@Robbert
Op de blog lees ik:
Als iemand mij vraagt waarom ik dan geloof dat God gesproken heeft, bijvoorbeeld in de bijbel, dan kan ik alleen maar als antwoord geven dat dat feitelijk zo is. Dat ik althans geloof dat God in mijn innerlijk zo gewerkt heeft, dat ik de bijbel als het woord van God erken. In zekere zin beweer ik daarmee, dat ik geloof, omdat ik het geloven wil. Het mag zo zijn dat ik in mijn geloof aanneem, dat God degene is die mijn wil daartoe heeft aangezet en bewogen, maar het blijft toch uiteindelijk een kwestie van willen.
Dat antwoord, dat de wil – dus de genade die mijn wil beweegt – mijn verstand tot geloven aanzet, is natuurlijk onvoldoende. Hoe kan ik met mijn wil mijn verstand ertoe brengen, om iets voor waar aan te nemen zonder argument of grond? Kort gezegd: hoe kan ik iets geloven, als ik niet bij machte ben in te zien dat iets geloofwaardig is? Als mijn verstand moet erkennen dat iets goddelijk is en daarom geloof verdient, dan moet mijn verstand dat zelf kunnen inzien
En laat dit nou het grote struikelblok zijn waar ik mee worstel! In je bovenste alinea kan ik voor God ieder ander begrip/entiteit invullen en de stelling staat! Ik WIL in het VSM geloven, ergo het bestaat. En dat ik dit wil, moet dan ingegeven zijn door het VSM.
Ook schrijf je eerlijk dat rede en verstand niet op de eerste plaats staan, want mocht dit zo zijn (zoals we dus doorgaans met kennis omgaan) zou het heel lastig worden te geloven.
Maar ik met mijn leken-verstand zie dit als: Jezelf belazeren. Willen geloven is prima, maar doorzien dat dit puur gebaseerd is op de wil...(en dan die wil weer goddelijk noemen?). Dat daar filosofisch iets aan recht te breien valt blijft mij dus een raadsel.
In mijn ogen zeg je zoiets als: "Goed beargumenteerd met redelijk verstand bestaat God niet, maar ik WIL dat Hij bestaat omdat ik denk dat HIJ mij dit geopenbaard(?) heeft, dus Hij bestaat...
Schiet mij nog steeds maar lek. Ik zie nl. ook heel veel circelredeneringen (zoals je zelf al aangeeft) voorbijkomen en deze werken uiteraard niet (ook voor jou niet gelukkig).
Toch vind ik ook deze uitspraak weer een circelredenering:
Wij kunnen niet anders zeggen, dan dit: God zelf is de laatste grond van ons geloof in God.
En ook met dit gedeelte van je laatste alinea heb ik moeite:
Als wij in het debat met atheïsten menen op dezelfde bodem te kunnen staan als zij, wanneer we ons dus laten verleiden tot de poging om met historische feiten en rationele argumenten ons geloof te verdedigen, dan doen we net alsof ons geloof een product zou zijn van historische feitenkennis en rationele argumenten. We hebben te erkennen, dat ons geloof niet gebaseerd is op een dergelijke conclusie. Geloof is nu eenmaal een andere vorm van bewustzijn, dan waarneming of wetenschappelijk inzicht.
Geloof/de bijbel is onderhevig aan historische en rationele argumenten. Daar kan niemand, ook de gelovige niet omheen. Geloof IS een product hiervan. Geloof vindt haar oorsprong in de historie en de ratio kun je zeker niet links laten liggen. Dat is dan 2 mogelijkheden uitsluiten, waarvan je gebruik zou moeten maken om kennis te vergaren.
Heeft historie en rede dan geen invloed op het bewustzijn in je laatste zin? Doet dit echt niets met je overtuiging? Moet dit zo strikt gescheiden blijven van de WIL te geloven? Want dat zou ons eigenlijk automatisch uitsluiten van iedere discussie, omdat wij wel vertrouwen op rede, logica, historie en feitenkennis.
ps Deze blog stond er ook tussen:
1 Volslagen onwijs zijn alle mensen
die onwetend zijn over God,
en die niet in staat zijn
uit de zichtbare goederen
Hem te kennen die is
en evenmin door het beschouwen van de werken
de kunstenaar hebben leren kennen,
2 maar die of het vuur of de wind of de snel bewegende lucht
of de sterrenhemel of het onstuimige water
of de lichten aan de hemel
zijn gaan zien als de beheerders van de wereld, als goden.
Wat wordt hier met onwijs bedoeld?
Wat wordt met zichtbare goederen bedoeld?
En wat wordt met dat laatste -
als goden- bedoeld?
Wellicht zie ik de poezie niet.