Hobrink beweert dat er 'wetenschappelijke feiten' in de Bijbel staan en dat de Bijbel allerlei geboden geeft met het oog op ziekte. Dat is gewoon onzin en inleeskunde, zoals ik hier met allerlei voorbeelden heb laten zien.
Hobrink zegt nergens dat je moet kiezen tussen wetenschap en religie.
Dat klopt. Hij beweert zoals elke fundamentalist, dat de wetenschap de religie bevestigd. Wat op tal van punten niet zo is. Maar die punten laat hij buiten beschouwing.
Wat hij wil aantonen (in de eerste hoofdstukken die ik gelezen heb) dat de mensen geen besef hadden van hygiëne en de gevaren van vrije sex niet kenden.
Kijk nog maar eens een keer, dan zul je zien dat zijn bewijsvoering uitermate spaarzaam is. En zijn bewijsvoering over de seksuele ontaarding van de Kanaanieten is gebaseerd op fundamentalistische bronnen, die het beeld dat de Bijbel daaromtrent geeft, kritiekloos overnemen.
Hobrink stelt dat het bij andere volken ook al een seksuele immorele bende was. Dat is onzin. Die volken kenden tal van bepalingen ten aanzien van met wie je seks mocht hebben en met wie niet. Hobrink stelt dat onder de Hethieten seks met een paard of muildier was toegestaan. Als Hobrink dat nou eens nageplozen had, had hij gezien dat de Hethietische wetten bepalen dat al een man een seks heeft met een varken of hond, zowel men als dier gedood moeten worden. Als een varken echter een man bespringt, heeft dit geen gevolgen. Daaruit, en uit de bewoordingen, blijkt trouwens dat het varken als een heilig dier werd gezien bij de Hethieten, en dat geeft meteen een motief voor het afwijzen van het dier in Lev. 11:7.
Runderen, schapen, varkens en honden waren aan een godheid gewijd. Op seks met deze dieren stond dan ook de doodstraf. Paarden en muilezels raakten pas laat bij de Hethieten in gebruik. Die kwamen niet meer voor een heilige status in aanmerking.
Wat Hobrink ook achterwege laat zijn alle andere wetten van andere volkeren, die goed vergelijkbaar is met die van Israel. Waarbij ik overigens moet optekenen, dat me tijdens het lezen opviel dat verschillende wetgevingen
van die andere volken humaner waren dan de wetgeving van Israel.
Zo bepalen de Assyrische wetten dat een vrouw die op straat wordt verkracht, vrijuit gaat; maar dat een vrouw die naar het huis gaat van een andere vrije man, schuldig is.
Wat seks in een tempelbordeel betreft: als de man niet wist dat zij de vrouw was van een andere vrije man, dan gaat de overspeler vrijuit. Wist hij het wel, dan zal men hem net zo straffen als de echtgenoot zijn overspelige echtgenote straft.
Dus wat nou, "vrije seks". Een bezoek aan het bordeel was niet strafbaar. Niet meer en niet minder. Is het bij ons ook niet.
Maar bovendien: als vrije seks het probleem is, is vreemd dat de Bijbel geen veroordeling geeft van
ongewijde prostitutie. Zo bezoekt Juda in Gen 38 een hoer, zonder consequenties. Elders zegt de Bijbel dat de dochter van een priester geen prostituee mag worden (Lev 21:9). Maar dat brengt met zich mee dat het voor een ander wel mocht. De vrouw van Hosea was een prostituee. De twee vrouwen die voor Samuel kwamen waren prostituees. Rahab (van de overwinning op Jericho) was een prostituee. Dus hoewel tempelprostitutie (verbonden met een godheid, in het kader van de vruchtbaarheid) verboden was (Deut. 23:17; 18), was ongewijde prostitutie geen probleem. Van een bioloog als Hobrink zou je toch verwachten dat hij begrijpt dat het voor chlamydia en gonnorroebacterien geen verschil uitmaakt of de overdracht nu via gewijde of ongewijde seksuele contacten verloopt.
Nog niet zo heel lang geleden had men geen flauw idee hoe men allerlei ziektes kon voorkomen en ook niet hoe ze te genezen. Het is wel frapant dat er niets is terug te vinden in bijbel over het primitieve bijgeloof en de wetenschappelijke blunders van de Egyptenaren en de Baybloniërs. Dit terwijl Mozes een opleiding had gekregen aan de beste Egyptische universiteit van zijn tijd.
