koningen bieden een verhalencyclus over deze twee profeten waarin het ene wonder na het andere staat vermeld. Elia houdt de regen tegen, vermenigvuldigt meel en olie bij een arme weduwe, wekt haar zoon uit de dood op, laat vuur uit de hemel komen op de Karmel, vervolgens regen uit de hemel en nog eens komt er vuur dat hoofdmannen met hun soldaten verteert. Elisa werkt in dezelfde geest: er is sprake van een wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging, 46 knapen die de profeet bespotten worden door twee berinnen verscheurd, ook hij laat de olie van een arme weduwe rijkelijk stromen, een kind wordt uit de dood opgewekt, Naäman wordt van zijn melaatsheid genezen, terwijl zijn knecht Gechazi voor straf melaats wordt. Enzovoorts, enzovoorts.
Het is bijbelgeleerden al lang opgevallen dat deze wonderverhalen model staan voor wat de evangelisten over Jezus’ wonderen vertellen. Met één restrictie. Alleen wonderen met een positieve afloop worden aan Jezus toegeschreven, niet die met een gewelddadig, negatief effect. Zo vermenigvuldigt ook Jezus het brood, geneest hij melaatsen en wekt hij de zoon van een weduwe op uit de dood. Maar vuur komt niet van de hemel om tegenstanders te verteren, berinnen verscheuren geen spottende knapen en niemand wordt met melaatsheid gestraft.
Dat is niet toevallig, dat is programmatisch. Een aanwijzing staat in het verhaal dat in Lucas 9:51-56 te vinden is. Jezus is met zijn discipelen in een Samaritaans, een voor Joden vijandelijk dorp aangekomen en zoekt logies. Maar de vijandschap zit zo diep dat de Samaritanen zelfs de oosterse deugd van de gastvrijheid niet in acht nemen. De reactie van Jakobus en Johannes is dan: „Heer, wilt u dat wij zeggen dat er vuur van de hemel neerdaalt om hen te verteren?” De zinspeling op het verhaal van 2 Koningen 1, waar Elia vuur van de hemel doet neerkomen om zijn tegenstanders te vernietigen, is duidelijk. Cruciaal is het antwoord van Jezus: „Maar Hij keerde zich om en bestrafte hen.”
Dit betekent niet dat geweld geheel en al uit het Nieuwe Testament is uitgebannen. Maar het wordt gelegd in de handen van God. Er is er Een die oordeelt en uiteindelijk afrekent met het kwaad en de kwaden, en dat moeten wij, mensen, niet willen. De regel die Jezus aan zijn discipelen geeft bij afwijzing van hun boodschap is: „Schud het stof van je voeten.” Meer niet.
Op drie manieren wordt dus in het Nieuwe Testament de ’zelotische’ erfenis van het Oude Testament verwerkt. Door moeilijke passages te negeren, door uit de veelheid van daden van de geweldenaars de positieve te selecteren, en door de ijveraars zelf te bekritiseren.
In het jodendom zien we korte tijd na Jezus een vergelijkbare reactie. Het heeft daar alles te maken met het debacle van 70 na Christus, toen stad en tempel door de Romeinen in de as gelegd werden. Daar was de Eerste Joodse Opstand aan voorafgegaan, waarin de zeloten een belangrijke rol speelden. Ze droegen hun naam met ere en stonden bewust in de traditie van Pinechas, Elia en Mattatias. De theocratie van Israël verdroeg zich niet met de heerschappij van de Romeinse keizer en vroeg om een totale inzet, ook met de wapens.
De rabbijnen die na 70 van de Joodse gemeenschap probeerden te redden wat er te redden viel, hebben zich diepgaand beziggehouden met hun verleden en met de heilige Schriften waarop de ijveraars zich beriepen. De neerslag van deze rabbijnse theologie vinden we onder andere in de grote verzamelwerken, de Babylonische en Jeruzalemse Talmoed. De theologische tendens daarvan is duidelijk antizelotisch. De Joden moeten zich schikken in vreemde heerschappij, als tenminste het recht op een vrije godsdienstuitoefening gewaarborgd is.
