Dus, en toen had ik even tijd..
axxyanus schreef:Het probleem met een filmpje is natuurlijk dat er geen referenties zijn. De vraag is dan altijd in hoeverre bepaalde uitspraken op onderzoek gebaseerd zijn en in hoeverre bepaalde uitspraken op overgerfde wijsheid uit het verleden gebaseerd zijn.
Zeker, ik slik dan ook niet alles zomaar, maar er zijn wel een aantal zaken bij die klinken alsof ze een nadere beschouwing verdienen.
Ik denk echter dat je oor referenties zijn boek zou moeten hebben, getiteld: "Is there anything good about men?"
Ik heb het zelf ook niet gelezen, en ik kan er helaas geen vertaling van vinden.
In haar boek "Waarom we allemaal van Mars komen : hoe neuroseksisme aan de basis ligt van de verschillen tussen man en vrouw" legt Cordelia Fine bv uit hoe men steeds opnieuw geprobeerd heeft om verschillen tussen man en vrouw uit te leggen aan de hand van natuurlijke verschillen tussen man en vrouw en dat steeds opnieuw wanneer men er onder labo omstandigheden naar gaat zoeken die verschillen plots veel kleiner worden en zelfs verdwijnen.
Dat kan in de richting wijzen van een culturele verklaring, maar het kan ook betekenen dat de verschillen zich misschien niet goed laten onderzoeken in een laboratoriumsetting.
Persoonlijk zou ik met een louter culturele verklaring geen moeite hebben, als er nog aan een andere voorwaarde zou worden voldaan, maar daar kom ik later nog even op terug.
Jagang schreef:Maar vertaalt dat ook in het loon? Het volgende is natuurlijk maar een anekdote maar hier in Sint-Pieters-Leeuw heeft de gemeente geprobeerd om de mensen van de groendienst, zij die dus de bomen moeten planten, het gras afrijden, de hagen knippen enz. een hoger barema toe te kennen dan de mensen van de kuisdienst. Op welke objectieve basis ze dat wilden doen, is niet bekend maar het gevolg zou natuurlijk zijn dat de mannen over het algemeen meer zouden verdienen dan de vrouwen want de groendienst bestaat meer uit mannen en de kuistdienst meer uit vrouwen.
Nee, natuurlijk niet.
Je kan het moeilijk aan biologie wijten dat vrouwen voor gelijk werk vaak minder betaald worden.
Dat is een keuze.
Baumeister stelt ook geen waardeoordeel uit te spreken, over het "goed" of "fout" van de verschillen, maar probeert vooral aan te tonen hoe culturen de beide geslachten "exploiteren".
Cultuur wordt hierbij benaderd als een onpersoonlijke kracht, een entiteit die bestaat bij de gratie van een zeker succes, en onderhevig is aan evolutionaire krachten, versus andere culturen.
Dus nee, het komt niet helemaal tot uiting in het loon.
Althans: Niet in de relatie tussen loon en geslacht.
Wel in de relatie tussen loon en de laag van de samenleving, uiteraard.
Bij dat eerste rijst natuurlijk de vraag of zo'n top functies weldegelijk een mannelijke bereidheid tot risico nemen vereisen, dan wel dat men bereidheid tot risico nemen beloont met een topfunctie omdat we er gewoon vanuit gaan dat dat nodig is, ook al weten we dat niet echt. Komt daarbij dat vrouwen het op dit punt moeilijker hebben omdat de vrouwelijke stereotiepen niet overeenkomen met de stereotiepen van topfuncties. Met andere woorden vrouwen worden steeds afgestraft want als ze risico's nemen dan wordt dat minder van hen aanvaard want ze gedragen zich onvrouwelijk en als ze zich meer vrouwelijk gedragen dan nemen ze niet genoeg risico.
Ik denk wel dat topfuncties vaak komen met het nemen van "moeilijke besluiten", en het nemen van (financiële) risico's, althans in de maatschappij zoals ze is.
Ondernemend zijn, brengt eigenlijk bijna altijd wel valkuilen met zich mee.
Voor wat betreft de stereotiepen ben ik het grotendeels met je eens, maar waar komen die stereotiepen vandaan?
