Wat bedoelt ie nou eigenlijk?
Aangezien ik niet precies snap wat Maartenn precies probeert te vertellen, heb ik ook geen flauw idee, of het waar is of niet.
Het is in elk geval niet waar dat je bij refrentiekaders die ten opzichte van elklaar een versnelling ondervinden zomaar de twee kunt verwisselen, en dan nog steeds de snelheid van het licht zowel als de grabitatieformules gelijk kunt houden. dat geldt wel voor een eenparige beweging, maar zodra er versnellingen optreden, moet je zo ongeveer de natuurwetten ondersteboven houden.
We laten de wereld vallen
Als eerste voorbeeld, laat ik eerste de aarde vanaf 10 meter hoogte op mij neer vallen, en vervolgens de maan.
Alhoewel Galilei al beweerde dat objecten even snel vallen, ongeacht hun gewicht, blijk dit nu ineens niet meer te werken. Niettegenstaande het feit dat ze door dezelfde massa van 75 kilo worden aangetrokken valt de aarde met een versnelling van 9,8m/s2 en de maan slechts met een versnelling van 1,6 m/s2.
De aarde valt dus omlaag in 1,42 seconde, de maan doet er 3,54 seconden over!
Ook de snelheid scheelt natuurlijk behoorlijk. De aarde komt neer met een vaart van ruim 50km/u, de maan ploft uiteindelijk neer met een sukkelgangetje van iets meer dan 20km/h.
Met een 2,5x hogere snelheid en een 8 x hogen gewicht zou je denken dat de aarde een 20 x grotere impuls heeft bij het neerkomen (en dat beiden verpletterend groot zouden zijn).
Maar nee: de impuls van de maan is slechts 424kgm/s en die van de aarde zo'n 1050 kgm/s
De laatste kan fataal aflopen, aan de maan zal ik wellicht geen gebroken botten over houden. Nou ja, op mijn leeftijd misschien wel.
De oorzaak van deze eigenaardigheden is natuurlijk de inherente fout in de gravitatiewetten.
Er is op de eerste plaats geen zwaartekracht M(aanrde)*M(Petert).R(aarde) bestaat waarschijnlijk niet.
Ook de resulterende versnelling (M)aarde/R(aarde) is waarschijnlijk onjuist. Natuurlijk is er wel een versnelling, maar die moet waarschijnlijk worden berekend door: (M(aarde)+M(Peter))/(R(aarde)+R(Peter). Dan maakt het inderdaad niet uit of je Peter en de Aarde omdraait. Ik weet niet tot hoeveel decimalen je moet gaan voor je het verschil merkt, maar ik vermoed erg ver.
De impuls is ook een andere: namelijk voor het complete - naar elkaar toe vallende stelsel aarde+Peter: M(aarde)*V - M(peter)*V. (de snelheid is immers omgekeerd! Na de klap is ze veranderd in M(aarde+Peter)*Vr (residusnelheid) . Aangezien dat slechts verwaarloosbaar verschilt met M(aarde)*V is er bij de klap dus ongeveer een impuls van M(Peter)*V verloren gegaan. De massa van de aarde maakt dus voor het meten van de klap niets uit. Maan: Idem ditto *.
Voor het overige gaat Maartenns' bewering dus wel op. Even de gravitatieformules aanpassen en klaar.
En we laten haar tollen
Moeilijker wordt het als we om onze as gaan draaien. Als ik op de pool ga staan en met een snelle voetbeweging de aarde in één seconde om haar as laat draaien, dan moet de evenaar een snelheid hebben gehad van gemiddeld wel 40.000 km/s. Nog gekker is het met de maan, want die zou - als ze recht boven de evenaar stond - in die ene sconde 6,28 x de lichtsnelheid hebben gehad. Natuurlijk zullen de Lorenztrnasformatie zulks voorkomen, maar als ik zou proberen de maan, tijdens mijn draaislag in de gaten te houden, dan zou ik toch flink duizelig moeten worden!
Hier zie ik niet in hoe ik de relativiteitsvergelijjkingen nog overeind kan houden, in een theorie waar het heelal om mij heen draait. Maar misschien is er wel eenzelfde soort correctie mogelijk. Ik zou allleen niet weten, hoe die er uit zou moeten zien! Waarschijnlijk buigen dan de lichtstralen die van de maan vandaan komen zo om, dat ik de maan na een seconde daar zie waar ze in theorie slechts na 6,28 seconden zou kunnen zijn. Maar aangezien ik te duizelig ben, kan ik dat niet berekenen
