Een filosoof is een vrijere geest dan een vrijdenker.
Geplaatst: 21 feb 2009 14:12
Het lot van de vrijdenker paradoxaal het einde van alle vrije denken
Wetenschap is voor een vrijdenker het summum van betrouwbare kennisverwerving waardoor hij enkel buigt voor bevindingen uit wetenschap.
Een vrijdenker denkt dus vrij, met die uitzondering dat enkel ‘waarheid’ zijn vrije geest beperkt.
De feiten, de logica daar onderwerpt hij zijn denken aan.
Noch voor religie, noch voor traditie of autoriteit wil hij buigen. “Uitsluitend voor de feiten zelf” en logica.
Dit principe vinden we terug in de tekst van de Franse wiskundige en natuurfilosoof Henri Poincaré (1854-1912)
Het denken mag zich nooit onderwerpen,
noch aan een dogma,
noch aan een partij,
noch aan een hartstocht,
noch aan een belang,
noch aan een vooroordeel,
noch aan om het even wat,
maar uitsluitend aan de feiten zelf,
want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken
Tegelijk is het vrijdenken een eerbetoon aan de vrije geest. De niet gebonden geest (niet gebonden aan dogma’s, autoriteit enz…).
Vanuit deze basismotivatie de wil tot vrijheid, zal een vrijdenker uiteindelijk niet bereiken wat hij beoogt, (een gevoel van vrijheid in zijn denken), want…
Tegelijk weet een vrijdenker dat wetenschappers voortschrijdend betrouwbare antwoorden vinden voor de filosofische vragen. Filosofische vragen waarover nu nog vrij kan gedebatteerd worden bij gebrek aan eenduidige antwoorden vanuit wetenschap.
Mettertijd zullen ethische, politieke, psychologische, sociologische vragen eenduidig beantwoord kunnen worden op een wetenschappelijke (betrouwbare) manier. Dat beoogt de vrijdenker eveneens. Dat is althans zijn streven.
Uiteindelijk zal de vrijdenker daardoor een gebonden geest worden. Enkel citaten (uit wetenschappelijk onderzoek) zal je nog uit z’n mond horen, wanneer je hem om z’n mening vraagt.
Elke speculatie, elke afwijkende mening of ‘visie’, elke creatieve bedenking zal voor hemzelf tegelijk als een verraad voelen aan de norm waaraan hij eveneens trouw wil blijven: betrouwbaar bevonden uitspraken uit wetenschap.
Uiteindelijk zal de vrijdenker door zijn eigen strenge objectieve maatstaven in zijn denken hoogst gebonden zijn en enkel nog mogen denken wat al resultaat van onderzoek bleek.
Volgens mij betekent dat (om het deels met Poincaré te zeggen) het einde van alle vrije denken.
Het lot van de goedbedoelende vrijdenker is uiteindelijk de totale onvrijheid of totale gebondenheid aan gevonden feitenkennis.
En dus is voor mij de filosoof die proberend antwoorden geeft, de meest vrije geest. Niet hij die de antwoorden gevonden heeft door wetenschap.
Maarten Vergucht
Wetenschap is voor een vrijdenker het summum van betrouwbare kennisverwerving waardoor hij enkel buigt voor bevindingen uit wetenschap.
Een vrijdenker denkt dus vrij, met die uitzondering dat enkel ‘waarheid’ zijn vrije geest beperkt.
De feiten, de logica daar onderwerpt hij zijn denken aan.
Noch voor religie, noch voor traditie of autoriteit wil hij buigen. “Uitsluitend voor de feiten zelf” en logica.
Dit principe vinden we terug in de tekst van de Franse wiskundige en natuurfilosoof Henri Poincaré (1854-1912)
Het denken mag zich nooit onderwerpen,
noch aan een dogma,
noch aan een partij,
noch aan een hartstocht,
noch aan een belang,
noch aan een vooroordeel,
noch aan om het even wat,
maar uitsluitend aan de feiten zelf,
want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken
Tegelijk is het vrijdenken een eerbetoon aan de vrije geest. De niet gebonden geest (niet gebonden aan dogma’s, autoriteit enz…).
Vanuit deze basismotivatie de wil tot vrijheid, zal een vrijdenker uiteindelijk niet bereiken wat hij beoogt, (een gevoel van vrijheid in zijn denken), want…
Tegelijk weet een vrijdenker dat wetenschappers voortschrijdend betrouwbare antwoorden vinden voor de filosofische vragen. Filosofische vragen waarover nu nog vrij kan gedebatteerd worden bij gebrek aan eenduidige antwoorden vanuit wetenschap.
Mettertijd zullen ethische, politieke, psychologische, sociologische vragen eenduidig beantwoord kunnen worden op een wetenschappelijke (betrouwbare) manier. Dat beoogt de vrijdenker eveneens. Dat is althans zijn streven.
Uiteindelijk zal de vrijdenker daardoor een gebonden geest worden. Enkel citaten (uit wetenschappelijk onderzoek) zal je nog uit z’n mond horen, wanneer je hem om z’n mening vraagt.
Elke speculatie, elke afwijkende mening of ‘visie’, elke creatieve bedenking zal voor hemzelf tegelijk als een verraad voelen aan de norm waaraan hij eveneens trouw wil blijven: betrouwbaar bevonden uitspraken uit wetenschap.
Uiteindelijk zal de vrijdenker door zijn eigen strenge objectieve maatstaven in zijn denken hoogst gebonden zijn en enkel nog mogen denken wat al resultaat van onderzoek bleek.
Volgens mij betekent dat (om het deels met Poincaré te zeggen) het einde van alle vrije denken.
Het lot van de goedbedoelende vrijdenker is uiteindelijk de totale onvrijheid of totale gebondenheid aan gevonden feitenkennis.
En dus is voor mij de filosoof die proberend antwoorden geeft, de meest vrije geest. Niet hij die de antwoorden gevonden heeft door wetenschap.
Maarten Vergucht