Als iemand de juiste kwaliteiten heeft voor een functie, moet diegene gewoon die functie kunnen krijgen.
Maar kunnen er ook onderliggende mechanismen zijn die eenzelfde stereotiepe eigenlijk altijd in stand houden?
Zou het kunnen dat stereotiepen karikaturen zijn van onderliggende verschillen, die toch weldegelijk bestaan, niet zozeer op individueel, maar op populatieniveau?
Een van de problemen is dus dat gelijkaardig gedrag van mannen en vrouwen anders gekaderd wordt. Als mannen en vrouwen op een bepaalde manier hun gevoelens tonen, dan zal men mannen eerder als gepassioneerd bestempelen en dat positief beoorden, terwijl men vrouwen eerder als emotioneel zal bestempelen en dat negatief zal beoordelen.
Dat klopt, alleen zegt dat niet zoveel over de vraag in hoeverre dat een oorzaak is, of een gevolg van iets anders.
In de rest van het (zoog)dierenrijk is het heel normaal dat mannetjes en vrouwtjes zich verschillend gedragen, maar dat neemt niet weg dat een vrouwtje dat zich dan als mannetje gedraagt, door mannelijke soortgenoten anders zal worden beoordeeld dan een vrouwtje dat zich gewoon als andere vrouwtjes gedraagt.
Natuurlijk kent ons brein meer plasticiteit dan dat van veel andere zoogdieren, maar dat wil op zich niet zeggen dat deze onbegrensd is. En waarschijnlijk zit er tussen mensen onderling ook weer verschil in de mate van plasticiteit.
(intelligentie/opleidingsniveau)
Joris Luyendijk, beschrijft zo in zijn boek "Dit kan niet waar zijn" hoe de ploeg die producten aan de man wil brengen gecontroleerd wordt door een soort auditploeg omdat de eerste voortdurend geneigd zijn om te grote risico's te nemen en dat de bankencrisis gedeeltelijk mede ontstaan is omdat die controle gefaald heeft. Een van de problemen is dat als een product op de markt komt en dat geld opbrengt, dat de winst van dat product in de boeken terug te vinden is. Maar al het geld dat bespaard werd door rampen te voorkomen doordat te grote risico's gestopt werden dat is veel moeilijker aan te tonen.
Oh ja, de auditploeg heeft over het algemeen relatief meer vrouwen dan de verkoopsploeg.
Maar dat staaft toch juist meer Baumeister's bewering dat mannen gemiddeld meer geneigd zijn tot risico nemen dan vrouwen? Of mis ik iets?
Ja maar de mens is heel plastisch op dat gebied. De meeste apen trouwens. Frans de Waal beschrijft zo in een van zijn boeken wat er gebeurt als apen van een soort die over het algemeen zeer agressief zijn, opgroeien bij een soort die over het algemeen eerder zachtaardig met elkaar omspringen en dan blijkt dat die agressieve apen toch ook heel zachtaardig kunnen zijnen dat die dominante agressiviteit dus een beduidende culturele component heeft.
Ik denk dat er ook niemand is die dat ontkent.
Alleen vind ik het wel jammer dat plasticiteit vaak wordt gebruikt om elke ondersteunende biologische verklaring op voorhand van tafel te vegen.
Het is natuurlijk ook wel een erg gepolitiseerd onderzoeksveld/debat geworden, waarbij de teneur lijkt te zijn dat er geen biologische factoren mógen zijn die een rol kunnen spelen bij eventuele verschillen, ongeacht hoe klein die soms ook zijn, want dat zou seksisme wel eens kunnen rechtvaardigen.
Dat laatste lijkt mij een vrij onzinnige gevolgtrekking.
Deze politisering doet me soms echter wel afvragen of er eigenlijk wel echt onafhankelijke onderzoekers zijn betreffende dit onderwerp.
(Waarvan moet de term "neuroseksisme" bijvoorbeeld een tegenhanger zijn? "Neuro-egalitarisme"?)
Aangaande jouw apen, bestaan er onderzoeken die aantonen dat een angstig karakter, bijvoorbeeld, weldegelijk overerfbaar is:
http://www.npowetenschap.nl/nieuws/arti ... gheid.html" onclick="window.open(this.href);return false;
Dus ja, apenhersenen zijn ook erg plastisch, maar dat betekent niet dat cultuur de onbetwiste alleenheerser is, daar waar het gaat om het gedrag.