Daarbij was er één probleem, en wel hetzelfde dat Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament hadden: konden de ijveraars zich niet met recht en reden beroepen op de geschiedenis van Israël en op de Schriften die hun geestelijke voorvaders beschreven en verheerlijkten? Het is boeiend om te zien hoe de rabbijnen daarmee worstelen. De Jeruzalemse Talmoed, in traktaat Sanhedrin, laat dat zien. Was het niet eigenmachtig wat Pinechas deed en handelde hij niet buiten een legitieme rechtbank om? Uiteindelijk kan deze Talmoed-tekst niet om de goedkeuring heen die in Numeri 25 ligt. De oplossing is dan dat hij als charismaticus die de Geest ontvangen heeft, de van godswege gelegitimeerde uitzondering is op de normale rechtsgang. Maar een spoortje van kritiek op zijn geloofsijver is te vinden in het achterwege laten van de belofte aan Pinechas, anders dus dan het bijbelverhaal doet. Net als in het Nieuwe Testament kunnen we verzwijgen hier opvatten als een vorm van kritiek.
Afscheid van Pinechas
Er is trouwens ook expliciete kritiek in de rabbijnse geschriften op de ijveraars. Zelfs ten aanzien van de grote profeet Elia. In de Mechilta van Rabbi Jisjmael, een commentaar op het boek Exodus, wordt gezegd dat Elia wel de eer van de Vader (God), maar niet van de zoon (Israël) zoekt . Dat hij Elisa moet zalven als zijn opvolger betekent dat hijzelf ontslagen wordt. Het achterliggende besef is dat er een ijver is voor God, die voor het volk Israël catastrofaal is. Hier vinden we een reactie op de zelotische opstanden en een besef dat het lot van Israël hierdoor in de waagschaal is gesteld.
De conclusie kan zijn dat het jodendom en het christendom afscheid van Pinechas hebben genomen, beter gezegd: Pinechas en zijn zelotische erfenis kritisch verwerkt hebben. Dat wil niet zeggen dat ’ijver zonder verstand’, zoals Paulus het in Romeinen 10:2 noemt, in deze beide religies niet meer zou voorkomen.
Pinechas steekt telkens opnieuw de kop op. Overal waar fysieke middelen ingezet worden om mensen tot de ware religie te dwingen, werkt de erfenis van Pinechas door. Na keizer Constantijn de Grote bezondigen ook christenen zich eraan. Een edict van 3 juli 352 verbiedt, onder dreiging van de doodstraf, de overgang van het christendom naar het jodendom. Onder keizer Theodosius II (rond 425) mogen Joden geen eigen rechtszaken meer voeren en geen christelijke slaven meer houden. Een bepaling van 438 zegt dat nieuwe synagogen niet gebouwd mogen worden, wel mogen oude synagogen hersteld worden. De christelijke keizers trekken de oude, pagane identificatie van staat en religie door en beroepen zich daarvoor op de oudtestamentische theocratie. Deze discriminerende wetten zijn later door de moslimheersers overgenomen en zijn zo in de sjaria terechtgekomen. De christenen kregen na de opkomst van de islam vele koekjes van eigen deeg te eten, en de smaak ervan was bitter.
De lijn die Paulus in zijn brief aan de Romeinen aangaf, was anders. Hij doet, geheel in de geest van Jezus’ Bergrede, een oproep aan de gelovigen om zich niet te wreken, maar de vergelding aan God over te laten, terwijl hij in hoofdstuk 13 stelt dat de (Romeinse) overheid ’een wreekster’ is tegenover allen die kwaad doen. Dat laatste hoofdstuk is nooit populair geweest bij progressieve christenen, maar de winst ervan is wel dat het geweldsmonopolie bij één instantie wordt neergelegd, bij de overheid, zoals Gerrit Manenschijn in zijn boek ’Religie en haat’ opmerkt. Hij maakt verder een zinnig onderscheid tussen de rechtsstaat en de heilsstaat: de heilsstaat kunnen wij niet bereiken, en dat moeten we ook niet proberen. Alle sekten en ideologieën die dat wel deden, hebben tientallen, respectievelijk miljoenen slachtoffers gemaakt. Wij hebben onze handen vol aan de rechtsstaat. Dit lijkt me in de geest van Romeinen 12 en 13.
