Marcel Hulspas nuchterder geworden. ( bron: E.O. forum )
Geplaatst: 18 aug 2007 14:56
http://www.eo.nl/forum/forum.php/list_messages/525/0.
De arrogantie van de wetenschap
Heeft wetenschap nut? Het lijkt geen vraag die je in één dag kunt beantwoorden, maar desondanks organiseerden de VSNU en de Koninklijke Academie half juni een bijeenkomst in de Rode Hoed gewijd aan deze vraag. Michael Persson schreef er een verslagje over, in de Volkskrant van 16 juni. Een verslagje dat (en ik ben ervan overtuigd dat Michael de sfeer die middag juist weergeeft) aangeeft dat de wetenschap nog lang niet toe is aan het zelfs maar eerlijk overwegen van die vraag.
De vraag is natuurlijk volkomen terecht. Wetenschap kost belastinggeld, en de wetenschap moet dus net als alle andere verbruikers van ´onze´ belastingcenten aan kunnen tonen dat ze die centen nuttig besteedt. Alleen, wanneer ambtenaren daarover beginnen, gaan wetenschappers onmiddellijk steigeren, als een bakker aan wie gevraagd wordt of zijn brood wel vers is. Nut? Op zo´n moment kijken wetenschappers elkaar met grote, vragende ogen aan. Michael formuleerde het in zijn openingszin als volgt: ´Sinds de vorige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloot dat wetenschap aantoonbaar wetenschappelijk nut moest hebben, vraagt de onderzoekswereld zich af wat ze daarmee bedoelde.´ Alsof dit een krankzinnig verzoek was, een typisch Haags verzinsel. Wellicht is het verstandig wetenschappers eraan te herinneren dat zijzélf al eeuwenlang beweren dat wetenschap nuttig is. Francis Bacon, de grondlegger van de westerse wetenschap, beweerde dat wetenschap er was 1) om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, en 2) om nuttige uitvindingen te doen, om het menselijk leven te veraangenamen. Die vraag vanuit Den Haag om dat laatste eens hard aan te tonen is dus helemaal niet zo gek; de ambtenaren willen gewoon weten hoe het met die fraaie belofte zit.
Want is wetenschap (en dan draait het natuurlijk om fundamenteel onderzoek) eigenlijk wel zo nuttig? Kunnen die belastingcenten zo nu en dan niet beter besteed? U kunt natuurlijk wijzen op alle mooie gadgets in uw huis, mede mogelijk gemaakt door Werner Heisenberg en/of Werner von Braun. Maar u weet net als ik dat dergelijke losse voorbeelden de principiële vraag naar het belang van het aantonen van het nut van fundamenteel onderzoek niet beantwoordt. En omgekeerd, ik kan natuurlijk wijzen op doodlopende onderzoeksrichtingen waarin vergeten onderzoekers hun dagen slijten. Op onderzoek dat alleen maar wordt verricht om een gehate collega dwars te zitten of om een volstrekt zinloos punt te bewijzen, daarvan zijn legio voorbeelden aan te wijzen. Allemaal weggegooid geld waarover deftig wordt gezwegen - maar het kunnen onbelangrijke uitzonderingen zijn. Een groter voorbeeld is daarom interessanter: het moderne medische onderzoek. Nee, niet het onderzoek in die goeie ouwe negentiende eeuw, toen de helft der mensheid smerig, uitgeput en doodziek was en je als onderzoeker kon scoren met een paar druppels ether, een flesje listerine, een paar reageerbuizen en een hok vol konijnen. Toen was fundamenteel onderzoek zeker nuttig (want nauwelijks fundamenteel). Nee, het gaat me om de afgelopen halve eeuw. De onderzoeksbudgetten zijn werkelijk tot astronomische hoogten gestegen. En wat staat daar tegenover? Zijn we de afgelopen vijftig jaar hier in het westen (de uitgaven voor zieken elders zijn verwaarloosbaar) astronomisch veel gezonder geworden? Nou nee. De gemiddelde levensduur is een beetje gestegen, maar tegelijkertijd zijn de uitgaven voor gezondheidszorg volledig uit de klauwen gelopen. Als geld besparen op de medische zorg de maat van succes is, heeft de medische wetenschap ongelofelijk gefaald. Deskundigen kunnen de oorzaken hiervoor overigens zo opnoemen: goedkope medicijnen worden voortdurend vervangen door marginaal