Van ervaringen weten we ook dat ze niet hoeven overeen te komen met de werkelijkheid (en dan denk ik aan alle mogelijke vormen van illusies (zintuiglijk of anders)).
Dat de waarnemingen niet altijd betrouwbaar zijn is nogal evident.
Echter
twijfel ,niet zekerheid,.is het het fundament van wetenschap,
Twijfel staat boven zekerheid, en wetenschap kan dan ook nooit
met zekerheid op een onwrikbaar of onbetwijfelbaar fundament steunen.
Daarom ook dat
inductie het basisinstrument is van wetenschap, en niet deductie.
Wetenschap is inherent onzeker en dat geldt ook op vlak van de waarnemingen (1)waarop het gebaseerd is.
Ik stel daarom deze ruwe karakterisering voorop :
wetenschap is verklaringen geven op basis van waarnemingen.
Dat is nog
geen definitie van wetenschap, want uiteraard moet je preciseren welke soort verklaringen
goede verklaringen zijn.
Eenvoud in wetenschap
Het principe van spaarzaamheid (ook bekend als Ockhams scheermes) zegt dat, als twee theorieën dezelfde waarnemingen verklaren, we de voorkeur moeten
geven aan de theorie die de minste theoretische entiteiten vooronderstelt.
In andere woorden: hoe directer de verklaringen zijn, hoe beter.
Of nog: de eenvoudigste theorie.
Dat alles in de vooronderstelling dat de theorie in overeenstemming is met de waarnemingen uiteraard.
Is dit niet zo, dan is je theorie té eenvoudig.
Je kan bijvoorbeeld
volhouden dat God onze aarde geschapen heeft.
Op zich is dit niet in tegenspraak met de empirische gegevens die we hebben,
maar we hebben even goed kosmologische verklaringen van het ontstaan
van de aarde waar God niet in meespeelt.
En die verklaringen zijn gebaseerd op natuurwetten die we sowieso nodig hebben, ook als we God als schepper van de aarde erbij halen.
De theorie mét God verklaart dus even veel als de theorie zonder God, maar poneert een extra theoretische entiteit, nota bene met ondoorgrondelijke
eigenschappen: God.
Het principe van spaarzaamheid geeft de voorkeur aan de theorie zonder God omdat ze eenvoudiger is en hetzelfde verklaart.
Het principe van spaarzaamheid zegt niet welke theorie waar is.
Het is een gids naar de waarheid, een raadgeving om voorzichtig te zijn in onze vooronderstellingen en niet meer aan te nemen dan we rationeel
gezien zouden mogen aannemen.
Als een minder eenvoudige theorie wil serieus genomen worden, is het niet genoeg om te zeggen "Ik kan dat ook verklaren!"
De bewijslast ligt bij de minder eenvoudige theorieën: zij moeten bewijzen dat ze niet alleen hetzelfde, maar zelfs meer verklaren dan de eenvoudigste correcte theorie.
Met andere woorden: zij moeten aantonen dat het aannemen van de extra vooronderstellingen niet nodeloos is, maar iets opbrengt in de queeste naar de waarheid.
Het principe van spaarzaamheid vormt voor mij dan ook de basis van de wetenschappen.
Het principe van spaarzaamheid gaat niet om nut, maar om rationaliteit.
Het is het meest rationeel om volgens dat principe wetenschap te bedrijven, omdat je op deze manier dichter bij de 'waarheid' komt,
'convergeert naar de waarheid' als het ware. .
( Bron ;
Koen Vervloesem --->
http://koan.filosofie.be/index.php?/arc ... schap.html
zie ook
Bertrand Russel over ockham's scheermes
http://groups.msn.com/evodisku/evofilos ... 8774460486
Bertrand Russel " de geschiedenis van de westerse filosofie " p 427
" ....Occam is het best bekend om een grondstelling, die men niet in zijn werken vindt, maar die toch de naam van ,,Occam's scheermes" heeft verworven.
Deze grondstelling luidt:
,,Het aantal entiteiten moet niet zonder noodzaak worden vermeerderd."
Hoewel hij dit niet met zoveel woorden heeft beweerd, heeft hij toch wel lets gezegd, dat daar praktisch op neer kwam, namelijk:
,,Het is zinloos om met meer te doen, wat met
minder kan geschieden."
Dat wil zeggen:
wanneer alles in een bepaalde wetenschap kan
worden verklaard zonder een bepaalde entiteit,
bestaat er geen enkele reden om die in te voeren.
Voor mij is dit steeds het
vruchtbaarste beginsel van de logische analyse geweest. ...... "
De Engelse franciskaan William of Occam poneerde zevenhonderd jaar geleden al het principe dat je, wanneer je wordt geconfronteerd met twee gelijkwaardige
hypotheses om een fenomeen te verklaren, altijd de simpelste hypothese moet volgen.
(Over de juiste manier waarop hij dit zei en of hij de eerste was om dit principe te poneren - ook Aristoteles schreef al iets gelijkaardigs-, bestaat
wetenschappelijke discussie, maar dat is hier niet van belang.)
Occam was dus een vroege adept van wat de Amerikanen, met hun voorliefde voor acroniemen,
"KISS" doopten: Keep It Simple, Stupid!
Sagan past dit principe toe op een hele hoop buitennatuurlijke fenomenen waarvan de pers tegenwoordig bol staat
De zoektocht naar eenvoud is niet van vandaag of gisteren.
De filosoof Willem van Occam leefde in de veertiende eeuw in Surrey, Engeland Hij viel steevast uit tegen zijn collega's die de toestand van de wereld steeds ingewikkelder gingen uitleggen. Het was alsof degene die het meest ingewikkeld klonk als de knapste werd beschouwd en daarom wel de waardheid moest
spreken.
