Vandaar dat ik ze even heb los gekoppeld.
Ik ging er steeds van uit dat seculier betekende voorstander van scheiding van staat en kerk. Maar na raadpleging van mijn woordenboek blijkt het: Wereldlijk, niet tot een orde of congregatie horende. te zijn . Dit zegt dus helemaal niets. Een fundamentalistische christen met een unieke eigen interpretatie van de bijbel en daardoor niet tot enige orde of kerkgenootschap behorende kan in die betekenis dus seculier zijn. En net zo alle niet kerkelijke christenen. Het zegt dus helemaal niets over ongeloof of scheiding van kerk en staat. Of zit mijn woordeboek er nu compleet naast? De online van Dale noemt :
se·cu·lier1 (de ~ (m.), ~en)
1 wereldlijk geestelijke => wereldheer
se·cu·lier2 (bn.)
1 niet tot een orde of congregatie behorend <=> regulier
2 onkerkelijk
Maar de van Dale zegt naast Seculier over Secularisatie het volgende:
"1 het proces waardoor het maatschappelijk leven onttrokken wordt aan de kerk en het geloof
2 [gesch.] onteigening van kerkelijke goederen door de staat
3 [r.-k.] verlof om buiten de orde of de congregatie te leven"
Over Wereldlijk:
1 tot de wereld behorend, niet-geestelijk, niet-kerkelijk => profaan, seculair; <=> geestelijk
Nogmaals: Het zegt dus helemaal niets over ongeloof en wat de scheiding van kerk en staat aangaat vindt ik het een vreemde conclusie als je de beide verklaringen naast elkaar houd.
OF BEN IK NOU GEK?