mg1 schreef:Een artikel wat ik je wil aanraden is het artikel “Vrijheid = democratie?” van Bart Croughs. In dit artikel legt Croughs de problemen uit over het idee dat democratie gelijk is aan vrijheid. Hij kaart er een aantal inconsistenties en problemen in aan. Daarbij legt Croughs uit wat een consistenter 'systeem' is.
http://www.meervrijheid.nl/index.html?k ... cratie.htm
Bedankt voor de tip. Hier mijn bedenkingen.
De centrale stelling van Croughs is gebouwd rond een mi. te beperkende definitie van vrijheid: “vrijheid is het recht van eenieder is om vrijelijk over zichzelf en de vruchten van zijn arbeid te beschikken.” Wanneer iedereen die definitie zou aannemen, zegt Crough, bestaan er geen conflikten omtrent vrijheid meer. En eenmaal deze conflikten van de baan, kunnen we de staat en de overheid afschaffen.
Wat zijn de werkelijke 'vruchten van de eigen arbeid' voor een investeerder, een fabrieksarbeider, een immobiliënmakelaar, een soldaat, een arts? In onze samenleving produceert haast niemand alleen of vóór zich alleen. Een antwoord zou zijn 'laat vraag en aanbod beslissen wat iemand ontvangt voor zijn inspanningen'. Maar stel je enkele vennoten voor met gelijke aandelen, waarvan één zich de pleuris werkt en een andere enkel de dag plukt. Hoe kan ieder beschikken over de rechtmatige vruchten van zijn arbeid? Misschien dacht de auteur aan 'persoon en eigendom', een geijkte uitdrukking uit de rechtspraak. Maar 'arbeid' klinkt gewoon populairder dan 'eigendom'.
Ik ben vrij als ik een boek kan lezen, de trein naar de stad kan nemen, in mijn tuin kan werken etc... Wanneer ik iemand in vervoering het woord 'vrijheid' hoor roepen, denk ik altijd: vrijheid om wat te doen? De enige algemeen geldende definitie van vrijheid is: “de vrijheid tot handelen.” Ter illustratie een recent kranteberichtje. Een eigenaar keerde terug naar zijn vakantiewoning in Spanje om te ontdekken dat men, in het vuur van een bouwwoede die de absolute vrije markt benadert, een gebouw 20 cm vóór zijn voordeur had opgetrokken. Hij was niet aangetast in zijn persoon, en hij was nog altijd de bezitter van zijn huisje - de vrucht van zijn arbeid. Alleen de vrijheid om er binnen te gaan - de vrijheid iets te doen - was hem ontnomen.
Maar waarom gelooft de auteur dat het mogelijk is iedereen te overtuigen van zijn vrijheidsideaal, en dat conflikten vanzelf verdwijnen wanneer allen bekeerd zijn? Dat doet me wat denken aan een ander geloof met meer aanhangers, namelijk het geloof dat er slechts vrede komt als we allen moslim zijn geworden.
Bart Crough verdedigt zijn theorieën in het publieke domein. Daarin volgt hij de traditie van Adam Smith, Ayn Rand, F. de Bastiat, F. Hayek etc....Door deze werkwijze erkennen deze denkers per sé de waarde van het debat in de democratische samenleving. Wetenschappen aangaande mensen bevatten te veel onbekenden om aan deskundigen over te laten. Het maatschappelijk debat is een essentieel onderdeel van de vrijheid van dezelfde mensen die eventuele besluiten moeten uitvoeren en ondergaan. Met de huidige stand van de wetenschap zullen politieke en economische denkers niet snel met een definitief, alles verklarend en alles voorspellend systeem op de proppen komen. Wél leveren ze, al dan niet in aangedikte of sloganeske vorm, richtingen en ideeën aan voor de hele samenleving. Om besluiten te nemen beschikt de samenleving over geen ander middel dan demokratisch informeren, debatteren en beslissen.
In hun eigen historische scharnierpunten hebben Adam Smith, Karl Marx, John Keynes, Milton friedman en andere economen belangrijke nieuwe ideeën aangebracht. Zo heeft de zoekende samenleving strijd geleverd tegen oorlogszuchtig mercantilisme, tegen predator-kapitalisme, tegen armoede, tegen staatsonderdrukking. De demokratische samenleving heeft door de band besluiten genomen die aangepast waren aan de uitdagingen, en heeft telkens geleerd uit haar ervaringen.
Het enige alternatief is op zoek gaan naar diktators aan het eind van hun latijn, die bereid zijn het oor te lenen aan passerende heilsprofeten. Plato ging naar Syracuse om zijn theorieën in praktijk te zetten, maar moest al spoedig vluchten voor zijn leven. Milton Friedman adviseerde vanaf 1973 de militaire junta van Brazilie, waar al spoedig werkloosheid én recessie de pan uit rezen. Vanaf 1975 adviseerde hij ook dictator Pinochet in Chili, die merkwaardig genoeg in de ogen van veel extreem-liberalen bekend staat als een kruisvaarder voor Vrijheid. Ook het 'mirakel van Chili' draaide na slechts enkele jaren, in 1982, uit op een fiasco. De moeilijkheid was niet het enthousiasme van de profeten of de domheid van de diktators, maar de afwezigheid van een demokratie die ideeën overweegt, loutert, legitimeert en verwezenlijkt.