Vredelievend
Hoe ligt dit in de islam? In de Koran komt Pinechas niet voor. Daar moeten we niet te veel achter zoeken. De Koran noemt een betrekkelijk kleine selectie van bijbelse namen. Pinechas zou op zichzelf goed passen in het religieuze plaatje van de islam. De islam weet van een theocratie die hier en nu gevestigd moet worden. Van Mohammed en de rechtgeleide kaliefen kunnen we leren dat geweld daarbij is toegestaan. Hier ontbreekt in principe de tweedeling die het christendom, blijkens zijn bronnen, wel kent: die van kerk en staat. In de praktijk kent de islam wel een tweedeling van wereldlijke en geestelijke macht, maar dat is bij gebrek aan beter – namelijk bij gebrek aan een kalief.
Nog in Trouw (Letter & Geest) van 21 mei 2005 zegt Harun Yildirim dat hij hoopt op een nieuwe kalief. Daarmee bedoelt hij niet een messiaanse figuur die aan het eind der tijden van boven neerdaalt, maar aan een volstrekt aardse heerser voor alle moslims, die de belangen van de oemma zal behartigen en, als ik me niet vergis, de strijd met de ongelovigen zal aanbinden. Hij mag, zo stelt Yildirim, anders dan de imams en de moefti’s van nu, de totale oorlog uitroepen. Als hij in de geest van Mohammed en de rechtgeleide kaliefen werkt, zal hij dat zeker doen. Deze veroveraars hebben binnen veertig jaar een gebied van Libië tot Afghanistan veroverd, een territorium met een spanwijdte van 4000 km. Dat is meer dan honderd kilometer per jaar. Daar kunnen de Amerikanen met hun hig tech wapens nog wat van leren.
De islam verenigt de theocratie van het Oude Testament met de missionaire ijver van het Nieuwe Testament. Dat levert een explosief mengsel op. Heel de wereld zal buigen voor Allah, liefst goedschiks, en anders kwaadschiks. Ik weet dat dé islam niet bestaat (ik zeg het maar, voor iemand anders mij erop attent maakt), maar de theocratische zienswijze dat mensen zo nodig met uiterlijke, fysieke middelen in het religieuze gareel gespannen moeten worden, is volgens mij een breed aanvaarde zienswijze binnen deze religie. Het doel is uiteindelijk om de grenzen van het dar al-Islam (het huis van de islam) uit te breiden en binnen dat gebied de voorlopig getolereerde minderheden via een sterfhuisconstructie te isoleren en uiteindelijk te laten uitsterven. In veel landen in het Midden-Oosten is dat model toegepast, en met veel succes.
Maar hoe flexibel is de islam? Is hier een vergelijkbaar proces mogelijk als in het jodendom en het christendom, een proces van herbronning en heroriëntatie ten aanzien van de eigen gewelddadige teksten? Een proces van negeren, selecteren en kritiseren van ’zelotische’ daders en hun daden?
De eerste twee benaderingen komen we duidelijk tegen in de islam. Op verschillende manieren. Liberale moslims benadrukken graag de tolerante en vredelievende, vroege woorden van de Koran, uit de tijd dat de profeet Mohammed in Medina verbleef. Maar ik begreep van Aboe Zaid (Trouw, 27 oktober 2005) dat in de dominante lijn van de islamitische koranuitleg juist de latere, strijdlustige en onverdraagzame teksten uit Mohammeds Mekkaanse tijd naar voren zijn gehaald en gebruikt worden als de hermeneutische sleutel voor de hele Koran. Mij dunkt dat hier nog ongebruikte mogelijkheden voor de gezaghebbende moslimgeestelijken liggen om de islam vanuit de bronnen duidelijker als vredelievende religie te presenteren.
