En dan nu het voorstellen. Ik ben Janet, 35 jaar oud. Getrouwd en moeder van één kind. Op mijn 20e (bijna 21) ben ik getrouwd met de liefde van mijn leven. Wij zijn beiden in Gereformeerde Vrijgemaakte kerk opgegroeid en samen (ongeveer dan) van het geloof afgestapt en uit de kerk gegaan. Ik vind het echt een wonder dat we nog steeds dol op elkaar zijn en echt van elkaar houden. Nee, niet een wonder van god.
Ik heb tot mijn 20e de standaard weg van een gereformeerd vrijgemaakte gevolgd. Belijdenis op mijn 18e en na 3,5 jaar verkering trouwen mijn vriendje. Gelukkig waren wij beiden niet "standaard" in onze overtuiging. Heel lang hebben wij allebei het kritisch denken uitgezet of omzeilt. Voornamelijk door het bekende "wie twijfelt is een zondaar" dogma. Heerlijk zo'n dooddoener... . Eerst zoekend naar verwante kerken, tot het kijken naar evangelische kerken, vervolgens naar het 'ik geloof in iets' en uiteindelijk goed kijkend naar de vraag: maar geloof ik eigenlijk wel? En het voor mij verlossende antwoord is Nee. Ik geloof niet in een God die het lot van een hele mensheid koppelt aan één foutje. En helemaal niet als dat foutje zoiets basaal is als één stoute actie als het eten van een verboden vrucht. Het is toch te zot voor verwoorden dat ik nu nog gestraft zou worden voor het feit dat mijn over-over-over-over-over- grootmoeder een brood zou hebben gestolen?
Over het geloof kan ik heel cynisch en sarcastisch zijn. In de paar topics die ik gelezen heb, vind ik tot nu toe veel herkenning terug. Een motto van een toevallige reisgenoot heeft, nadat ik/wij al jaren bewust kerkloos waren, mij rust gegeven. En dat is: "In jouw huis gelden jouw regels. In het huis van jouw gelovige familieleden gelden diens regels." Dit heeft mij verlost van de calvinistische schuldgevoelens. Bijvoorbeeld als gelovige familieleden langskomen en je weet dat het moment van bidden of bijbel lezen eraan komt. Prima als ze in zichzelf bidden, maar een "preek" gebed mogen ze in hun eigen huis doen
Nu ben ik zover dat ik blij ben met mijn ongeloof. Tegelijk ervaar ik nog een strijd, en dan met name een interne strijd, in de omgang met gelovige kerkse familieleden. Het verschilt wie, maar zelfs diegene die ook ons als ongelovige accepteren, voel je altijd een afstand. Je kan nooit 100% je mening uit, omdat je weet dat je ze dan kwetst. En ook al proberen ze je niet bekeren. Dan nog denk ik: als je zo gelooft in dat gelovigen de hemel hebben, waarom doe je dan niet je best om mij/ons daar ook te krijgen? Het dogmatisch denken van de vrijgemaakte kerk is erg lastig om los te laten....