Help! Ik verzuip!, schreeuw ik naar de oever.
Daar staan wat mensen.
'Sorry, dat laat ik aan god over' zegt iemand en loopt weg.
'Geloof je in Allah? vraagt de ander.
'Neehee'' weet ik gorgelend uit te brengen.
'Sorry, maar dan kan ik je niet redden', zegt de islamiet.
'Geloof je wel in God? wordt me toegeroepen.
'Nou ehhh nee', pruttel ik.
'Sorry...'
'Wacht, wacht', schreeuw ik. 'Ik geloof niks maar twijfel over alles.'
'Sorry....
'Wacht, wacht, ik weet het niet. Ik weet het ni....', blub.
Dus daar sta ik dan; aan de hemelpoort.
Een roze spaghettisliert op een theeschotel doet open, o.i.d. Het is wel een HIJ, natuurlijk.
'Mag ik erin?' vraag ik toch maar.
'Heb je wel op de juiste manier en met de juiste naam in mij geloofd? Nee hè, dat weet je zelf ook wel. Hopla, eeuwig naar de folteringen van de hel met jou'.
Ik kijk verwilderd rond, naar al die andere mensen die zich bij die poort bevinden.
Zou er iemand, al is het maar één iemand, zijn die het wel goed had. En die een hand uitsteekt?
Die niemand in de hel laat zakken maar ieder desnoods met zijn tanden tot in de eeuwigheid blijft vasthouden.
En als er dan zo iemand is, hoe kunnen er dan nog mensen naar de hel gaan?
Dan kan er toch alleen een hel zijn als gelovigen geen poot uitsteken?
P.S. 'De hemel en de hel zijn niet bewezen, en niet wetenschappelijk, en niet...