Omdat ik pas na elf pagina's instap is het voor mij ondoenlijk om op alle voorgaande posts te reageren en zal ik ongetwijfeld dingen poneren die ook al door anderen zijn ingebracht. Toch doe ik een poging, in de hoop dat de leemtes en doublures mij worden vergeven.
De topicstarter verwees naar een interview met Roland Duchâtelet. Die blijkt goed te hebben begrepen waarom een systeemhervorming niet alleen wenselijk is, maar dringend noodzakelijk.
Door de in hoog tempo voortschrijdende technologische werkloosheid in combinatie met het ontbreken van nieuwe nog onvervulde massabehoeften van consumenten, zijn we op weg naar een situatie van (vrijwel) volledige werkloosheid. Dat leidt niet alleen tot economische malaise maar uiteindelijk ook tot sociale ontwrichting. Als we er niets aan doen.
Dat we de oplossing moeten zoeken bij een algemeen onvoorwaardelijk basisinkomen ben ik van harte met Duchâtelet eens, maar hoe dat gerealiseerd kan worden blijkt hij niet te weten. Niemand schijnt dat te weten.
Duchâtelet wil alle subsidies aan nonprofit organisaties (= banen) afschaffen en dat geld gebruiken voor een basisinkomen. Ook wil hij zo'n 200.000 banen van ambtenaren schrappen en die dus in plaats van salaris een basisinkomen geven. En hij wil een “taxshift” die per definitie niets oplevert.
In een net verschenen boek van Jurgen Voorneveld, “De Innovatie Economie”, is niet alleen een heldere probleemanalyse te vinden, maar ook een uitvoerbaar -want betaalbaar- invoeringstraject.
Zie:
http://www.bol.com/nl/p/de-innovatie-ec ... 045904560/" onclick="window.open(this.href);return false;
De drie (overbrekelijk met elkaar verbonden) pijlers van het plan van Voorneveld zijn:
-het instellen van een nieuwe belasting, de “verkooptax”, die verschuldigd is over alle transacties.
-een algemeen onvoorwaardelijk basisinkomen, te betalen uit deze verkooptax
-een stelsel van verhandelbare import/exportcertificaten, om de landseconomie te beschermen tegen valse concurrentie uit het buitenland.
Omdat de huidige banen niet ineens, maar heel geleidelijk verdwijnen, kan ook het basisinkomen heel geleidelijk worden ingevoerd. Het basisinkomen hoeft helemaal niet direct het niveau te hebben van het bestaansminimum of daarboven. De meeste mensen vullen het immers aan via de (resterende, maar afnemende) arbeid in loondienst. Naarmate het basisinkomen stijgt, daalt het loon uit arbeid.
De taak die wij traditioneel bij het bedrijfsleven hebben neergelegd, namelijk die van de distributie van inkomen, wordt geleidelijk overgeheveld naar de samenleving. Waar hij m.i. thuishoort.
De verkooptax zal geleidelijk worden opgetrokken, zover als nodig is om het basisinkomen te financieren. Dat is budgettair vrijwel neutraal, want de burgers die de tax betalen krijgen die terug in de vorm van hun basisinkomen. Naarmate het basisinkomen stijgt, worden andere regelingen (kinderbijslag, sociale uitkeringen) naar rato verminderd en uiteindelijk afgeschaft.
Zo zal ook de verkooptax geleidelijk andere vormen van belasting, met name die op arbeidsinkomen inhalen en overbodig maken. Met alle daaraan verbonden voordelen (inverdieneffecten en het vervallen van fraudemogelijkheden).
Het lastigste punt in dit plan is wellicht het stelsel van import/export certificaten. We kunnen uiteindelijk de concurrentie niet volhouden met bedrijven uit buitenlanden waar producten met behulp van slavenarbeid worden vervaardigd. Maar globalisering en vrijhandelsverdragen dwingen ons daartoe.
De daaruit voortvloeiende “race to the bottom” zijn we aan het verliezen. Dit plan, of iets wat daar sterk op lijkt, moeten we invoeren. Of is er een alternatief?