dialoog over het eten van vlees
Geplaatst: 22 nov 2009 20:48
Hier een leuke dialoog, over de problematiek van het eten avn vlees...
Een buitenaards wezentje komt terecht op planeet Aarde. Bij toeval is zijn ruimteschip geland op het dak van de varkenskwekerij van boer Hans. Het buitenaards wezentje raakt goed bevriend met boer Hans, die hem de naam Baw geeft. Baw is erg geïnteresseerd in het menselijk gedrag. Hij heeft al vele planeten en culturen bestudeerd, maar wat hij op Aarde ziet, daar geraakt hij echt niet aan uit. Als boer Hans hem uitnodigt om mee een stukje spek te verorberen, wordt het duidelijk dat er bij Baw iets op de maag ligt. Iets zit hem duidelijk dwars…
Baw: “Hans, ik begrijp het niet. Je vrouw werkt in een instelling voor zwaar mentaal gehandicapten. Ze vertelt hoe ze ongeneeslijk zwaar mentaal gehandicapten verzorgt. Mensen met een mentale leeftijd vergelijkbaar met een baby van een paar maanden oud. Mensen die soms agressief zijn, die gevaarlijke dingen doen zonder het zelf te beseffen. Je vrouw vertelt verhalen van patiënten met wurgneigingen,… Ze vertelt ook over gehandicapten die niet bepaald hygiënisch zijn: sommigen durven hun eigen uitwerpselen op te eten, of smeren ze uit op de muren. Sommige mentaal gehandicapten hebben ook geen ouders of familiebanden meer: ze werden bv. verstoten door hun familie,… Die weeskinderen worden ook opgevangen en geholpen. Ze worden verzorgd, gewassen,… Dat is mooi. Ze worden niet gebruikt, zelfs niet voor jullie basisbehoeften. Jullie eten ze niet op, zelfs al hebben jullie reuzenhonger. Zelfs indien er in de ziekenhuizen mensen dreigen te sterven aan problemen met hart, nieren of lever, offeren jullie die mentaal gehandicapten niet zomaar op voor orgaantransplantaties.”
Hans: “Dat is waar, mentaal gehandicapten zijn ook mensen, hé. Die hebben ook een recht op leven.”
Baw: “Ja, jullie stellen dat die gehandicapten een waardigheid hebben, een intrinsieke waarde, en dat ze daarom mensenrechten krijgen. Omdat ze een intrinsieke waarde hebben, moeten jullie die gehandicapten verzorgen. Jullie zijn dus op ethisch vlak al sterk geëvolueerd, want in vroegere tijden wierpen jullie die mentaal gehandicapten nog over de kliffen, jullie vermoordden ze, deden er experimenten mee,… Maar er klopt iets niet.”
Hans: “Hoezo?”
Baw: “Kijk: jijzelf kweekt varkens. Die varkens worden opgesloten in kleine stallen, worden vaak nog zonder verdoving gecastreerd, en opdat de varkens van de stress niet aan elkaars staarten zouden peuzelen, worden ook nog eens de hoektanden en staarten afgeknipt. De moederzeug wordt snel op elkaar volgend zwanger gemaakt, bij het zogen ligt ze de hele tijd op haar zij op een harde ondergrond. Ze kan er zelfs doorligwonden van krijgen. Na een luttele zes maanden worden de biggen op vrachtwagens naar de slachthuizen gereden. Het kan zelfs gebeuren dat sommige dieren sterven van uitdroging, hitte of koude, nog voor ze het slachthuis bereiken. En in het slachthuis worden ze geëlektrocuteerd, ondergedompeld in kokend water en gekeeld. Sommige van die varkens worden niet snel bedwelmd en ondergaan dat proces als ze nog bij bewustzijn zijn. Het is duidelijk dat die varkens door die praktijken tamelijk veel pijn, angst en stress ervaren.”
Hans: “En dan?”
