Turkije en de EU: Het probleem zit in Europa
Geplaatst: 02 feb 2008 18:52
TURKIJE EN DE EU: HET PROBLEEM ZIT IN EUROPA
Tot voor kort was ik een tamelijk groot voorstander van het zetten van verdere stappen in de richting van Turks lidmaatschap van de Europese Unie. De doorslaggevende reden om van standpunt te veranderen is voor mij de inhoud van het rapport Eurlings. Het rapport dus ter voorbereiding van de bespreking in het Europees parlement onder eindredactie van CDA-europarlementariër Camiel Eurlings. Om echt duidelijk te maken waarom mijn standpunt veranderd is, zal ik eerst mijn oude standpunt nog wat toelichten.
Mogelijke veranderingen
De belangrijkste reden om het voeren van onderhandelingen over toetreding niet af te wijzen werd in mijn ogen vrij goed verwoord door ene Robbert Woltering in een artikel op de webstek van Risq, Review of International Social Questions getiteld: EU-Turkije, de onzinnige argumenten (einde 2004). De nadruk in dat stuk en in mijn reactie werd gelegd op de noodzaak te kijken naar politieke processen op middellange termijn in plaats van naar een exacte analyse van wat nu de huidige stand is. Woltering “De tegenstanders van toetreding refereren vaak aan de grote macht van de militairen, die de vermeende ondergrondse macht van de islamisten onderdrukt. Welnu, in de komende jaren zal het militaire establishment zich verder moeten terugtrekken uit de Turkse machtskringen. Mochten de tegenstanders gelijk hebben, dan zullen de islamisten zich vervolgens laten zien, met als gevolg: einde onderhandelingen.”
Verder vond ik in zijn betoog het deel dat inging tegen de voorstanders juist niet zo sterk. In dat stuk benadrukte Woltering dat het argument van een “Europees” Turkije dat een brugfunctie vervult niet deugde vanwege de tegenstellingen tussen Turken en Arabieren.
Ik schreef: “Toen ik het las moest ik gelijk denken aan een bordje dat ik een tijd geleden las in het oude Turkse plaatsje Side. In Side kun je nog veel sporen vinden van de Romeinse vesting die het ooit was. Door de Arabieren is het stadje vrijwel volledig verwoest. Zo zeer dat er vele eeuwen niemand meer woonde. Ik bedoel maar: je kunt zelf kiezen welk deel van de geschiedenis je naar voren haalt: de Arabische overheersing van de Turken of de Turkse overheersing van de Arabieren. Dat is ook de kern van het unieke Europese project: luttele jaren na de tweede wereldoorlog (in vergelijking met de verhalen over kruistochten, ottomaanse rijk etc) vormt het duo Frankrijk-Duitsland een eenheid die af en toe ergerlijke vormen aanneemt voor de andere EU-landen!”
Bovendien vormen de Arabieren maar een beperkt deel van de islamitische wereld. In het rapport van Eurlings wordt dan ook niet gesproken over een brugfunctie van Turkije naar de Arabieren maar van Turkije naar de islamitische wereld.
Europa’s sterkste drukmiddel
Tot op grote hoogte gelden de argumenten om door te gaan met stappen in de richting van een Turks lidmaatschap van de EU nog steeds. Dat is ook een belangrijk deel van de boodschap van het rapport van Eurlings. Er worden verschillende terreinen genoemd waarop voortgang is geboekt. En dat niet alleen: die voortgang is voor een deel te danken aan het sterkste drukmiddel waar de Europese Unie over beschikt: de aantrekkelijkheid van het lidmaatschap. Ik schat in dat Eurlings constatering dat meer voortgang is geboekt in de beleidsvorming dan in de beleidsuitvoering juist is. Maar dat is ook niet onlogisch en indien in ieder geval op beide terreinen vooruitgang geboekt wordt is dat een bevestiging van het succes van het “beleid van verlokking”.
Als bijlage bij het rapport is het advies opgenomen van de “commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid” (wie verzint zo’n naam?). Met welke mate van achterlijkheid we in Turkije ook nog te maken hebben wordt duidelijk uit overweging C: “…overwegende dat pasgeborenen in sommige regio's van Turkije niet onmiddellijk worden geregistreerd, en dat de leeftijd van jonge vrouwen als gevolg van deze late inschrijving willekeurig kan worden vastgelegd, zodat minderjarige meisjes meerderjarig kunnen worden verklaard, hetgeen de facto neerkomt op een legitimering van gedwongen huwelijken,..” en punt 8: “verzoekt de Turkse regering ervoor te zorgen dat huwelijken in het gehele land wettelijk worden geregistreerd” Wat mij betreft kun je hier de nadruk leggen op de achterlijkheid maar je kunt ook stellen dat wanneer je hier daadwerkelijk als Europa een positieve invloed op uitoefent je echt voor heel veel mensen (cq jonge vrouwen) iets wezenlijks betekent.
Ik zou daarvoor wel enige nadelen van voortgaande onderhandelingen willen accepteren. De vraag is echter hoe je de mogelijkheden van (verdere) vooruitgang inschat. Dat inschatten is hoe dan ook een erg lastige zaak.
Het gelijk van de Turken
Intussen is de belangrijkste reden dat Eurlings’ rapport in Nederland wat meer aandacht gekregen heeft dan het gemiddelde voor en door het Europarlement geproduceerde stuk natuurlijk de kwestie van de Armeense genocide. Het ellendige aan deze kwestie is dat de manier waarop het CDA en vooral de PvdA hier mee om gaan zo duidelijk gebukt gaan onder de makke van de partijen dat je tot op zekere hoogte de Turkse Nederlanders die te hoop lopen tegen die partijen gelijk moet geven. In plaats van te focussen op wetten en praktijken in Turkije en Nederland die door het onmogelijk willen maken van open discussie over de geschiedenis (van Turkije) blijk geven van een eng-nationalistische opstelling, wordt er een fractie- en partijdiscipline kwestie van gemaakt.