De blinde vlek die we hebben voor de culturele effecten lijkt me veel groter. Ieder keer als er geklaagd wordt over de status quo lijkt de eerste reflex te zijn om te zoeken naar oorzaken in de biologie.
Dat kan best zijn, maar dat is op zich geen argument om biologische factoren uit te sluiten.
Cultuur en biologie zijn namelijk complementair, en cultuur wordt uiteindelijk door biologie gedragen.
Opvoeding kan zelfs letterlijk je biologie veranderen:
http://www.kennislink.nl/publicaties/me ... annenbrein" onclick="window.open(this.href);return false;
(En je biologie weer de volgende opvoeding, enz.)
Het is dus nog niet zo simpel.
En ik zou nog terugkomen op de voorwaarde waaraan de culturele verklaring zou moeten voldoen om als alleenheerser te worden beschouwd, bij het verklaren van de man/vrouw verschillen.
Culturele verklaringen zijn namelijk goed in het verklaren van interculturele verschillen, maar minder sterk in het verklaren van overeenkomsten.
Het kenmerkende aan cultuurgebonden zaken is normaliter namelijk relativiteit ervan, en hoe wat in de ene cultuur volkomen normaal is, in de andere volkomen absurd kan zijn.
Toch zie je dat de impliciete genderrollen, eigenlijk bijna overal in dezelfde hoek zitten.
In bijvoorbeeld Islamitische culturen worden deze impliciete rollen natuurlijk enorm uitvergroot, en daarmee expliciet gemaakt..
Maar toch zie je bijna overal eenzelfde ruwe vorm opduiken.
Het lijkt me te kort door de bocht om zo'n persistent, zich wereldwijd en door de geschiedenis heen, steeds herhalend patroon, af te doen met louter een culturele verklaring.
Dat zou bij mij althans altijd blijven knagen, omdat ik dan het idee blijf houden dat er iets over het hoofd wordt gezien.
Dat wij als maatschappij heel andere verwachtingen hebben van mannen dan van vrouwen en dat dat wel eens een beduidende factor zou kunnen zijn dat overwegen we pas als we de biologische factoren hebben kunnen schrappen.
Ja, maar goed.. "Beduidend" is iets anders dan "allesbepalend".
Ik betwijfel ook sterk dat alle biologische factoren zonder meer te schrappen zijn.
Het zou ook wel erg vreemd worden in mijn optiek, als wij mensen als enige diersoort geen enkele link zouden kennen tussen gedrag en biologie.
Het lijkt me dan waarschijnlijker dat onderzoeksmethoden tekort schieten.
Minder competitiviteit in de vorm van meer samenwerking kan net het aantal genomen risico's verhogen. Omdat in een competitieve omgeving jezelf opdraait, als het risico verkeerd uitdraait, terwijl in een samenwerkende omgeving de winsten en risico's gespreid worden. Als je voor de keuze staat om een risico te nemen dat in 40% 10.000€ zal kosten en in 60% 10.000€ zal opbrengen, dan ben je misschien niet bereid om dat risico te nemen. Als je echter met 10 bent die elk voor een dergelijke onafhankelijke keuze staan, en de winsten en kosten over elkaar verdeelt dan krijg je de volgende tabel.
| freq | 0.01% | 0.16% | 1.06% | 4.25% | 11.15% | 20.01% | 25.08% | 21.50% | 12.09% | 4.03% | 0.60% |
| winst | -10k | -8k | -6k | -4k | -2k | 0k | +2k | +4k | +6k | +8k | +10k |
De kans op verlies is nu gedaald tot een kleine 17% waarbij de kans op verlies van 10.000€ zelfs gedaald is tot 0.01%. m.a.w. door samen te werken wordt het nemen van die risico's draaglijker dan in een competitieve omgeving waarin men er alleen voor staat.
Ik ben bang dat ik die tabel zonder nadere uitleg niet echt kan lezen.
Daarvoor mis ik de juiste achtergrond, denk ik.
Zelf ben ik overigens ook voor een meer op coöperatie gerichte maatschappij en economie.