Baw: “En dan klopt er iets niet, want die varkens zijn intelligenter dan sommige mentaal gehandicapten die je vrouw verzorgt. Volgens sommige van jullie wetenschappers komen varkens op de vierde plaats in de intelligentielijst, na mensen (maar niet die mentaal gehandicapten), mensapen en walvisachtigen zoals dolfijnen. Vele varkens kunnen een intelligentie bereiken van 3-jarige kinderen . Dat is dus hoger dan een diep mentaal gehandicapte met een intelligentie van een eenjarig kind. Varkens zijn intelligenter en even loyaal en liefdevol als honden. Ze kunnen vocaal communiceren met meer dan 20 verschillende soorten geluiden, ze kunnen net zoals olifanten rouwen om de dood van hun soortgenoten, ze zijn muzikaal aangelegd (de moederzeug zingt soms voor haar biggen), ze dromen in hun slaap, ze hebben een zeer goed geheugen , ze herkennen hun namen reeds op een leeftijd van 2 à 3 weken, ze kunnen eenvoudige computerspelletjes leren spelen en begrijpen abstracte representatie (soms beter dan mensapen en zeker beter dan diep mentaal gehandicapten), en er zijn gevallen bekend waar varkens net zoals honden de levens redden van mensen. Denk maar aan de verhalen van Priscilla die een kind redt van verdrinking, of Lulu die hulp zocht voor iemand met een hartaanval.
Bovendien zijn die varkens zachtaardiger dan sommige patiënten die je vrouw verzorgt. En ze zijn ook hygiënischer: ze willen graag een modderbad nemen, zoeken een apart plekje om hun behoeften te doen. In tegenstelling tot sommige mentaal gehandicapten krijgen varkens stress als ze vuil zijn. Toch zie ik ze hier in hun eigen uitwerpselen in vuile stallen liggen.
Dus de vraag is: hoe rechtvaardigen jullie dat enorme verschil in de behandeling van gehandicapten enerzijds en varkens anderzijds? Er moet toch een duidelijk en belangrijk verschil zijn? De zorg voor een agressief, onhygiënisch, ongeneesbaar diep mentaal gehandicapt weeskind met een mentale leeftijd van een baby van drie maanden, dat niet gebruikt mag worden, zelfs niet voor basisbehoeften van meerdere mensen, tegenover het opsluiten, verhandelen, kweken, vetmesten, castreren en slachten van miljoenen zachtaardige, propere varkens die een mentale leeftijd van kinderen van drie jaar kunnen bereiken. Varkens die wel opgeofferd worden, zelfs als het louter omwille van de smaak van hun vlees is. Enkel in België worden er jaarlijks reeds meer dan 11 miljoen varkens geslacht. Dat is meer dan de bevolking van België. Dat verschil in behandeling is dus wel… ja, gigantisch! Hoe rechtvaardigen jullie dat?”
Boer Hans: “Komaan, varkens zijn geen mensen, het zijn dieren, beesten.”
Baw: “Al wat ik kan zien is dat varkens niet tot de biologische soort Homo sapiens behoren…”
Boer Hans: “Precies.”
Baw: “En daarom dat gigantische verschil? Is het dat werkelijk? Het slachten van miljoenen varkens versus het verzorgen van mentaal gehandicapten, gewoon omdat die varkens niet tot een bepaalde biologische soort behoren? Maar dat is vreemd. Kun je mij uitleggen waarom je ethische behandeling van voelende wezens stopt bij de soortgrens? Waarom verwijs je bijvoorbeeld niet naar de populatie van blanken? Waarom zeg je niet dat enkel blanken intrinsieke waarde hebben? Waarom zeg je niet dat varkens geen blanken zijn en dat je ze daarom net zoals zwarte slaven mag gebruiken?”
Boer Hans: “Dat zou racisme zijn.”
Baw: “Precies: je vrouw zou ook zwarte zwaar mentaal gehandicapte weeskinderen verzorgen, niet? Je mag dus niet naar een populatie wijzen, je mag niet de grens leggen bij een bepaalde populatie van mensen, want dat is racisme. Maar waarom verwijs je naar de soort Homo sapiens? Is dat ook geen discriminatie, een ‘soortracisme’?”
Boer Hans: “Euhm… daar heb ik nog niet over nagedacht.”
Baw: “En waarom mag je wel naar een specifieke soort verwijzen, en niet naar de klasse van zoogdieren, de orde van primaten of de familie van grote mensapen en mensachtigen?”
Boer Hans: “Je stelt wel veel vragen. Hoe bedoel je?”
Baw: “Stel je een grote kast voor, met verschillende laden. Elke lade bevat een biologische rangorde, gebaseerd op uiterlijke of genetische verwantschap. Om het simpel te houden beperken we ons tot een kast met vijf laden. De bovenste lade bestaat uit de biologische klassen. Denk maar aan de zoogdieren, de vissen, de vogels,… De tweede lade bevat de orden, zoals die van de primaten. Daaronder hebben we de families, waaronder de mensapen vallen. De vierde lade bevat de soorten, met daartussen de mens. En de onderste bevat de ondersoorten en populaties, bv. blanken, zwarten,... Dat is wat je de verschillende rassen zou kunnen noemen. Kun je nog volgen?”
