Devious schreef:marc aka controle schreef: Probeer het nou een beetje objectief te zien. Eerst opereren de Joden met harde hand, jij keurt het af. Dan zegt Jezus dat je vijanden lief moet hebben en weer keur je het af. Wat wil je nu eigenlijk?
Johannes 2 vers 13:
‘En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem. En Hij vond in den tempel, die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende. En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om.’
Het huis van bezinning leek te zjin veranderd in een marktplaats. Ik kan me best voorstellen dat een bibliothecaris, bioscooophouder, museumdirecteur of voorganger een soortgelijke ergernis voelt opkomen als het hem in zijn nering overkomt dat anderen de zaak komen vervuilen met hun handelswaar en het bijbehorende rumoe..
Met
voorbedachten rade maakt de vredelievende Jezus, een gesel met touwtjes, mishandeld mensen en dieren, en gaat als een wildeman tekeer met de eigendommen van anderen.

Rare jongen, die Jezus
Niets menselijks zal de man vreemd geweest zijn
Lucas 14 vers 26:
'Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.’
Ja, het staat er écht, óók in de grondtekst ('myseo' betekent 'haat'). Rare jongen, die vredelievende Jezus
Wellicht helpt het lezen van de tekst in de bijbehorende context een ander verstaan. Kennelijk vroeg het nogal wat van mensen om lerling van Jezus te zijn. UIteindelijk hield hij er 12 over die hun leven vulden met rondreizen, vertellen over hun leermeester en zo nu en dan met gemarteld worden vanwege die verhalen zioals bijvoorbeeld het boek Handelingen verhaalt.. Al te familiair ingestelde mensen zouden zich eerder omkeren.
Mattheus 4 vers 35: ‘Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.
Volgens mij was die Jezus behoorlijk gestoord.
In het licht van de andere verhalen die over de man en zijn missie gingen komen mij deze teksten helder voor. Er zal bijvoorbeeld een bewustmaking vanuit gaan dat niemand zich kan laten voorstaan op de eigen werkverrichting of geesteshouding om een ander terecht te wijzen. Ieder faalt wel ergens om waardig gevonden te worden op basis van eigen verdiensten.
Mattheus 10 vers 34: ‘
Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’
Klinkt erg vredelievend
Dat klinkt heel anders dan een Wouter Bos en een Jan marijnissen die vooral gouden bergen beloven aan goedgelovige volgelingen.
‘
Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.’
Klinkt óók ontzettend vredelievend. Ja, deze uitspraak is écht gemaakt door iemand die zijn vijanden liefheeft
Om tegen te gaan dat een toeschrijving leidt tot verkleuring vind ik het handig de tekst in volledige context weer te geven. Tegen die context verbleekt gezocht jolijt. Het gaat volgens de overgelverde schriften om een context waarin volgelingen worden opgeroepen oog voor anderen te praktiseren.
Mattheus 25:35,50
"Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen."]
"Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?
En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?
En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?
En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan."
"Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is."
Het lijkt om een preek voor eigen parochie te gaan waarin op de noodzaak van een bepaalde geesteshouding met oog voor de nood van anderen wordt gewezen. Kennelijk heeft gebrek daaraan zou haar effecten op termijn die ook nadelig uitpakken voor al te hardvochtigen zelf en krijgen degenen die wensen te volgen een instrument in handen om de eigen instelling mee te kunnen scoren. Als zij bij zichzelf hardvochtigheid bespeuren moeten ze zichzelf bijsturen omdat ze met zo'n houding geen ambassadeurs van het verhaal kunnen zijn waarmee ze op pad gingen.
Zo'n context werpt een wat ander licht op de zaak dan puntjes op de jolijtscore die met wens tot ridiculisering uit selectieve recittatie van enkele zinnen binnengehaald kunnen worden. Wellicht zou een soortgelijke plaatsing van zinnen in de eigen context tot soortgelijke conclusies kunen leiden. Een beetje onderzoeker tracht in ieder geval zo onbevooroordeeld mogelijlk onderzoek te verrichten om een zuiver beeld van zijn onderzoeksobject te kunnen krijgen. Zo'n onderzoekende houding maakt het mensen mogelijk iets op te steken van hetgeen ze in hun eigen verband trachten te be-zien en be-grijpen. Gezien de boog niet altijd gespannen kan staan staat het mensen natuurlijk ook vrji om niet onderzoekend maar gewoon om een beetje te kunnen lachen bezig te zijn met teksten. Dat levert soms prachtige stokken op.
'Van alle middelen tot volledig levensgeluk die de wijsheid ons verschaft, is het verwerven van vriendschap verreweg het belangrijkste.’

Oeps! Vergissing, dat was één van Epicurus
Vriendelijke groet.
Het bijzonder graag goed gevonden willen worden bouwt niet altijd mensen en gemeenschappen op. Sterker nog: Al te goed blijkt nog wel eens is in buurman's gek te kunnen resulteren. De wijsheid is in staat om op lange termijn te bezien wat nuttig en nooodzakelijk kan blijken. De ene keer zal dit resulteren in investering in vriendschap, een andere keer zal duidelijk worden dat niet iedere ontmoeting zal leiden tot vriendschappen omdat daarbij domweg de goede wil van betrokken partijen bij vereist is. Epicures plaatste echter een algemene opmerking, een soort van beschouwende open deur waarbij hij niet al te diep op de materie inging om mensen persoonlijk aan te spreken. Zo'n open deur roept bijgevolg ook weinig weerwoord op.
