Concepten vallen in absolute zin inderdaad niet samen met de werkelijkheid, maar het is zeker niet mijn bedoeling te beweren dat het om die reden niet te bepalen is in hoeverre ze correleren met de werkelijkheid. Er is geen verborgen argument. Misschien alleen wat onduidelijkheid in wat ik wil bedoelen.
Door het gebruik van een aantal termen vermoed je blijkbaar een visie die ik niet aanhang.
Radicaal doorgevoerde skepsis ten aanzien van onze zintuiglijke waarneming en rationele overweging, gepaard aan een al even achteloze acceptatie van mystieke, suprarationele ervaringen en hun metafysische fundering. Een fundering die is gebaseerd op suprarationele aannames, niets meer.
Da's toch te snel geoordeeld.
Ten eerste voer ik nergens een radicale skepsis door ten aanzien van onze zintuiglijke waarneming en rationele overweging. Wel kan ik volledig rationeel tot de conclusie komen dat de werkelijkheid die we ervaren onze eigen werkelijkheid is. Ook in de quantumfysica is dat duidelijk geworden. We zijn zelf altijd deelnemer aan het experiment dat we uitvoeren.
Verder accepteer ik geen enkele metafysische fundering en hanteer authenticiteit en waarachtigheid als criteria voor de mystieke ervaring.
Om dus terug te komen op je vraag die ik voor jou onbevredigend heb beantwoord:
Okee, en hoe kun je dan weten dat wat 'voorbij het verstandelijk begrijpen' ervaren wordt, enige correlatie met de werkelijkheid heeft?
Later herhaald als:
Terugkomend op mijn vraag: hoe wéét je nou dat de ervaring van dat 'voorbij het verstandelijk begrijpen', net zo werkelijk is als die met lichaamsdelen besmeurde sporen?
De enige werkelijkheidswaarde die iemand er aan kan toekennen is dat het 'voor hem' een reële ervaring is. Het is waar voor diegene die ervaart. Daarom is het belangrijk hoe zuiver die ervaring is en gehouden wordt. Hoe meer ze 'vervuilt' wordt met een wildgroei aan dogmatische interpretaties, fantasie of wensgedachten, hoe meer ze haar authenticiteit verliest.
In mijn visie is er ruimte voor twee aspecten van de werkelijkheid. Zoals ik al eerder schreef; wat-het-is en dat-het-is. Ik excuseer me al op voorhand voor de vaagheid van die uitdrukking. Maar waar het om gaat is dat er enerzijds de conceptuele of relatieve waarheid is en anderzijds de uiteindelijke waarheid, voorbij de concepten. Twee aspecten van een en dezelfde werkelijkheid.
Ik verwerp dus het relatieve aspect niet. Je voorbeeld van de aanrijding met een trein onderschrijf ik helemaal. De dingen zijn geen illusie. Maar ze bestaan wel niet in absolute zin op zichzelf. Enkel in onderlinge afhankelijkheid.
Boven bestaat niet zonder onder, links niet zonder rechts, enz... Vanuit het perspectief van de uiteindelijke waarheid wordt dus hun relativiteit gezien.
Zoals inmiddels duidelijk zal zijn doe ik dat niet. Het ene is wat mij betreft niet noodzakelijk meer of minder reëel dan het andere.Je stelt dat de ervaring van onafgescheidenheid met die kosmos méér conform de ware aard van de werkelijkheid is. Toch? Op grond waarvan? Op grond waarvan bepaal je dat een ervaring in een staat van verminderde of gemanipuleerde zintuiglijke waarneming reëler is dan onze alledaagse ervaring?
Nee, het lieveheersbeestje ervaart niet de pijn of angst van de luis. En nee, de luis ervaart niet de bevrediging van een geslaagde vangst. De afgescheidenheid is dus écht. Maar het lieveheersbeestje ervaart ook geen bevrediging zonder de luis en de luis geen pijn zonder het lieveheersbeestje. Hun ervaringen bestaan dus niet in absolute zin op zichzelf. Ze zijn onderling afhankelijk.Voorbeeldje: een lieveheersbeestje eet een luis op. Ervaart het lieveheersbeestje de pijn of angst van de luis; ervaart de luis de bevrediging van de geslaagde vangst en de vezadiging van het lieveheersbeestje? En als niet, hoe kom je er dan bij dat de ervaring van onafgescheidenheid échter is dan de alledaagse ervaring van individualiteit?
Over de hond en zijn mogelijkheid tot mystieke ervaring:
Absoluut zeker kan ik dat niet weten. Maar door een rationele overweging lijkt dat wel het aannemelijkst. Zoals ik hierboven al beargumenteerde::1. Hoe weet je dat?
Onze identificaties gaan dus verder en grijpen dieper in op onze werkelijkheidservaring. In principe zou je kunnen zeggen, zoals het artikel stelt, dat een spirituele ervaring een terugkeer is tot het 'lagere' bewustzijn dat aan identificaties vooraf gaat.
Maar omdat het in de praktijk betekent dat eerst aangenomen identificaties weer losgelaten worden en men zch daarvan bewust is, is het juister om te zeggen dat de ervaring aan die identificaties voorbij gaat dan dat ze er aan vooraf gaat.
Als we een hond observeren is er niets dat er op wijst dat hij in dezelfde mate ontroerd raakt door kunst, in dezelfde mate liefde voor alle levende wezens kan ervaren, als sommige mensen dat doen.
Ja, er bestaat afgescheidenheid. Ik ontken die niet. Maar ze bestaat niet in absolute zin. Als dat zo zou zijn, dan zou ik geen weet van de hond kunnen hebben en de hond niet van mij.2. Je beweert net dat er binnen de kosmos geen afgescheidenheid bestaat. Maar dan deelt die hond toch ook in jouw mystieke ervaringen? En indien niet, dan bestaat er blijkbaar wel afgescheidenheid tussen jou en de hond.
De belangrijkste reden waarom ik in dit topic heb gereageerd is omdat het artikel met grote onkunde is geschreven. Het lijkt er zelfs op met de bedoeling spirituele ervaring letterlijk naar beneden te halen, maar daar kan ik mij in vergissen. Nu heb ik zelf ook een grote hekel aan allerlei claims die middels spirituele ervaringen gemaakt worden. Maar in ieder geval is voor mij duidelijk dat de schrijver niet echt op de hoogte is van wat meditatie precies is en dat er onder die noemer ontzettend veel erg verschillende methoden vallen en heel verschillende conclusies gemaakt kunnen worden.
Misschien krijg ik nu weer reacties over ontwijkende antwoorden en gratuit geleuter, dat is dan maar zo. Dan zal ik overwegen of ik mijn tijd niet beter ergens anders in steek, want veel beter kan ik mijn visie niet beargumenteren.
Om dit nachteljik schrijven in schoonheid te eindigen besluit ik dan nu maar met de door mij geliefde Chinese wijsgeer Chuang-tze.
Eens droomde Chuang-tze dat hij een vlinder was, rondfladderend en tevreden met zijn lot, en onwetend over het feit dat hij Chuang-tze was. Plots werd hij wakker en stelde met verbazing vast dat hij Chuang-tze was. Hij wist niet meer of het Chuang-tze was die droomde dat hij een vlinder was, of een vlinder die droomde dat hij Chuang-tze was...