Het negeren komt ook voor. Ik ben tegengekomen dat een ontwikkelde moslim beweerde niet te weten dat Mohammed een Joodse stam had laten uitroeien. We kunnen dit positief duiden. Het is in elk geval beter dan dat deze massamoord verdedigd en verheerlijkt wordt.
Toch wordt het pas echt spannend bij het derde punt. Is er binnen de islam ruimte voor een kritische doordenking van het eigen geweld? Als ik Harun Yildirim hoor, ben ik bang van niet. Hij zegt in het voornoemde artikel: „De islam heeft tot op de dag van vandaag nog geen één gewelddaad gepleegd.” Dit geluid is niet uitzonderlijk, maar symptomatisch. Waar zijn de moslimtheologen die kritisch over Mohammeds gewelddadige optreden willen nadenken? En over de imperialistische veroveringsoorlogen van de ’rechtgeleide kaliefen’ en het koloniale bewind dat daar eeuwenlang op volgde? Geen westerse macht heeft zo lang en met zoveel succes gekoloniseerd als de islam.
Deze zelfkritiek is belangrijk om twee redenen. Ik houd rekening met de mogelijkheid dat de moslim die zei niets van Mohammeds moord op Joden te weten, het not done vindt om dit in een westerse context ter sprake te brengen. Misschien doet hij alsof hij van niets weet om de imagoschade voor de islam te beperken. Het lijkt me goed dat hij toch een keer zijn kaarten op tafel legt, en wel al zijn kaarten. Dat hoort bij een volwassen dialoog.
In de tweede plaats houd ik rekening met de mogelijkheid dat de man wél oprecht is en het werkelijk niet weet. In dat geval is hij vrij weerloos tegenover zijn extremistische zoon bij de Hofstadgroep, die zijn klassieken wel kent, hem wijst op deze afrekening van de Profeet, en daaruit conclusies voor vandaag trekt: „Joden, het leger van Mohammed komt eraan.” Daar heeft deze vader niet van terug.
Pinechas en zijn zelotische navolgers zijn als ijkpunt voor de huidige islam buitengewoon relevant. Want het raakt niet alleen de vraag of moslimoverheden de islamitische religie met drang en dwang aan hun onderdanen moeten opleggen, de vraag is ook of moslimindividuen op dit punt hun zelotische plicht moeten vervullen als de overheden het af laten weten.
Wat Pinechas doet, is het beste met het Arabische woord takfir te typeren: moslims die Allah niet op de juiste wijze vereren, moeten ontmaskerd en gedood worden, en iedere rechtgeaarde moslim is daartoe geroepen. Takfiristen duiken met enige regelmaat in de islamitische geschiedenis op. We zouden Osama bin Laden en Mohammed B. ook in die hoek kunnen zetten.
Mohammed B.
Ik ken geen betere beschrijving van takfir dan die van de Joodse wijsgeer Philo van Alexandrië, een tijdgenoot van Jezus, die dus leefde lang voor de islam bestond. In zijn werk ’De Specialibus Legibus’ schrijft hij dat er duizenden zèlootai nomoon zijn, ijveraars voor de wet, die de geschonden regels van God wreken. Zeer waarschijnlijk heeft hij het over de praktijk in de grote Joodse wijk van de metropool Alexandrië. En het is veelzeggend dat de evenwichtige, gematigde, Alexandrijnse wijsgeer-theoloog deze praktijk niet afkeurt.
In hetzelfde geschrift wordt duidelijk dat hij het zelotisme niet met een bepaalde groep Joden verbindt. Iedere Jood kan zeloot zijn of beter: zeloot worden. Dat wil zeggen: wie geconfronteerd wordt met flagrante schending van Gods wetten, kan de Geest krijgen en als charismaticus geroepen worden onmiddellijk het oordeel te voltrekken. Ook bij Philo is het klassieke voorbeeld Pinechas en het woord dat diens Geest-drift uitdrukt is enthousiaoo, ’door een god bezeten zijn’ (dat wij nog kennen in ons geseculariseerde woord ’enthousiasme’). Een dergelijke ijveraar heeft volgens Philo geen rechtbank nodig en moet zo nodig het doodvonnis voltrekken, zonder rekenschap af te hoeven leggen aan welke rechtsinstantie ook. Zijn goddelijk mandaat maakt hem onaantastbaar.
