Bericht
door LordDragon » 28 dec 2010 16:35
F001
laat ons de klok eens wat verder terugdraaien. Ooit had je in een ver verleden de therapsiden, dit waren reptielsoorten die men zoogdierachtige reptielen noemt vanwege hun lichaamsbouw (skelet) en daaraan gekoppelde loophouding. Deze therapsiden zijn gelijdelijk aan geevolueerd tot de eerste zoogdieren. Belangerijk om te weten is dat de therapsiden viervoeters zijn, net zoals apen, maar dat ze verwant zijn aan de dinosaurussen, waarvan sommige tweevoeters waren, bvb de velociraptor. Viervoeters en tweevoeters kunnen dus switchen, evolueeren van het een naar het ander en omgekeerd. Uit de therapsiden ontwikkelde zoogdieren ontwikkeld zich een klein zoogdier met drieledig gebit en vier handen, sterk gelijkend op lemuren. Deze ontwikkelen zich en evolueren in tal van soorten, kleine, grote, planteneters, insecteneters, carnivoren enzomeer. Eerst leefden zij in de bomen, maar later ontwikkelen zich varianten die op de grond gaan leven en evolueren van viervoeters naar tweevoeters. Uit die tweevoeters is de mens geevolueerd, ook eerst verschillende soorten tweevoeters (mensachtigen) die lange tijd naast elkaar geleefd hebben tot er één soort van overblijft die wij nu als de homo sapiens sapiens kennen.
Wat valt hier te onthouden, systemen kunnen inherent slapende eigenschappen opnieuw aanboren in hun evolutie. De leefomgeving speelt hierin een grote rol. Zo kunnen systemen die binnen een bepaalde soort vallen, zich ontwikkelen als tweevoeter, later viervoeter worden (de eigenschap op twee voeten lopen wordt dan een inherent slapende eigenschap), en nog later kunnen zich dan uit die viervoeters weer tweevoeters ontwikkelen. Als je in de bomen leeft zijn viervoeten, bij aapachtigen zijn dat eigenlijk bijna vier handen, van groter nut dan twee voeten, als je op de grond gaat leven zijn twee voeten handiger, rechtop lopen geeft je meer overzicht over je omgeving en je kan bovendien de handen vrijhouden om werktuigen te hanteren. (een steen om mee te gooien, een stok om in de grond te pulken naar knollen enz)
Jij zoekt naar tussensoorten en verwacht dat die allemaal mooi op elkaar gaan aansluiten, maar dat gaat zo niet. Wanneer soorten evolueren heb je er een heel deel bij die weer snel terug uitsterven omdat de mutatie die zij ontwikkelden niet geschikt genoeg was om te overleven tegenover andere mutaties. Als er dus van sommige van die mutaties geen fossielen terug te vinden zijn wil dat niet per definitie zeggen dat die mutaties er nooit geweest zijn, hooguit dat er van het geringe aantal van die soort nog geen fossielen gevonden zijn, net omdat fossilisatie niet zo vanzelfsprekend is bestaat de kans dat die slechte mutaties die rap uitgestorven zijn zelfs nooit gaan gevonden worden. Als je maar snapt hoe complex evolutie in elkaar zit kan je de god of the gaps weggooien.
MVG, LD.
I must not fear. Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain.