axxyanus schreef:Dat is als je de juridische bril opzet.
De term “juridische bril” beschouw ik als een discriminerend eufemisme voor “hinderlijk heldere taal”. Alsof er twee werkelijkheden zouden bestaan, een “juridische” en een praktische. Juristen hebben de taak om de uitkomsten van ethische parlementaire discussies in praktisch bruikbare wetteksten te vatten, die in de toepassing zo weinig mogelijk aanleiding moeten zijn voor geschillen over de bedoeling van de wetgever.
Het scherp en helder formuleren of, zoals Maria dat noemt, “advocatentaal” is alleen een bedreiging voor mensen die zelf geen heldere argumenten op tafel kunnen leggen.
axxyanus schreef:Ik de praktijk gaat die dokter na of overgaan tot euthanasie in zijn ogen goede zorg is voor die patiënt.
Ik mag toch hopen van niet. Dokters die niet de democratisch tot stand gekomen wet uitvoeren, maar zelf voor god willen spelen moeten geweerd worden uit de euthanasiepraktijk.
axxyanus schreef:In de praktijk is het de arts die overtuigd moet worden en beslist omdat uitzichtloos en ondraaglijk lijden geen objectief te controleren maatstaf is. De arts moet dus uitmaken inhoeverre het aanvoelen van de huidige omstandigheden door zijn patiënt als uitzichtloos en ondraaglijk worden aangevoeld.
Inderdaad, wat de arts doet is dus geen “beslissen” over het recht op euthanasie (want dat heeft de wetgever al gedaan), maar alleen beoordelen of de situatie van betrokkene als “uitzichtloos en ondraaglijk” gezien moet worden. Indien de wetgever dat criterium anders zou formuleren, zou ogenblikkelijk ook die zogenaamde “beslissing” van de arts anders (moeten) uitpakken. Dat geeft al aan dat de arts helemaal niet, zoals jij stelt, “beslist” of euthanasie “in zijn ogen goede zorg is voor die patiënt”!
Ik ben het wel met je eens dat het criterium “uitzichtloos en ondraaglijk lijden” ruimte laat voor interpretatie, maar dat dit niet objectief te controleren zou zijn, gaat me te ver.
Er is op dat punt een groot verschil tussen het eerste (“uitzichtloos”) en het tweede criterium (“ondraaglijk”). Het eerste is vrij aardig te objectiveren. Ik zou willen dat de huidige regeling op dat punt meer eisen zou stellen, in die zin, dat bij afwijzing van een euthanasieverzoek wegens “niet uitzichtloos”, door de beoordelaar wordt aangegeven waaruit dat “uitzicht” dan bestaat. In de vorm van een concreet behandelplan. Anders blijft het een (te) makkelijke loze kreet.
Veel moeilijker ligt het bij het tweede criterium, “ondraaglijk”. De wetgever heeft ervoor gekozen om niet het oordeel te accepteren van degeen die het lijden moet “dragen”, hetgeen een principiële afwijzing inhoudt van het idee van zelfbeschikking.
In plaats daarvan moet een ander, een arts, beoordelen of het lijden voor de betrokkene ondraaglijk is of niet. Ga er maar aan staan, ook al ben je arts.
In ieder geval zou ik ook hier zware motiveringseisen willen stellen. Wie meent dat hij beter kan inschatten of het lijden van een ander “ondraaglijk” is dan de persoon die het betreft zelf, die heeft iets uit te leggen.