Boer Hans: “Jazeker.”
Baw: “Nu heb ik begrepen dat je niet kijkt naar de onderste lade: je gaat niet de onderste lade openen en daar de populatie van blanken aanwijzen en zeggen dat enkel blanken rechten hebben. Vroeger werd zo de slavernij van zwarten gerechtvaardigd, maar nu keuren we dat af omdat dat racisme is.”
Boer Hans: “Precies.”
Baw: “En je kijkt ook niet naar de bovenste drie laden. Je antwoordde niet dat we varkens mogen opeten omdat varkens niet behoren tot bijvoorbeeld de orde van primaten. Je zei niet dat varkens minder waard zijn dan mentaal gehandicapten omdat varkens geen mensapen zijn. Nee, je verwees naar de soort van mensen, en die Homo sapiens zit in de vierde lade.”
Boer Hans: “En wat is het probleem?”
Baw: “Dat ik niet begrijp waarom je nu net de vierde lade zou nemen. Niet de derde of de vijfde. Nee, de vierde. Wel, is dat niet een beetje heel arbitrair? Wat is er zo speciaal aan dat vierde niveau? Waarom mag je in de onderste lade geen populatie aanwijzen maar in de vierde lade wel een soort? Waarom maak je wel een ethisch onderscheid tussen de soorten, en niet tussen de rassen of de klassen? Hoe kan die vierde lade nu zo’n groot verschil in behandeling rechtvaardigen?”
Boer Hans: “Wel, euhm… omdat… euhm…”
Baw: “En er is nog iets wat je misschien al opgevallen is: ik ben ook geen mens.”
Boer Hans: “Dat had ik al door…”
Baw: “Dus ga je mij dan ook opeten?”
Boer Hans: “Euhm… nee…”
Baw: “Maar dan is het criterium Homo sapiens ook niet de reden.”
Boer Hans: “Mja, maar jij bent intelligent en…”
Baw: “…en varkens zijn intelligenter dan diep mentaal gehandicapten, en je eet geen gehandicapten. Nee, intelligentie telt ook niet. Dus hoe zit het nu?”
Boer Hans: “Ik ben nu echt een beetje in de war.”
Baw: “Jullie mensen zijn raar. Jullie doen van die dingen die ik totaal niet begrijp…”
Een buitenaards wezentje komt terecht op planeet Aarde. Bij toeval is zijn ruimteschip geland op het dak van de varkenskwekerij van boer Hans. Het buitenaards wezentje raakt goed bevriend met boer Hans, die hem de naam Baw geeft. Baw is erg geïnteresseerd in het menselijk gedrag. Hij heeft al vele planeten en culturen bestudeerd, maar wat hij op Aarde ziet, daar geraakt hij echt niet aan uit. Als boer Hans hem uitnodigt om mee een stukje spek te verorberen, wordt het duidelijk dat er bij Baw iets op de maag ligt. Iets zit hem duidelijk dwars…
Baw: “Hans, ik begrijp het niet. Je vrouw werkt in een instelling voor zwaar mentaal gehandicapten. Ze vertelt hoe ze ongeneeslijk zwaar mentaal gehandicapten verzorgt. Mensen met een mentale leeftijd vergelijkbaar met een baby van een paar maanden oud. Mensen die soms agressief zijn, die gevaarlijke dingen doen zonder het zelf te beseffen. Je vrouw vertelt verhalen van patiënten met wurgneigingen,… Ze vertelt ook over gehandicapten die niet bepaald hygiënisch zijn: sommigen durven hun eigen uitwerpselen op te eten, of smeren ze uit op de muren. Sommige mentaal gehandicapten hebben ook geen ouders of familiebanden meer: ze werden bv. verstoten door hun familie,… Die weeskinderen worden ook opgevangen en geholpen. Ze worden verzorgd, gewassen,… Dat is mooi. Ze worden niet gebruikt, zelfs niet voor jullie basisbehoeften. Jullie eten ze niet op, zelfs al hebben jullie reuzenhonger. Zelfs indien er in de ziekenhuizen mensen dreigen te sterven aan problemen met hart, nieren of lever, offeren jullie die mentaal gehandicapten niet zomaar op voor orgaantransplantaties.”
Hans: “Dat is waar, mentaal gehandicapten zijn ook mensen, hé. Die hebben ook een recht op leven.”
