Jan van Lennip schreef:Maria schreef:Je moet een waan voorstelling/beeld, iets wat wordt gezien, niet verwarren met een waandenkbeeld in de zin van de verklaring van dit beeld.
Of zoals bij een afwijkend idee of verklaring van de werkelijkheid, bij paranoia.
Paranoia kan veroorzaakt worden door een waanbeeld/voorstelling, maar hoeft niet.
Zijn beide niet hetzelfde? Dat wil zeggen, beide zijn verbeeldingen.
Nee, want een tijdelijke psychose, hallucinatie, hoeft geen paranoïde gevolgen/overtuigingen te hebben, maar kan wel een blijvende verwondering met zich meebrengen, waar je een verklaring voor kunt willen zoeken en vinden.
Iemand ziet een mens en hoort hem dingen zeggen.
Voor een patiënt op dat moment een niet te onderscheiden gebeurtenis van de werkelijkheid.
Hij vertelt dat tegen jou, terwijl jij niemand ziet.
Jij zegt: Dat verbeeldt je je maar. Heb je niet weer een psychose?
Nee, zegt hij, deze keer is het echt. Dat moet wel God/Jezus/een engel/mijn overleden moeder zijn als ik het alleen maar kan zien en jij niet.
Ingeval van de gebeurtenis, die Samante beleefde met de kleuren die als tekeningen verschenen is het voor de buitenstaander ook minder moeilijk, maar zelf kan het dit relateren als iets goddelijks als hij al in termen van goddelijk te denken gewend is of als iemand het hem voorzegt en hij bereid is dit aan te nemen.
Voor een patient is een voor hem te geloven verklaring een noodzaak, ook al twijfelt hij.
De verschijning kan eenmalig zijn als waan(beeld), de gedachte die volgt en de overtuiging (waandenkbeeld) kan chronisch zijn.
Beiden worden in de volksmond waandenkbeelden genoemd, maar het begrip is wel wat verwarrend.
De toehoorder kan meegaan of niet in de verklaring van degene die dit waanbeeld/hallicunatie/waandenkbeeld heeft.
Voor de toehoorder is het eenvoudiger te herkennen als een psychose, als de patiënt vertelt dat hij zich voor een aanvallende leeuw of een messentrekker geplaatst ziet en van zich af slaat, ernaar reageert.
Afhankelijk van de geloofwaardigheid van het verhaal.
Geeft het een vredig gelukkig gevoel met hooguit verwondering of geeft het een afschuwelijk bedreigende indruk.
En of de toehoorder bereid is te geloven in een verschenen God of Jezus dan zit die nog niet met een probleem, maar wel met het risico als bijgelovig gezien te worden.