In zekere zin is de kalender altijd wetenschappelijk geweest, maar ze is sterk beïnvloed door de loop van de geschiedenis. Ik typte op google in “why are there 24 hours in a day", en vond onder meer
deze pagina. Het lijkt erop dat het allemaal te maken had met de sterren en de planeten (inclusief zon en maan). Er zijn vier markante punten in het jaar die daarbij opvallen, De langste dag, de kortste dag, en de twee momenten waarop dag en nacht vrijwel precies even lang zijn. Dat deelt het jaar automatisch in vieren. Langere tijdsduren kon je bepalen met de plaats van Saturnus (30 jaar – 198 dagen) en Jupiter (12 jaar – 50 dagen). Met name Jupiter bewoog dus in 12 jaar tijd rond de sterrenhemel (pas na 7 jaar ontdekte je een afwijking van 1/12) en dat heeft er waarschijnlijk toe geleid dat men sterrenhemel in 12 zowel als in 30 gelijke delen heeft verdeeld. Dat leverde de 360 graden van een cirkel op. Omdat men kon vaststellen welke ster er kort na zonsondergang en kort voor zonsopgang te zien was op de plek waar de zon op- of onder ging, was men er ook al gauw achter dat ook de zon elk jaar dezelfde baan volgde waar Jupiter en Saturnus bijna 12 en bijna 30 jaar over deden. Dit was aanleiding tot het bedenken van 12 sterrenbeelden. Dat ze niet allemaal even groot waren, heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de baan van de aarde ietwat elliptisch is en derhalve de plaats van de zon in de winter sneller verandert dan in de zomer. Let wel we hebben het dan over zomer en winter ten tijde dat men de sterrenbeelden bedacht. Door de
precessie ligt dit nu een tikje anders. Het zou logisch zijn geweest om ook een etmaal in 12 gelijke delen te verdelen (6 voor de dag en 6 voor de nacht, maar hiervoor heeft men niet gekozen. Men heeft er de voorkeur aan gegeven, wellicht om zowel voor de dag als voor de nacht tweemaal zoveel uren te kiezen teneinde een nauwkeuriger indeling te krijgen. Daarvoor was de gradenboog van 360 graden óók geschikt (elk uur verplaatst de zon zich dan 15 graden). Misschien is de nog nauwkeuriger verdeling in 36 niet zo geschikt bevonden omdat 10 graden niet zo goed op het oog is in te schatten, maar het kan evengoed zijn dat men gewoon zowel het jaar, de dag en de nacht door hetzelfde getal wilde delen. De mens houdt nu eenmaal van overeenkomsten.
Er ontstonden alleen allerlei probleempjes met de tijdmeting omdat de werkelijke lengte van het jaar nu eenmaal niet met de lengte van de dag overeen wil komen en al helemaal niet met de – toch zo mooie – gradenboog. De werkelijke lengte van het jaar leidt er toe dat men haar alleen nauwkeurig kan delen door 5 en 73, hetgeen geen mooie getallen zijn (met name 73). Iets minder nauwkeurig zijn 2, 7 en 13 maar dat leverde wel periodes op die vrij goed overeenstemden met die vier maandfases (duren elk ongeveer 7 dagen). Het getal 7 kwam ook naar voren bij het gebruik van de maandkalender, aangezien men 7 jaar deze vrij nauwkeurig kan houden door beurtelings 12 en 13 nieuwe manen te kiezen voor de lengte van het jaar. Pas in het 8e jaar treed er een afwijking op, die men kan opvangen door een extra kort jaar in te lassen, en na 7 van die periodes (van 8 jaar) dient men nóg een extra kort jaar in te voegen. Bovendien waren er zeven dingen aan de hemel die langs de vaste sterren bewogen, dus dat verklaart wellicht de keuze van een week van 7 dagen. De week is niet bedacht om de kalender moeilijker te maken, maar wellicht juist om haar nauwkeuriger te maken, Door na elke 52 weken één dag extra te tellen, had men meestal de zonnewende goed voorspeld, en eens in de vier jaar moest er nog een dagje bij ook niet zó moeilijk, Die 52 weken hoefde je niet eens af te tellen, je kon gewoon na 12 nieuwe manen een week wachten en daarna het nieuwe jaar aankondigen op het moment dat je één weekdag voorbij de dag was waarop vorig jaar was begonnen (en in een olympisch jaar twéé weekdagen). Je hoefde dus alleen de nieuwe manen en de dag in de week bij te houden. Uiteraard ging het nog makkelijker als zowel de 12 nieuwe manen(maanden) als de dagen in de week namen hadden. Dan hoefde je alleen te onthouden welke maand en welke dag in de week het was (behalve voor het olympisch jaar, dan moest je wel tot vier tellen). Een kind kan de was doen! NB we houden nog steeds olympische spelen in een schrikkeljaar. Dus daarom zijn er 12 maanden en 7 dagen in de week.
Dus voor wie denkt dat het allemaal zo moeilijk was: Je hebt het mis: Het was in feite heel makkelijk om de nieuwjaarsdag te bepalen. In de tijd van een mensenleven zat je er hoogstens één dag naast. (de 25e schrikkeldag moet je namelijk overslaan weten we nu).