Occam protesteerde met een stelling waar werkelijk alle franje uit was gesneden en die misschien daarom wel beroemd werd:
Entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem
(men moet de dingen niet ingewikkelder maken dan nodig is)
In een redenering mogen niet meer elementen gebruikt worden, dan die strikt noodzakelijk zijn om de conclusie te bereiken.
Ze is bekend geworden onder de naam 'Occam’s razor' (Occams scheermes), waarschijnlijk omdat met behulp van dit ezelsbruggetje ( vuistregel/ heuristiek ) alle overbodige franje van een redenering kon worden afgesneden.
Hij doelde op de zelfgenoegzaamheid en ijdelheid om in filosofische zaken méér te veronderstellen , wanneer het mogelijk is om minder te veronderstellen.
In zijn streven om niet meer aan te nemen dan nodig, ontleedde hij elke kwestie als het ware met een scheermes.
Die ijdelheid waar Occam op wijst, heeft zijn nadelen.
Het is ijdel in de zin van vergeefs omdat de elementen niets toevoegen aan ons begrip of ons vermogen om de zaken te veranderen.
Het is ook ijdel in de zin van hoogmoed: uitvoerige modellen - waar eenvoudiger modellen zouden kunnen volstaan, blijven overeind door humbug en opschepperij.
Op grond van Occam kun je drie gebieden onderscheiden waarbij het de moeite waard is om dingen simpel te houden.
Theorie: negeer de theorieën en aannames die niet stroken met een specifiek geval.
Als we iets nodeloos ingewikkeld maken, dienen we misschien een interessante theorie, maar we bewijzen een slechte dienst aan mensen die bij het probleem zijn betrokken.
Taal:
vermijd vage woorden die belangrijke details kunnen verdoezelen.
Als het gaat om oplossingen vinden is het veel effectiever directe woorden, verhalen en standpunten die precies zeggen wat in een bepaald geval goed werkt.
Verbeelding:
ga niet raden naar verborgen (en niet-behulpzame) aspecten.
Kortom focus, ook in de beelden die je maakt, en gooi daarin weg wat overbodig is.
De verklarende kracht van een "idee" is ook niet altijd meteen duidelijk wanneer het wordt geopperd.
Bijvoobeeld___ volgens
Dennett___ werkt het idee 'evolutie' op andere ideeën in als een bijtend zuur.
Blijkbaar
geeft het idee aanleiding tot nieuwe manieren van denken, en maakt het zo nieuwe ideeën mogelijk. Het moet ook mogelijk zijn dat er ideeën bestaan die niet meteen zinvol lijken, maar wel aanleiding kunnen geven tot nieuwe denkpatronen.
Men zou, kunnen vermoeden dat een te radicaal gebruik van het principe van spaarzaamheid ervoor kan zorgen dat dergelijke ideeën worden verworpen.
Ik kan me ideeën voorstellen die niet passen in een bestaand wetenschappelijk kader, maar die wel zinvol zijn; in de zin dat ze een bepaalde manier van denken illustreren die aanleiding kan geven tot nieuwe ideeën.
Echter
Als bepaalde ideeën op een bepaald moment worden verworpen door het principe van spaarzaamheid, ( n=
scheermes van ockham zie hieronder ) dan betekent dat, dat die ideeën rationeel gezien niet in onze
huidige wetenschap passen.
Dat sluit niet uit dat deze ideeën later niet kunnen passen in de wetenschap.
deeën die te vroeg worden aangenomen, nog voor er rationeel gezien reden toe is, kunnen gevaarlijk zijn en de wetenschap een hele verkeerde richting
uitsturen.
Denk bijvoorbeeld aan de idee van de alchemisten in de middeleeuwen dat we chemische elementen kunnen omzetten, bijvoorbeeld lood in goud.
Dat werd uiteindelijk verworpen, men nam aan dat elementen niet kunnen veranderen.
Hier is men later op teruggekomen, bij de ontdekking van het fenomeen kernsplijting in 1939.
In de tijd van de alchemisten was de 'wetenschap' nog niet klaar hiervoor, in 1939 wel.
Ockhams scheermes werkt als een filter die ideeën pas toelaat wanneer de wetenschap er klaar voor is.
Wetenschap veklaart , hoe dan ook , want hoe 'verklaar' je anders dat je dokter toch oorzaken vindt als je ziek bij hem langsgaat en hij je kan genezen?
Door een loutere beschrijving van je toestand (koorts, zweten, slap voelen) kan dat niet.
Je hebt de verklaring nodig dat je door een virus of bacterie aangevallen bent, voor je daarvan kan genezen worden.
Je hebt de verklaring nodig van de werking van het medicijn tegen de boosdoeners. Enz.
Dat wetenschap enkel maar beschrijft is niet correct, dan zou wetenschap enkel maar bestaan uit opsommingen van feiten,(
postzegelverzamelen , noemde J.J.Thompson dat ooit )
terwijl we in wetenschap net
'wetten', 'hypotheses', 'verklaringen' en allerhande tegenkomen.....
zie ook
IS WETENSCHAP OOK EEN GELOOF ?
http://groups.msn.com/anti-creato/gener ... 7654128860
(Noot 1)
Metingen zijn natuurlijk ook empirsche en concrete waarnemingen ;
Zoals je wellicht weet bestaan er strikte voorschiften en procedures waaronder dit moet gebeuren ... Bovendien wordt altijd de foutenmarge berekend /aangegeven zodat de meting meteen wordt gezet binnen grenzen van het niveau ( de meetruimte )van de fysische werkelijkheid die het onderwerp van de meting bevat