De parallel is frappant. Het is alsof Philo Mohammed B. gekend heeft. De eigenrichting, het besef door God/Allah gestuurd en gesanctioneerd te worden en dus door geen politieke en rechterlijke instantie gekapitteld te kunnen worden: het was er allemaal al in het jaar nul en het is er nog.
Het christendom heeft afscheid van Pinechas genomen. Hoewel hij altijd weer opduikt, zeker als er macht in het spel is. Het jodendom heeft zich ook van deze ijveraar gedistantieerd, hoewel er steeds opnieuw mensen zoals Yigal Amir opstaan. Maar in de islam heeft dat afscheid bij mijn weten nog niet plaatsgevonden. Of marginaal. Het is daar ook moeilijk, gezien de bronteksten en de identificatiefiguren. Maar het is wel nodig, willen we in Nederland, in Europa én in de wereld kunnen samenleven en de clash of civilizations voorkomen..
In het bovenstaande artikel biedt de religie, of het overgeleverde verhaal van mensen in hun gemeenschap handvatten om tot een gemeenschappelijk verstaan van ervaren maatschappelijke problematiek te komen. Voordat ik zo'n handig instrument als een gemeenschappelijk kenbaar en duidbaar verhaal zou weggooien zou ik eerst iets anders willen hebben dat mensen op diverse verstandelijke niveau's zou kunnen aanspreken. Noem het een Leitkultur met een gedeeld begrippenkadervan waaruit op basis van gemeenschappelijk begrip en verstaan informatie kan worden uitgewisseld over wat er in en om de organisatie van het samen-leven plaatsvindt.
equilibrist
Voor de minder gezouten mening...
Voor de minder gezouten mening...
de eerste was geen potentaat maar een bevrijder die voor de vrijheid aan het kruis gehangen is,bad_religion schreef: Zo kunnen godsdiensten met potentaatjes als Jezus, Mohammed, Allah etc. alleen maar desillusie en onderdrukking van het vrije denken aan ons schenken. Utopia voor alles!
zoals er later zoveel meer vrijdenkers en vernieuwers vermoord zijn om de waarheid.
jij bent niet alleen bad religion, jij hebt er ook 1
Volgens mij heb je Popper niet helemaal begrepen, want het verschil kunnen uitmaken tussen goedaardige en kwaadaardige ideologie/religie, is wat ons kan behoeden tegen het antidemocratische gevaar van de dictatuur.
Mohammed was een dictator, en Jezus was een geweldloze Gandi, en Hij was ook nog eens G-d, die een offer deed aan de mens, omwille het Woord, de waarheid,
velen zijn heldhaftig in Zijn geweldloze voetsporen getreden om zichzelf op te offeren, cq vermoord te worden voor een recht of een waarheid, en ik denk dat Jezua voor velen een geweldloos voorbeeld was, zoals Mohammed een geweldadig en pedofiel voorbeeld was.
Laatst gewijzigd door jHenosch op 18 sep 2006 21:57, 1 keer totaal gewijzigd.
Naast de vermeende goede kretologien van Jezus staan minstens evenveel minder lekkere zinnen. Dus hoezo is Jezus een lekkerder figuur dan Mohammed? En wat maakt de manier van sterven uit?de eerste was geen potentaat maar een bevrijder die voor de vrijheid aan het kruis gehangen is,
"De bijbel is net een spoorboekje van de NS, je kan er alle kanten mee op." - Fons Jansen
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn
was Jezus een machtsfiguur, neeSararje schreef:Naast de vermeende goede kretologien van Jezus staan minstens evenveel minder lekkere zinnen. Dus hoezo is Jezus een lekkerder figuur dan Mohammed? En wat maakt de manier van sterven uit?de eerste was geen potentaat maar een bevrijder die voor de vrijheid aan het kruis gehangen is,
heeft Jezus in zijn leven op aarde een leger geleid, nee
heeft Jezus een kind verkracht, nee.
etc etc.