Baw: “Ja, jullie stellen dat die gehandicapten een waardigheid hebben, een intrinsieke waarde, en dat ze daarom mensenrechten krijgen. Omdat ze een intrinsieke waarde hebben, moeten jullie die gehandicapten verzorgen. Jullie zijn dus op ethisch vlak al sterk geëvolueerd, want in vroegere tijden wierpen jullie die mentaal gehandicapten nog over de kliffen, jullie vermoordden ze, deden er experimenten mee,… Maar er klopt iets niet.”
Hans: “Hoezo?”
Baw: “Kijk: jijzelf kweekt varkens. Die varkens worden opgesloten in kleine stallen, worden vaak nog zonder verdoving gecastreerd, en opdat de varkens van de stress niet aan elkaars staarten zouden peuzelen, worden ook nog eens de hoektanden en staarten afgeknipt. De moederzeug wordt snel op elkaar volgend zwanger gemaakt, bij het zogen ligt ze de hele tijd op haar zij op een harde ondergrond. Ze kan er zelfs doorligwonden van krijgen. Na een luttele zes maanden worden de biggen op vrachtwagens naar de slachthuizen gereden. Het kan zelfs gebeuren dat sommige dieren sterven van uitdroging, hitte of koude, nog voor ze het slachthuis bereiken. En in het slachthuis worden ze geëlektrocuteerd, ondergedompeld in kokend water en gekeeld. Sommige van die varkens worden niet snel bedwelmd en ondergaan dat proces als ze nog bij bewustzijn zijn. Het is duidelijk dat die varkens door die praktijken tamelijk veel pijn, angst en stress ervaren.”
Hans: “En dan?”
Baw: “En dan klopt er iets niet, want die varkens zijn intelligenter dan sommige mentaal gehandicapten die je vrouw verzorgt. Volgens sommige van jullie wetenschappers komen varkens op de vierde plaats in de intelligentielijst, na mensen (maar niet die mentaal gehandicapten), mensapen en walvisachtigen zoals dolfijnen. Vele varkens kunnen een intelligentie bereiken van 3-jarige kinderen . Dat is dus hoger dan een diep mentaal gehandicapte met een intelligentie van een eenjarig kind. Varkens zijn intelligenter en even loyaal en liefdevol als honden. Ze kunnen vocaal communiceren met meer dan 20 verschillende soorten geluiden, ze kunnen net zoals olifanten rouwen om de dood van hun soortgenoten, ze zijn muzikaal aangelegd (de moederzeug zingt soms voor haar biggen), ze dromen in hun slaap, ze hebben een zeer goed geheugen , ze herkennen hun namen reeds op een leeftijd van 2 à 3 weken, ze kunnen eenvoudige computerspelletjes leren spelen en begrijpen abstracte representatie (soms beter dan mensapen en zeker beter dan diep mentaal gehandicapten), en er zijn gevallen bekend waar varkens net zoals honden de levens redden van mensen. Denk maar aan de verhalen van Priscilla die een kind redt van verdrinking, of Lulu die hulp zocht voor iemand met een hartaanval.
Bovendien zijn die varkens zachtaardiger dan sommige patiënten die je vrouw verzorgt. En ze zijn ook hygiënischer: ze willen graag een modderbad nemen, zoeken een apart plekje om hun behoeften te doen. In tegenstelling tot sommige mentaal gehandicapten krijgen varkens stress als ze vuil zijn. Toch zie ik ze hier in hun eigen uitwerpselen in vuile stallen liggen.
Dus de vraag is: hoe rechtvaardigen jullie dat enorme verschil in de behandeling van gehandicapten enerzijds en varkens anderzijds? Er moet toch een duidelijk en belangrijk verschil zijn? De zorg voor een agressief, onhygiënisch, ongeneesbaar diep mentaal gehandicapt weeskind met een mentale leeftijd van een baby van drie maanden, dat niet gebruikt mag worden, zelfs niet voor basisbehoeften van meerdere mensen, tegenover het opsluiten, verhandelen, kweken, vetmesten, castreren en slachten van miljoenen zachtaardige, propere varkens die een mentale leeftijd van kinderen van drie jaar kunnen bereiken. Varkens die wel opgeofferd worden, zelfs als het louter omwille van de smaak van hun vlees is. Enkel in België worden er jaarlijks reeds meer dan 11 miljoen varkens geslacht. Dat is meer dan de bevolking van België. Dat verschil in behandeling is dus wel… ja, gigantisch! Hoe rechtvaardigen jullie dat?”
Boer Hans: “Komaan, varkens zijn geen mensen, het zijn dieren, beesten.”