Het vervelende daaraan is natuurlijk wel dat je je winsten ook moet delen, en dat wil niet iedereen.
Vooral niet op een apenrots waar status erg belangrijk is.
Dat is iets waarvoor met name mannen graag veel risico's nemen.
Coöperatie is de meest rationele optie, maar de vraag is hoe rationeel we daar in kunnen zijn.
Zeker zolang we "self made man"-zijn als een merite beschouwen.
(Overigens zien we nu ook vaak dat de winsten worden opgestreken, maar de risico's verspreid, maar da's weer een ander hoofdstuk.)
Bovendien heb je het nu over risico's in de zakelijke wereld, maar de basis waarop we die nemen, is dezelfde als voor de risico's die we nemen om bijv. onze landen te verdedigen tegen vijandelijke invloeden.
Als culturen onderling competitief zijn, hoe ontkomen we daar als individu dan aan?
En wie zijn er dan demografisch het meest belangrijk voor het voortbestaan van een cultuur?
Toch wel raar dat als gelijke behandeling van mannen en vrouwen in het nadeel van de vrouwen zou uitdraaien, dat we dan veel sneller geneigd zijn om ons daarbij neer te leggen onder het mom dat dat nu eenmaal het verschil in natuur tussen mannen en vrouwen is maar dat als de mannen daardoor benadeeld lijken te worden daar iets aangedaan moet worden.
Misschien wel, alleen zie ik het belang daarvan niet zo in, in deze discussie.
Het gaat om wat men hiermee zou willen, en niet om wat men in het andere geval had gedaan, dat niet aan de orde is.
Het enige haalbare hier lijkt me dat mannen ophouden met te gaan lopen uit elke sector waar vrouwen hun intrede doen. Dat er op dit moment zo weinig mannen in het lager onderwijs zitten bv. lijkt me weinig te maken te hebben met de huidige omstandigheden, want een boel van de onderwijzers, mannen en vrouwen, zaten in het lager onderwijs toen er nog voornamelijk mannelijke onderwijzers waren. Alleen zie je maar al te vaak dat van zodra het aantal vrouwen een bepaald gewicht bereikt, mannen dat beroep of die activiteit minder interessant gaan vinden. Als mannen willen opkomen voor de jongens, dan moeten ze bereid zijn dat soort taken op te nemen.
Nou, het aardige is dat de omgekeerde situatie in het genoten onderwijs nooit heeft bestaan.
Meisjes hebben het in het genoten onderwijs eigenlijk nooit slechter gedaan dan jongens.
Ook zijn jongens niet dommer dan meisjes.
Mede ingegeven door financiële prikkels, hebben we hier wellicht te maken met een vorm van gelijke behandeling die tot een ongelijke uitwerking lijdt.
En dat werpt weer een andere interessante vraag op, namelijk wat we belangrijker vinden.
De behandeling, of de uitwerking?
Misschien is er gewoon meer aandacht nodig voor "jongetjesgedrag" om de boel recht te breien.
Jongetjesgedrag...
Dat wijst toch wel weer in de richting van iets biologisch.
https://decorrespondent.nl/2904/Waarom- ... 4-336a29a4" onclick="window.open(this.href);return false;
En daarmee benoemt hij een ander kenmerk van veel jongens. Jongens hebben, vaker dan meisjes, niet alleen moeite met plannen, ze leren ook het liefst door iets eerst te dóen en pas daarna de bijbehorende informatie op te zoeken. Dus eerst proberen die Ikeakast zelf in elkaar te zetten en pas als je erachter komt dat je de verkeerde schroeven hebt overgehouden, de handleiding erbij pakken. Meisjes zijn eerder geneigd de handleiding te gebruiken. Ze vertrouwen het systeem meer.
Dat sterkere wantrouwen van jongens en die neiging om meteen te gaan handelen, zou te maken kunnen hebben met het feit dat ze veel meer testosteron hebben dan meisjes, zo valt te lezen in het informatieboekje voor scholen: Jongens.. aan de slag! dat in 2012 werd geschreven door het onderwijsadviesbureau APS, in samenwerking met het Expertisecentrum Jongensgedrag. Testosteron maakt jongens doorgaans beweeglijker, strijdlustiger, competitiever, impulsiever en meer fysiek aanwezig.