Symposium: "Verbod op godslastering beter afgeschaft&am
Geplaatst: 18 mar 2007 13:24
Bron: trouwDe idee dat God niet beledigd mag worden, is niet meer van deze tijd. Daarover waren de deelnemers aan een Nijmeegs symposium het gisteren eens. Angst voor straf van Boven hoort in de Middeleeuwen.
Een wettelijk verbod op godslastering is ’een nutteloze stuiptrekking van een voorbije tijd’. Het kan om veel redenen beter afgeschaft worden.
Tot die eensgezinde slotsom kwamen de sprekers op het symposium ’Godslastering terug op de westerse agenda’ dat gisteren werd gehouden op de Nijmeegse Radboud Universiteit.
Een punt maken van godslastering is niet van deze tijd, betoogden Peter Nissen en Jean-Pierre Wils, decanen van de Nijmeegse theologische faculteit en de faculteit der religiewetenschappen. De idee dat God niet beledigd mag worden, komt volgens hen voort uit angst voor represailles van boven: dood en verderf, hongersnood en andere plagen.
Wie zulk ingrijpen vreest, heeft een magisch wereldbeeld, dat volgens Wils gebruikelijk was in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Peter Nissen kent een mooi voorbeeld: volgens de overlevering bespotte een vrouw uit Den Bosch in 1381 een beeld van de Zoete Moeder. Haar man, zo zei ze, was in staat veel mooiere beelden te maken dan dit exemplaar. Daarop strafte God (of was het de Zoete Moeder zelf?) me-teen: de vrouw viel dood neer.
Tegenwoordig leven we in een ’onttoverde’ cultuur, waarin de angst voor zulke wraak verdwenen is. Daarom, stellen de decanen, zou de staat zich niet meer moeten bemoeien met hoe mensen zich verhouden tot God, maar met hoe ze zich verhouden tot elkaar.
In de zaal heeft iemand bezwaar tegen de ’onttovering’ waarvan Nissen en Wils spreken. Duidt het gegeven dat wij sinds 1932 een wettelijk verbod op godslastering hebben niet juist op een ’herbetovering’? Nee, denkt Nissen. „Dat wij er vandaag over spreken en dat er de laatste tijd veel om te doen is, heeft wellicht te maken met een terugkeer van religie, maar het wettelijk verbod is een stuiptrekking van een voorbije tijd.” Ook in de islam is godslastering een actueel thema, stelt Jan Jaap de Ruiter, islamkenner van de Universiteit van Tilburg. Volgens hem is de Koran zelf tolerant over blasfemie en wordt volgens sommige teksten pas in het hiernamaals daarover geoordeeld. Maar de dominante traditie is vele malen orthodoxer, en juist dat radicale geluid is volgens De Ruiter gevaarlijk luid te horen.
Problemen met godslastering lijken er vooral te zijn in monotheïstische godsdiensten. Want in het hindoeïsme gaat het er veel ontspannener aan toe, weet Paul van der Velde, docent hindoeïsme-boeddhisme aan de Radboud Universiteit. ,,Als je problemen hebt met de ene god, ga je toch naar de andere? En, hindoegoden worden niet zo snel boos.”
Ook als je vindt dat God heel goed voor zichzelf kan opkomen, kan het wenselijk zijn op te treden tegen godslastering, zegt de Nijmeegse docent strafrecht Henry Sackers. De Romeinen deden dat bijvoorbeeld. Want: zodra iemand vindt dat een ander God krenkt, en daar aanstoot aan neemt, komt de openbare orde in gevaar.
Hier komt volgens Sackers een belangrijk onderscheid naar voren: godslastering is niet hetzelfde als het krenken van religieuze gevoelens. Tot op zekere hoogte is dat laatste in een maatschappelijke discussie toegestaan. Het eerste is in Nederland verboden, maar het is vrijwel onmogelijk iemands opzet daarin te bewijzen. Bovendien is er nog de vrije meningsuiting. Saillant: volgens Sackers geldt het Nederlandse verbod op ’smalende godslastering’ alléén voor de christelijke God (de oude minister Donner zou dat er expliciet bij gezegd hebben in 1933) en niet voor Allah.
De politieke discussie over het ’oppoetsen’ van dit gebod – na de moord op Van Gogh – was dus eigenlijk overbodig, verzucht D66-politica Fatma Koser Kaya. Immers, het was toch te doen om ’de’ moslims: voorstanders van een verbod op godslastering wilden ’de’ moslims daarmee beschermen, tegenstanders meenden dat gelovigen daarmee voorgetrokken worden. Koser Kaya: „Zo spannen politici gelovigen voor hun karretje – aan welke kant van de weg dat ook rijdt.”