betere, maar veel duurdere medicijnen; goedkope apparaten worden vervangen door peperdure nieuwe apparaten; onschuldige kwaaltjes waarvoor vroeger een goed advies of een huismiddeltje bestond, worden nu standaard bestreden met kostbare medicamenten of behandelingen. Kortom: de medische onderzoeksinspanning is onderworpen aan de zucht naar hogere omzetten. Een fors deel van dat geld had hoogstwaarschijnlijk veel beter aan iets anders kunnen worden besteed. Aan de kwaliteit van de zorg bijvoorbeeld. En ondertussen roept de wetenschap om steeds maar meer geld, voor genomics, gentherapie, en om een eind te maken aan de grote killers, kanker en hart- en vaatziekten. Nog een paar miljard en we zijn van alle ziekten verlost, klinkt het regelmatig. Dan breekt het medisch Utopia aan. Terwijl iedere demograaf je kan vertellen dat zelfs als we kanker en hartfalen weten uit te bannen, de gemiddelde levensverwachting nauwelijks zal stijgen. Het uitbannen van die killers is in verreweg de meeste gevallen slechts een uiterst bescheiden, uiterst kostbare uitstel van executie. Misschien toch maar een rem op dat kostbare fundamenteel onderzoek? Opdat we straks niet eenzaam, slechts omringd door peperdure robots die ons koste wat kost in leven houden, de laatste dagen moeten slijten?
Maar voor twijfel aan het nut van wetenschap was die middag in de Rode Hoed duidelijk geen plaats. ´Is er eigenlijk wel een probleem?´ zo vatte Michael de stemming in de zaal samen. En hij citeert vervolgens Frans van den Beemt van STW, die vertelde dat een lekenpanel dezelfde projecten aanwijst voor subsidie als de deskundigen. Die leken ´blijken juist van zeer fundamenteel onderzoek de grootste maatschappelijke winst te verwachten.´ Dat lekenpanel van STW gelooft blijkbaar, net zoals wetenschappers, dat fundamenteel onderzoek altijd prachtig is, en dat het uiteindelijk (alleen, niemand weet wanneer en hoe) vreselijk veel mooie dingen oplevert. Dat is niet verwonderlijk. Wetenschap staat in de moderne samenleving op een wel erg hoog voetstuk, en wetenschappers zullen de laatsten zijn om daar iets aan te doen. Maar het is natuurlijk schitterend dat Van den Beemt op zo´n middag dat stelletje leken in kan zetten om het wetenschappelijke oordeel over subsidies te ondersteunen – en dat betekent dan gelijk dat ambtenaren zich nergens mee moeten bemoeien! De leek gelooft onvoorwaardelijk in het nut van de wetenschap, dan moet de ambtenaar dat ook maar doen! (Misschien een ideetje voor Den Haag: een referendum organiseren over de vraag of politici deskundig zijn. Als de meerderheid het daarmee eens is, zijn verkiezingen voortaan overbodig.)
Mede dankzij dergelijke bijdragen zat de stemming er die middag goed in. Dagvoorzitter Henriette Maassen van den Brink, UvA-hoogleraar economie, besloot de bijeenkomst met de parmantige stelling dat ´een discussie over maatschappelijk nut van onderzoek geen enkel maatschappelijk nut heeft´. De zaal was het daar hartgrondig mee eens. Wetenschappers vragen om eens aan te tonen dat ze hun geld nuttig besteden, is blijkbaar uit den boze. De politie, de gemeenten, de jeugdzorg, het onderwijs: vrijwel alle sectoren van de samenleving moeten tegenwoordig aantonen dat ze iets nuttigs doen met onze belastingcenten. De Tweede Kamer, de rekenkamer en de Nationale Ombudsman houden dergelijke organisaties scherp in de gaten. Maar wetenschappers vinden die vraag onzinnig, bijna onbeschoft. Wetenschappers wéten gewoon dat ze nuttig zijn. En als wetenschappers dat van zichzelf zeggen, dan heeft de rest van de samenleving dat maar te geloven. De vraag is natuurlijk: hoe lang denken wetenschappers dat de samenleving deze arrogante vertoning zal tolereren?
Dit bericht is geschreven door Marcel Hulspas op zondag, 1 juli 2007 om 14:40
Tot mijn immense verbazing eindelijk een nuchter geluid van de heer Hulspas.
Wat vinden anderen hiervan?