Peter, je hebt een onjuist, want veel te absoluut beeld van het begrip 'eigendom'. Dat heb ik je al eens uitgelegd, dus dat ga ik niet herhalen.
Laten we volstaan met te constateren dat de nabestaanden de enigen zijn die bevoegd zijn om te beslissen wat er met het lichaam van de overledene moet gebeuren. Dat hun beslissing zich dient te bevinden binnen de randvoorwaarden die de wet stelt is evident, maar dat geldt voor alle vormen van eigendom. De regels verschillen al naar gelang de aard van het goed. Het stellen van regels door de overheid betekent niet dat er eigendomsrechten bij de overheid komen te liggen.
Peter van Velzen schreef:Gijs schreef:
Het goede nieuws is, dat in deze wet mbt orgaandonatie je helemaal niet hoeft te beslissen. Je kunt het gewoon aan je nabestaanden overlaten.
Wellicht is dat juist de zwakte van de wet. Waarom moeten de nabestaanden er iets over te zeggen hebben?
Ik begrijp dat jij ervoor pleit om de nabestaanden hun beslissingsbevoegdheid af te nemen.
Hiermee zijn we bij de kern van het probleem aangeland. Puntsgewijs samengevat:
Probleem 1
-Er is een wachtlijst voor donororganen, en daardoor sterfgevallen die via orgaantransplantatie te vermijden zijn;
-Het vergroten van het aantal potentiële donoren vereist dat er meer (gezonde) mensen overlijden;
-Stimuleren dat er meer (gezonde) mensen overlijden is geen te verdedigen doelstelling van overheidsbeleid;
Conclusie 1: we moeten het doen met het huidige aantal potentiële donoren (gezonde mensen die overlijden).
Probleem 2
-De beslissing over het hergebruik van organen van overledenen berust bij de nabestaanden;
-Het is moeilijk en gevoelig om de nabestaanden om toestemming te vragen en ze zeggen vaak nee;
Conclusie 2: we kunnen daardoor bij een (onbekend) aantal potentiële donoren toch niet beschikken over hun organen.
Anders dan jij het impliciet voorstelt, is overlijden meestal geen plotselinge gebeurtenis, maar een proces. Zeker in het geval van coma, al of niet hersendood, etc. Niet zelden moet er een beslissing worden genomen op de vraag of (verdere) behandeling zinvol is. Uiteraard wordt die beslissing door medici in nauw overleg met de naaste verwanten/potentiële nabestaanden genomen.
De uitname van organen dient te gebeuren in de periode dat al wel vaststaat dat de patiënt is overleden/zal overlijden, maar technisch/fysiologisch nog in “leven” is.
Hier kan dus in beginsel sprake zijn van een belangentegenstelling: enerzijds de behoefte aan geschikte organen, anderzijds de opdracht om alles te doen om het leven van de patiënt te redden.
De naaste verwanten spelen aan beide kanten van deze tegenstelling een zeer belangrijke rol. Voor wat betreft de eventuele orgaandonatie zelfs een beslissende.
Ik vind dat dit zo moet blijven. Vooral omdat iedere schijn moet worden vermeden dat beslissingen over de vraag of (verdere) behandeling zinvol is, op een of andere manier beïnvloed zouden kunnen worden door de bestaande behoefte aan donororganen.
Zoals ik het wetsontwerp van mw Dijkstra heb begrepen, wordt er formeel niets veranderd aan de beslissingsbevoegdheid van de nabestaanden. Het is dus maar wat symboolwetgeving, waarmee men hoopt wat meer aarzelende nabestaanden tot toestemming te kunnen bewegen.
Het effect zou best eens contraproductief kunnen zijn. Als boerenkleinzoon heb ik geleerd dat een varken vooruit gaat als je aan zijn staart trekt. Niet achteruit.