Baw: “Al wat ik kan zien is dat varkens niet tot de biologische soort Homo sapiens behoren…”
Boer Hans: “Precies.”
Baw: “En daarom dat gigantische verschil? Is het dat werkelijk? Het slachten van miljoenen varkens versus het verzorgen van mentaal gehandicapten, gewoon omdat die varkens niet tot een bepaalde biologische soort behoren? Maar dat is vreemd. Kun je mij uitleggen waarom je ethische behandeling van voelende wezens stopt bij de soortgrens? Waarom verwijs je bijvoorbeeld niet naar de populatie van blanken? Waarom zeg je niet dat enkel blanken intrinsieke waarde hebben? Waarom zeg je niet dat varkens geen blanken zijn en dat je ze daarom net zoals zwarte slaven mag gebruiken?”
Boer Hans: “Dat zou racisme zijn.”
Baw: “Precies: je vrouw zou ook zwarte zwaar mentaal gehandicapte weeskinderen verzorgen, niet? Je mag dus niet naar een populatie wijzen, je mag niet de grens leggen bij een bepaalde populatie van mensen, want dat is racisme. Maar waarom verwijs je naar de soort Homo sapiens? Is dat ook geen discriminatie, een ‘soortracisme’?”
Boer Hans: “Euhm… daar heb ik nog niet over nagedacht.”
Baw: “En waarom mag je wel naar een specifieke soort verwijzen, en niet naar de klasse van zoogdieren, de orde van primaten of de familie van grote mensapen en mensachtigen?”
Boer Hans: “Je stelt wel veel vragen. Hoe bedoel je?”
Baw: “Stel je een grote kast voor, met verschillende laden. Elke lade bevat een biologische rangorde, gebaseerd op uiterlijke of genetische verwantschap. Om het simpel te houden beperken we ons tot een kast met vijf laden. De bovenste lade bestaat uit de biologische klassen. Denk maar aan de zoogdieren, de vissen, de vogels,… De tweede lade bevat de orden, zoals die van de primaten. Daaronder hebben we de families, waaronder de mensapen vallen. De vierde lade bevat de soorten, met daartussen de mens. En de onderste bevat de ondersoorten en populaties, bv. blanken, zwarten,... Dat is wat je de verschillende rassen zou kunnen noemen. Kun je nog volgen?”
Boer Hans: “Jazeker.”
Baw: “Nu heb ik begrepen dat je niet kijkt naar de onderste lade: je gaat niet de onderste lade openen en daar de populatie van blanken aanwijzen en zeggen dat enkel blanken rechten hebben. Vroeger werd zo de slavernij van zwarten gerechtvaardigd, maar nu keuren we dat af omdat dat racisme is.”
Boer Hans: “Precies.”
Baw: “En je kijkt ook niet naar de bovenste drie laden. Je antwoordde niet dat we varkens mogen opeten omdat varkens niet behoren tot bijvoorbeeld de orde van primaten. Je zei niet dat varkens minder waard zijn dan mentaal gehandicapten omdat varkens geen mensapen zijn. Nee, je verwees naar de soort van mensen, en die Homo sapiens zit in de vierde lade.”
Boer Hans: “En wat is het probleem?”
Baw: “Dat ik niet begrijp waarom je nu net de vierde lade zou nemen. Niet de derde of de vijfde. Nee, de vierde. Wel, is dat niet een beetje heel arbitrair? Wat is er zo speciaal aan dat vierde niveau? Waarom mag je in de onderste lade geen populatie aanwijzen maar in de vierde lade wel een soort? Waarom maak je wel een ethisch onderscheid tussen de soorten, en niet tussen de rassen of de klassen? Hoe kan die vierde lade nu zo’n groot verschil in behandeling rechtvaardigen?”
Boer Hans: “Wel, euhm… omdat… euhm…”
Baw: “En er is nog iets wat je misschien al opgevallen is: ik ben ook geen mens.”
Boer Hans: “Dat had ik al door…”
Baw: “Dus ga je mij dan ook opeten?”
Boer Hans: “Euhm… nee…”
Baw: “Maar dan is het criterium Homo sapiens ook niet de reden.”
Boer Hans: “Mja, maar jij bent intelligent en…”
Baw: “…en varkens zijn intelligenter dan diep mentaal gehandicapten, en je eet geen gehandicapten. Nee, intelligentie telt ook niet. Dus hoe zit het nu?”
Boer Hans: “Ik ben nu echt een beetje in de war.”
Baw: “Jullie mensen zijn raar. Jullie doen van die dingen die ik totaal niet begrijp…”