Oh nee? Wie werd er als koning Jeruzalem binnengehaald?was Jezus een machtsfiguur, nee
Is dat relevant? Mijns insziens niet. Na de dood van Jezus zijn er weet ik veel hoeveel mensen in een leger gegaan uit naam van jezus. Maakt geen reet uit of Jezus daarvoor leefde of niet.heeft Jezus in zijn leven op aarde een leger geleid, nee
Nee, maar daar staan wel andere bizarre zaken tegenover.heeft Jezus een kind verkracht, nee.
"De bijbel is net een spoorboekje van de NS, je kan er alle kanten mee op." - Fons Jansen
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn
Sararje schreef:Oh nee? Wie werd er als koning Jeruzalem binnengehaald?was Jezus een machtsfiguur, nee
Is dat relevant? Mijns insziens niet. Na de dood van Jezus zijn er weet ik veel hoeveel mensen in een leger gegaan uit naam van jezus. Maakt geen reet uit of Jezus daarvoor leefde of niet.heeft Jezus in zijn leven op aarde een leger geleid, nee
Nee, maar daar staan wel andere bizarre zaken tegenover.heeft Jezus een kind verkracht, nee.
Als koning Jeruzalem op een ezel, ok, maar een hele andere koning dan de joden hadden verwacht, niet een koning die zelf gediend wilde worden, maar een koning die diende en vond dat je de armen en zieken moet dienen.
of Jezus een leger heeft geleid en velen de dood in heeft gejaagt is zeker wel belangrijk als je als voorbeeld gaat dienen.
en wat zijn dat dan voor bizarre verhalen?
komop meid vertel is.
Oh sure lees ff: Lukas 22:36Als koning Jeruzalem op een ezel, ok, maar een hele andere koning dan de joden hadden verwacht, niet een koning die zelf gediend wilde worden, maar een koning die diende en vond dat je de armen en zieken moet dienen.
Das echt goed voor de armen zorgen.
Johannes 15:6 Is ook zo´n typisch voorbeeld van een zeer vredelievende gedachte van Jezus. Alleen al deze twee zinnen vind ik dermate walgelijk dat Jezus geen vredelievende voorbeeldfunctie kan hebben lijkt me.of Jezus een leger heeft geleid en velen de dood in heeft gejaagt is zeker wel belangrijk als je als voorbeeld gaat dienen.
"De bijbel is net een spoorboekje van de NS, je kan er alle kanten mee op." - Fons Jansen
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn
Johannes 15:6 Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.Sararje schreef:Oh sure lees ff: Lukas 22:36Als koning Jeruzalem op een ezel, ok, maar een hele andere koning dan de joden hadden verwacht, niet een koning die zelf gediend wilde worden, maar een koning die diende en vond dat je de armen en zieken moet dienen.
Das echt goed voor de armen zorgen.Johannes 15:6 Is ook zo´n typisch voorbeeld van een zeer vredelievende gedachte van Jezus. Alleen al deze twee zinnen vind ik dermate walgelijk dat Jezus geen vredelievende voorbeeldfunctie kan hebben lijkt me.of Jezus een leger heeft geleid en velen de dood in heeft gejaagt is zeker wel belangrijk als je als voorbeeld gaat dienen.
er wordt niet opgeroepen om zoiets onder de gelovigen te organiseren, het is een vergelijking met een tuin waar je ook de verdorde struiken uit verwijdert, maar dat doet de Tuinman wel zelf, dat hoeven zijn aardse helpertjes niet voor Hem op te knappen, een groot verschil wederom met de Islam, waar dat wel gebeurt, allah kan het kennelijk zo groot als hij is toch niet zelf af.