Zoals de krant Trouw al schreef wordt die opstelling dan een soort spiegelbeeld van de Turkse opstelling: in plaats van het niet mogen schrijven over de Armeense genocide het vóórschrijven van het gebruik van de term genocide. Alsof het specifieke woord er toe doet! Alsof het alleen om het lot van de Armeniërs van toen gaat (en bijvoorbeeld niet of minder om dat van de Koerden in de afgelopen decennia). Het gaat om het onder ogen zien en aan de orde (mogen) stellen van de zwarte bladzijden uit de geschiedenis van het land (zoals ook de zwarte bladzijden uit de geschiedenis van Nederland onder ogen gezien mogen en moeten worden. Volgens sommige bronnen is intussen de medewerking van de Turkse overheid aan het wetenschappelijk onderzoek al groter dan van de Armeense. Nee, ook dit is niet de reden dat mijn standpunt veranderd is. Die redenen liggen niet in Turkije maar in Europa.
Inmenging in binnenlandse aangelegenheden
Een aantal er van vind je ook weer terug in dat rapport van Eurlings. Niet zo lang voordat in Turkije de AK, de partij van Erdogan, aan de macht kwam voerden de partijen die toen in Turkije aan de macht waren een verhoging van de kiesdrempel door. Die partijen kregen eind 2002 een monsterlijke koekje van eigen deeg: De oude regeringscoalitie ging van een meerderheid in een keer naar nul zetels. En de AK kreeg terwijl ze nauwelijks won ten opzichte van de eerdere lokale verkiezingen ineens de absolute meerderheid. Ik kan me niet herinneren of er serieuze protesten waren toen die kiesdrempel verhoogd werd (ik heb mijn vermoedens) maar zie in het rapport Eurlings nu dat de Turkse regering gemaand wordt de kiesdrempel te verlagen. Tamelijk idioot. Over het bedenkelijke kiesstelsel in Groot-Britannië wordt op Europees niveau niets gezegd. Over het feit dat Wouter Bos enkele jaren geleden het bestond om zijn sympathie te betuigen aan een tweepartijenstelsel heeft zelfs de Nederlandse pers nauwelijks aandacht besteed. Wat een onzin om dan het kiesstelsel in Turkije aan de kaak te stellen.
Hetzelfde geldt voor de kwestie van de hoofddoekjes op Turkse universiteiten. Los van de kwestie zelf: in de verschillende lidstaten wordt anders omgesprongen met de kwestie van de hoofddoekjes. Toch wordt door het Europees parlement –vooral op aandringen van Groen Links en aanverwante partijen- nu de Turkse overheid (onder leiding van een moslim-partij…) opgeroepen op meer plaatsen in de samenleving het opzichtig uiten van religieuze overtuigingen toe te staan. Groen Links kent haar prioriteiten… Hiermee is al een beetje onderbouwd dat het probleem niet in Turkije zit maar in Europa. Maar er is meer.
Geen woord over Irak
EU-commissie voorzitter Barosso 2) heeft uitgesproken dat “een plotseling neen” tegen Turkije opgevat kan worden als “islamofoob”. Dat de man überhaupt dit onzinnige 3) begrip hanteert is al een teken aan de wand. Dat hij het hier opvoert geeft aan dat hij niet geschikt is voor zijn functie. Maar hij is niet de enige in die kringen. Ik heb zelf (met tegenzin) ja gestemd bij het referendum over de Europese “grondwet”. Het NEE was echter zeer duidelijk in Frankrijk en in Nederland nog duidelijker. Dat nu, zonder dat dit veel beroering wekt. Bulgarije en Roemenië toch gewoon als lid van de EU worden ingeschreven per 1 januari aanstaande maakt duidelijk dat in de Europese politiek de democratische gezindheid te kort schiet.
Doorslaggevend voor mij is echter het feit dat er met geen woord wordt gerept over Irak in rapport Eurlings. Ik vind dat verbijsterend. In de aanloop naar de Brits-Amerikaanse inval in Irak werd in alle openheid gesproken over het gebruik van Turkse luchthavens en grondgebied als uitvalsbases. Vrij kort voor de feitelijke inval sloot de Turkse regering dit echter uit. Geen kritiek van mij daarop overigens. Ongeveer tezelfdertijd maakte de Turkse regering bekend dat in geval de Koerden in Irak de inval zouden aangrijpen om te streven naar een zelfstandige Koerdische staat ze dat land zouden binnenvallen. Vanuit Europa en de VS is hier nauwelijks op gereageerd! Onvoorstelbaar.
Ook nadat het regime van Saddam ten val was gebracht is vanuit Turkije van tijd tot tijd naar voren gebracht dat een zelfstandige Koerdische staat met geweld tegemoet zouden treden. Als legitimatie voor dit voornemen gebruiken ze niet eens leugens: openlijk wordt gesteld dat een succesvolle Koerdische staat aan de Turkse oostgrens een te sterke lokroep zou betekenen voor de Koerden binnen de Turkse grenzen. Binnenlandse aangelegenheden worden door de Turken dus opgevoerd als reden om in een ander land te interveniëren. Het feit dat deze kwestie niet, maar dan ook absoluut niet leeft onder leden van het Europese Parlement en de Europese Commissie betekent voor mij dat Europa niet toe is aan verdere uitbreiding in het algemeen en aan uitbreiding met Turkije in het bijzonder.
Frans Groenendijk