Niet zo heel erg opvallend, aangezien de bijbel
niets zegt over de behandeling van ziekten. Hobrinks argument is dus een argument uit de stilte. Maar waar de Bijbel iets zegt is het ronduit primitief: zoals het gegeven dat iedereen met een huidziekte uitgestoten werd. (Num. 5:1-4)
De geboorte van een kind maakt de vrouw 'onrein'. Maar nu is het leuke: de onreinheid houdt veertig dagen aan als het kind een jongen is, en twee weken als het een meisje is. (Lev. 12). Dit soort dingen kan Hobrink niet medisch verklaren. Klopt. Ze zijn cultisch.
Dus ja, Hobrink is vooringenomen; en nee, hij leest inderdaad niet wat er staat.
Je kan gaan zitten kankeren omdat er bij de wet geen aanwijziging was om je handen en bips te wassen nadat je je behoefte had gedaan. Ziektekiemen zullen zich sneller verspreiden als eten en uitwerpselen naast elkaar op de grond liggen, en varkens en ratten eerst in het een gaan wroeten en daarna in het ander dan wanneer je je handen niet telkens was na je behoefte.
Nee, maar dat is Hobrinks punt ook niet. Zijn punt is dat dergelijke maatregelen een hygienisch oogmerk hebben, en dat ze uitermate gedetailleerd zijn.
Welnu: ten eerste zegt de wet alleen maar iets over het legerkamp, en niets over het leven in de stad.
Dat kan dus van alles veronderstellen: het kan veronderstellen dat die geboden niet golden voor het stadsleven, wat nogal wiedes is bij een grote stad (je gaat geen halve kilometer lopen om je behoefte te doen). Het kan ook betekenen dat een en ander reeds gebruikelijk was in dorpjes, en dat de wet de gemakzucht op het oog heeft in geval van een tijdelijke verblijfplaats ('Och, waarom zover lopen, over een paar dagen zijn we hier toch weg').
Maar in beide gevallen bewijst de wetgeving niet wat Hobrink meent dat het bewijst (en dat komt omdat Hobrink niet leest wat er staat). In het eerste geval slaagt de wet er niet in om in het dagelijkse leven van de Israelieten te voorzien van hygienische bepalingen; in het tweede geval hadden de Israelieten kennelijk al zelf bedacht dat ze hun poep beter niet op straat konden laten slingeren, en faalt Hobrinks bewijs dat God speciale, bovennatuurlijke kennis over waar je moet poepen aan de Israelieten gaf.
Overigens is Hobrink ook nog eens hypocriet. Als hij werkelijk zou geloven wat hij zegt, zou hij aanbevelen om het voortaan te doen zoals de bijbel zegt: tenslotte spuiten we met onze riolering enorme hoeveelheden fecalieen de zee in.
Ten tweede: als het erom ging om ziekte uit te bannen en de Israelieten zo dom waren dat ze daar allerlei bovennatuurlijke wetten voor nodig hadden, dan ontbreekt hier het deel waar je je handen en bips moet wassen. Dat konden ze namelijk zelf niet bedenken, volgens Hobrink. (He, dat zeg ik niet; dat is Hobrinks eigen veronderstelling, waarop het hele boek rust).
Bovendien moest men zijn handen wassen voordat men ging eten, en moest men zich regelmatig helemaal wassen.
Ja joh? Waar vind jij dat precies terug in de bijbel, dat men de handen moest wassen voor het eten?
Hoe wist Mozes dat het niet goed was om verzadigde vetten van landdieren te eten, maar dat het wel goed was om vette vis te eten.
'Mozes' wist helemaal niet dat het niet dat het niet goed was om verzadigde vetten van landdieren te eten, maar dat het wel goed was om vette vis te eten. Waar lees jij in de Bijbel dat ze geen vet van dieren mochten eten
omdat dit verzadigde vetten zijn?
Waar leest Hobrink in de Bijbel: Gij moogt geen bloed eten omdat het vergeven is van de bacterieen en virussen?
Deze wetten zijn cultisch. De wet waar staat dat de Israelieten geen vet mochten eten, komt onder meer aan het einde van een gedeelte (Lev. 3:17) waarin uitgebreid uit de doeken wordt gedaan wat op het altaar terecht komt en wat niet. Het vet werd beschouwd het beste van het dier en dat kwam aan de Heer toe, "als een liefelijke reuk".
Verder lezen we in Lev. 7:23-25 hetzelfde verbod. Maar nu met de bepaling dat vet van dode dieren of verscheurde dieren wel gebruikt mag worden om mee te werken. Hoe hygienisch is dat dan, vraag je je af. Had men niet beter het vet aan kunnen wijzen van reine dieren, om daarmee te werken. Neen, want dat is
het beste deel en dat behoort dus aan God toe.
En dat is nu precies wat ik tegen Hobrink heb (mijn vooringenomenheid, zo je wilt). Hij leest niet wat er staat, hij leest iets terug in de teksten wat er niet staat.