Karssenberg schreef:
Bedenk wel,dat wij geloven dat God de wereld met alles erop en eraan geschapen heeft. Dat is ook een 'onwaarschijnlijk' verhaal natuurlijk. Vergeleken met de schepping is de zondvloed niet onwaarschijnlijker voor ons.
Persoonlijk vind ik het ook een onwaarschijnlijke gedachte, dat onze planeet toevallig in een jaar om de zon draait en in 24 uur om zijn eigen as, maar dat dan die as weer niet loodrecht staat op het vlak, waarin de aarde om de zo'n draait. Door dit ingenieuze stelsel zijn er etmalen met verschil van dag en nacht en jaren met seizoenen.
Probeer het eens even van deze kant te bekijken (omdenken heet dat, geloof ik):
De natuurwetten zijn niet autonoom, alsof God bij de schepping gebonden was aan deze wetten. Nee, Hij heeft die wetten in werking gesteld bij de schepping. Dat betekent, dat we die wetten niet kunnen gebruiken om heel ver in het verleden terug te kijken, want toen golden ze nog niet.
Bij de schepping scheidde God water en land. Als God daartoe bij machte is dan is het vergeleken daarmee niet zo onwaarschijnlijk dat Hij die scheiding ook tijdelijk weer ongedaan gemaakt heeft bjj de zondvloed. En wie weet welke ingrijpende veranderingen die zondvloed heeft bewerkstelligd.
Als we gaan denken in termen van waarschijnlijk en onwaarschijnlijk dan is heel het bestaan onwaarschijnlijk.
Je vergist je weer eens deerlijk. Ik heb steeds meer met je te doen. Het is niet alleen waarschijnlijk, het is zelfs absoluut noodzakelijk dat de aarde in één jaar tijd rond de zon draait. Een jaar is namelijk per defintie de tijd waarin de aarde ronde de zon beweegt. Zo is een uur per definitie 1/24 van een dag, en is een dag per defintie de tijd waarin de aarde (ten opzicht van de zon, dat wel) rond haar as draait. Dat de as een hoek heeft ten opzicht van de baan van de aarde rond de zon, is ook weer helemaal niet onwaarschijnlijk. De rotatie van de meeste planeten heeft een hoek ten opzichte van haar baan rond haar ster. Daar is dus ook helemaal niets verassends aan. Verassend was wel de grote hoek die de rotatie van Uranus heeft ten opzichte van háár baan. Voordat men dat ontdekte, had men zoiets niet verwacht.
Het is heel goed mogelijk dat iets de natuurwetten heeft doen ontstaan. Wij weten daar uiteraard niets van, want zonder natuurwetten kunnen wij helemaal geen wetenschap bedrijven. Daarom – en eigenlijk om geen enkele andere reden – begint voor ons de tijd, pas op het moment dat die natuurwetten van kracht werden. Maar met het scheiden van wateren, had het in elk geval niets te maken, want als er geen natuurwetten waren, waren er ook geen wateren. (een combinatie van twee waterstof atomen en een zuurstofatoom, is alleen onder bepaalde omstandigheden vloeibaar, zolang de natuurwetten bestaan).
Ter informatie: Het is (bijna, want in zekere zin bestaat absoluut niet) absoluut zeker dat er géén wateren zijn onder de aarde. (er is namelijk geen “onder de aarde”) en het is (bijna) absoluut zeker dat er géén wateren zijn boven het uitspansel (er is namelijk geen uitspansel). Die niet bestaande wateren kunnen dan ook niet gescheiden zijn, en die niet bestaande scheiding kan dan ook nooit ongedaan zijn gemaakt. De kans dat dit niet zo is is kleiner dan de kans dat jij niet Karssenberg bent. (en – in het geval jij inderdaad denkt dat je niet Karssenberg bent – ook kleiner dan de kans dat je bent, wie je dan wél denkt te zijn).
De aarde is een vrijwel bolvormig massa die in een baan rond de zon draait, op 150 miljoen kilometer afstand van die zon. De sterren bevinden zich niet op de een of andere bolvormige omhulling van de aarde, maar zijn zo ver van ons verwijdert dat het licht er jaren over doet om ons te bereiken. De dichtsbijzijnde ster bevindt zich op 4 lichjaren afstand. De meesten zijn nog veel verder weg.
Verder betekent “onwaarschijnlijk”, dat het in elk geval lijkt alsof het onwaar is. (dat hoeft niet, maar de kans is groot). “Waarschijnlijk” betekent dat de kans groot is dat het wél waar is. Misschien handig om te onthouden, voor als je een boek leest, of een film ziet, over spinnen zo groot (of groter dan) als olifanten. Dat je dan niet denkt dat – omdat dat uiterst onwaarschijnlijk is – dat het niet verzonnen kan zijn. Dat is het naar alle waarschijnlijkheid wél. Volgens de natuurwetten – die zover wijweten al meer dan 13 miljard jaar gelden – zouden dergelijke dieren niet kunnen leven. Ze zouden stikken en door hun poten heenzakken.
Het bestaan is helemaal niet onwaarschijnlijk. Op grond van onze waarnemingen is het zelfs zo goed als zeker. De gedachte dat de wereld anders zou kunnen zijn dan ze is, is een denkfout. Ze kán niet anders zijn. Als dat wel zou kunnen, dan zou de volgende seconde alles wat je denkt dat er is plotsklaps verdwenen kunnen zijn, en zou je om je heen een heel andere wereld kunnen zien. Het zal je misschien niet opgevallen zijn, maar de meeste dingen die er waren toen je gisteren naar bed ging, waren er nog steeds toen je vanmorgen opstond. (tenzij je gisteren niet naar bed bent gegaan, of vanmorgen niet op bent gestaan). Het bestaan kan inderdaad niet verzonnen zijn, maar niet omdat het onwaarschijnlijk is , maar omdat het zeker is.