Moeten westerse zadenbedrijven meer doen in ontwikkelingslanden of juist niet?
Ook hier weer de fnuikende werking van het marktfetisjisme.
Natuurlijk hebben de multinationals met het meeste geld ook meer middelen om in te zetten op verbetering van producten, die ze vervolgens mogen patenteren, waarmee ze nóg meer macht in handen krijgen en tevens goeie sier kunnen maken met woorden als gezondheid en duurzaamheid.
https://www.volkskrant.nl/economie/moet ... ~b41b552b/
Moeten westerse zadenbedrijven zich meer bemoeien met de voedselproductie in ontwikkelingslanden? Of drukken ze juist al te veel een stempel?
De grootste zadenbedrijven van de wereld spelen met hun landbouwgewassen steeds meer in op gezondheid en veranderende klimaatomstandigheden. Maar ze weten de boeren die dergelijke zaden het hardst nodig hebben amper te bereiken. Slechts 10 procent van de ruim 500 miljoen kleine boeren – in met name ontwikkelingslanden – hebben toegang tot hun professioneel veredelde zaden.
De combinatie goede zaden en kleine boeren die hun opbrengsten verhogen, daar zijn weinigen op tegen. Maar de boodschap van de Access to Seeds Index – dat reuzen als Bayer-Monsanto, Syngenta en ook een aantal kleinere Nederlandse zadenveredelaars hierin een sleutelrol moeten spelen – is omstreden.
Dicteren
‘Doorbreek de macht van grote zaaigoedbedrijven!’, luidt de huidige campagne van ontwikkelingsorganisatie Hivos. ‘Lokale gewassen verdwijnen doordat grote bedrijven boeren dicteren bepaalde zaden te gebruiken.’
Lange tijd lag de focus van de internationale bedrijven op gewassen voor de Europese en Noord-Amerikaanse markt, omdat daar meer geld te verdienen valt. Is het inderdaad kwalijk als zij zich steeds meer richten op kleine boeren in bijvoorbeeld Afrika?